Dutch medium Fien van der Putten – The Faith Healer of Gemert

FienDeTuin copy

Foto: R. van der Putten

DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – CURA 4


We schreven 1977, laparoscopische galblaasoperaties bevonden zich nog in de onbekende buik van de toekomst.

In de grote hal grenzend aan de operatiekamers van het Jeroen Bosch Ziekenhuis in ‘s-Hertogenbosch lag een patiënt op een ziekenhuisbed te wachten om geopereerd te worden. Een vrij zware, klassieke galblaasoperatie stond op de betreffende maandagochtend op het menu. Het was mijn galblaas met 8 grote stenen, zo hadden röntgenfoto maanden er voor laten zien, die verwijderd zou worden. Het ziekenhuisbed waarin ik lag werd als een taxi kops geparkeerd tegen een van de wanden van de serene hal.

Het spuitje dat vooraf was toegediend deed wonderen, ik had een droge bek van heb ik jou daar en met de minuut werd ik beroerder, angstig ook, gezegend als ik was met een gevoelig zenuwstelsel en een voortreffelijk voorstellingsvermogen. Waar ging deze reis naar toe, zo vroeg ik me af. Ik kreeg het gevoel op weg te zijn naar een gewisse dood waarna ik wellicht zou belanden in een onherbergzaam gebied, het land voor of van medische missers.

Het onheilspellende gevoel kon niet blijven voortduren, dat was zeker. Vrij snel wist ik wat mij te doen stond. Aan mijn lijf geen polonaise, zo realiseerde ik mij, weg van hier, weg van de plek des onheils, ik zou niet geopereerd worden, dat stond vast.

Ik wenkte naar een verpleegstertje die achter glas van een inpandig couveuseachtig kamertje de wacht hield voor gestalde operatiekandidaten. Ik meldde haar alsof het de gewoonste zaak van de wereld was dat de operatie niet zou doorgaan, en dat ik zou vertrekken. Het Brabantse meiske wist niet was ze hoorde, niet opereren, vertrekken, dat kon niet, dat was onmogelijk, en ik had al een spuit gehad. Het verpleegstertje kende mij niet, wist niet dat het woord onmogelijk niet in mijn woordenboek voorkwam. Ik richtte mij reeds op om van het ziekenhuisbed af te kunnen dalen. De schrik sloeg haar om het hart. ‘Wacht, wacht, wacht’, zo riep ze, ‘ik ga dokter even halen’. Chirurgen heetten toen nog ‘dokter’ en geen Jan, Hein of Anke.

Ook dokter, de chirurg die was komen aansnellen, ‘besliste’ dat ik niet kon vertrekken, en ook dokter kende mij niet. ‘Ik bepaal wat er met mij gebeurt, en niemand anders, ik vertrek’, meldde ik ‘dokter’. Dokter ging andere dokter halen, de chirurgische opperhoofddokter. Ook opperhoofddokter deed alle moeite, deed uit de gesteriliseerde doeken dat het levensgevaarlijk was om niet geopereerd te worden, mijn galblaas en galblaasgebied was heet, was nu nog operabel, en kon of zou kunnen gaan ontsteken. Ik keek opperhoofddokter in zijn fletse gesteriliseerde ogen en sloeg reeds een been over de rand van het gezellige ziekenhuisbed, aanstalten makend de grote corridor die hal heette en op een mortuarium leek over te steken op weg naar huis. Opperhoofddokter begreep dat medische dominantie bij mij niet werkte, en verklaarde uiteindelijk dat hij mij geen oor wilde aannaaien.

Eenmaal terug op zaal deed ik mijn kleren weer aan, en de inmiddels gearriveerde voormalige echtgenote verzocht ik om mij naar het Brabantse plaatsje Gemert te rijden, naar het medium mevrouw van der Putten (Josephina van der Putten – van Dijk, 1916-1985), zoals we Fien toen noemden. Een andere levenspartner op dat moment, een nieuwe, mijn toenmalige vrouw, bleek kort daarna met een bos bloemen voor een leeg ziekenhuisbed te hebben moeten verschijnen. ‘Meneer Verstraaten is vertrokken’, zo bleken de verbouwereerde verpleegsters te hebben gemeld.

De 2CV-besteleend deed dienst als een perfect verende ziekenauto, en binnen het uur werd ik opnieuw geparkeerd, maar ditmaal voor de boerderij van mevrouw van der Putten in de bossen van Gemert. Ik wachtte met spanning op wat komen zou. De uitslag van het consult dat achter of achterin de boerderij had plaatsgevonden bereikte mij weldra in de laadbak van de 2CV alwaar ik op een zij lag te wachten. ‘Het is goed wat hij gedaan heeft’, zo had mevrouw van der Putten gezegd, ‘hij hoefde niet geopereerd te worden’, en ‘hij heeft géén galstenen [meer, mv]’. Vreugde kwam over mij heen en enige tijd later het besef, weliswaar door angst ingegeven, een goed werkende intuïtie gehad te hebben. Met een lijstje aan eenvoudige maar slimme recepten zette de besteleend koers naar mijn huis in de Betuwe, om mij en mijn inmiddels sterk afgevallen lichaam af te leveren.

De eerste dagen bleken nog zeer moeilijk te zijn, het hele gebied van de gal deed pijn, alsof ik stenen als kinderkopjes zwaar op mijn maag had liggen. Ik wist niet op welke zij te moeten liggen, maar een telefoontje naar Gemert voor aanvullend advies bracht uitkomst. Aan de beller, de voormalige echtgenote, werd het advies doorgegeven om een kleine hoeveelheid levertraanzalf in de anus van de patiënt aan te laten brengen, en vervolgens, heel controversieel, hem op de zeer (pijnlijke) buik te laten gaan liggen.

Na enige uren bemerkte ik tot grote vreugde en verbazing dat de pijn weg trok.

Met het sterk afgevallen lichaam startte ik met het opvolgen van de voedingsadviezen, die deels eveneens controversieel waren. Het dagelijks te nemen ‘mevrouw van der Putten-papje’ met magere melk, Brinta, gebroken en geweekte lijnzaad, biergist en vitamine C en B-complex deden geen wenkbrauwen fronsen, ook de venkel of tijmthee niet. Het eerder gekregen advies kleine maaltijden te gebruiken op regelmatige tijden was begrijpelijk, evenals de sneetjes volkorenbrood met (Becel)boter zonder beleg. Echter de dagelijks rond het middaguur te gebruiken olierijke ‘salade’ van fijngesneden rauwe uien en paprika in een bad van (Becel)olie waaraan rozemarijn was toegevoegd, boezemde me schrik in. Een royale plas olie, waarin rauwe uien waren opgenomen, kon dat goed gaan? De weken voor mijn hospitalisatie was voor mijn doen ik sterk afgevallen, had zelfs geen slappe thee meer kunnen verdragen. En dan nu op naar sloten olie, rauwe ui, en paprika met rozemarijn?

De pijn vond zijn oorsprong door innerlijke spanningen, zo had ze mij al eerder laten weten, en in een opvolgende brief kort na de operatie die geen operatie werd, werd verklaard:

(..) als hij de pijn krijgt trekken de spieren bij elkaar en dan de zenuwen er bij.

Medium Fien en haar influisterende geesten kende mijn lichaam beter dan alle chirurgische Jannen en Fritzsen van het Bossche ziekenhuis bij elkaar, de goedbetaalde mannen met de steriele ogen. Binnen 2 weken was ik het mannetje, om vervolgens alles weer te kunnen eten, van Vlaamse patat met Belgische mayonaise, spareribs, hutspot tot de 10e macht en/of een dubbele coupe amarena van de beste Italiaanse ijswinkel uit Venetië. Vanaf 1977 tot vele jaren na Fiens dood, had gedurende 25 jaar ik niet éénmaal gal gerelateerde klachten gehad, ik kon alles eten en drinken, en deed dat ook.

Na ongeveer 25 jaar, zo bleek, hadden zich galstenen gevormd. Een kleine koliek overkwam me al fietsende. Fien was al lang en breed begraven, en rustte op het mooie kerkhofje van de parochiekerk van Onze Lieve Vrouw van Handel, een bedevaartsoord onder de rook van Gemert-Bakel alwaar reeds sinds de middeleeuwen wonderbaarlijke genezingen plaatsvonden.

Een andere genezende vrouw, de allopathie, de reguliere geneeskunst beoefenend, kruiste mijn weg. De voortreffelijke arts en chirurg Anke Smits van het toenmalige Mesos ziekenhuis Utrecht verwijderde laparoscopisch binnen een kleine 20 minuten galblaas met stenen inhoud.

Fien incorporeerde een ziekenhuis vol aan specialismen, waarbij aangetekend moet worden dat ze veruit meer kennis had dan een club elkaar beconcurrerende academische ziekenhuizen bij elkaar. Fien keek dieper, kon zowel bekende als nog onbekende medische verbanden leggen. Fien stamde reïncarnatief uit een maatschappelijk voornaam geslacht, een dynastie van bijzondere geneesheren en geneesvrouwen, en werd voor een nieuwe incarnatie welbewust geboren in een Brabants plaatsje. Fien droeg een grote medische cultuur in zich, stammend uit verschillende incarnaties, die 30 jaar nadat ze uit de schoot van haar moeder was gekropen zich op de boerderij opnieuw ontvouwde.

Rust was wat Fien in de nieuwe incarnatie nodig had om paranormaal opnieuw tot bloei te kunnen komen. De concurrerende strijd in een van haar vorige incarnaties met metgezellen, haar ‘collega’s’, was slopend geweest, had innerlijke conflictstof opgeleverd, ze had zich geweerd tegen intriges en dat was haar niet in dank afgenomen. De geneeskunst was die incarnatie verworden tot een statussymbool, patiënten tot pionnen om de eigen glorie te kunnen dienen. Het gevecht ertegen had veel gekost, had haar gesloopt. Fien wilde in de nieuwe incarnatie de rust en de elementaire, rechtschapen betrokkenheid tot mens, dier en/of plant, haar status was van geen enkel belang. De keuze voor een maatschappelijk ‘eenvoudig’ leven in de nieuwe incarnatie hadden haar daarbij geholpen. Ze kon haar eeuwenoude gaven opnieuw kwijt in de bosrijke omgeving van Bakel, Gemert en Handel. Haar helderziende en genezende kwaliteiten waren geen spelingen van het lot, maar een voortzetting van haar kennis en ervaring die ze incarnatie na incarnatie had opgebouwd.

Enkele incarnaties vonden plaats in China als medicus aan het hof. In Mongolië was de entiteit onderdeel van een steppevolk, sprak weinig, ‘sprak’ woordeloos met paarden, was een met de natuur, vergaarde kruidenkennis, en een leven te paard als dynamische rust. In het oude India ver voor Christus werd voor de entiteit ‘schools maar effectief’ de basis gelegd voor haar huidige geneeskunst, ze slaagde cum laude avant la lettre. De ‘keuze’ voor de Bakelse incarnatie was voor een deel een reactie op en gevolg van de intriges aan het hof tijdens de Chinese incarnatie. Daarbij was Handel onder de rook van Bakel een Maria-bedevaartsoord waar vele wonderen plaatsvonden, met name voor de gewone sterveling.

Fien van der Putten was geen alledaagse boerenvrouw, met uiteraard respect voor boerenvrouwen, maar ze incorporeerde als deelpersoonlijkheden uit vorige levens:

Een topmedicus aan het Chinese hof, een Mongoolse paardenfluisteraar annex kruidkundige expert van interacties tussen (farmacologische) stoffen en fysiologische processen, en een Indiaas medicus met grote kennis van de chirurgie… maar dan in Bakelse gedaante.

Fien diagnosticeerde adequater dan de gemiddelde huisarts en specialist. Haar informatiesysteem, haar gidsende geleidegeesten, had toegang tot bestaande medische leerboeken en leerboeken die nog geschreven moesten worden. En de kosten voor behandeling en ‘diëtetiek’ waren verwaarloosbaar. De hoogte van de vergoeding voor een consult was naar draagkracht en goeddunken van de bezoeker, en de kosten voor de voorgeschreven recepten/individuele voedingswijzers waren minder dan de uitgaven voor een dagelijkse boodschap bij buurtwinkel en drogist.

Als Fien constateerde dat men niet aan een bepaalde kwaal dood ging, dan gebeurde dat ook niet. De jonge zus, nog een meisje, van de vriendin van mijn eerste echtgenote, was ten dode opgeschreven, althans volgens de medische Jannen en Fritzsen van een Eindhovens ziekenhuis. Ze was stervende. Mevrouw van der Putten werd om advies gevraagd. Deze verklaarde het stervende meisje te kunnen helpen, maar alleen als ze uit het ziekenhuis gehaald zou worden. De dokters van het ziekenhuis schreeuwden moord en brand, het (stervende) meisje zou zeker sterven als ze niet meer behandeld werd door de artsen.

De familie haalde haar uit het ziekenhuis en nam haar mee naar huis. In tegenstelling tot de wetgeving in Groot Brittannië kan dat in Nederland (voorlopig) nog. De behandeling van mevrouw van der Putten kon een aanvang nemen. Het meisje werd een mooie vrouw en leefde nog lang en gelukkig. Met respect voor menige uitstekende specialist, maar de victorie begon voor het meisje toen ze het ziekenhuis de rug toekeerde.

Fien had als coördinator het bevel moeten kunnen voeren over het hele contingent aan academische ziekenhuizen van Zuid, Midden en/of Noord Nederland, specialisten hebben moeten kunnen aansturen. Als minister of staatssecretaris van Volksgezondheid lijnen hebben moeten kunnen uitzetten of, God beter ‘t, corrupte farmaceutische multinationals en kartelvormende zorgverzekeraars moeten kunnen bijscholen.

Gedurende vele jaren in de vorige eeuw stonden in mijn huis dure flesjes penicilline, welhaast permanent, in de koelkast. Voorgeschreven voor mijn toenmalige echtgenote door de nurkse Haagse huisarts Pool. Dit tegen faryngitis, (chronische) keelontsteking. Enkele weken nadat elke kuur was afgelopen manifesteerde zich weer een nieuwe keelontsteking. Een eerste gang naar mevrouw van der Putten loste het probleem in één zitting op, en de kosten bedroegen destijds naast het consult van 5 à 10 vrijwillig gedoneerde guldens, om en nabij één harde gulden.

In de darm van de patiënt zat een relatief kleine ontsteking, zo werd geconstateerd. De vergiften vonden hun weg naar de keel om deze te infecteren, een overigens bekend verschijnsel in de medische astrologie: Spanningsaspecten tussen planeten of huisheren gerelateerd aan de as Schorpioen (darm en uitscheidingsorganen) – Stier (mond en keelgebied). Het recept bestond slechts uit gebroken lijnzaad. Deze behoorde te worden geweekt door er kokend water op te gieten. Na een nacht was de lijnzaad gegeleerd en kon de dikke snot worden opgedronken. Hiermee, zo begreep ik pas in later jaren, werd de darm gereguleerd, en gemaand zijn werk te doen waarvoor hij bestemd was. Door de regulerende werking voor de darm door de stoffen binnen het lijnzaad verdween de ontsteking, gifstoffen werden op een natuurlijke manier afgevoerd. De keel werd gespaard, en de nurkse huisarts aan de Haagse Laan van Meerdervoort kon de recepten voor flesjes penicilline op zijn buik schrijven, in zijn arrogante kont steken zogezegd. De penicilline kon hij beroepshalve innemen, niet letterlijk (alhoewel), om vervolgens te retourneren naar de penicillinefabriek. De keelontsteking deed zich tot aan het einde van de huwelijkse periode niet meer voor, en voor zover mij bekend, daarna ook nimmer.

Mijn tweede vrouw ontwikkelde op relatief jonge leeftijd een acute salpingitis, een uiterst pijnlijke dubbele eileiderontsteking. Patiënt werd vanuit Frankrijk door mij getransporteerd naar Nederland en gelijk opgenomen in het Academisch Ziekenhuis Utrecht. Een deel van de behandeling bestond uit het in bed liggen met opgetrokken knieën, en dit gedurende minimaal 6 weken, een schier oncomfortabele houding. Als gebruikelijk bij ernstige calamiteiten schakelde ik mevrouw van der Putten in. Op basis van het verkregen advies spoedde ik mij enkele dagen per week naar het ziekenhuis, gewapend met een in allerijl genaaide linnen zak met erin vers geplukte brandnetels. Enkele keren per week werd een zak met brandnetels aan het badwater toegevoegd, waarna de patiënt een zitbad nam van om en nabij de 10 minuten. De stoffen uit de brandnetel konden daardoor het onderlichaam binnendringen en hun reinigende werk doen. De dienstdoende verpleegsters werden door mij vooraf ingelicht van het te volgen ritueel.

Rond 3 weken na opname – in plaats van de 6 weken die stonden voor herstel bij een dergelijke aandoening – was de ontsteking tot staan gebracht. De terugtocht naar huis was een feit, en de benen konden weer gestrekt worden.

Fien van der Putten had het niveau van een hoogleraar Diagnostiek, van zoals reeds vermeld, een expert van interacties tussen (farmacologische) stoffen en fysiologische processen, en was een paranormaal (gebeds)genezer. Haar methodiek en behandelingswijze, zo weet ik als paragnost, was voor een deel gestoeld op het zelfgenezend vermogen van de mens, welke werd opgeroepen via de voorgeschreven receptuur. Daardoor werd er een – voor dat moment en voor die kwaal – telepathische band gecreëerd met de patiënt. Van die door haar (onbewust) aangelegde frequentie, konden haar genezende geesten gebruik maken om – zo lang als nodig was – de patiënt bij te staan in zijn genezingsproces. Een privélegertje aan overleden medici en/of therapeutische hulpverleners bogen zich daardoor dag en nacht astraal over de betreffende patiënt.

Deze astrale methode is enigszins vergelijkbaar met het oplossen van computerproblemen via een externe troubleshooter die via zijn computer toegang heeft verkregen tot de computer van een derde: healing by distance.

Het oproepen van Fiens helpers, haar genezende geleidegeesten, haar ziekenhuis vol aan overleden specialisten, maar ook aan filosofen en wijsgeren, werd door haar destijds vertaald in een voornamelijk Joods-christelijke positionering en symboliek: Jezus, Maria en Jozef, en het bijvoorbeeld aanbieden van een scapulier medaille/wonderdadige medaille.

Haar advies om als mantra het zinnetje ‘Jezus, Maria en Jozef’ te repeteren, had – bij een bepaalde patiënt in een bepaalde situatie – een meditatief doel om deze rustig te laten worden. Het zinnetje had ook kunnen zijn: ‘Bakel, Gemert en Handel’, plaatsjes nabij haar woonstee, of de cijferreeks 21, 22 en 23, het schaapjes tellen.

De scapulier medaille/wonderdadige medaille uit het Rooms-katholiek verleden daarentegen, had als inductie voor het genereren van (wonderbaarlijke) kracht ook een stuk uit het handvat van de houten steel van de Gemertse hooivork of tuinhark kunnen zijn, of het bovenste deel van het lepeltje waarmee door Fien in koffie of thee werd geroerd. Dit, om op die manier de energie in het voorwerp dat door haar onbewust maar in ieder geval automatisch ‘geladen’ werd, over te dragen op de patiënt. Relikwieën van rk-heiligen, waarmee Fien bekend was, hadden en hebben, gelijk als magisch geladen voorwerpen binnen andere religies zoals de animistische Candomblé in Brazilië of de Afrikaanse Yoruba’s, een identieke werking. (Verstraaten 2010: 92).

Een collega medium in Amsterdam die ik decennia geleden tijdens haar voordracht bij Harmonia bezocht, en die zonder voorinformatie van mij te hebben ontvangen ik de beeltenis van Fiens bidprentje toonde, vertelde (psychometrische inductie) dat deze (Fien) na haar dood inmiddels een veranderende zienswijze had ontwikkeld met betrekking tot religie en religieuze concepten. Tevens werd kenbaar gemaakt dat mijn voordrachten steevast door haar bezocht werden. Dit om te leren hoe moeilijk te verwoorden begrippen (tijdens consulten) het best in taal te kunnen gieten, een specialiteit waar ik enig patent op heb. Sinds jaar en dag staat er dan ook steevast een lege stoel voor Fien klaar tijdens mijn lezingen en voordrachten.

In 1997 nam ik ik contact op met vader van der Putten, de inmiddels overleden maar toenmalige weduwnaar van Fien. Voordat ik Europa verliet om in Brazilië te gaan wonen wilde ik iets van Fien meenemen, een gesprek met haar man die nog leefde. Op 30 september half 8 ’s avonds kreeg ik telefonisch contact met W. van der Putten, destijds 85 jaar oud.

‘Fiens gaven werden ontdekt toen ze 31 was’, verhaalde vader van der Putten. ‘We waren 5 jaar getrouwd. Ik ontdekte dat ze gaven had, bij het vee, bij paarden, ze had iets bijzonders. Binnen 2 weken stond een stroom van 100 tot 150 patiënten aan de deur. Je wist niet waar ze vandaan kwamen.’ Vader van der Putten vervolgt, ‘ze werkte er mee totdat ze 68 jaar oud was en stierf. Ze stierf door ouderdom, ze was gewoon op, ging als een kaarsje uit. Geen ziekte.’

‘Als ze een vinger op een foto legde begon de vinger te hameren, steeds weer te hameren, en wel op de plek van de kwaal. Kruiden wist ze ineens uit zichzelf, had ze nooit geleerd [in dit leven, mv]. Mijn vinger tikte nooit. Tot 2 maal toe, ging een horloge wat kapot was en in een lade lag in de kamer, later vanzelf weer lopen.’

Vader van der Putten liet me weten dat na haar dood er kanker bij hem werd geconstateerd. Zijn prostaat was zo groot als een kinderkopje, het einde zei de specialist. Hij was destijds in de zeventig, maar het door de specialist voorspelde levenseinde werd met meer dan 10 jaar uitgesteld. Mijn gesprek met hem was tenslotte op zijn 85ste levensjaar. Zowel vader van der Putten als ik waren de mening toegedaan dat Fien vanuit ‘Jenseits’ wel raad wist met een prostaatachtig kinderkopje in de buik van haar destijds nog levende echtgenoot.

Het werk van Fien ontroerde mij, fascineerde mij, raakte mij diep, reeds bij de eerste kennismaking. Haar analyses, gebaseerd op individuele feiten de patiënt betreffende waren van het kaliber Edgar Cayce, het wereldberoemde Amerikaanse medium (Bro 1996; Cerminara 1970), en van Zé Arigó, het fameuze Braziliaanse medium die geïncorporeerd werd door de overleden Duitse medicus Dr. Fritz (Fuller 1974; Verstraaten 2011). Ver vooruitlopend op de toenmalige en zelfs ook op de huidige kennis van lichaam en geest, diende Fien van der Putten de mens. Buiten het sociale aspect om werd ik vanuit mijn werk als docent beeldende kunst aan de Lerarenopleiding getroffen door het creatief oplossend vermogen van haar adviezen en behandelingen, haar minutieuze uitoefening van het ‘vak’, haar zorgvuldigheid.

Het is opmerkelijk en fascinerend te constateren hoe met de wijze van vakuitoefening vaak wordt teruggegrepen naar ervaringen en structuren uit vorige levens. Het vorige levensdecor verplaatst zich naar het decor van het actuele heden van de betreffende. Dat geldt voor boer, timmerman of medicus. Aan Fien van der Putten was te zien dat in vorige levens ze gewend was geweest vele patiënten te behandelen, als een medicus binnen een drukbezette praktijk. Samen met de effectiviteit van haar behandeling, genereerde ze met die vorige levensenergie grote aantallen patiënten, van over de hele wereld. Deze attitude zal voor haar zeker niet altijd even gemakkelijk en gezond zijn geweest, een vrij grote belasting, een mens is maar een mens. Maar door de grote aantallen patiënten werd vaktechnisch gezien haar trance tijdens de beroepsuitoefening er alleen maar door verdiept. Een gevoel, de trance, een energie, die ze ook nodig had, zoals de werking van het cafeïnehoudende kopje koffie bij de meesten van ons even na het wakker worden.

Haar manier van paranormale beroepsuitoefening vertoonde logischerwijs grote overeenkomsten met de wijze waarop ze dat deed in vorige incarnaties. We vinden de subpersoonlijkheden uit haar incarnaties als medium in het heden terug. De Chinese topmedicus, een vrouw, met een breed spectrum aan diagnostische technieken komt in beeld; de non-verbale dynamische stepperuiter (arbeidsvreugde, enthousiasme), een jongensachtige paardrijdende jongeman, met de gave van de non-verbale communicatie (telepathie) en telepathisch rapport en met een oneindige kennis van wat de steppe aan geneeskruiden te bieden had; de zeer gewaardeerde geneesheer uit het oude India van meer dan 1000 jaar voor Christus die leerde gestructureerd en minutieus te werken, en (destijds) kennis had van het hanteren van de scalpel (chirurgie). Samenvattend bestond de adviserende en ‘behandelende’ consultstructuur in de Brabantse incarnatie uit de volgende grootheden.

I. Diagnose, bestaande uit (een combinatie van):
a. Eigen paranormale waarneming (tijdens live consulten); psychometrie via foto’s/voorwerpen zoals brieven (voor consulten op afstand).
b. Mediamieke informatieopbouw, ontvangen informatie over de patiënt via geleidegeesten, welke voornamelijk via haar linkeroor ingefluisterd werden, haar ‘gezegd’ werden (zowel tijdens live consulten als voor consulten op afstand).

II. Behandeling, bestaande uit:
a. (Gebeds)genezing (in gedachten uitgesproken gebeden over de patiënt).
b. Het onbewust leggen van een automatische verbinding (als bij het aanroepen van heiligen, verzoeken om voorspraak) met een serie, vaak medische geleidegeesten die tijdelijk de wacht hielden over de patiënt, zodat deze kon genezen.
c. Het doorgeven van psychologische, sociaal-culturele en therapeutische adviezen, welke afkomstig waren van astrale bronnen.

III. Receptuur, bestaande uit:
a. Op de individuele persoon en kwaal afgestemde voedingsadviezen, maatwerk om een storing te bestrijden en te elimineren.
b. Op de individuele persoon en kwaal afgestemde kruiden, vitaminen, dranken en/of preparaten.
c. Op de individuele persoon afgestemde hulpmiddelen.

Nooit kwam mij een gegeven ter oren dat een door Josephina van der Putten verstrekt advies annex behandeling niet werkte, geen soelaas bood. De enigste ‘maar’ kon de tijdsfactor zijn. De genezingen verliepen snel, maar voor een enkele kwaal was tijd nodig. Een grote wrat/uitstulping met de vorm van een afgeknotte piramide of frustum bij een patiënt moest (zo werd gemeld) elke dag gedurende enige maanden behandeld worden. De tijd verstreek, alsof er niets veranderde, geen teken aan de hemel. Sommige patiënten zouden zijn afgehaakt, ik kende er enigen, doch na maanden schrompelde de uitstulpende wrat weg en verscheen een dubbelblanke gave huid. Het informatie- en behandelsysteem van Fien werkte feilloos.

Aan de Griekse medicus Hippocrates wordt de uitspraak toegeschreven:

Wie geneest heeft gelijk.

Het omgekeerde is eveneens van toepassing. De medische messenslijpers van het Jeroen Bosch Ziekenhuis hadden in 1977 duidelijk geen gelijk, evenmin als de specialisten koekenbakkers van het Eindhovense ziekenhuis die een jongedame zouden hebben laten sterven bij gebrek aan voldoende medische kennis die Fien wel ter beschikking had.

Naast de vele goede medici, laat menige huisarts en medisch specialist het bij tijd en wijle afweten, zeker als er sprake is van niet-reguliere adviezen en behandelmethoden, en verschuilt zich zo is de ervaring, achter de validiteit van het achterhaalde EBM-credo: evidence based medicine (de op wetenschappelijk bewijs gestoelde geneeskunst).

Evident based medicine is een decennialang te pas en onpas gescandeerd begrip waar prof. dr. Y.M. (Ivo) Smulders, hoogleraar Interne Geneeskunde VU medisch centrum, Amsterdam, de vloer mee aanveegde. Smulders temde in een slechts 12 minuten durende videopresentatie voor eens en voor altijd vakkundig ‘het evidencebeest’. Epidemiologisch bewijs is zoals hij wetenschappelijk aantoonde:

Veelal afwezig, vaak ‘onjuist, zelden direct vertaalbaar naar de patiënt, en niet doorslaggevend voor de goede zorg.
(Het evidencebeest. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Podium 11 januari 2012).

Fiens geneeswijze bewees (evidence based) om met Hippocrates te spreken, zijn gelijk. Haar methode vertoonde zoals reeds vermeld, verwantschap met het mediamieke werk van grote mediums als Edgar Cayce (diagnostiek) en Zé Arigó (psychokinetisch interventie). Een deel van haar benadering adopteerde ik en voegde ik samen met vorige levensprotocollen voor diagnose en genezing. In de studie Case of Kor G. & Jody O.: Study on Eczema / Atopic Dermatitis (Verstraaten 2013) is deze structuur uitgebreid omschreven.

Josephina van der Putten – van Dijk was een grootheid. Het was voor mij een eer en een voorrecht haar te hebben leren kennen.

 

Literatuur en verantwoording:

Bro HH. (1996). A Seer Out of Season: The Life Of Edgar Cayce. New York: St. Martin’s Press.

Cerminara G. (1970). Many Mansions: The Edgar Cayce story on Reincarnation. New York: Slone.

Fuller J. (1974). Arigo: Surgeon of the rusty knife (afterword by Henry K. Puharich, M.D.). New York: Thomas Y. Crowell.

Hemert J van. (2004). Scientific Report Spiritual Healing of Rev. Alex Orbito. In eigen beheer. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/15so6Dg

lllich I. (1975). Limits to medicine. Medical Nemesis: The expropriation of Health. Harmondsworth: Penquin.

Kardec A. (1857). The Spirits’ Book. Federaçao Espírita Brasileira. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/1Mcip4H

Kardec A. (1861). The Mediums’ Book. Federaçao Espírita Brasileira. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/1CUsyjN

Kardec A. (1868). The Genesis According to Spiritism. Federaçao Espírita Brasileira. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via  http://bit.ly/1zvfE4t

Pires JH. (1998). Arigó: vida, mediunidade e martírio (4a. ed.). Capivari: EME. Als pdf geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/15smxVL

Smulders YM, Levi MM, Stehouwer CDA, Kramer MHH, & Thijs A. (2010). De rol van epidemiologisch onderzoek bij de individuele patiënt. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 154:A1910. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/1c6CMeM

Smulders YM. (2012). Het evidencebeest. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Podium 11 januari 2012. Geraadpleegd op 9 februari 2015. http://bit.ly/1k3d4Bo

Tenhaeff WHC. (1969). Magnetiseurs, somnambules en gebedsgenezers. Den Haag: Leopold.

Verstraaten MJG. (2011). Braziliaanse geesten, goden en engelbewaarders. Lezing, locatie University of Curaçao. 28 september 2011. http://bit.ly/1IBtihi

Verstraaten MJG. (2010). Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen: Genetica van een innerlijke & uiterlijke carrière. Utrecht / Curaçao: Destinations – Intuitive Intelligence.

Verstraaten MJG. (2013). Case of Kor G. & Jody O.: Study on Eczema / Atopic Dermatitis. Mediumistic Journalism / column/essay. 1 juni 2013. http://bit.ly/1vcVSdh

 

________________________________________________
Relevante artikelen die deel uitmaken van de serie
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – CURA

De paranormale ‘intelligentsia’ van Gemert: God zit in Brabant zelfs tussen vermolmde vloerplanken
HAP Hippocrates – Vijfsterren huisarts Nico van Hasselt
Case of Ricardo B.: Study on Extrasensory Voice Hearing / Auditory Hallucination
Valentijn in Brazilië – de liefde uit een vorig leven
Dutch medium Fien van der Putten – The Faith Healer van Gemert
Case of Rose T. & Mila B.: Study on Secondary Amenorrhoea
Het hart van Snowden en het hoofd van Obama
Case of Kor G. & Jody O.: Study on Eczema / Atopic Dermatitis

Mediumistic Journalism, paranormale onderzoeksjournalistiek, bevat tevens de series

DOCUMENTO ARTE MAFIA – MEDICO
DOCUMENTO ARTE MAFIA – JUSTICIA
DOCUMENTO ARTE MAFIA – QUIMICO
DOCUMENTO ARTE MAFIA – DESPOTISMO

DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – CURA
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – PASADO & FUTURO
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – REENCARNACION
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – ARTE POR ARTE

__________________________________________________

 

Met speciale dank aan vader van der Putten (Wilhelmus Johannes van der Putten, overleden echtgenoot van Fien) die ik in 1997 telefonisch kon spreken, en aan zoon Rinus van der Putten voor de hartelijke ontvangst met koek tijdens mijn bezoek begin 2014 aan hem, zijn gedachtegoed, en de voormalige boerderij in Gemert..

TOEGEVOEGD 15-02-2015 / 19-05-2015
Fientje
Bijdrage met gezichtspunten van Rinus van der Putten, zoon van Josephina van der Putten – van Dijk. Feedback op bijdrage Rinus van der Putten.

TOEGEVOEGD 26-09-2016
Fientje, Facebook-hit vanuit gene zijde
Bijdragen met reacties van Patricia, Annefien, Josette, Fieke, kleinkinderen van Josephina van der Putten – van Dijk. Een boek over Fien?

 

Update 07-01-2018

__________________________________________________________________________________

© MARTIEN VERSTRAATEN
Psychic & mediumistic healer. Past life regression therapist.
Into practice since 1985 (Holland, Curaçao, Brazil, Spain).

Mediumistic journalist. Author.

Formerly professor of visual arts
HAN University of Applied Sciences,
Department of Visual Arts, Nijmegen, Holland.

Formerly professor of visual arts & metaphysical methodology
NHL University of Applied Science
Formerly Faculty of Education of the Leeuwarden Polytechnic,
Department of Visual Arts, Groningen/Leeuwarden, Holland.

Formerly governor of art and culture
Member of the board for Cultural Advice of the County of Groningen
Groningen, Holland
Member of the general board of the Groninger Museum
Groningen, Holland

_______________________________________________


DESTINATIONS
– Laboratory for Intuitive Intelligence
Spain – Holland – Curaçao – Brazil
CONSULTORIO PARANORMAL ANDALUCÍA
Jerez de la Frontera, Cádiz, Spain

www.martienverstraaten.com
information@martienverstraaten.com