Medium Martien Verstraaten sprak met de entiteit Ayrton Senna

SennaMartien

Foto (detail): Wikipedia / Hohum

Braziliaans interview
Elisangela Rodrigues de Alencar
Brazilië / Nederland, 19 november 2010

 

Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen’, het boek van schrijver Martien Verstraaten. Een exclusief interview, en een inleiding door de auteur. Een discussie over schrijven, editing, publiceren en nieuwe projecten.

Wanneer en op welke manier bent u begonnen met schrijven?
Mijn affiniteit met schrijven ontstond in de periode dat ik als beeldend kunstenaar schilderijen maakte. Nog voordat ik de eerste streek verf op een doek zette, vormde zich in mijn hoofd de titel voor het schilderij dat nog gemaakt moest worden. Als de titel er was, ontstond vanzelf het schilderij. Zonder titel geen schilderij, de titel in mijn hoofd werd schilderij, de woorden van de geest vloeiden in de materie, in de verf dus. De titel was als de naam van een film, en de film werd met verf gedraaid op het nog maagdelijke witte doek.

In 1972 vereerde prof. Ko Sarneel, hoogleraar beeldende kunsten, de latere directeur van de Jan van Eyck Academie te Maastricht mij met een atelierbezoek in Den Haag. Op basis van het atelierbezoek zou hij mijn tentoonstelling gaan openen in Maastricht. Sarneel was naast professor en kunstcriticus zelf een literator die in zijn kunstrubrieken als radiospreker gepassioneerd was van het woord. Ik adoreerde de manier waarop hij woorden aaneenreeg tot prachtige zinnen die van scherpte niet ontdaan waren. Schilderen met woorden deed hij, maar dan zonder verf.

Ik liet hem de brochure zien die ik ontworpen had voor de te openen tentoonstelling, met er in vermeld alle titels van de schilderijen, een twintigtal. Hij bestuurde de brochure aandachtig, scheen enige tijd in gepeins verzonken te zijn om vervolgens wakker te worden. Hij keek op, nam het woord en zei: ‘Jij kunt een boek schrijven, je kunt wel 20 boeken schrijven, alle titels van je schilderijen zijn in feite boeken.’ Ik onthield wat hij mij vertelde, gedurende tientallen jaren.

Als docent aan de Hogeschool voor de Kunsten moest ik jaren later vaak het woord voeren, spreken, tijdens hoor- en praktijkcolleges en tijdens vele evaluaties van het werk van studenten van de sectie tekenen of textiel. Al sprekende ontdekte ik steeds meer dat ik helderziend was, en ook op welke manier ik het onzegbare in woorden kon gieten. Het in taal gieten van gedachten en gevoelens werd een interessante uitdaging.

Workshops en lezingen volgden. Curaçao bood me de gelegenheid vele workshops en lezingen te geven, lezingen voor medici, politici maar ook voor ondernemers of voor klassen met helderziende scholieren, zie: Speeches & Radio/TV Conferences. De relatie tussen de hersenactiviteit in het taalcentrum en de reproductie ervan door woorden kreeg bij mij in die tijd hoofdzakelijk nog vorm via het gesproken woord. Schrijven kostte me destijds nog iets meer moeite, de paranormale hersenactiviteit leende zich in mijn geval meer voor de gesproken taal. De stromende energie vanuit de bovenkamer naar het puntje van mijn tong waar de woorden overeen konden rollen, ging sneller. Schrijven ging ook wel gemakkelijk, maar spreken had de snelheid van het gekletter van een nimmer opdrogende moessonregen in Equatoriaal Afrika. De volledige lengte van mijn tong werd paranormaal, en de woorden die er door naar buiten gleden ook. Studenten vroegen na collegetijd steeds meer om mijn woorden voor persoonlijke vragen te kunnen horen.

Pedro Barroso was een Braziliaanse leraar, politicus en schrijver, en had reeds een serie boeken op zijn naam staan. Op instigatie van Barroso ontwierp ik voor SEBRAE [i] een serie spirituele managementworkshops onder de noemer Gerência Transformacional e Espiritual.

De delen van de workshops voorzag ik allen van Portugese titels. Pedro bekeek aandachtig syllabus en programmaboekje, bestudeerde de titels, richtte zich op en zei op eenzelfde manier als prof. Sarneel tientallen jaren eerder gedaan had: ‘jij kunt een boek schrijven, dit is een boek.’ Deze zin had ik dus eerder gehoord, in 1972.

George Bode, een van Nederlands bekendste astrologen en bekend als schrijver van een tiental astrologische boeken zoals Handboek Astrologie, en Zwarte Maan, Zwarte Zon, Drakenkop boog zich eens over mijn horoscoop, kijkende naar enige transits en secundaire progressies die een kijkje op de toekomst wierpen. ‘Jij gaat schrijven over enkele jaren. Je gaat niet alleen schrijven, maar ook publiceren, de boeken uitgeven. Bereid je de komende jaren qua thematiek maar alvast voor op wát je gaat schrijven.’ De planeet Mercurius, goed voor spreken en schrijven kwam astrologisch steeds meer in beeld, en ook de huizen 9 en 10 met Sagittarius op de cusps (hoeken).

Zo langzamerhand begon ik te begrijpen dat de woorden niet alleen over mijn tong moesten rollen maar vanuit mijn hersencentrum via de geëigende wegen als schrift naar mijn schrijvershand gedirigeerd moesten gaan worden.

Op welke manier vindt u meestal uw ideeën?
Ik vind niet de ideeën, maar de ideeën vinden mij.
De ideeën zijn in feite de geesten, de spirits, die gedachten als zaden in je hoofd planten. Blijkbaar leven er op een bepaald moment ideeën in de geestenwereld die men via mij uitgesproken wil hebben. Tenslotte ben ik medium.

In de trein zie ik in de Volkskrant, NRC of Spits een kop staan die me intrigeert, bijvoorbeeld over Oscar the Cat, een helderziende kat uit het Amerikaanse Providence die de dood voorspelt. Eenmaal met de trein in Amsterdam aangekomen kijk ik in een restaurant ‘toevallig’ in een folder waarin een foto van de Pilars of Creation, de Adelaarsnevel te zien is, die zo’n 6.622.000 biljoen kilometer ver van ons verwijderd is.

Op de terugreis raak ik even in trance door het ritme van de voortdenderende trein. Het woord ‘frequentie’ komt er in mijn hoofd. Ik realiseer me dat deze trance lekker is en begrijp dat de frequentie van de trein voor een deel resoneert met de atomen in mijn lichaam, vergelijkbaar met het resoneren met iemand waarvan je houdt. Oscar de Cat zo schiet me te binnen, resoneert op basis van de frequentie van een stervende en ‘weet’ daardoor dat de betreffende bejaarde binnen 2 uur overlijdt.

Ik begrijp ineens ook waarom ik de folder zag met de fraaie Pilars of Creation in beeld, het plaatje van een deel van de sterrenhemel. Waarneming, ook de paranormale perceptie is een kwestie van het hebben van congruente frequenties, het afstellen van het object op het subject. Oscar the Cat, the Pilars of Creation en de trance in de trein door resonerende frequentie vallen als puzzelstukjes in elkaar. Ik heb stof voor een artikel, door inspiratie of de geestenwereld (wat is het verschil, geen) bijeengebracht. ’s Avonds zit ik achter het toetsenbord van mijn laptop en schrijf een column die ik later weer voor een boek zal gebruiken. Zie de column: Oscar the Cat.

En hoe verliep dat qua idee met uw huidige boek?
Het idee voor het huidige boek is een verhaal apart.
Op een wel heel bijzondere manier riep de geestenwereld mij op om dit boek te schrijven. Over de innerlijke en uiterlijke carrière had ik vaak geschreven. Meestal in verband met te houden lezingen en workshops, vooral op Curaçao op de voormalige Nederlandse Antillen en in Brazilië. Ook in het ontwerp voor een training ten behoeve van het Braziliaanse SEBRAE tekende ik de contouren reeds voor het in kaart brengen van de innerlijke en uiterlijke carrière.

Het besluit om het boek Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen te schrijven met als thema en subtitel Genetica van een innerlijke & uiterlijke carrière ontstond naar aanleiding van ‘het bezoek’ dat de overleden autocoureur Ayrton Senna me bracht. Zie hoofdstuk Ayrton Senna: Mijn vorige leven als Tibetaanse monnik. Niet elke dag komt een overleden Braziliaanse Formule 1-coureur ‘op bezoek’ in Nederland bij een Nederlandse paragnost, nee toch. En het meest opmerkelijke was wel dat ik nog nooit van Ayrton Senna gehoord had, geen idee had waarom en waarvoor hij me opzocht. Ook overleden Braziliaanse coureurs blijken zo hun eigen agenda te hebben waarom ze als geest bepaalde mensen ‘opzoeken’. Ik kon destijds niet begrijpen noch verklaren waarom Ayrton Senna speciaal mij in het koude Nederland opzocht. Senna moest zwaarwegende redenen gehad hebben mij te benaderen.

De wereld is tegenwoordig tot aan de nok gevuld met paragnosten en mediums van allerlei kunnen, keuze genoeg dus. Mijn vroegere leermeester en collega, paragnost Jaap Eising, lichtte voor mij een tipje van de sluier op waarom Senna blijkbaar zijn zinnen op mij had gezet.

Ik bleek niet de slechtste te zijn in het verwoorden van datgene wat als welhaast ‘onzegbaar’ bekend stond. In didactische en onderwijskundige zin was de verspreiding van het woord mij als voormalige docent niet geheel onbekend. Ook was ik bekend met het in kaart brengen van vorige levens die ten grondslag konden liggen aan de carrière van een actuele incarnatie. Het was duidelijk dat Senna een deal met me wilde sluiten, hij wilde meer informatie krijgen over een van zijn vorige levens en vervolgens een boodschap de wereld in sturen. Mentor Jaap Eising duidde mij op het feit dat volgens Senna ik als niet-Braziliaans medium veel objectiever zou kunnen zijn in mijn paranormale analyses en daardoor meer acceptabel voor de (Braziliaanse) lezer van het te schrijven boek.

Ayrton Sennas spirituele ontboezemingen beschreven in het vierde hoofdstuk werden als een culminerend hoogtepunt in een boek dat ging over de bronnen van een innerlijke en uiterlijke carrière. De roots van een succesvolle carrière liggen namelijk niet alleen in de kindertijd of adolescentie, maar ook in vorige levens waar we de ingrediënten kunnen vinden voor materieel en immaterieel succes in het heden en de toekomst. Met de komst van Senna was het idee voor het boek dus een feit.

Wat zijn uw plannen voor een Portugese uitgave?
De uitgave van het boek was en is een samenspel van spirituele omstandigheden, van zogenaamde toevalligheden die ik het liefst zou willen benoemen als coincidências significadas, betekenisvolle toevallen. Het is alsof van ‘boven’ in de geestenwereld stiekem enkele regisseurs zaten en zitten te kijken om het hele proces van de totstandkoming van het boek nauwlettend in de gaten te houden en ook aan te sturen. Ik vraag me wel eens af of ik nog wel wat te vertellen heb in het geheel! Desalniettemin moet ik constateren dat er vanuit ‘Jenseits’, vanuit de andere kant van het bestaan, erg goed gezorgd wordt.

Zonder de grandioze technische hulp van het GLU – Grafisch Lyceum Utrecht die in de ontwerpfase zowel de omslag als het binnenwerk verzorgde, was ik gewoon helemaal nergens geweest. Het GLU werd gewoon op mijn weg gestuurd in een periode dat ik zelf zat te haspelen om mijn in Verdana geschreven manuscript via Word gedrukt te krijgen. In het verlengde van Ayrton Sennas zucht tot perfectie (én mijn eigen perfectionisme), werd Wöhrmann Print Service, onderdeel van de Koninklijke Wöhrmann, op mijn weg gestuurd. De beste drukker van Nederland stond garant voor een juweel van een uitgave, prachtige prints van o.a. Senna als een geïncarneerde oranjerode jonge monnik, alles uitgevoerd binnen een maagdelijk witte harde band en op MC-kunstdrukpapier. De eerste druk is een luxe uitgave met een beperkt aantal exemplaren, genummerd en gesigneerd door de auteur, een echt collectors item.

De Nederlandse uitgave was een feit, het eerste exemplaar aangeboden aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, deel uitmakend van het cultureel erfgoed der Nederlanden. Klaar dacht, ik heb mijn plicht gedaan, nee dus.

Het voorwoord in het boek was geschreven door Angel Salsbach, Reiki Master en voormalig Waarnemend Gezaghebber van Curaçao, Nederlandse Antillen. Doordat 2 hoofdstukken van het boek waren geschreven naar aanleiding van lezingen op de Nederlandse Antillen was het interessant om op Telecuraçao een interview te willen geven. Hiervoor volstond de Nederlandse tekst. Voor de 2 hoofdstukken die Brazilië betrof was het moeilijker interviews te geven in bijvoorbeeld Rio de Janeiro. Er was geen Portugese vertaling! Voorlezen uit eigen werk vanuit het Nederlands voor bijvoorbeeld GLOBO TV zou niet mogelijk zijn.

Ik ging op zoek naar een vertaler om enkele bladzijde te laten vertalen, zodat ik in het Portugees uit eigen werk, weliswaar vrij beperkt, zou kunnen citeren of voorlezen. Mijn zoektocht naar een vertaler bracht me bij een Portugeestalige kennis, deze kennis had een Braziliaanse vriend en de betreffende vriend had een elders wonende zus die bij toestemming van dominee of pastoor misschien wel enige pagina’s wilde vertalen. Dat werd dus niks, totaal verkeerd spoor. Ik besloot om ergens een kopje thee te gaan drinken, de zaak te vergeten, en zo mogelijk af te wachten op berichten uit de geestenwereld waar overleden autocoureurs misschien wel van verveling op de brommer reden.

Op een ochtend viel een e-mail bericht in mijn box. De afzender was E. Rodrigues de Alencar, degene die nu dit interview afneemt. Als een van de velen had ik ook haar een e-mail gestuurd samen met de elektronische flyer van het boek. Jaren eerder had ik haar leren kennen, maar het contact was in de loop der jaren verwaterd. Het e-mail adres bleek nog hetzelfde te zijn waardoor ze mijn e-mail blijkbaar had ontvangen. Haar reactie op de informatie van de flyer voor het boek was zeer enthousiast. Ayrton Senna sprak erg tot haar verbeelding zoals bij vele Brazilianen, en we maakten een afspraak zodat ze de mogelijkheid kreeg een exemplaar te kunnen verwerven. Van het één kwam het ander, ze raakte gebiologeerd en gepassioneerd door het boek.

Daarna stroomde de vertaalwaterval onophoudelijk. Ze nam de taak op zich om niet één enkele pagina te vertalen, maar het hele boek. Bij het zien van de eerste proeven van haar vertaling kon ik mijn paranormale ogen bijna niet geloven. Deze vertaalster moest mediamiek en paranormaal zijn. Het vertaalwerk glom en glansde van liefde en betrokkenheid bij het thema, en de Portugese zinnen klonken zeker zo mooi als de oorspronkelijke zinnen in het Nederlands. Haar horoscoop toonde mij een dubbele Sagittarius, zowel zonneteken als ascendant, en met een Neptunes-Mercurius aspect. dat boven op een Mercurius-Neptunes aspect van mij stond, de beroemde Amerikaanse astroloog Stephen Arroyo zou dat een double whammy genoemd hebben. De vertaling moest dan wel snor zitten, zo vermoedde ik. Zou Senna zich er af en toe mee bemoeid hebben, zo vroeg ik me in stilte af.

Het besluit was dus genomen voor een Portugeestalige uitgave. De 200 miljoen Brazilianen konden er zeker van zijn dat Ayrton Senna weldra tot hun zou spreken via het boek Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen. Een Portugese uitgave staat dus op stapel. Het is weer aan Ayrton Senna en zijn spirituele crew om te tonen op welke manier en door wie deze Braziliaanse uitgave gerealiseerd moet worden. Ik ben uiteraard benieuwd wat de nieuwe ontwikkelingen zullen zijn, en wacht af.

Wat inspireerde u om dit boek te schrijven?
Ik heb altijd de hemel met de aarde willen verbinden.
Spiritualiteit werd vaak voornamelijk gezocht in het avondrood der magiërs. Met alle respect voor magiërs, ik ben er zelf een, maar de goeroes wonen tegenwoordig niet meer in de bergen of dragen een toog. De spiritueel geëngageerde VIP’s van deze tijd rijden Ferrari of Honda, zijn coryfeeën op Wimbledon of spelen als vooruitgeschoven voetbalspitsen in de voorhoede van AC Milan of Real Madrid. Senna was er een voorbeeld van, een spirituele monnik op het Formule 1-circuit. Spiritualiteit is bijvoorbeeld de manier hoe vanuit de pit van een dadel de dadelboom kan ontstaan en hoe de vlinder een vlinder wordt, een spiritueel proces van formaat. Het is als bij religie, de meer geïnstitutionaliseerde spiritualiteit, of wat daar voor doorgaat, heeft de spiritualiteit aan de burger onttrokken, hen proberen te ontvreemden van de bezieling die altijd het erfdeel van het individu was. Spiritualiteit is te vinden op de hoek van de straat, in de bloempot met narcissen of onder de motorkap van de auto.

Hoeveel tijd nam het schrijven van het boek in beslag?
Het contact met Ayrton Senna was verdeeld in een aantal verschillende sessies die ik met hem had, en hij met mij. De gesprekken liepen vloeiend. De meeste tijd is gaan zitten in het redigeren van de tekst. Tenslotte moeten gedachten, en dan ook nog de gedachten van een overledene, omgezet worden in leesbare taal. Daar is een vorm van xenoglossie voor nodig. Ook de lezingen die ik op Curaçao en Brazilië gaf, heb ik voor een deel bewerkt, enigszins geactualiseerd naar de lezer van nu. Sinds Senna mij opzocht en de uiteindelijke verschijning van het boek is er heel wat water door respectievelijk het Noordzeekanaal en de zijarmen van de Amazone gestroomd.

Als beeldend kunstenaar, voormalig museumbestuurder en gereïncarneerde Japanner uit het land van de schitterende verpakkingsindustrie, hechtte ik ook veel waarde aan vormgeving en typografie. Ook daar is, overigens met veel beroepsmatig plezier, een substantiële hoeveelheid tijd in gaan zitten.

Wat zijn de grootste uitdagingen die u bent tegengekomen in uw carrière?
Mijn leven is een opeenstapeling van uitdagingen, zowel innerlijk als uiterlijk. Een turning point beleefde ik toen ik als voormalige claustrofoob, maar met een training vliegangstbestrijding achter de kiezen, op Schiphol een Boeing 747 instapte en ook in het toestel bleef zitten (een eerdere poging mislukte), en na 10 uur in het zonovergoten Miami kon uitstappen op weg naar een Caribische toekomst op Curaçao. Ik was toen 45 jaar. Als grootste uitdaging eindigt ex aequo mijn emigratie als 55 jarig medium naar Brazilië, met slechts 1 laptop, 2 woorden Portugees in het achterhoofd, 3 koffers en 4 briefjes van 100 gulden op zak. Met een hoop spirituele guts als bagage kuste in de warme Braziliaanse grond toen ik de vliegtuigtrap was afgedaald.

Werkt u aan een nieuw boek?
Momenteel staat er een nieuw boek in de steigers. Natuurlijk is de titel zoals ook bij mijn vroegere schilderijen het geval was, bekend. De titel voor het nieuwe boek is Tomtom voor Intuïtieve Intelligentie. Het boek in wording is een manual, een navigatie voor wanneer je de weg bent kwijt geraakt in het land van de spirituele instituties en een kompas als je je eigen lasten en vooral aangename lusten wilt terugvinden.

Wat beschouwt u als de ideale lezer voor uw boek?
Eigenlijk iedereen die qua denken, voelen en weten van de geijkte paden wil afwijken, en de durf heeft stereotiepe heiligenhuisjes definitief op te willen bergen in het rariteitenkabinet of in een gedateerd openluchtmuseum.

Omdat het boek over de oorsprong van de innerlijke en uiterlijke carrière gaat, is het natuurlijk een must voor iedereen die op een of andere manier te maken heeft met carrièrevorming in beroepsmatige zin. Voor SEBRAE BAHIA omschreef ik de doelgroep eens als volgt: O Terceiro Olho – O Sexto Sentido – O Segundo Corpo, do Administrador, da Atriz, do Negociante, da Jornalista, do Político, da Cortesã, do Dançarino, da Modelo, da Professora de Ginástica, do Cantor, do Treinador de Futebol, do Banqueiro, de Você. (Het Derde Oog – Het Zesde Zintuig – Het Astrale Lichaam, van de Bestuurder, de Actrice, de Ondernemer, de Journalist, de Politicus, de Minnares, de Danser, Het Model, de Gymnastiek lerares, de Voetbaltrainer, de Bankier en van U).

Maar de kern van het boek is dat de essentie van een carrière te vinden is in de grotten van het eigen ik in relatie tot vorige levens in bijvoorbeeld de met bladgoud beklede paleizen of in simpele maar warme herdershutten. De eigenaar van een reisbureau, maar ook de aspirant moeder van 3 kinderen kan via het boek inzicht krijgen op welke manier een carrière vorm kan krijgen, zowel innerlijk als uiterlijk. De carrière kan dus ook die van huisvrouw zijn, van een bedlegerige zieke, van atleet of van een puberende scholier.

Wat vindt u prettig naast schrijven?
Ik hou van dansen, ik dans al meer dan 20 jaar gepassioneerd salsa, bachata, merengue en Brazilian zouk. Met dans kan ik de energie van de paranormale hersenactiviteit compenseren met de lichamelijke stuurmanskunst die mijn lichaam zo graag ondergaat. Door de dans wordt mijn lichaam op een prettige manier herinnerd aan de tijd in een vorige incarnatie waar ik als een 16e-eeuwse paranormale Portugese danseres mijn dansen als vrouw op de vloer ten toon spreidde. Als man in mijn huidige incarnatie is salsa ook een ideaal middel om snel en met vele vrouwen contact te kunnen maken en te houden. Ik vermoed reeds met duizenden vrouwen te hebben gedanst. Zie: Celestial nights with the goddeses of Salsa & Tango.

Ik hou ook van reizen, grotere reizen met nog een vleugje claustrofobie in de onderbuik, nieuwe culturen, antropologie, maar ook kleine reisjes met de tram of de fiets naar een dorp of drie straten verderop, geven mij het gevoel alsof ik als een marskramer en troubadour de middeleeuwen verken. Een prachtig gevoel, en ook nog heel goedkoop.

Kunt u wat over uzelf vertellen?
Ik stam uit cultuur, pedagogie en magie. Was beeldend kunstenaar, voormalig lid Algemeen Bestuur Groninger Museum en actief lid Provinciale Raad Groningen. Docent, paragnost, reïncarnatietherapeut, met astrologie als interesseveld. Een deel van mijn vorige levens zijn gelokaliseerd in Atlantisch, Yucatan Mexico, Japan, China, Afrika, Arabië, Portugal, Frankrijk en opnieuw Japan. Brazilië sprak in dit leven tot mijn verbeelding omdat in mijn incarnatie als Portugese vrouw mijn toenmalige man zo nodig naar de kolonie Brazilië moest gaan, en ik alleen in mijn fantasie Brazilië kon bezoeken, vandaar.

Voor uw medewerking ben ik u erkentelijk, hartelijke dank,
Elisangela Rodrigues de Alencar, Brazilië / Nederland

 


[i] SEBRAE – Serviçio Brasileiro de Apoio às Micro e Pequenas Empresas:
Braziliaanse overheidsorganisatie voor innovatief ondernemerschap, assistentie aan kleinere en micro-ondernemingen.

 

 

Martien Verstraaten, mediamiek journalist
Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen
Genetica van een innerlijke & uiterlijke carrière
ISBN 978-90-812836-5-6 / NUR 762

Martien Verstraaten, mediamiek journalist
As Borboletas não podem Tamarar e as Tâmaras não podem Borboletear
Genética de uma carreira interna e externa
ISBN 978-90-812836-6-3 / NUR 762