De Professionals – Les Misérables van Britain’s Got Talent

Foto (detail): Andreas Praefcke

Juryleden van Britain’s Got Talent zouden beter als eerbiedwaardige huisvrouwen kunnen gaan kokkerellen,  menige GGZ-bestuuurder zou beter ramen kunnen gaan lappen, en pausen zouden het beste aan de vaat gezet kunnen worden.

Daarentegen zijn er amateurs die op het hoogste gestoelte zouden moeten zitten, maar die door de speling van het lot of incarnatieprincipe alleen de violisten in de engelenbak van koffie mogen voorzien, het antwoordapparaat van de GGZ-therapeut steeds op niet-thuis mogen en moeten zetten, of de bronzen monstrans made in Taiwan aan een kerkvader mogen aanreiken.

Huisvrouw en werkeloos kerkwerkster Susan Boyle, Blackburn, volgens eigen verklaring nooit ooit gezoend hebbende, 47 jaar oud, zet met haar stem enkele van de in eerste instantie schamperende en inhumane juryleden van Britain’s Got Talent volledig in hun hemd. Het is duidelijk dat de relatief hoge leeftijd en het enigszins gedateerde voorkomen van mevrouw Susan Boyle voor de jury aanleiding is te schamperen nog voordat ze haar mond heeft opengedaan.

De Zon geeft in astrologische termen de diepste kern aan van het karakter van een persoon. De ascendant daarentegen laat de verschijningsvorm zien, het Griekse Persona, de mantel als 2e huid waar we ons mee manifesteren in de wereld. Inhoud en vorm als boek en gelamineerde kaft die soms wel en soms niet de lading dekt. Napoleon was qua mantel iets meer dan drie turven hoog, om precies te zijn 1,67, maar de wereld heeft het geweten, als ook de moeders van vele Napoleontjes die hij met de naakte mantel der liefde op zijn reizen langs hooischuur en dorsvloer bezocht. De juryleden van Britain’s Got Talent, Amanda Holden uitgezonderd, wilden niet verder kijken dan Boyle’s 47-jarige Persona waarvan haar outfit was gemaakt. De ascendant van Susan met of zonder planeten in conjunctie, kwam blijkbaar niet overeen met dat wat ze van binnen aan muzikale registers jarenlang verborg, en wat de jury door haar leeftijd en uiterlijk niet wilde weten.

Met I dreamed a Dream uit Les Misérables degradeert Boyle met haar stem de vooringenomen en arrogante jury tot stumpers zonder derde oog.

Haar optreden illustreert dat juryleden als Simon Cowell en Piers Morgan weinig tot geen kennis of affiniteit hebben met de tijd waarin Victor Hugo het meesterwerk Les Misérables schreef. Huisvrouw Susan Boyle lijkt als incarnatie rechtstreeks uit de tijd van Victor Hugo weggelopen te zijn naar het Engeland van onze tijd waar Engelse juryleden als variant van het internationaal kleffe kaliber Gordon Relnicht de talentendienst uitmaken.

Als Susan Boyle haar mondje opent en zelfs nog niet het achterste van haar muzikale tong heeft laten zien, schieten tranen te kort. De energie is overweldigend wanneer de bevlogenheid als Normandische beekjes de zaal instroomt en zij als de hoofdpersoon van Süskind’s Het Parfum de toehoorders hypnotisch inpalmt. Jurylid en actrice Amanda Holden moet slikken, gaat uit eerbied staan, slaat de handen ineen als bij een gebed, en straalt als nooit tevoren gelijk een madonna die Lourdes zojuist heeft aangedaan.

Alles is echt aan Susan, ook haar veel te lange jurk van stof dat aan lampenkappen en lambrisering doet denken, dit in tegenstelling tot 2 van de 3 yuppie juryleden die zich eerder tot koning en keizer hadden gekroond toen ze onderdaan Susan Boyle op het Broadcasting-matje riepen.

Een entiteit als Susan Boyle kan alleen zo bevlogen zingen als ze Victor Hugo persoonlijk gekend zou hebben, of in een vorige incarnatie de type ontberingen in het Parijs of Montreuil-sur-Mer van de 19e eeuw van nabij zou hebben meegemaakt, en melancholisch terugkijkt naar een tijd dat alles anders had gemoeten. Dat is de reden waarom Susan Boyle de juryleden en de zaal van hun stoelen zingt. Wat is ‘echt’ dan toch eenvoudig en superieur boven namaak en het verheven gedrag van een jury die beroepsmatig volkomen op de verkeerde stoel zit.

Elke zichzelf respecterende multinational (voor zover die in tijden van gestolen bonussen bestaan) zou een paus op staande voet en zonder kerstgratificatie ontslaan wegens het veronachtzamen van elementaire pr-beginselen, zoals zijn bijna pro-aids campagne illustreerde. Ook Riagg- en GGZ-betuurders zouden op basis van het ontbreken van professionaliteit onmiddellijk opgenomen moeten worden in een kliniek voor uitgerangeerde therapeuten. Engelse juryleden daarentegen zouden gedegradeerd moeten worden tot lispelende omroepers op de Braderie van het baljuwschap Guernsey waar Victor Hugo Ploegers aan Zee (1866) schreef.

Vaker krijgen aardse stervelingen, zeker in non-profit organisaties de kans om met weinig of geen aanleg een bepaalde functie te vervullen zoals menige ambtenaar, en wachten getalenteerde stervelingen op hun kans totdat ze een Engelse Oz. wegen.

Het kosmische principe van deze ogenschijnlijke ongelijkheid is dan ook vaak te vinden in achterliggende educatieve principes. Menige niet voor zijn functie gekwalificeerde werknemer wordt dan door de omstandigheden geplaatst binnen het beschermde milieu van een non-profit organisatie en kan daardoor al lerende opklimmen tot ‘in het ergste geval’, secretaris-generaal, staatssecretaris of minister. Het talent zoekt dan niet de gelegenheid, maar de gelegenheid zoekt degene die zich arbeidstechnisch in het kosmische schootsveld bevindt.

Op een dergelijke manier worden ettelijke, niet alle, posten van presidenten en ministers geboren, om van de secretaris-generaal van de NAVO maar niet te spreken die als politicus in eigen land eertijds van aandoenlijk tot miserabel van zich deed spreken, en de Nederlandse laan werd uitgestuurd. Niet elke functionaris binnen een non-profit organisatie blijkt ook het tempo en aard van een profit organisatie aan te kunnen, en menige ex minister zoekt na afloop het eveneens beschermde hoogleraarschap op of wordt keukenburgemeester van een stel Swiebertjes in Prutsen aan de Lek.

Susan Boyle had al 47 jaar de potentie in zich om de sterren van de hemel te zingen, maar de programmatuur van haar leven had nog andere wensen alvorens ze de jury onbewust in hun hemd kon zetten en Engeland op zijn kop. Susan Boyle was en is de professional, ook al is haar officiële status die van amateur, en de echte amateurs zijn de zogenaamde professionals die in vele jury’s zitten. Reden voor mij om het onderscheid toe te willen lichten tussen amateuristische professionals en professioneel werkende amateurs.

Eveneens een staaltje van zogenaamd professioneel kunnen was in dezelfde week te zien in een TV uitzending van eveneens Engelstalige makelij, waarbij 3 psychiaters als beroepsuilskuikens een staaltje van diagnostisch kunnen ten beste gaven.

Binnen een royale groep personen waarvan sommigen wél en anderen géén psychiatrische aandoening of verleden hadden, moesten de psychiaters proberen te duiden wie wel en niet psychiatrisch belast zou zijn of zijn geweest. We zullen deze op een wetenschappelijke jury lijkende specialisten voor het gemak psychiater Dinges, Donges en Dunges noemen.

De camara’s staan aan, het TV doek gaat open, Sir Dinges, Sir Donges en Sir Dunges achterover leunend op hun stoel achter een langwerpige tafel waar ze als panel hebben plaatsgenomen. Het is duidelijk te zien dat ze ‘professionals’ zijn. Zeker psychiater Dinges met kalend hoofd voorzien van psychiater-bril met Rayban-glazen doet alle moeite om de te ontvangen ‘patiënten’ het zo oncomfortabel mogelijk te maken. Wij kijkers weten natuurlijk dat hij in de kern een goede man is, thuis af en toe met een emanciperend dwangbuis-schortje aan de afwas doet, maar daar gaat het nu even niet om. Bij deze professional gaat het er om – niet iedereen hoeft dat tenslotte te weten, dat hij na een duur betaalde studie zijn wijsheid kan etaleren en daar dan weer zelf in gelooft. Sir Donges en Dunges liften met dit gevoel mee en ook zij doen hun best zo professioneel en afstandelijk mogelijk over te komen op de platte of nog gebolde beeldbuis.

Het werkt, in negatieve zin wel te verstaan, de gefingeerde patiënten voelen zich bij binnenkomst ook allemaal op een of andere manier allerbelabberdst, om niet van kutklote te spreken. Het is voor elke kijker te zien, dat Sir Dinges, Donges en Dunges geen enkele moeite doen hun aura van zogenaamde professionaliteit af te leggen. De tafel voor de jury werkt al eeuwen als een witte jas, zowel voor de zittende achter de tafel als voor degenen die staan en niet weten in welke zak de lamlendige handen te moeten verbergen. Dinges, Donges en Dunges doen binnen het feodale decor van jurytafel ook geen enkele moeite de tv-patiënten als gelijkwaardige zoogdieren te behandelen.

De anatomische les van de ‘mind’ blijkt meerdere uitzendingen te hebben bestreken. Uit de hele groep moesten na diverse sessies de echte patiënten worden gelokaliseerd.

Wij kijkers, u en ik, zien het slot. Een dame komt op, positioneel opnieuw in een verkeerd decor. De mannen opnieuw zittend achter de tafel, de ‘patiënt’ voor de tafel, staand en wederom met de zoekende handen in zijn maag zittend. Het oordeel valt: de ‘patiënt’ op basis van kennis en DSM-IV een kwalificatie toebedeelt. De spanning is te snijden, de ‘patiënt’ meldt: sorry, you are wrong!

De club van 3 laat zich niet uit het veld slaan, weliswaar al enigszins aangeslagen laten ze de volgende kandidaat komen. Opnieuw wordt een diagnose gesteld, en opnieuw is de spanning te snijden. De 2e patiënt is aan het woord, haar conclusie is: sorry, you are wrong!

Ook deze patiënt blijkt geen patiënt te zijn en volkomen gezond. Het is opmerkelijk te zien hoe de aura van de psychiaters kleiner wordt en schrompelt naarmate ze verkeerde diagnoses gesteld blijken te hebben.

Als kijker vraag ik me af waarom nu pas een meer deemoedige houding kan worden aangenomen. De 3e ‘patiënt’ komt binnen, de psychiaters lijken niet meer achter een jurytafel te zitten maar meer aan een tafel die het midden houdt tussen een oude biljarttafel die is aangeschoven en een morsige keukentafel waar ze het liefste brandhout van zouden willen maken om daardoor nooit meer onder de schijnwerpers te hoeven komen. De spanning is enorm als de diagnose met of zonder DSM-IV gesteld is, en de reeds gederfde score kan oplopen tot 0% goed. Het woord is aan de laatste ‘patiënt’. De knikkende knieën van de psychiaters zijn hier tot in de Lage Landen te horen en ik zet zelfs de TV zachter. De patiënt antwoord zachtjes maar helder hoorbaar: sorry, you are (also) wrong!

0% score, topkwaliteit. Ik geniet, arrogantie afgestraft.

De professionals staan al zittend beteuterd te kijken. Het professionele doek is gevallen. Ontreddering alom, de aura doorgeprikt, kleuterschoolgezichten als bij het broodtrommeltje dat leeg blijkt te zijn, een enkele Smartie over. Sir Dinges, Donges en Dunges steken na afloop van het echec de wijze koppen bijeen en praten na. De wijze Rayban-glazen van psychiater Dinges lijken ineens op een fopspenen bril, en het is te zien dat hij dat ook zelf vindt. Reden waarom hij het liefste door de televisiegrond zou willen zakken. De psychiaters lijken eindelijk mensen te zijn die namen als George, Stephen of Allan zouden kunnen hebben.

De ontknoping. Een van de psychiaters trekt na gezamenlijk beraad een conclusie. Hij oppert dat de les die er uit getrokken zou kunnen worden is om als psychiater (misschien!) meer bescheidenheid aan de dag te leggen. Een van de psychiaters meldt ten lange leste zelf ooit aan een zware depressie geleden te hebben.

Al schrijvende denk ik terug aan Susan Boyle, aan haar schitterende stem, en aan al die jurytafels die ik in mijn en in andermans leven gezien heb. Hoe macht kan corrumperen, zich verkeerd kan nestelen in personen die door de voorzienigheid geplaatst lijken te zijn om professioneel door het leven te gaan met of zonder fopspenen Rayban-glazen. En waarom echte professionals als Susan Boyle hun zangzaad te lang moesten inhouden en niet aan de bak konden komen.

 

TOEGEVOEGD 06/07/2014

Reeds in 1973 publiceerde David L. Rosenhan, (PH.D. psychology) van Stanford University,  in Science zijn On Being Sane in Insane Places, het artikel over het beroemd geworden Rosenhan experiment. De studie bracht een golf van repercussies met zich mee met de ‘vakbroeders’, over de (on)geldigheid van psychiatrische diagnoses. In Amerika werden van cost to cost psychiaters van het type Dinges, Donges en Dunges de oren gewassen.