Case of Ricardo B.: Study on Extrasensory Voice Hearing / Auditory Hallucination

StemmenHoren copy

Foto (detail): Wikipedia / Logo by Francis Barraud (1856-1924)

DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – CURA 6


Mediumistic Studies on Extrasensory Voice Hearing / Auditory Hallucination, 1993

‘Zijn jullie nou zo dom, of ben ik nou zo wijs’, repliceerde trainer Louis van Gaal eens op vragen van een handvol bijdehante journalisten. Dezelfde quote is van toepassing op het contingent aan psychiaters die niet verder kijkt dan hun DSM-neus lang is en het belang van hun feitelijke opdrachtgevers: de farmaceutische industrie.

Ricardo’s leven was tot een hel verworden. Vrijwel elke dag hoorde hij zo’n half dozijn aan stemmen die hem horendol maakten. Schizofrenie hadden de behandelende psychiaters vele jaren geleden eens gezegd. Daar was het bij gebleven. Ondanks dat hem tegen schizofrenie een rijk gevulde pillenmand als genadebrood werd aangereikt, was zijn leven erbarmelijk. Hij slikte zich suf, maar zijn nachten met ongekende lijdensdruk waren van een afgrijselijke soort waar hoogleraar psychiatrie prof. dr. P.C. Kuiper, zelf ooit voor depressie opgenomen, in Ver heen over had geschreven.

Maar met de geestenwereld is het kwaad kersen eten: DSM-gereutel wordt niet geaccepteerd. Met paranormale diagnostiek en behandeling was Ricardo binnen één maand gedeeltelijk en binnen vier maanden geheel stemmenvrij, zonder medicatie, zonder groene thee, grijze wierook of oranje badzout. Slechts één stem liet ik hem behouden, anders zou het te saai in zijn hoofd zijn geworden. Ricardo kon weer fluiten en naar de meisjes kijken, dat wat hij zo graag wilde. Ricardo oogde helder, had weer zin in het leven. Zijn open wond was geheeld, maar zou volgens mijn artsen in de geestenwereld nog langere tijd nodig hebben om volledig dicht te trekken.

 

Inhoudsopgave

Voorwoord
Inhoudsopgave

1 Introductie
1.1 His Master’s Voice: het stemmen horen, een auditieve communicatie

2 Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)
2.1 De APA-psychiaters
2.2 De DSM-psychiaters

3 Schizofrene en niet-schizofrene hallucinaties
3.1 Het klassieke medisch model van stemmen horen, het gedoe
3.2 Schizofrenie in Maastricht: Een universitaire lente
3.3 Edgar Cayce’s perspectief op voice hearing
3.3.1 Oorzaken op fysiek niveau
3.3.2 Oorzaken op mentaal en spiritueel niveau

4 Vorige levens
4.1 Genezen aan vorige levens
4.2 Vorige levens en schizofrenie

5 Casus Ricardo B.
5.1 De diagnose
5.2 De behandelingen: de commando’s, de passes
5.3 Dialogen voor uitdrijving parasiterende entiteiten
5.4 De wond gehecht, postoperatieve periode
5.5 Het buitenland

6 Samenvatting en conclusies
6.1 Wie geneest heeft gelijk

Literatuur

 

1 Introductie
Een stemmetje in het hoofd van psychiater John Foster had gezegd dat Ricardo schizofreen was. Tenslotte hoorde Ricardo al jaren stemmen, en hij deed behoorlijk raar, sloeg vaak wartaal uit. En dan behoefde je als psychiater de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) niet meer open te slaan. Wanneer een patiënt stemmen hoorde, was hij voor de gemiddelde psychiater dubbel en dwars schizofreen als de dubbele fluittoon op de historische werf van Gdansk waar Nobelprijswinnaar Lech Walesa ooit met Solidariteit begon. Over DSM hadden de goed betaalde Amerikaanse psychiaters consensus bereikt en neergepend in de bijbel die de farmaceutische industrie in feite door de American Psychiatric Association (APA) had laten ontwikkelen.

Thomas S. Szasz (1920-2012), psychiater en wetenschappelijk onderzoeker, tijdens leven een van de exponenten van de antipsychiatrie schreef in dit verband eens met zoveel woorden:

‘If you talk to God, you are praying.
If God talks to you, you have schizophrenia.

If the dead talk to you, you are a spiritualist.
If you talk to the dead, you are a schizophrenic.’

Zoals zaadveredelingsbedrijf Monsanto, berucht door de productie van het Vietnam-verdelgingsmiddel Agent Orange, met patenten op natuurlijke gewassen de wereld autocratisch aan zich bindt als keizer Caligula dat met Rome deed, zo legt de farmaceutische industrie via APA-stromannen de strop om de nek van de zorgverzekerde met de uitgekookte DSM-bijbel.

Zielsziekten moeten voor de farmaceutische industrie zoals alle andere ziekten vooral traject gemakkelijk te benaderen en te behandelen zijn, te institutionaliseren, om met Ivan Illich te spreken. Alleen binnen een dergelijke structuur kan de farmaceutische industrie financieel gedijen. Normale gemoedsaandoeningen kunnen daardoor als nieuwe ziektes met fantastische namen worden ‘uitgevonden’ (binnen DSM5 opgenomen) als: premenstrual dysphoric disorder (menstruatiekramp), disruptive mood dysregulation disorder (driftig kind op de grond), of major depressive disorder (langer dan 2 weken rouwen). En daar zijn uiteraard medicijnen voor te koop. De DSM is de financiële enkelband van het ‘rendementsdenken’ waaraan huisarts, psychiater, zorgverzekeraar en patiënt loopt.

De paranormale geneeskunst, gegrondvest op diagnostiek en behandelingsprotocollen door overleden artsen geïnduceerd die niet of niet meer verslaafd zijn aan het loonzakje of geldbuidel van de farmaceutische industrie, is in veel westerse landen voor alle type ziekten en storingen oppositioneel aan de zogeheten reguliere geneeskunst. In de studies Case of Rose T. & Mila B.: Study on Secondary Amenorrhoea en in Case of Kor G. & Jody O.: Study on Eczema / Atopic Dermatitis wordt beschreven op welke manieren het ziektebeeld werd bestreden: effectief en zonder noemenswaardige kosten, een centenkraam: een horrordraaiboek voor de ‘Monsanto’s’ van de farmaceutische industrie. Stelt u zich eens voor: een ziekte bestrijden zonder dat het geld kost: een nieuwe ziekte.

 

1.1 His Master’s Voice: het stemmen horen, een auditieve communicatie
Het in dit verband metaforische his master’s voice is de stem van en in de mens waar de inwonende persoonlijkheid het meest naar luistert, de innerlijke stem die het meeste positieve of negatieve gewicht in de schaal legt. Binnen de Candomblé, de Afro-Braziliaanse religie waar de orixás, de geesteswezens, het voor het zeggen hebben, is altijd één orixá dominant, leidend. Deze wordt de Dono de Cabeça genoemd, de heer van het hoofd, en is de heer over alle eventuele andere orixás (deelpersoonlijkheden of karaktertrekken) binnen een persoon. Vergelijkbaar met de bouw van een boom die boven de grond bestaat uit de hoofdstam die de energiestroom transporteert naar zijtakken, kleinere takken, twijgen en bladeren of naalden. Bij grotere bomen kan een zijtak zo dik en groot zijn dat deze in een close-upbeeld op een hoofdstam lijkt, maar het desalniettemin niet is. Er is altijd één hoofdstam, er is altijd één dominerende ‘stem’, één leidend beginsel, ook bij een zogeheten, vaak ten onrechte geclassificeerde, Meervoudige Persoonlijkheid Stoornis (MPS). In astrologische termen is de Zon altijd het leidend beginsel, de hoofdsom. In een horoscoop wordt aangegeven dat ook buiten de Zon er krachtige aspecten kunnen worden gevormd door andere planeten, en die de persoonlijkheid (de Zon) ‘lijken’ te overvleugelen.

His master’s voice, de Dono de Cabeça, de hoofdstem binnen een mens behoeft uiteraard niet altijd een vriendelijke ‘persoon’, een zonneschijn brengende gezonde ‘stem’ te zijn. Iedereen, van massamoordenaar, frauderende wetenschapper tot beroepsacteur of psychiatrisch patiënt heeft een Dono de Cabeça, een innerlijke (hoofd)stem die de feitelijke dienst uitmaakt.

In het vervolg van deze studie zal blijken dat iedereen een of meerder stemmen in zich draagt, maar zich daar vaak niet van bewust is, deze informatieve stemmen niet als zodanig herkent. Het is als met de droom, iedereen droomt zoals wetenschappelijk is vast komen te staan, maar niet iedereen herinnert zich zijn dromen.

Een bekend internationaal politicus, heer I.P. voor het gemak, interviewde ik eens met een paranormale techniek, een mix van lichte hypnose verweven met regressieve elementen en extra sensorische informatieopbouw. Na een intro vroeg ik I.P. op basis van welke inzichten hij als bestuurder ooit een grote staking in goede banen had geleid en een dreigende oproer had beteugeld. Dat hij ‘geadviseerd’ werd door een stem was mij al duidelijk voordat ik de vraag stelde. Echter zoals zovele personen was I.P. zich niet bewust van de stem die hem geadviseerd had, en hij antwoordde naar eer en geweten:

‘Gewoon intuïtie/ingeving, het kwam in me op’.
Ik vroeg I.P. terug te gaan in de tijd en te ‘her-inneren’ van waar dat gevoel (van de verkregen/ontstane informatie wat te doen) zich in zijn lichaam zo mogelijk had gemanifesteerd.
‘In mijn hoofd’, zo antwoordde hij.
‘Links of rechts’, zo vroeg ik.
‘Rechts’, antwoordde hij.
‘Was de info reeds in uw hoofd, of kwam het naar uw idee van buiten?’
‘Van buiten’, vervolgde hij.
‘Zag u de informatie of ‘hoorde’ u deze?’
‘Ik hoorde deze geluidloos in mijn hoofd, zoals men in de herinnering een fuga van Bach of een vlot deuntje kan horen’.
‘Hoe vaak had u deze vorm van informatievoorziening in uw leven als bestuurder?’
‘Altijd als ik innerlijk een vraag stelde naar aanleiding van een op handen zijnde bestuurlijke crisis’.

De internationale politicus I.P. hoorde zoals elk ander mens dus stemmen, was niet schizofreen, niet dronken of onder invloed van beroerde drugs. Heer I.P. deed qua voice hearing niet onder voor de pastoor die met God praat of de imam die met Allah het laatste nieuws doorneemt, om van de bevlogen trompettist op het North Sea Jazzfestival maar niet te spreken die via ingevende stemmen als een Miles Davis zich een plaatsje in de muziekgeschiedenis wil verwerven.

Het hebben en horen van stemmen is net zo gewoon en wijdverbreid als het imaginair kunnen ‘zien’ van de wenkbrauwen van een van de schoonouders, Paul Rosenmöller of van Ruud Lubbers. De vraag zal straks worden: Wie is de master in een bepaald persoon waar qua stem naar geluisterd wordt, en hoe verhouden we ons of willen ons verhouden tot deze stem of stemmen?


2 Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)

De ‘dienaren’ van de geestelijke gezondheid die de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) samenstelden en updaten (DSM5) hebben hetzelfde type carcinogeen DNA als de economische fascisten van de Amerikaanse biotechnologische zaadveredelaar Monsanto (Pfizer/Rockefeller-clan) en de politieke machiavellisten van investeringsbank Goldman Sachs, welke eerste heiland de wereld wil demoniseren en welke laatsten Griekenland economisch de nek omdraaiden. DSM heeft in haar ontstaansgeschiedenis zoveel macht verworven dat de strafmaat door een rechter bij een veroordeelde met een psychiatrisch verleden opgelegd, afhangt van de bevonden DSM-classificatie, en van geen andere.

De DSM beoogde zoals ook de ICD, de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems van de World Health Organization (WHO) die meer intercultureel gevoelig is, consensus te verschaffen over de classificatie van mentale ziekten, maar is verworden tot een knellende en peperdure halsband die niet de psychiatrische patiënt dient, maar de farmaceutisch industrie, die via APA-psychiaters zich in ernstige mate schuldig maakt aan financial conflicts of interest.

Significant was dat de diagnose schizofrenie veel meer gesteld werd in de Verenigde Staten dan in Europa, onbetrouwbaar was, blijkens het onderzoek On being sane in insane places (Rosemhan 1972) gepubliceerd in Science. De diagnose schizofrenie moest worden herzien, APA moest met DSM opnieuw naar de drukker.

Doordat de DSM dermate geïnstitutionaliseerd is, geadopteerd door de meeste zorgverleners en premie-innende zorgverzekeraars, zoals ook in Nederland, is het geen manual meer maar een ijzeren korset, zowel inhoudelijk als instrumenteel, voor zorgaanbieder, voor zorgverzekeraar, en dus voor (tegen) de patiënt

De huidige, en naar mijn idee ook de toekomstige, ontwikkeling van functie en positie van de DSM, zeg maar gewoon de APA, roept door het dominante patroon paragnostische beelden op van de in de voormalige Sovjet-Unie op communisme gestoelde psychiatrie, die zoals bij psichoesjka’s (klinieken met dwangbehandeling), de functie had slechts de machthebbers te dienen en het volk te knechten, als in Fritz Lang’s film Metropolis: totalitair, dictatoriaal, economisch fascistisch. Elke emotie wil en zal door de farmaceutische industrie in kaart worden gebracht, tot storing geëtiketteerd om vervolgens de dure pillenwinkel er over uit te kunnen storten.

Het decennialang onnodig lijden van Ricardo B. was een gevolg van de diagnose schizofrenie, van de diagnosticerende psychiater, van de DSM die de psychiater het ‘licht’ liet zien, van de APA die daarvoor de ‘wetenschappers’ leverde, en de farmaceutische industrie die daarvoor de portemonnee trok, met miljoenen, er belang bij had.

De APA, het ‘wetenschappelijk’ toeleveringsbedrijf voor DSM, was in 2006 voor haar inkomsten voor 30 procent afhankelijk van de farmaceutische industrie. De helft via advertenties in hun tijdschrift en de andere helft door het laten sponsoren van congressen en symposia. (CCHR. Drogeren uit winstbejag). We zullen APA eens met een extrasensorische lens beschijnen, en de farmahoeren, de Monsanto’s en Golden Sachs’ van de psychiatrie, nader bekijken.

 

2.1 De APA-psychiaters
De geschiedenis van de psychiatrie, zo leert ons de mede door hoogleraar psychiatrie Thomas Szasz (1920-2012) opgerichte Citizens Commission of Human Rights (CCHR), is er een van minder fraai tot uiterst misdadig. Psychiaters van allerlei kunnen en niet-kunnen, beijverden zich om met de nieuwste wondermiddelen, horrorvindingen gewoonlijk, een ‘bijdrage’ te leveren aan het welzijn van psychiatrische patiënten.

Met Eugenetica (rasverbetering) had de psychiatrie al vroeg ‘humaan’ van zich doen spreken. De nazi’s hadden wat de Eurgenetica betrof, zo bleek tijdens de Processen van Neurenberg, zich laten inspireren door de Amerikanen die al lang voor de Holocaust wetten uitvaardigden (1896) waarin het epileptische en zwakzinnige mensen verboden werd te trouwen, en waarbij in Californië tussen 1907 en 1963 op grote schaal sterilisaties (64.000) werden uitgevoerd.

Vanaf midden vorige eeuw werden nieuwe wondermiddelen ontwikkeld als lobotomie (ijspriem via de oogkas de hersenen indrijven, beetje in de hersenen roeren), zelfs bij stoute kinderen toegepast; Thorazine, de chemische lobotomie, stond garant voor gigantische, blijvend neurologische beschadigingen: tardive dyskinesia (bewegingsstoornis, permanente tics); elektroshock, zelfs onder dwang, ook in Nederland toegepast, Wet Bopz); en van recentere datum, het antidepressieve ‘zelfmoordmiddel’ Prozac, goed voor 20.000 bijwerkingen, van de Zweedse farmaceut Eli Lilly. (Virapen 2009).

Daarbij waren en zijn, met name in Amerika, eer en financieel gewin het hoog scorende koppel. Niet in het minst in de weg gestaan door de in 1906 opgerichte Food and Drug Association (FDA), de club van voor het oog strenge bestuurders die naast de National Institute of Mental Health de belangen van politiek en commercie dient.

In het Amerikaanse psychiatrische landschap staat de APA als een controversiële hallmark centraal. De ontdekking en ontwikkeling van de psychofarmaca was dan ook een geschenk uit de hemel voor APA-psychiaters en hun collega’s wereldwijd. Het voorschrijven van een pil door de psychiater reduceerde de tijdsduur van een consult aanzienlijk, in dezelfde tijdsspanning konden meerdere consulten gegeven worden, dus meer geld in het laatje worden gegenereerd (Robert Whitaker 2001).

Probleem was dat een en ander gelegaliseerd moest worden met een wetenschappelijk verhaaltje. De wereldwijd op geld beluste psychiaters verzamelden zich en kwamen in 1967 bijeen op het beroemd en berucht geworden psychiatrisch congres van Puerto Rico. De oorzaken van psychiatrische ziekten werden zowel in de slotverklaring als in een officieel rapport toegeschreven aan een chemische onbalans in de hersenen, het ontbreken van een stofje dus. Een wetenschappelijke verklaring, geniaal, hoe bedenk je het. De wereld zou psychofarmaceutisch worden gekolonialiseerd, de veroverende machthebbers waren niet Columbus en de Spaanse koningin Isabel I de Katholieke, maar de megalomane pillendraaiers die hun schepen vol bijwerkingen naar alle hoeken van de wereld dirigeerden. Zorg dat je nieuwe psychiatrische aandoeningen creëert, maakt niet uit welke, breng alle menselijke emoties in kaart, laat de psychiater die behandelen met daarvoor ontwikkelde medicijnen, de ontbrekende stofjes in de hersenen, en laat de productiemachine op volle toeren draaien. Tenslotte heeft de hele wereld wel ergens een emotioneel deukje, pillen draaien dus. De verkoop van psychofarmaca levert momenteel zo’n 80 miljard dollar per jaar op.

De APA, eigenaar en uitgever van de DSM, verdiende en verdient er kapitalen mee, een handboek dat is uitgegroeid van 145 pagina’s (DSM-I) in 1952 tot bijna 1000 pagina’s (DSM5) in 2013. Hoe meer ‘ziekten’ kunnen worden uitgevonden, hoe meer de kassa kan rinkelen, van psychiater en geneesmiddelenproducent. Tegen het jaar 2080 kunnen we volstaan met een DSM-80, waarschijnlijk slechts een 80 pagina’s dun boekje, waarin nog slechts enkele emoties staan die niet als ziekte konden worden geclassificeerd.

De hoeveelheid klonten boter die de APA op haar hoofd heeft is immens. Op enig moment in de geschiedenis van de APA was er op geen enkele Amerikaanse universiteit nog een psychiater te vinden die niet betaald werd door de farmaceutische industrie, zoals van hun collega psychiaters, de wetenschappers binnen het Amerikaanse National Institute of Health bekend werd dat ze meer geld van de drugsproducenten ontvingen dan hun belastbaar inkomen. (CCHR. Drogeren uit winstbejag).


2.2 De DSM-psychiaters

De DSM, met de dominante intentie van Mijn Kampf, Mao’s Rode Boekje, het Oude Testament, de Koran en de Thora, is een inquisitorisch geschrift.

Onder de vlag van een manual dicteren de Amerikanen de geestelijke gezondheid van vandaag, en godbetert, die van onze kinderen van morgen. De zorgverzekeraars in vele landen, in ieder geval in Nederland, vergoeden slechts ziekten die door de DSM staan gecategoriseerd en als code worden vermeld. Daardoor en daarmee is de behandelaar verworden tot de horige van de APA en dus van de farmaceutische industrie.

Met de DSM deelt de APA de mensheid in 2 categorieën: degenen met een mentale stoornis zoals die door APA- en DSM-psychiaters gezien wordt, en diegenen die door indirecte medische selectie overblijven om in een keurslijf te mogen excelleren. Puriteins Amerika op zijn best: het Guantanamo-wereldbeeld van George W. Bush’ You’re either with us, or against us, en iets minder recent, de communistenjager Joseph McCarthy die met schrikbewind de Amerikaanse onwelgevallige intelligentsia terroriseerde, eveneens een Republikein uiteraard.

Drapetomanie, een chique term voor het weglopen van zwarte slaven, was nog niet zo heel lang geleden (1851) een psychiatrische stoornis. Zweepslagen als behandeling, en de vermeende stoornis gebruikt als politiek instrument voor onderdrukking. Paranoia querulans, querulantengedrag, nog steeds een psychiatrische storing. Journalist Willem Oltnans die met succes het jarenlang opnam tegen de staat der Nederlanden, werd weggezet als querulant. Ook Fred Spijkers, klokkenluider bij het Ministerie van Defensie, die het opnam tegen de staat moest het als querulant ontgelden, werd door de staat (Lamid: Landmacht Inlichtingen Dienst) met een vervals psychiatrisch rapport ontslagen. Geclassificeerd als ‘politiek crimineel’ en als ‘politiek psychiatrisch geval’. Hemelsbreed is Moskou als zetel van de schending van mensenrechten nog niet eens zo ver verwijderd van Den Haag. Misbruik van psychiatrie vond en vindt ook dicht bij huis plaats. ‘Ode’ aan artsen en psychiaters binnen NL-staatsdienst die met de DSM op schoot in de zaak Spijkers de mensenrechten geweld aan deden.

Het vakblad ‘Openbaar Bestuur’ publiceerde maart 2008 in de zaak Spijkers de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek, welk was uitgevoerd door elf academici onder leiding van de universitair docent prof. dr. Joep van der Vliet:

(..) Psychiater Keilson onderzocht Spijkers en concludeerde dat hij niet leed aan enig psychiatrisch gebrek en niet arbeidsongeschikt was.

(…) De uitkomst van dit psychiatrisch onderzoek werd eveneens verdraaid, nu door de onderzoekscommissie. Zij beweerde dat Keilson had vastgesteld dat Spijkers leed aan ziekte of gebrek en daarom arbeidsongeschikt was.

(…) ‘Er is geen twijfel over mogelijk dat het ministerie van Defensie probeert om aan een arbeidsconflict met u [Spijkers] een einde te maken door u psychiatrisch ziek te doen verklaren. De met dat doel geraadpleegde externe psychiatrische deskundigen [die de genoemde second opinions opstelden] hebben – en dat strekt hen tot eer – aan deze ontoelaatbare manoeuvre geen medewerking gegeven. Anders lag dat voor [de RBB-artsen], die er blijkbaar geen been in zagen om met hun medische verantwoordelijkheid de hand te lichten. http://bit.ly/1xxqCa0

Van der Vliet concludeert dat „sommige gezagsdragers en politiek verantwoordelijken”, onder wie „ministers en staatssecretarissen van Defensie en Binnenlandse Zaken van 1984 tot heden” hun beroepsplicht „grof hebben geschonden.” Volgens Van der Vliet waren ze „geen hoeders van de rechtvaardigheid en de rechtsstaat”, maar gebruikten ze „de bevoegdheden die hun ten dienste stonden om de rechten van een burger met voeten te treden.” (NRC 2008).

Men moet zich afvragen welke partij op basis van de DSM-codes leed aan Paranoia querulans. Spijkers en zijn wetenschappelijke adjudanten, of de staat der Nederlander met hun foute artsen en psychiaters die de verkeerde broodheer dienden? Het antwoord laat zich raden.

Psychiater Thomas S. Szasz lanceerde reeds in 1963 de term Therapeutic State. In zijn gelijknamige studie The Therapeutic State: The Tyranny of Pharmacracy (Szasz 2001) wijst Szasz als een Ivan Illich op het gevaar van een bondgenootschap tussen de staat en de psychiatrie, die, zoals een concordaat tussen kerk en staat, de mensheid knecht.

(…) The steady increase in the number of lawyers compared to the number of physicians is consistent both with the expansion of pharmacratic tyranny and with the underlying conflict between health and freedom that so many people sense. In 1956, approximately 7,500 law degrees and 6,000 medical degrees were awarded in the United States, for a ratio of 1.2 law degrees for every medical degree. In 1996, 40,000 law degrees and 15,000 medical degrees were awarded, for a ratio of 2.6 to 1.

In zijn conclusie schrijft Stasz:

(…) The collectivization of American medicine, like the collectivization of much else in America, began during the presidency of Franklin D. Roosevelt. In 1940, in a speech delivered at the dedication of the newly established National Institutes of Health, Roosevelt declared: “The defense this nation seeks involves a great deal more than building airplanes, ships, guns, and bombs. We cannot be a strong nation unless we are a healthy nation” (qtd. in Fallows 1999, 68).

(…) We can become a healthy nation only by separating medicine and the state, not by making the state the source of health care, as have the communists, with similarly disastrous results.

Long before the reign of modern totalitarianisms, English economist and statesman Richard Cobden (1804–65) warned: “They who propose to influence by force the traffic of the world, forget that affairs of trade, like matters of conscience, change their very nature if touched by the hand of violence; for as faith, if forced, would no longer be religion, but hypocrisy, so commerce becomes robbery if coerced by warlike armaments” (qtd. in Ideas on Liberty [February 2000], back cover). The same principle applies to medicine. As “affairs of trade . . . change their very nature if touched by the hand of violence,” so affairs of medicine also change their very nature if touched by the hand of violence and, if forced, cease to be forms of treatment, instead becoming forms of tyranny. (The Therapeutic State).

De door Szasz betitelde Therapeutische Staat is een systeem waarin ongewenste gedachten, emoties en handelingen worden onderdrukt (‘genezen’) door middel van pseudomedische ingrepen. Ten behoeve van een Amerikaans onderzoek bezocht een journalist met een gefingeerde psychiatrische ziekte tientallen geregistreerde psychiaters voor diagnose en medicatie. De ‘consulten’ werden met een geheime camera vastgelegd. De tientallen diagnoses voor een en dezelfde persoon waren allen diametraal tegenovergesteld aan elkaar, als ook de tientallen verschillende medicijnen die voor dezelfde persoon werden voorgeschreven. (CCHR. Het verzinnen van geestesziekten).

Geen enkele vermeende psychiatrische ziekte kan bijvoorbeeld via een biopsie worden aangetoond. Psychiatrische diagnoses zijn minder dan nattevingerwerk, gesteld op basis van DSM-aannames die ooit bij stemming werden bepleit. De DSM van de APA is verworden tot de Constitution van een Therapeutische Staat, die fraude, corruptie en eigenbelang tot haar belangrijkste artikelen en amendementen heeft gemaakt.

Een van de belangrijkste artikelen in de ‘Constitution’ is de verdeling van de poen: Financial conflict of interest.

“Momenteel heeft 69 procent van de psychiaters die de nieuwe Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders maken banden met de farmaceutische industrie, schrijven Cosgrove en Krimsky (2006, 2012). Zij melden dat in driekwart van de werkgroepen die behept zijn met het schrijven van verschillende onderdelen van hét psychiatrische handboek, bij de meerderheid van de deelnemers sprake is van belangenverstrengeling.

Opvallend is dat een groot aantal betrokkenen met belangenverstrengeling vaker wordt gezien in werkgroepen die zich bezighouden met aandoeningen waarvoor als eerstelijnsbehandeling medicijnen worden aangeraden. In de werkgroep die gaat over stemmingsstoornissen heeft bijvoorbeeld 62 procent banden met de industrie. In de werkgroepen over psychotische aandoeningen en slaap/waakstoornissen is dit respectievelijk 83 en 100 procent.”

Medisch Contact, 2012. http://bit.ly/1F23hoK

Om als psychiater zowel ‘regulier’ als niet regulier inkomsten te genereren is een ander artikel van de ‘Constitution’ van belang. Zoals in deze studie reeds aangehaald is de geregelde aanmaak van nieuwe psychiatrische ziektebeelden daarvoor onontkoombaar. Door het aantal nieuw ‘ontdekte’ ziekten geregistreerd in de DSM5 werden in een klap miljoenen en miljoenen, Amerikaanse en niet-Amerikaanse burgers ziek verklaard: tel uit je winst.

In de voorbereidingen voor de DSM5 deed de APA een duit in zakje door een zogenaamd transparantieoffensieve te creëren. Transparantie om te laten zien hoe de zaak geflest wordt lost de problemen niet op. Wereldwijd is de kritiek niet mals. De term Machiavellisme valt.

“We’re not trying to say there’s some Machiavellian plot to bias the psychiatric taxonomy,” said Cosgrove, who is also a research fellow at Harvard’s Edmond J. Safra Center for Ethics. “But transparency alone cannot mitigate unintentional bias and the appearance of bias, which impact scientific integrity and public trust.”

(…) “They’re at the boundary of normality,” said Frances, who is professor emeritus of psychiatry at Duke University. “And these days, most diagnostic decisions are not made by psychiatrists trained to distinguish between the two. Most are made by primary care doctors who see a patient for about seven minutes and write a prescription [bold, mv].”

Under the new criteria, grief after the loss of a loved one, mild memory loss in the elderly and frequent temper tantrums in kids would constitute psychiatric disorders. An online petition challenging the proposed changes, which would label millions more Americans as mentally ill, has accrued more than 12,000 signatures. (ABC News, 2012).

Ook de Washington Post, niet de minste in het kritische spectrum van Amerika, liet met Antidepressants to treat grief? Psychiatry panelists with ties to drug industry say yes van zich horen nog voordat APA de DSM5 het dure levenslicht liet zien.

“It was a simple experiment in healing the bereaved: Twenty-two patients who had recently lost a spouse were given a widely used antidepressant.

The drug, marketed as Wellbutrin, improved “major depressive symptoms occurring shortly after the loss of a loved one,” the report in the Journal of Clinical Psychiatry concluded.

When, though, should the bereaved be medicated? For years, the official handbook of psychiatry, issued by the American Psychiatric Association, advised against diagnosing major depression when the distress is “better accounted for by bereavement.” Such grief, experts said, was better left to nature.

But that may be changing.

In what some prominent critics have called a bonanza for the drug companies [bold, mv], the American Psychiatric Association this month voted to drop the old warning against diagnosing depression in the bereaved, opening the way for more of them to be diagnosed with major depression — and thus, treated with antidepressants.” (The Washington Post)

De schanddaden van de APA en van de psychiatrie in het algemeen zijn onovertroffen, de voorbeelden onuitputtelijk. In een indrukwekkende serie toont de Citizens Commision on Human Rights op welke manier een leger aan psychiaters via de geest van de mens de wereld aan zijn voeten wenst te krijgen. Daarbij openlijk verklaart het onderwijs en de politiek te willen penetreren om bepaalde gedachten uit de mens te bannen, en andere gedachten als vaderlandsliefde en gezinswaarden er in te planten.

Fritz Langs film Metropolis droeg niet alleen een waarschuwend element in zich, maar was een document van de werkelijkheid, met dien verstande dat die werkelijkheid zich nog moest afdrukken op een toekomstig plan.

 

3 Schizofrene en niet-schizofrene hallucinaties
Als we de DSM van onze APA-vrienden geloven moeten alle paragnosten, mediums en helderzienden op zijn minst schizofreen zijn en behept met wanen en psychoses in alle maten en soorten. Immers, deze zien, horen, ruiken of proeven tijdens het geven van consulten, Exta Sensory Perception (ESP), respectievelijk beelden, stemmen, geuren en smaken die er niet zijn. Sensorische ervaringen die er ogenschijnlijk niet zijn vanuit de uiterst beperkte visie en het gedateerde wereldbeeld van de gemiddeld klassiek opgeleide psychiater. Daarbij elke cultuur die buiten de grenzen van het westerse denken zich manifesteert uitsluitend, als missionarissen in een koloniaal verleden die ongeletterde zwartjes in Afrika met zilverpapier en kraaltjes deden kerstenen door de ‘juiste’ boodschap te willen brengen.

Het luisteren naar de stem van het hart, in de liefde, van bijvoorbeeld huisarts, psychiater of specialist met betrekking tot zijn eigen partner of tot de dartelende en kokette nachtzuster in de psychiatrische kliniek, zouden we ook onder schizofrenie moeten rekenen. De innerlijk hoorbare roep van een geliefde op enig moment, een auditieve hallucinatie, is vanuit DSM een aandoening, een psychiatrische storing. Immers, het verzendstation van de stem, van de roepende afzender, van de geliefde of heimelijke minnares, is stoffelijk niet aanwezig. Ook het imaginair horen van de stem van een overleden vader of moeder zou de DSM indachtig, gerekend moeten worden tot schizofrene hallucinatie, want pa of ma is jaren geleden al overleden. Maar hij of zij kan ons namelijk met een imaginair stemmetje ‘aanmoedigen’ om bij twijfel toch maar een andere baan te nemen, een andere hypotheek te ritselen of de aanschaf van een andere auto te overwegen.

Categorieën waarbinnen hallucinaties kunnen en worden ondergebracht zijn er dan ook in vele soorten en maten. De schizofrene hallucinatie binnen het zogeheten schizoïde spectrum, vaak een verlegenheidsdiagnose die te simpel voor woorden is, is slechts één verklaringsmodel, en dan ook nog een die volledig mank gaat.

De eerste keer dat ik het verschil in beeld mocht brengen tussen mediamieke en psychiatrische informatieopbouw vond onder het toeziende oog van schrijver en gebedsgenezer Pater Paul Brenneker plaats voor psychiaters en staf van het Algemeen Psychiatrisch Ziekenhuis Dr. D.R. Caprileskliniek (Klinika Capriles) op Curaçao tijdens mijn eerste bezoek aldaar in 1989. Daarbij duidde ik tijdens een demonstratieve sessie op paragnostische en mediamieke basis een serie casussen middels het psychometrisch lezen van voor dat doel dichtgeplakte patiëntenmappen. De diagnoses en adviezen voor behandeling stelde ik voor het gehoor op basis van de informatie die ik kreeg van overledenen en op basis van het schouwen in de vorige levens van de betreffende patiënten waarvoor de mappen waren aangeleverd. Hierdoor werd door een Nederlandse psychiater de uitroep ontlokt:

‘Uw informatieopbouw is van een geheel andere aard dan die wij kennen.’ En hij vervolgde: ‘Gaarne’ zou ik nader met uw informatiesysteem willen kennismaken. Een enkele patiënt bezorgd me namelijk enige hoofdbrekens.’

Er leiden vele psychiatrische wegen naar Rome. De Afro-Braziliaanse Pai de Santo gaat wat de duiding van de hallucinatie betreft anders te werk, heeft daarvoor weer een andere Bijbel dan de Surinaamse wint-genezer of de boeddhistische psychiater. Maar een ding is mij beroepsmatig duidelijk geworden:

De inhoud van dat wat hallucinatie genoemd wordt – het beeld (visueel), de stem (auditief), het gevoel (somatisch), en soms ook de geur (olfactorisch) of de smaak (gustoir) – van schizofreen tot niet-schizofreen bestempelde aard, is altijd afkomstig uit de geestenwereld. Is astraal van origine, afkomstig van entiteiten, in enigerlei vorm, een die of dat, zich buiten het aardse plan bevindend.

Het lichaam en de geest van een persoon, patiënt of niet-patiënt, is daarbij het ontvangsttoestel, de radio, tv, laptop of iPad. De lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betreffende, de constitutie, genetisch bepaald of product van een moment, is de factor waardoor hallucinaties uit de astrale wereld wel of niet doorkomen.

De aanname in de psychiatrie dat bij een hallucinatie de prikkel uit de buitenwereld ontbreekt, is onjuist.

De prikkel wordt weliswaar ín de binnenwereld van de persoon waargenomen via registratie op het innerlijk ‘scherm’, de sensorische beleving, maar is extern van oorsprong. De zender kan de geest van een levend persoon zijn (telepathie), of afkomstig zijn uit de astrale wereld waar de doden wonen en werken.

Gijsbert van der Zeeuw (1912-1981), een internationaal gerenommeerde Nederlandse paragnost, tevens auteur, beschreef in Wanen of geesten: Gestoord of bezeten? Psychiatrische patiënten paragnostisch bezien (1979) de hallucinatie terecht als volgt:

Wij spreken dan van hallucinaties of wanen, maar weten nu dat dit alleen zo is ten opzichte van de buitenwereld. Daarin is inderdaad geen ‘bron’ van deze indrukken aanwezig, maar wel bestaat de ‘bron’ ervan in de geestenwereld. Het begrip voor deze patiënten hangt dus zuiver af van het feit, of men al dan niet deze geestenwereld aanvaardt.

De dichtheid van het energetisch veld van een persoon, de aura of gevoelslaag, is bepalend of er wel dan niet iets doorkomt vanuit de astrale wereld, en in welke mate. Zodra de aura een pak op zijn donder heeft gehad, vertoont deze scheuren, lekkage en klopt men bij de psychiater aan. De oorzaken van ‘lekkage’ worden gevonden in:

Endogene bronnen:
1. Genetische aanleg: sensitief zenuwstelsel en/of endocriene stelsel
2. Lichamelijke conditie: overbelasting, anorexia nervosa, duikverslaving
3. Disfuncties: gebrekkig werkende uitscheidingsorganen en eliminatiesystemen
4. Chronisch of tijdelijk tekorten: vitaminen en mineralen
5. Verslaving: alcohol, harddrugs, medicijnen

Exogene bronnen:
1. Psychologische factoren: trauma’s, stress, angsten die het zenuwstelsel belasten
2. Sociale factoren: oorlog, molest, culturele desoriëntatie, hersenspoeling, religieus fundamentalisme
3. Astrale factoren: bezetting door astrale parasieten/entiteiten uit huidige of vorige levens
4. Paranormale factoren: conflicterend gebruik mediamieke technieken, negatief mediumschap
5. Comorbide factoren: endogeen en/of exogeen

Door ‘lekkage’ kan informatie van positieve of negatieve entiteiten binnendringen in de waarnemingssystemen van de persoon: gedachten, stemmen, beelden.

Bij positieve astrale informatie – de geniale uitvinding, de tijdige gang naar de Beurs, het vinden van de juiste makelaar, de muzikant in trance, de Messi’s van het voetbal – lopen we niet zo snel naar huisarts of zielenknijper, ook als we periodiek stemmen of beelden zouden ontvangen.

Zodra negatieve informatie binnenkomt die maar moeilijk verwerkt kan worden en gaat gisten, staan negatieve entiteiten, parasitaire eenheden, klaar om de regie over te nemen. De persoon is dan patiënt en wordt overgeleverd aan de grillen en belangen van de stalkende of bezettende entiteit(en). De zogeheten hallucinaties kunnen zich dan in volle hevigheid manifesteren. Vrijwel alle verslavingen werken via dit principe.

Het is dan aan het medium, psychiater of psycholoog de patiënt te behandelen. Met of zonder medicatie moet dan geprobeerd worden het lek in de aura te dichten.

 

3.1 Het klassieke medisch model van stemmen horen, het gedoe
Zoals wel vaker voorkomt in de geneeskunde wordt bij gehele of gedeeltelijke onbekendheid over de oorzaak van een ziekte een dozijn aan verlegenheidsdiagnoses gesteld. Bij schizofrenie wordt alle aandacht voornamelijk gericht op het ontwikkelde kwetsbaarheid-stressmodel (Zubin & Spring 1977; Nuechterlein & Dawson 1994) waarbij endogene (innerlijke) en exogene (uiterlijke) bronnen worden onderscheiden, en het model feitelijk de plaats inneemt van de diagnose, en… van de behandeling. De omgekeerde wereld, symptoombestrijding. Het kwetsbaarheid-stressmodel zou evengoed kunnen worden toegepast op de fietsenmaker met kinkhoest, de lesbienne met aambeien, of op de popcornverkoopster in de bioscoop met agorafobie.

Deze benaderingswijze past uitstekend bij de APA-psychiaters, of zij nu Johnson in Amerika heten dan wel Vanderstuiteren of Bleekman in België of Nederland. De ziekte, schizofrenie, welke zich onder andere manifesteert door het horen van stemmen, vindt in APA-termen zijn oorsprong door een ‘chemische onbalans’ in de hersenen. ‘Do you like peultjes?!’

Een enkele psychiater geeft toe niet te weten wat de werkelijke oorzaak van schizofrenie is. Waarna hij/zij zich richt op het deels valide (conform schema binnen paragraaf 3), deels invalide kwetsbaarheid-stressmodel, om vervolgens de patiënt te voederen met psychofarmaca om de symptomen te onderdrukken en de bijwerkingen tot leven te brengen.

Op menige stemmenpoli, zoals die van het Utrechts Medisch Centrum (UMC), wordt gepsychologiseerd. De stemmen zijn producten van en in het hoofd van de patiënt, zo laat prof. dr. Iris Sommer, hoogleraar psychiatrie, de patiënten weten. En met deze waan in het achterhoofd (van de psychiater uiteraard) wordt therapie bedreven, symptoombestrijding. http://bit.ly/1CGohzy . De biologische factoren worden met scans in kaart gebracht, arbitraire conclusies worden getrokken op basis van methodologische bias en ‘belangen-gerelateerde’/psychologische bias. http://bit.ly/1FdajHv .

Binnen het UMC is schizofrenie biologisch familie van tinnitus, oorsuizen, u hoort het goed. Met alle respect voor Sommers mogelijke intentie om stemmenhoorders een betere kwaliteit van leven te geven, is zij op zoek naar nieuwe ‘invasieve technieken’ om die arme drommels te helpen. Naast de niet-invasieve Transcraniële Magnetische Stimulatie (TMS) loopt zij warm voor een invasieve behandeling waarbij een elektrode onder de schedel wordt geplaatst die 24 uur per dag stimulatie afgeeft. http://bit.ly/19EZLE8

Waarom niet gelijk de kwaal aanpakken door op de schedel met een grote gegalvaniseerde kolenschop te slaan: stimulatie! Waar hadden we dit soort verhalen eerder gehoord? Lobotomie door met de ijspriem in de oogkas te meuren, ook om alleen de lijdende medemens te helpen; shocktherapie, het liefst onder dwang; Thoraxine als chemische lobotomie, ook om de arme drommels uit de brand te helpen. Maar dan alleen diegenen die erg lijden, want de nieuwe methode in ontwikkeling die door Sommer wordt voorgestaan is zeker niet zonder gevaar, geeft risico’s zoals Sommer ons laat weten. Zeer oude psychiatrische wijn in nieuwe zakken: carrière maken, experimentele technieken ontwikkelen, publiceren in de Lancet, eer en roem, hoezo patiënt.

Sommer lijkt op een APA-vrouw, maar dan aan deze kant van de oceaan. Verlegenheidsdiagnoses, het uitgebreid ingaan op de factoren van het kwetsbaarheid-stressmodel (erfelijke aanleg, de invloed van verwachtingen, somberheid en andere carnavaleske aandoeningen), http://bit.ly/1BWswFi), dan wel de oorzaken van schizofrenie zoeken in zowel chemische onbalans (dopamine) alsmede in biologische factoren.

Om met de tijd mee te gaan doet prof. Sommer een ogenschijnlijk paranormale duit in het zakje, heel vooruitstrevend als het zo uit komt. Ze memoreert dat mensen die stemmen horen dit ook ‘zien’ – die mensen dus, niet zij ziet het – als verhoogde intuïtie, een zesde zintuig, en dat ‘zij’, die mensen, (zelfs) informatie krijgen via overledenen, hun beroep er van kunnen maken, en dat er geen verschil is tussen psychose en paranormale begaafdheid. Hoe progressief toch, ware het niet dat deze betoverende zienswijze voor geen meter is terug te vinden in de behandelingsprotocollen voor haar patiënten. In een repressieve tolerantie naar ik verwacht, mogen de patiënten als verklaringsmodel zelfs aangeven dat de oorsprong van de stemmen desnoods van de Bijbelse oomzegger of aangetrouwde tante van Kaïn en Abel zouden kunnen komen.

Het dubbele, zeg maar schizofrene, gezicht van de UMC-poli ten aanzien van paranormale issues en extrasensorische informatieopbouw herinnert mij aan een ervaring van Frank van Ree, een bewogen en een van de meest tot de verbeelding sprekende psychiaters die Nederland ooit kende. De voorwoorden in zijn boeken, zo meldde hij in 2007 in Medisch Contact, waren altijd lovend, maar de auteurs van die teksten – merendeels hoogleraren – citeerden hem in hun eigen werk nooit.

Feit is dus dat bij Sommer de stemmen in de patiënt gelokaliseerd dienen te worden. En daar gaat het wetenschappelijk, alle de theorie volgende jonge academici ten spijt, volledig fout.

De stemmen zoals ik en elke paragnost of medium wereldwijd weet (Van der Zeeuw 1979), komen van buiten maar worden in het innerlijk waargenomen. Een gemiste kans. Te dure behandelingen en een te duur hoogleraarschap voor de belastingbetaler, te weinig rendement voor de lijdende patiënt. Met bijvoorbeeld regressietherapie naar vorige levens wordt door menige regressietherapeut de oorsprong van de auditieve hallucinatie binnen enkele sessies opgespoord, behandeld en veelal voorgoed naar Verweggistan gestuurd (Ten Dam, 2013).

 

3.2 Schizofrenie in Maastricht: Een universitaire lente
Wat psychotherapeuten kunnen leren van Louis van Gaal kopt een artikel in Gezondheidskrant. Aanleiding is de inaugurele rede Wat psychotherapeuten kunnen leren van honkbal, hockey en Van Gaal (20 maart 2014) van prof. Patricia van Oppen die benoemd is tot hoogleraar psychotherapie in de psychiatrie op de Vrije Universiteit. Van Oppen, met het beste beentje voor, begint gelijk al goed.

‘Een therapeut moet leren om – soms geheel tegen de eigen intuïtie in [onderstreept, mv.] – beslissingen te nemen. Net zoals Louis van Gaal dit als trainer deed met zijn de cruciale keeperswissel tijdens het WK in 2014.’

Via GGZnieuws.nl in Gezondheidskrant http://bit.ly/1MZdwJL

Nou ga ik er vanuit dat Van Oppen het beste met de mensheid voor heeft, maar als er iemand ooit een keeperswissel entameerde die ‘niet’ tegen de eigen intuïtie inging – dus op basis van intuïtie genomen werd – dan was het de keeperswissel van Van Gaal wel.

Met de intuïtie komen we terecht bij psychiater Jim van Os, die samen met 5 collega’s in een spraakmakend artikel op 7 maart 2015 in NRC kopt Laten we de diagnose schizofrenie vergeten.

De intuïtieve insteek om een schot voor de boeg te geven, een knaller, op en in de vesting psychiatrie, getuigd van historisch inzicht en van grote moed. Het was al weer even geleden dat een andere medische gladiator, prof. Bob Smalhout, met De dood op tafel, collega’s voor decennia in de gordijnen joeg om uiteindelijk erelid te worden van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA).

De 6 van de Maastrichtse Lente, inclusief Jim van Os, zijn: Robert Vermeieren, kinder- en jeugdpsychiater, Aartjan Beekman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, Wilma Boelvink en Rutger Engels van het Trimbos-instituut en Rutger Jan van der Gaag van artsenfederatie KNMG.

Van Os in Zorg en welzijn:

‘Een psychose komt voort uit persoonlijke emoties, die zo moeilijk te dragen zijn dat de patiënt een vertekend beeld van de werkelijkheid waarneemt, dat door andere mensen niet wordt begrepen. Schizofrenie wordt niet als een psychotische aandoening behandeld maar als een biomedische hersenziekte [onderstreept, mv]. Van Os: ‘Dit is wetenschappelijk gezien onjuist. Deze zienswijze draagt bovendien bij aan negatieve verwachtingen over het herstel.’ Onterecht, menen Van Os en de vijf andere deskundigen…’

Het artikel in NRC, 7 maart 2015 en de inpandige visie van de vertegenwoordigers van de Maastrichtse Lente is natuurlijk olie op het vuur van het Utrechtse UMC en UU. Prof. Iris Sommer die we in de vorige paragraaf al goed leerden kennen, reageert in NRC, 13 maart 2015 alsof een wesp zich wetenschappelijk in haar achterwerk heeft genesteld. Haar jarenlang bij elkaar gepunnikte verhaal van de aantoonbare medisch-biologische component binnen schizofrenie, staat ter discussie, om niet van haar snobistisch ego te spreken dat staat te wankelen, getuige de antipsychiatrie en de Maagdenhuisbezetting die door haar van stal werden gehaald.

Haar verhaal wordt in Medisch Contact uiteraard gedekt door Sommers Utrechtse collega, prof. René Kahn, die jaren in New York City onderzoek deed naar, uiteraard, de biologische achtergronden van angststoornissen en schizofrenie. Kahn, van zeg maar, het Utrechtse APA-bastion UU en UMC, die als Sommer de biologische psychiatrie een warm hart toedraagt, liet in 2008 in Vrij Nederland nog optekenen De psychiatrie is er voor zieken, niet voor mensen die ‘lijden aan het leven (!). Het zal niet zo bedoeld zijn, maar toch. Kahn zal, gezien zijn leeropdracht, uitspraken en serotonine-bevlogenheid, het zeker goed doen bij de APA-medicijnmannen.

Wellicht dat de eerste kiemen voor de Maastrichtse Lente die Van Os en de zijnen het daglicht lieten zien gezocht moeten worden in de periode toen pioniers als psychiater Sandra Escher en prof. Marius Romme uitgebreid een andere betekenis en dimensie gaven aan de ervaringen van stemmenhoorders.

Maastricht was en is een hele stap vooruit, een grote. Maar het is slechts een stap. Ook in Maastricht worden de oorzaken van het stemmen horen, voor zover die in beeld komen, binnen de patiënt, pardon, de cliënt gelegd. Het beeldscherm binnen een persoon, door Gijsbert van der Zeeuw benoemd, waarop (geluids)beelden worden geprojecteerd door entiteiten, is voor zover ik ben geïnformeerd, ook in Maastricht onbekend.

 

3.3 Edgar Cayce’s perspectief op voice hearing
Op basis van de systematiek van psychiatrische ziekten, ontwikkeld door de Duitse psychiater Emil Kraepelin (1856-1926) en verschenen als Compendium der Psychiatrie (1883), werd in Edgar Cayce’s tijd schizofrenie nog benoemd als dementia praecox.

Ziener en medium Edgar Cayce (Hopkinsville KY, 1877-1945) en zijn A.R.E, was wat medische kennis betreft, zijn tijd ver vooruit. Ook zijn visie, analyses en behandelingen op en van psychiatrische geclassificeerde aandoeningen zoals auditieve hallucinaties (het stemmen horen), getuigen daarvan.

Ziekte en storing wordt altijd beoordeeld met de maatstaf van de tijdsgeest waarbinnen fenomenen worden waargenomen en ervaren. Nog niet zo heel lang geleden werd homoseksualiteit binnen DSM die in 1952 het licht zag, nog middeleeuws als ziekte gekwalificeerd. Wiskundige Alan Turing, het Britse genie die de Duitse Enigma-machine tijdens de Tweede Wereldoorlog kraakte, werd in 1952 ‘als verdienste voor het vaderland’ wegens homoseksualiteit gearresteerd en chemisch gecastreerd. Ja, we hebben veel gehad aan de ijverige DSM-mannen van weleer die met consensus de wetgever inspireerden.

In een van zijn readings (5210-1, F.22) positioneert Cayce (psychiatrische) ziekte bij vraagstelling en antwoord als volgt:

The patient asked [laat vragen via de gebruikelijke procedure van de readings], “Am I slightly mentally ill?” Edgar Cayce’s answer was, “No, save as to who would be the judge. Every individual is slightly mentally ill to someone else.

Zoals later in deze studie wordt getoond benoemd Cayce een serie factoren die ten grondslag kunnen liggen aan schizofrenie/auditieve hallucinatie (midden vorige eeuw zoals reeds gemeld, dementia praecox genoemd).

Een eerste factor van bijzondere aard, geheel in overeenstemming met mijn eigen waarneming bij patiënten, is dewelke die werd gegeven door Joseph Campbell (1904-1987), Amerikaans hoogleraar mythologie en kenner vergelijkende godsdienstwetenschappen, welke visie parallel loopt met Cayce’s visie op schizofrenie.

The schizophrenic is drowning in the same waters in which the mystic swims with delight. Edgar Cayce made the same observation in his readings (e.g., 281-24).

‘Schizophrenic’ mysticism is buiten Cayce wereldwijd in religies en wereldbeschouwingen vertegenwoordigd, behalve dan in de APA-religie van de Westerse psychiatrie. We kennen de effectieve behandeling van ‘religieuze en/of magische bezettingen’, wat in het Westen schizofrenie genoemd wordt, door de Afro-Braziliaanse Candomblé en Umbanda, de Surinaamse Winti, het mystiek Soefisme of door Indonesische doekoens of Arabischislamitische (gebeds)genezers gepraktiseerd. Daarbij wordt verschil gemaakt tussen schizofrenie/psychose en respectievelijk bezetting door orixás (Brazilië), Winti’s (Suriname), Djinns (Marokko), of door sjamanistische voorouders (Java).

Europa lag nog dronken in een middeleeuwse slaap, zeker medisch, toen in 711 de Berberse veldheer Tariq Ibn Zijad de Islam over de Straat van Gibraltar heen tilde waardoor het moorse Al-Andalus op het Iberisch schiereiland zou ontstaan. APA-DSM moest nog geboren worden, het etiket schizofrenie had nog geen zetter of drukker, maar de ouden, de Arabische geneesheren van weleer met inpandige kennis van Oudindische en Oudgriekse ‘voorvaderen’, wisten hoe stemmenhoorders te moeten behandelen en vooral hoe te bejegenen.

Henry Stephen, voormalig sociaal psychiatrisch verpleegkundige in Amsterdam Medisch Centrum, Surinaamse bonoeman en winti-kenner, is bekend met de dunne scheidslijn die bestaat tussen psychiatrie en mystiek, tussen psychose en trance, waarbij hij de soms moeilijk te onderscheiden diagnostische verschillen in beeld brengt. (Stephen, z.j.).

Een substantieel deel van de door Edgar Cayce aangemerkte oorzaken bij dementia praecox/schizofrenie/het stemmen horen is gelijk aan andere (in zijn tijd bekende) psychiatrische aandoeningen zoals waanstoornis, psychose, manisch-depressief of paranoia, met symptomen als wanen, psychosen, desoriëntatie, depersonalisatie of autistisch gedrag.

De in de readings genoemde oorzaken van schizofrenie verschillen gradueel per individuele patiënt. Echter, de hoeveelheid readings met betrekking tot schizofrenie (en psychiatrische aandoeningen in het algemeen) in ogenschouw nemend, komt de A.R.E. tot een vaststelling van de belangrijkste oorzaken en aandachtsrichtingen.

Cayce onderkent een gamma aan oorzaken die ten grondslag liggen aan de term schizofrenie waarmee hij als term verwijst naar een groep verwante ziekten met verschillende etiologieën. De oorzaken bij alle geestesziekten, onbalans, zijn conform zijn visie op het complete bouwwerk mens – fysiek, mentaal en spiritueel – ook op deze 3 niveaus terug te vinden: enkelvoudig of zoals vaker geconstateerd, qua niveau in onderlinge wisselwerking.


3.3.1 Oorzaken op fysiek niveau
Op het stoffelijke vlak, de bouw, de anatomie, worden genetische factoren genoemd [De genetische factor behoort naast het fysieke niveau ook tot het spirituele niveau. Dit door de ‘ouderkeuze’ bij de actuele incarnatie. mv].

“De genetische factoren zijn geen simplistisch entiteiten, maar variëren qua beïnvloeding van ‘aangeboren zijn’ (zich waarschijnlijk onafhankelijk manifesterend tot andere factoren) tot alleen maar ‘neigingen’ (erfelijke kwetsbaarheid zoals voorgesteld in het kwetsbaarheid-stressmodel).”
(A.R.E.: Edgar Cayce’s perspectief op schizofrenie)

Trauma’s speelden mee. Vaak werd ruggengraatletsel gememoreerd, maar ook andere vormen van somatische disfunctie werden genoemd die belangrijke etiologische factoren waren bij het ontstaan van psychotische symptomen. Toxiciteit van het lichaam door inferieure werking van de uitscheidingsorganen werd (evenals bij constitutioneel eczeem) eveneens gemeld, en als belangrijke oorzaak onderscheiden.

Storingen van het endocrien systeem werden in Cayce’s visie tot geestesziekten vaak veroorzaakt door prenatale ontwikkelingsstoornissen, door infecties of letsels tijdens perioden later in het leven, of door een slechte coördinatie van het autonome zenuwstelsel, en vaker gekoppeld aan stoornissen van het zenuwstelsel. De pijnappelklier werd daarbij met name genoemd. Cayce impliceerde dat deze klier zowel het autonoom als het centraal zenuwstelsel omvatte, en een coördinerende functie had.

De povere coördinatie van het centrale en autonome zenuwstelsel, aangeboren of door trauma ontstaan, werd als een zeer belangrijke factor door Cayce aangeduid. De incoördinatie tussen deze zenuwstelsels was fysiek, of misschien wel chemische van aard, en werd het vaakst gelokaliseerd langs het ruggenmerg, en wel in die centra (in sommige tradities chakra’s genoemd) waar de twee systemen op elkaar aansluiten. De readings impliceren in de interpretatie van de A.R.E. een scheiding of disfunctie van de synaptische verbindingen. Cayce beschreef synaptische disfuncties waardoor de ontvangst van berichten van het centrale zenuwstelsel als zijnde niet verzonden door het sensorische systeem als volgt:

“We hebben zojuist beschreven hoe de supergevoeligheid van de zenuwkrachten het lichaam opent om zulke invloeden, of het lichaam wordt wat zou een mens radio worden genoemd, maar in het geven uitdrukking aan wat wordt behandeld, kunnen vaak afleiden wat er eigenlijk gezegd, gevoeld of gedachte. Want gedachten zijn dingen! En ze hebben hun effect op individuen, met name op diegenen die super sensitief zijn voor invloeden van buitenaf! Deze zijn net zo fysiek als het met de hand vasthouden van een pen!” (reading 386-2)

In reading 3950-1 geeft Cayce inzicht in de functie van elektriciteit in een fysiek organisme, van belang bij onder andere de coördinatie van het centrale en autonome zenuwstelsel.

“Zoals we kunnen zien in een functionerend fysiek organisme, is elektriciteit in haar eerste of eenvoudigste vorm de dichtstbijzijnde trilling in de fysieke zin van Leven zelf, want het is de kern van elk atoom of beginsel door de atomaire activiteit van bloedpulsatie ingesteld, dat begint vanaf de vereniging van plasma dat uit zichzelf leven creëert in een fysiek organisme.” (reading 3950-1)

In een van zijn readings wordt duidelijk dat bij incoördinatie tussen het centrale en autonome zenuwstelsel [vaak voorkomend bij schizofrenie] er een gebrek is aan voldoende elektrische impulsen. Daardoor worden onvoldoende zenuwuiteinden aangemaakt teneinde in de aangegeven gebieden verbindingen in zenuwplasma (protoplasma zenuwcel) te kunnen vormen.

“Het effect om betere verbindingen te creëren in de synaptische centra, vooral waar deze zenuwstelsels samenkomen, ontbreekt vaak in belangrijke mate bij een deel van patiënten met schizofrenie. Elektriciteit [de elektrische impuls als elektrisch fenomeen] kan blijkbaar zenuwplasma (nerve plasm) of weefsel aanmaken dat de synaptische knoppen vergroot en dus de verbinding verbetert.” (reading 5088-1, F. 67)

Dit zou, volgens de A.R.E., de ‘successen’ van de [uiterst controversiële] elektroshock kunnen verklaren.

Cayce’s bevindingen, tenslotte meer dan honderd jaar geleden in beeld gebracht, zijn logisch en conform hedendaagse opvattingen met betrekking tot synaptische transmissie.

Ook afwijkingen in de hersenen brachten vaker systemische disfuncties met zich mee. Cayce gaf heldere beschrijvingen van geconstateerde hersenbeschadigingen bij personen die aan schizofrenie leden, en beval tevens behandelingen aan voor het regenereren van het zenuwstelsel.


3.3.2 Oorzaken op mentaal en spiritueel niveau
Stress werd als een belangrijke etiologische factor bij het ontstaan van schizofrene symptomen genoemd. Functionele stoornissen, zoals emotionele stress, nervositeit of ‘overbelasting’ werden aangeduid als voorkomende oorzaken van geestesziekten, maar gemanifesteerd in een lichamelijke aandoening, en hadden dezelfde negatieve uitwerking als de gevolgen voor het zenuwstelsel door een trauma aan de ruggengraat.

“Dit [de emotionele stress] veroorzaakt, door middel van deze druk, die spasmodische condities voor reacties tussen het sympathische en het cerebrospinale systeem dat is aangeduid als een psychische stoornis. De reactie is niet geestelijk, maar een fysieke, die werkt aan, of op, het mentale [aspect] – zodat de reflexen die via het sympathische zenuwstelsel komen diegene zijn die een normale impuls verhinderen door hun reactie, die druk veroorzakend, die voorwaarde… ” (reading 2200-1)

Het menselijk lichaam, zo betoogde Cayce, bevat koppelingen (centra) voor spirituele en mentale dimensies. Deze centra [langs de ruggengraat gelokaliseerd] bestaan binnen het hormoon- en zenuwstelsel. Chemische onbalans of letsel aan deze systemen verstoren deze centra, en veroorzaken de psychotische symptomen die gepaard gaan met schizofrenie.

Transpersoonlijke aspecten als – karma en bezetenheid – werden eveneens vermeld en konden worden beschouwd als complicaties van het pathologische proces bij schizofrenie.

In enkele gevallen werd Cayce gevraagd naar de oorzaak van hallucinaties. Hij beschreef in reading 386-2 de synaptische disfuncties die resulteerden in het ontvangen van berichten van het centraal zenuwstelsel die niet waren verzonden door het zintuigstelsel dat als onderdeel van het zenuwstelsel verantwoordelijk is voor het verwerken van informatie uit de zintuigen.

“We hebben zojuist beschreven hoe de supergevoeligheid van de zenuwkrachten het lichaam opent voor zulke invloeden; of [anders gezegd] het lichaam wordt wat men zou kunnen noemen een menselijke radio, maar kan in de geuite vorm van wat wordt gehoord, vaak afwijken van wat er daadwerkelijk is gezegd, gevoeld of gedacht. Want gedachten zijn dingen! en ze hebben hun effect op individuen, met name op diegenen die super gevoelig zijn voor invloeden van buitenaf! Deze zijn net zo fysiek als het steken van een pin in de hand! “(reading 386-2)

In lezing 5380-1, M. 54 was Cayce nog meer specifiek:

“En dus de zenuwkrachten voor het lichaam, [zowel voor] dit lichaam als elk [ander] lichaam, elke persoon, die destructieve gedachte maakt in het lichaam, veroordeelt zichzelf voor dit of dat, veroorzaakt, tenzij als er geldige reacties zijn, dissociatie of gebrek aan coördinatie tussen [het] sympathisch en cerebrospinale systeem, en het kan [daardoor] elke aandoening veroorzaken die puur fysiek is door achteruitgang van mentale processen en hun effect op organen van het lichaam.” (reading 5380-1, M. 54)

Het landschap aan oorzaken en achtergronden bij schizofrenie door Edgar Cayce benoemd is, met respect voor de lijder, medisch boeiender, veelvuldig gevarieerder, en per saldo logischer van structuur dan de APA-broeders en hun farmaceutische handlangers ons willen doen geloven, en is vooral, spotgoedkoop.

Door de reeds aangehaalde reading 5210-1, F.22 Every individual is slightly mentally ill to someone else, en reading 281-24 welke door Joseph Campbell werd samenvat met The schizophrenic is drowning in the same waters in which the mystic swims with delight, krijgt dat wat door APA-mannen schizofrenie wordt genoemd, door een interpretatie op het spirituele niveau diagnostisch een totaal andere kleur.

(…) Thus disintegration is produced, and ye call it dementia praecox [zoals schizofrenie genoemd werd] – by the very smoothing of the indentations necessary for the rotary influence or vital force of the spirit within same to find expression. Thus derangements come.
Such, then, become possessed as of hearing voices, because of their closeness to the Borderland [het astrale gebied, waar gedesincarneerde zielen geacht worden hun kopje koffie te drinken, mv.]. Many of these are termed deranged when they may have more of a closeness to the universal than one who may be standing nearby and commenting [onderstreping, mv.]; yet they are awry when it comes to being normally balanced or healthy for their activity in a material world. (reading 281-24)

De lijst met ‘schizofrenen’ is eindeloos lang. Wat te denken van ons aller vriend, Mozes, de man van het brandende braambos, die nadat hij met ‘God’ gepraat had in trance de berg afdaalde met wat brokken steen onder zijn arm: de stenen tafelen. Rijp voor opname en zware medicatie zouden APA-psychiaters ontegenzeggelijk zeggen, uiteraard ook namens psychiaters van christelijke signatuur. De maagd Maria dan, die ‘bezocht’ werd door engel Gabriël voor de annunciatie, de aankondiging dat de geboorte van ene Jezus aanstaande was, en nog wel onbevlekt ingeleid! Volgens DSM5 had Maria gelijk aan de psychofarmaca gemoeten. En de rk-priesters niet te vergeten, die jaarlijks ‘geroepen’ worden om in te treden, om God te dienen, die jaarlijks een handvol frisse misdienaars aan hun gulp rijgen, overrijp voor antipsychotica. Mohammed dan, de schizofreen onder de schizofrenen, babbelde met Allah een hele wereldreligie bij elkaar, en iedereen die het geloofde.

Lao Tse, Gautama Boeddha, Meester Eckhart, Leonardo da Vinci, Copernicus, René Descartes, Benjamin Franklin, Emanuel Swedenborg, Blais Pascal, Thomas Edison, Henry Ford, Inayat Khan, allen APA-schizofrenen die het tweede gezicht hadden, naar influisteringen luisterden, maar ook Pablo Picasso, Walt Disney, Steve Jobs en Bill Gates moeten aan het APA-infuus wegens schizofreen gelabelde uitingen door visionair gedrag.

Klinisch psycholoog, prof. Louis A. Sass, psychopathologie, filosofie en de kunsten, schreef Madness and Modernism: Insanity in the Light of Modern Art, Literature, and Thought (Sass 1994), een 595 pagina’s fascinerend boek, waarin ook hij ‘schizofrenen’ van formaat de revue liet passeren: Franz Kafka, Paul Valery, Samuel Beckett, Alain Robbe-Grillet, Giorgio de Chirico en Salvador Dali. (Sass 1994). Onder de titel Schizophrenia: Chicken or Egg? prees The New York Times Sass en zijn boek (terecht) de hemel in.

Aan de ogenschijnlijk irreële denkpatronen van Dadaïst Marcel Duchamp, qua denkwereld minstens zo afwijkend van de realiteit als de doorsnee paranoïde ‘schizofreen’ in het kwadraat, hebben we de moderne kunsten te danken, daardoor de paars geverfde haren van de juf aan de kassa van de Hema, en… uiteindelijk ook de iPhone. Geen Steve Jobs denkbaar zonder Marcel Duchamps legendarische werk.

Het is hoogst verwonderlijk dat een man van het kaliber Sass tweemaal voor korte tijd met de APA verbonden was. Een reeks in zijn boek opgeworpen vragen over ogenschijnlijk parallelle werelden hadden gemakkelijk langs metafysische weg beantwoord kunnen worden, of op zijn minst enige duidelijkheid kunnen hebben verschaft. De geestenwereld geeft namelijk dezelfde visitekaartjes af, zowel aan ‘schizofrenen’ als aan geniale schilders, schrijvers, musici of wetenschappers.


4 Vorige levens

Vorige levens wonen dichter bij huis dan menigeen denkt. Naast de droom was het paranormale consult bij een gespecialiseerd medium lang de bekendste ingang tot vorige levens, en in later tijden gevolgd door regressieve reïncarnatiesessies met gebruikmaking van de klassieke hypnose. De ogenschijnlijk moeilijke bereikbaarheid van vorige levens is als idee ook lange tijd door het paranormale priester- en therapeutengilde moedwillig in stand gehouden. Tenslotte wilde men geen gratis ov-jaarkaart verstrekken om gemakkelijk naar vorige levens af te kunnen reizen. Volgens de theosofen moest je een bepaald niveau hebben annex een onberispelijke levenswandel om tot vorige levens te kunnen doordringen.

Maar vorige levens lagen en liggen overal voor het oprapen, tussen de rozenkrans biddende bedevaartgangers in de trein naar Lourdes maar ook op de hoek van de stamtafel van het morsige buurtcafé in een ambiance van verschaald bier en repeterende alcoholistenpraat. Regressies naar vorige levens voerde ik uit al ontspannend wandelend met de cliënt langs de uiterwaarden van een rivier, collectief tijdens praktijkcolleges beeldende kunst, in een overvol en rumoerig Grand café, al zwemmend, schrijvend, middels beeldende videoregistratie of tijdens de gezamenlijke afwas. Vorige levens zijn overal te vinden en liggen overal voor het grijpen.

Vorige levens zijn dus niet extreem ver verwijderd of uiterst moeilijk bereikbaar. De som van (bijna) alle levens kan gemakkelijk worden teruggevonden in de persoonlijkheid en het karakter, met al zijn voorkeuren, wensen, moeilijkheden en mogelijkheden. De tijdens de incarnatie meegenomen levens zijn als deel- of subpersoonlijkheden in het karakter van de persoon aanwezig, en worden genetisch en spiritueel via de ouders naar het huidige leven en het huidige levensdecor getransporteerd.

De voorkeur voor bepaalde geuren, kleuren, smaken en geluiden; maar ook sterke begeerte en afkeur; de inrichting van de boekenkast; het naaimandje of de fruitschaal; de haardracht, de stofsoort, de oorbel en de schoengesp; de motoriek, de loop-, zit- en slaaphouding; nobele en ook minder fraaie aandoeningen, in feite alles wat de mens omringt kan direct en indirect naar vorige levens leiden.

Het opsporen van vorige levens wordt geïnduceerd zonder de klassieke hypnose. Afhankelijk van de aard en affiniteit van de cliënt wordt gebruik gemaakt van imaginaire, visuele of emotionele inductietechnieken (technieken om een trance op te wekken). De eeuwige winterhanden, kriebelhoest of gelukzalige lachsalvo’s kunnen de emotionele of fysieke trigger zijn om de cliënt inductief naar een vorig leven te katapulteren. De remigrant, de reiziger naar vorige levens, ervaart enerzijds het vorige leven, maar blijft zich toch volledig bewust van het heden. Daardoor is hij of zij zich na afloop volledig bewust van zijn reis naar het verleden.

Regressies naar vorige levens kunnen in zijn algemeenheid worden gebruikt voor het opsporen en/of begeleiden van:

A. Persoonlijk

Lichamelijke processen
Vraagstukken over ziekte en algemene gezondheid

Hardnekkige klachten en moeilijk te lokaliseren storingen
Chronische pijnen en/of fantoompijnen
Psychosomatisch gerelateerde aandoeningen
Storingen het zenuwstelsel betreffend
Hormonale storingen
Storingen van de stofwisseling
Dermatologische aandoeningen

Psychosociale processen
Emotionele vraagstukken
Seksualiteit en genderthema’s
Relationele patronen

Spirituele processen
Vorige levens records
Bestemmingen en verborgen talenten
Klachtenpatronen stammend uit vorige levens
Fobieën, trauma’s, semiobsessies
Leer- en gedragsvraagstukken

Hoog Sensitieve (HSP) en Hoog Intelligente Personen
Analyse en integratie van en bij intuïtieve, emotionele, culturele en/of cognitieve intelligentie

B. Maatschappelijk

Verborgen talenten en hun gebruiksmogelijkheden; analyse en planning
Opvoeding
Studie, scholing en nieuwe uitdagingen
Beroepsvoorlichting en carrière vorming
Partnership

Nieuwsgierigheid en leergierigheid
Individueel historisch besef en de daaruit voortvloeiende kwaliteiten
Politieke en sociaal-culturele vraagstukken

C. Bedrijf en Organisatie

Bekwaamheid; in de handel, managementsporen en bestuurlijke wortels
Personeel- en groepsverbanden; organisaties in vorige levens
Organisatieantropologie en creatief management
De geldstroom; de kennis van geld en de visie op geld
Leiderschap
Bedrijfsprocessen
Zakelijke aangelegenheden

 

4.1 Genezen aan vorige levens
Psychiater Dr. Morris Netherton (& N. Shiffrin) schreef Geschiedenis herhaalt zich. Genezen aan vorige levens (vert. van Past Life Therapy, 1978). Morris Netherton kan in de moderne tijd als de vader van de reïncarnatietherapie worden genoemd, alhoewel psychiater Dennis Kelsey en zijn vrouw, het medium Joan Grant (Winged Pharaoh, 1937), hem voorgingen, en Albert de Rochas in Parijs al in 1896 experimenteerde. Met de subtitel Genezen aan vorige levens verwijst het boek van Netherton naar casussen van ziekten en storingen die hun oorsprong hadden in vorige levens, en vervolgens hoe deze te behandelen, te genezen.

Sinds 1978, het jaar dat wel als het geboortejaar van de moderne reïncarnatietherapie wordt gezien, is wereldwijd een imperium aan kennis en ervaring opgebouwd, met een onuitputtelijke hoeveelheid uitstekende vakliteratuur, een revolutie in de geest: Netherton, Wambach, Fiore, Cerminara, Sutphen, Modi, Weiss, Ferreira, Woolger, Ten Dam, Lucas.

Het is een grote jammer dat in de reguliere therapeutenkamer geen gebruik kan en mag worden gemaakt van de kennis die, de reguliere therapeut ontgaat!

Psychiater Kelsey verzuchtte:

In a maximum of twelve hours of regression therapy I can accomplish what will take a psychoanalyst three years. (Ten Dam 2013).

Zowel als paragnost en reïncarnatietherapeut had ik dezelfde type ervaringen als Kelsey.

Als docent aan de Lerarenopleiding vroeg een studente mij eens tijdens een praktijkcollege of ik aan de hand van haar tekening haar karakter kon beschrijven. Een peulenschil, voor mij althans. Binnen enkele minuten beschreef ik, niet als docent maar als paragnost, de hoofdlijnen van haar karakter, welke analyse ik verluchtigde met enkele details die alleen zij kon weten. Met een glimlach op haar gezicht vertelde ze dat haar psychiater waar ze onder behandeling was 3 jaar nodig had gehad voor de analyse die ik in 3 minuten had gemaakt.

Op een van de Caribische eilanden duidde ik de oorsprong van een vrouw met de huidziekte vitiligo. In haar vorig leven leefde ze ook binnen het Koninkrijk der Nederlanden, maar dan in Nederland, Amsterdam. Ze woonde destijds ergens vier hoog achter in een pandje waar er zoveel van zijn, en die met slechts één smalle trap toegang gaf tot de boven elkaar gestapelde appartementjes. Er was onder haar in het pand ergens brand uitgebroken, de weg naar beneden was geblokkeerd geraakt, paniek en claustrofobie in haar laatste uren. Haar huid werd verbrand, verschroeid, en haar geest ook. In haar Caribische leven manifesteerde vitiligo, een storing in de pigmentwerking van de huid, zich het meest duidelijk op haar (donkere) huid, als fobische elementen en andere stressoren haar levenspad kruisten. De ‘vlekken’ op haar huid in het heden waren vrijwel identiek aan het patroon van de verbrande huid in Amsterdam. Geen psycholoog of psychiater die daar ooit een vinger achter had kunnen krijgen, en dan maar een verlegenheidsdiagnose verzint of tot kleuterpraat overgaat.

Mevrouw, een Surinaamse, heeft jarenlang pijn in een been, strompelt. Geen internist die iets kan vinden. In een vorig leven is een van haar benen geamputeerd geworden. Van vorige levens heeft ze geen weet, maar ik vertel haar dat er een gevoel in haar is dat bang is voor amputatie. Ze bevestigd dit, ze er vaker aan denkt, dit nog nooit tegen iemand te hebben verteld. Na het consult hoor ik maanden niets van mevrouw totdat ik een andere dame, haar buurvrouw, per toeval spreek. Of ik niet weet wat er met deze mevrouw en haar been gebeurd is. Nee zo verklaar ik, me al zorgen makend. Mevrouw de Surinaamse blijkt, zoals ik verneem, na de sessie nooit meer pijn in haar been te hebben gehad, loopt als een kievit. Na enige jaren zie ik haar terug op consult, maar voor een andere storing.

Een vorig leven kan ons soms danig in de weg zitten, op vele manieren: postulaten als boosdoeners, restimulaties, aanhechtingen, astraal parasitisme of pseudo-obsessies die zich aan kunnen dienen.

Voor genezing is herkenning overigens één, en het directe of indirecte eigen aandeel herkennen in een of meerdere vorige levens-story’s, de ándere grootheid voor genezing. Slachtoffers die slachtoffer willen blijven genezen vrijwel altijd niet, of onvolledig. Patiënten, cliënten, mensen die verantwoordelijkheid willen nemen en aanspreekbaar zijn voor hun eigen leven en hun vorige levens zijn, zo wijst de praktijk uit, altijd op weg te helpen.


4.2 Vorige levens en schizofrenie

De oorzaken voor schizofrenie kunnen, zoals bij vele (mentale) ziekten en storingen, gevonden worden in een gamma aan ervaringen tijdens vorige levens.

In directe zin kan de doorwerking uit het vorige leven betrekking hebben op een destijds ervaren lichamelijk of geestelijk proces: een ongeluk met lichamelijk letsel en/of een geestelijke aandoening. De rits aan fysieke oorzaken die Edgar Cayce beschrijft (zie paragraaf: 3.3.1 Oorzaken op fysiek niveau) voor het genereren van schizofrenie in het actuele leven kunnen even zowel van toepassing zijn geweest op de constitutie van de entiteit in een vorig leven. Een in een vorig leven aangetast en beschadigd zenuwstelsel of letsel door vergroeiing van ruggengraat kan namelijk, maar hoeft niet, via genetische keuze ‘meegenomen’ worden naar het actuele leven, zeker als het ingebed is door karmische factoren die al vele levens speelden. De lichamelijke constitutie stammend uit een vorig leven kan via fysieke predispositie in het huidige leven mentale aandoeningen als schizofrenie veroorzaken. Bij een dergelijke wat ingewikkeld lijkende constructie, die zeker voorkomt, komt vrijwel altijd een vorm van karma om de hoek kijken.

In indirecte zin daarentegen kan het gaan om een van de verschillende vorm van karma (Cerminara 1970): (vrij vertaald) karmakoekje van eigen deeg, symbolisch koekje, uitgesteld koekje, lik-op-stuk-koekje, koekje van de spot, of een ander koekje uit de karmakoektrommel.

Misbruik van magie, zwarte magie, het misbruik maken van de geest van een ander, wil naar mijn idee nog wel eens hoog scoren als oorzaak van schizofrenie in het heden. Verkeerd mediumschap in vorige levens, zoals bepaalde ABN Amro- en/of andere bankiers als economische magiërs in het heden misbruik van hun positie maken en daarmee wellicht voor zichzelf een karma fonds opzetten. De rekening zal eens betaald moeten worden, het is tenslotte geen Griekenland. Los daarvan blijkt menige schizofreen links of rechts om paranormaal begaafd te zijn, of op zijn minst sensitief hoogbegaafd, en met een beetje geluk (lees: pech) hoort men de hele dag stemmen of ziet ‘hallucinatorisch’ beelden die er ogenschijnlijk niet zijn, maar er wel degelijk zijn. Het vorige (magische) leven werkt door, maar in negatieve zin.

Het is als met vuur spelen door kleine kinderen als moeder even niet thuis is. Zelf wilde ik als kind eens een cake bakken toen moeder niet thuis was, het beslag lukte nog wel, het aansteken van de oven ook. Echter, het herinneren dat de oven aanstond terwijl ik buiten even ging spelen, bleek moeilijker te zijn. Een volledig zwart aangebrande cake was het (gevaarlijke) resultaat.

Een studente, die grote paranormale gaven had, klampte mij eens vertwijfeld aan, of ze mij na de colleges kon spreken. Met haar gaven kon ze in een wip verleden en heden visualiseren, haarscherp voor zich zien. Deze latente gaven had ze gebruikt om een medestudent waar ze een oogje op had te laten figureren op het semihallucinatorische projectiescherm van haar geest. Haar paranormale beroepscomponent in aanleg had ze ten dienste gesteld voor privédoeleinden als substituut voor hetgeen haar in het gewone verkeer met medestudenten maar moeilijk lukte. Werkelijkheid en waan waren door elkaar gaan lopen, de hallucinatorische beelden van het type tijdelijke schizofrenie, waren even een eigen leven gaan leiden. Ongetwijfeld speelden soortgelijke ervaringen uit vorige levens bij haar ook een rol. In een oogwenk leerde ik haar de beeldende knoeiboel te ontwarren, waarna ze weer fluitend door het leven ging. Ook maanden erna bleek bij navraag ze nog steeds gezond te zijn.

Een Braziliaanse psychotherapeute nam contact net me op. Ze had zelf een praktijk, maar maakte een afspraak voor behandeling in mijn praktijk.

Op het moment dat ze binnenkwam zag ik onmiddellijk dat ze hard werkte, ze consciëntieus in haar werk was, en behulpzaam. Ze vertelde dat ondanks dat ze keihard werkte, nauwgezet en liefdevol was, ze weinig succes in het leven had. Het volgende bracht ze onder mijn aandacht.

Ze werkte hard als psychotherapeute, maar ontving weinig geld. Een mooie consultruimte stond haar ter beschikking, maar er kwamen maar weinig cliënten. Op amoureus vlak deed ze veel moeite, maar ze was niet succesvol in de liefde. Samenvattend bleek ze veel energie in het leven te stoppen, echter zonder veel resultaat.

Het was alsof metaforisch gesproken, ze een lintworm had: Je eet voldoende, maar al het eten wordt door de lintworm, een parasiet, opgegeten.

Ze nam plaats op de behandelbank, en ging liggen. Ik plaatste mijn handen boven haar lichaam, en als een MRI-scan ‘las’ ik haar lichaam en geest. Ter hoogte van haar onderbenen kreeg ik een merkwaardige vibratie, en zag dat er vanaf de knieën tot aan de voeten een geest in haar woonde. Een kleine geest weliswaar. De geest was een jongetje van ongeveer 12 jaar oud. Deze kleine geest stoorde in al haar besluiten die ze in het leven nam.

Ik ontdekte dat dit jongetje, de geest van dit jongetje, de zoon van haar was geweest in een vorig leven. In het vorige leven was ze als moeder teveel moeder geweest. Ze had het jongetje enorm verwend, hij kreeg alles, hij mocht alles, hij kreeg altijd zijn zin. De moeder had in dat vorige leven geen partner, en het jongetje had die functie onbewust overgenomen. Ze was nooit duidelijk geweest naar haar zoon. Eenmaal had ze zelfs tegen hem gezegd: Ik zal je nooit verlaten.

Dat had het jongetje in zijn oren geknoopt, zo was het gegaan. In haar huidige leven was de geest van het jongetje in haar gekropen. Hij was gaan wonen in haar benen. Als zij besloot om naar de grote supermarkt te gaan, wilde de kleine geest naar een buurtwinkel. Als zij een leuke man tegenkwam die ze aardig vond, dan beïnvloedde de kleine geest haar gedachten, Ze ging dan enorm twijfelen aan haar natuurlijke keuze, en liet de man vertrekken. En dat was wat de kleine geest wilde. Hij wilde niet het risico lopen dat zij een leuke man zou ontmoeten. Want dan raakte het manneke misschien geïsoleerd en raakte hij haar aandacht kwijt. De kleine geest stoorde in haar aura. Ze herkende precies wat ik haar vertelde. Ik behandelde haar, ‘sprak’ met de kleine geest, en stuurde hem naar huis, en vertelde dat hij zelf maar naar de buurtwinkel moest gaan.

Mevrouw de therapeute was niet schizofreen, nog niet, maar de ingrediënten waren wel aanwezig. Een parasiterende geest (auralifter) die haar gedachte- en gevoelsleven beheerste, een geest van vreemde origine of uit eigen familie, die met tentakels aangrijpt bij de ‘gastheer’ die met hetzelfde sop ooit overgoten is geweest, vaak reeds van generatie op generatie, de bekende familiekwaal. Mevrouw de therapeute had geen man, ook niet in het vorige leven, was niet zelfstandig, wilde alleen maar verzorgd worden, en sublimeerde dat gevoel door de zoon in dat vorige leven ‘grenzeloos’ te koesteren, te verzorgen zoals zij gekoesterd had willen worden. Een zelfstandig persoon zal niet zo snel door een dergelijke geest bezocht kunnen worden, wellicht wel door een andere die een ander type haperend deurslot tegenkomt.

Tijdens een regressie lokaliseert een reïncarnatietherapeut in NL bij een remigrant, een jonge vrouw, de oorsprong van haar auditieve hallucinatie als zijnde afkomstig van 2 geesten, de stemmen van 2 ‘personen’ die met haar meeliften (auralifters). De eerste die zich meldt is de geest van een man die bij een vliegtuigongeluk is omgekomen, en die verantwoordelijk is voor de mannelijke stem in haar. Hij begrijpt eerst niet dat hij dood is, maar verdwijnt na een gedane verzoek om naar ‘huis’ te gaan. De tweede stem is van een jonge vrouw. Zij heeft meegeluisterd tijdens de interventie en ook zij wil eindelijk naar huis. Dan blijkt er nog een oude moeilijke man zich in haar systeem te bevinden. Deze is bij een brand omgekomen, alhoewel hij zich daar niet echt van bewust was. Na veel praten wil hij wel naar een betere plaats verkassen. De stemmen in de vrouw blijken na een jaar volledig verdwenen te zijn, geen storende factor meer te zijn.

De oorsprong van auditieve hallucinaties is zoals we zien, divers. Spijtig dat DSM-IV en DSM5 niet verder kwamen en komen dan waar ze zijn blijven steken.

Weinig geaard zijn, niet in het lichaam zitten, negatie van het fysieke, drugsgebruik, en alcoholisme zijn ook uitstekende ingrediënten om uit je bol te vliegen. Daardoor kunnen negatieve entiteiten de gelegenheid krijgen om met tanks de bovenkamer van het begeerde object, de patiënt of cliënt, binnen te rijden. ‘Spirituele’ verkrachtingen eigenlijk, astraal parasitisme, auralifters, you name it. Eerdere incarnaties in ‘spirituele’ landen of culturen die patent hebben op ‘niet in het lichaam willen wonen’, kunnen overigens uiterst geschikt zijn om een microfoon vol aan schizofrene toestanden over zich heen gestort te krijgen.

Een beetje sporten, en andere lichamelijke activiteiten, om daardoor meer volledig in het lichaam te verblijven, is therapeutisch dan ook nooit weg als bezigheid voor menige stemmenhoorder.

 

5 Casus Ricardo B.
Het is 1993, en het zal nog 22 jaar duren voordat psychiater prof. dr. Jim van Os (1960) in NRC kan verklaren dat schizofrenie niet bestaat, want Jim (geboren 1960) studeert nog. Het zal nog 22 jaar duren voordat de fossiele geest van psychiater prof. Iris Sommer (1970) als door een bij gestoken zich in NRC uit alle macht verzet tegen Jims ontdekking, want Ilse is in 1993 pas 23.

Reeds 22 jaar geleden waren alle overleden professoren psychiatrie die mij mediamiek adviseerden er van overtuigd dat schizofrenie niet bestond, en al zeker niet bestond volgens de receptuur van APA-DSM.

Ricardo’s moeder kon geen 22 jaar wachten, reden voor haar om door het spreekwoordelijke toeval mij en mijn overleden psychiaters te bezoeken.

Ricardo’s moeder werd door een familielid, haar nicht, een dame met mediamieke aanleg, geadviseerd haar zoon door mij te laten behandelen voor auditieve hallucinatie. Zelf had het familielid mij enkele weken daarvoor ook ingeroepen voor hulp bij auditieve hallucinatie, en met succes zoals was gebleken. Na hooguit twee consulten was ze stemmenvrij, waarbij tevens ook een enkele waan tot staan werd gebracht.

Ricardo’s moeder, een dame in de herfst van haar leven, die zeer begaan was met het lot van haar zoon, overbezorgd zoals begrijpelijk, zag ik in de periode dat ik hem behandelde, verschillende malen. Van haar begreep ik als eerste onder welke beroerde omstandigheden zijn leven zich voltrok en hoe vaak hij ’s nachts zich reddeloos bij haar vervoegde voor hulp. Samen werd er dan menigmaal gebeden in de hoop dat er enig licht in zijn uitzichtloze situatie zou kunnen komen. Ricardo was jaren geleden door de psychiaters van een afdeling van de GGD als schizofreen gediagnosticeerd. Het meegekregen pillenmandje tegen schizofrenie was goed gevuld, maar het had niet echt mogen baten.

De kreet om hulp van de moeder ging me aan het hart. Het gevoel dat door de hulpvraag bij me ontstond, opende zoals gebruikelijk, mijn mediamieke kanalen. De beteugeling door mij van de stemmen bij Ricardo’s nicht, had haar hoop gegeven en doen besluiten zich tot mij te wenden.

Ricardo was een jongeman, van nature dynamisch en levenslustig, die, zo begreep ik, door zijn ziekte nog maar amper aan het leven kon deelnemen, laat staan er van kon genieten. De stemmen, die hij door karma toegang tot zijn bovenkamer had gegeven, hadden hem sinds tien jaar horendol gemaakt, enkele opnames in een psychiatrische kliniek waar hij weer kon worden ontslagen waren zijn deel geweest.

Zijn verstandelijke capaciteiten waren ruim voldoende, hij had, weliswaar met studiemoeilijkheden en concentratiestoornissen zijn VWO afgemaakt en een begin gemaakt met een vervolgstudie. Maar het ‘normaal’ functioneren, wat normaal ook mogen inhouden, was vrijwel onmogelijk geworden: communicatiestoornissen op het werk of met vrienden, waarbij de stemmen als agressieve stoorzenders gesprekken blokkeerden, waanideeën lanceerden en waarnemingsstoornissen genereerden. God strafte hem, zo ervaarde Ricardo door een mix van eigen religieus besef en de ‘religiositeit’ van de bezettende entiteiten die zijn innerlijk radiotoestel hadden geconfisqueerd. De verkeerde woorden kwamen uit zijn mond, de verkeerde beelden kwamen voor zijn oog.

Ricardo sprak, zo liet hij weten, daardoor soms waanzin over God, en was zich daar ook van bewust. Leraren en andere figuren uit zijn verleden kwamen periodiek in zijn geest om hem te bedriegen en te bedreigen en/of om zich schuldig te laten voelen. Met deze figuren, schimmen in de geest, ging hij het gevecht aan, om deze te vernietigen, met als resultaat dat de negatieve energie culmineerde en als voedsel diende voor de entiteiten die hem met stemmen belaagden.

Door, zoals uit deze case zal blijken, het uiterst gunstige, spectaculair ogende verloop van Ricardo’s storing, kreeg ik weldra vrijwel alle leden van het gezin op consult. Hoewel auditieve hallucinatie en/of andere paranormale geaardheid in de familie heerste, de nicht (stemmen) en ook de dochter van de nicht (helderziendheid), bleken auditieve storingen zich overigens niet voor te doen bij de andere leden van het gezin. Eén Ricardo was meer dan voldoende voor moeder B.


5.1 De diagnose

Ricardo meldde zich. Ik liep over het witte grindpad hem tegemoet om het hek te openen dat mijn erf scheidde van de rest van de wereld. Als zo vaak als ik cliënten ophaalde bij het hek had ik geen flauw idee, geen enkel beeld over hetgeen de persoon mij over enkele minuten zou berichten in mijn praktijk. Ook bij Ricardo was mijn beeldscherm dubbel blank. Zodra, eenmaal binnen in de praktijkruimte, mij de hulpvraag werd gesteld, opende zich mijn beeldscherm, de begeleidende geesten die mij informeerden zaten dan gezamenlijk al tsjirpend op het vinkentouw. Dit om me bij te staan in diagnose en aan te bevelen behandeling.

Hoe merkwaardig, deze mij ten dienste staande auditieve en visuele fenomenen (gecontroleerde hallucinaties: paranormale/astrale communicatie) die dezelfde fenomenen maar in een negatieve setting (de aangemelde schizofrenie van Ricardo), zouden moeten en kunnen analyseren en behandelen.

Het consult nam een aanvang. De informatie over Ricardo bereikte mij vanuit alle windrichtingen: uit Ricardo’s mond en van de symbolische vogeltjes op het vinkentouw (mijn influisterende gedesincarneerde psychiaters en andere vakbroeders). Ik wist genoeg, na enkele minuten, reeds.

Ik ging voor Ricardo staan in de witte ruimte, keek hem doordringend aan, en vroeg:

Wat kom je bij me doen, wat wil je?

Ricardo wilde van zijn stemmen verlost worden, dat wist ik ook wel. Ricardo was een magiër in een vorig leven geweest, een magiër die de zaak bedonderd had. Een magiër die zijn krachten behoorlijk had misbruikt, een magiër die degenen die van hem afhankelijk waren geweest naar zijn dominante pijpen had laten dansen. Die energie deed hem in dit leven de das om. Met dezelfde dominantie in het actuele leven, maar uiteraard in een andere sociaal-culturele en ook andere energetische setting, benaderde hij in gedachten vermeende valse vroegere schoolleraren en anderen personen uit zijn jeugd.

Innerlijk had hij, als residu van zijn ervaringen in vorige levens, kennis van de factor negatieve beïnvloeding door telepathie of door andere paranormale kunstjes, zonder daar bewust etiketten voor te hebben. De bezettende geesten die verantwoordelijk waren voor de stemmen in hem, hadden persoonblijk belang en baat bij een mens in het nauw. Immers, stress is een belangrijke voedingsbodem voor geesten om in de psyche van een levend wezen, een mens, te domineren, met stemmen, visuele hallucinaties, met alcohol, drugs, verkeerde medicijnen, of met voorgeschotelde eer en machtswellust als shotje voor hedendaagse bankiers.

Ik zou de komende periode nog moeten praten als Brugman om Ricardo in de juiste taal zijn storing uit te kunnen leggen, en vooral op welke manier de storing het beste te kunnen verminderen of verwijderen.

Ik keek Ricardo nog steeds strak aan, en ik meende het, en Ricardo begreep dat ik meende wat ik zei toen ik in vergelijkbare bewoordingen stelde en vervolgens vroeg:

Hoe lang wil je nog doorgaan anderen het leven zuur te maken, te domineren, kapot te maken. Je moet een keuze maken: of je gaat door met anderen te belasten, en je blijft ziek, of je gooit het roer om en geneest. Ik wil nu je antwoord.

Ik keek Ricardo strak aan. Diep van binnen begreep hij precies wat ik bedoelde zonder precies te kunnen formuleren waar het over ging. De vorige levensziel in hem begreep de boodschap perfect. De herinnering aan verkeerd magisch gebruik van krachten in het verleden werden, zonder de bijbehorende woorden te kennen, gevoeld, en ook de weg terug naar gezondheid. Ik wachtte op zijn antwoord, het kon vriezen en dooien. Zonder een ommekeer in hem zouden verdere consulten geen enkele zin hebben. Tenslotte was ik geen wel of niet goedbedoelende psychiater die hem met overheidsgeld jarenlang in behandeling wilde hebben.

Met mijn vraag was het alsof ik het bouwwerk dat Ricardo heette op zijn kop had gezet. Ik zag, hoorde, dat Ricardo meende toen hij antwoordde:

Ik wil genezen

De toon van zijn antwoord was voldoende om me volledig voor hem in te willen zetten. Vanaf die seconde ging de weg naar genezing snel omhoog. De ‘oude’ Ricardo zou zich weer snel laten zien.

Een serie gesprekken en behandelingen zouden het vervolg zijn. Ik sloot de eerste sessie af met een behandeling van een serie magnetische passes om hem in veilig vaarwater te doen belanden.
.

5.2 De behandelingen: de commando’s, de passes
Ricardo was ondanks het stemmengereutel en aangekoekte wanen een intelligente jongeman. Een therapeutisch en ook interpersoonlijke reden om op dat deel van zijn gezonde geest een beroep te doen bij het genezingsproces. Ik vertelde hem dat de geesten die hem het leven zo lastig maakten erg slim waren, en zich vaker hadden verkleed in figuren waarvan ze wisten waarin hij, Ricardo, vertrouwen had. Door de verkleedpartij kon een geest de gestalte krijgen van God of van god wie weet nog meer aan boeiende maar moeilijk te traceren figuren. Beter was het om voorlopig wat minder naar een verkleedde ‘God’ te luisteren of te kijken, of naar andere poppenkastfiguren die zich netjes voordeden.

Ricardo begreep heel goed wat ik bedoelde. Ook legde ik hem uit dat symbolisch gezien er zich gaten bevonden in zijn aura, het energielichaam om hem heen, zijn sfeer. Die gaten of openingen, zo legde ik hem uit, waren kieren waardoor geesten naar binnen konden glippen, vooral tijdens perioden van bovenmatige stress. Ik drukte hem dan ook op het hart om overmatige stress te vermijden.

Ricardo was een leergierige man, een man die de aangeboden stof zich snel toe-eigende. De resultaten dienden zich snel aan. Ondanks de inzet van psychiaters en psychologen in de loop der jaren voelde Ricardo in bepaalde deelgebieden van zijn geest zich vaak niet begrepen. Met een paranormale stethoscoop kon ik gemakkelijker dan de reguliere hulpverlener zicht krijgen op zijn innerlijke roerselen, tenslotte werd het een en ander me voorgekauwd door overleden psychiaters die vermomd als tsjirpende vinken op het vinkentouw me psychoanalytisch souffleerden.

Al vanaf het eerst begin maakte ik Ricardo tijdens consulten (voorzichtig) duidelijk dat hij eigenlijk een paranormale man was. Het gevolg in zijn geval was een wat dunnere aura die onder zware stress lekte, en een doorwaadbare plaats was voor geesten, voor entiteiten die hem belastten met stemmen om opdrachten te geven en die ook andere onzin verkondigden.

Mijn in vinken verkleedde overleden psychiaters lieten mij Ricardo vragen hoe het met de vrouwtjes zat, of hij belangstelling had voor vrouwelijk schoon. Hij gaf aan er een gezonde belangstelling voor te hebben, maar ook dat zijn ziekte het hem al jaren onmogelijk maakte amoureuze contacten te kunnen leggen. Met een ‘hoe eerder je geneest, hoe eerder de dames in rijen voor je staan te wachten’ voerde ik de motiverende druk wat op om zijn huiswerk consciëntieus uit te laten voeren, overigens zonder hem op ongezonde spanning te zetten. Zijn krachtige maar slapende seksualiteit zou daardoor een perfect gereedschap worden om zijn bezettende geesten te lijf te gaan, uit te bannen. Het zou weldra blijken dat de stemmenfluisteraars daar niet erg van gediend waren, het fluisterende hazenpad kozen. Ricardo knapte zienderogen op, zo zag ik bij opvolgende consulten.

Tijdens de gesprekken ging ik steeds een stapje verder in het uitleggen hoe hij, wat het stemmenfenomeen betrof, in elkaar zat en op welke manier hij de baas kon worden over de makkers die hem het leven zo zuur maakten.

De gesprekken die contact maakten met zijn geest, geest in de zin van intellect, liet ik opvolgen door commando’s en magnetische passen aan het einde van elk consult.

Tijdens de voor de meesten relatief bekende ‘magnetische passes’ van de magnetiseur/healer, vaak ten onrechte vergeleken met het populaire ‘geven van Reiki’ waardoor iedereen met ‘de hele wereld en omstreken verbonden’ zou zijn, induceerde ik tijdens de passes een serie commando’s om Ricardo in beter vaarwater te brengen.

Met het geven van enkele commando’s aan lichaam, geest en ziel van Ricardo, bracht ik enkele tijdelijke noodverbanden aan om hem te vrijwaren van schadelijke invloeden die zoals was gebleken auditieve hallucinatie genereerden.

Commando’s plaatste ik eerder met succes, en wel bij personen met verschillende type storingen zoals bij secondary amenorrhoea (het gedurende 6 maanden of langer niet optreden van menstrueel bloedverlies in de fertiele levensfase). (zie: Case of Rose T. & Mila B.: Study on Secondary Amenorrhoea). Bij vernoemde storingen gaf ik commando’s aan baarmoeders die 6 of 12 maanden ‘over tijd’ waren om, al naar gelang patiënt of cliënt, binnen 5, 7, of 10 uur te menstrueren, hetgeen dan ook altijd gebeurde.

Een van de cliënten, Rose T. schreef in 2013 dan ook:

Ik ga er dan ook vanuit dat ze [haar baarmoeder] weinig weerstand had tegen de gouden handen van Martien.
Mevrouw Rose T., docent HBO / directeur adviesbureau Human Resources

Het stoppen van een eenvoudige doch hardnekkige hik door een commando was een kwestie van seconden tot 1 minuut. Eens ‘bevroor‘ ik de hik in de borstkast van de vader van een bekend Antilliaans politicus met een handomdraai. Door het aanraken van zijn borst, van de vader uiteraard, en een onhoorbaar uitgesproken commando aan de spieren van het middenrif, verdween tot grote verbazing van de 95-jarige terstond zijn hik waardoor hij eindelijk naar het Kerstconcert kon gaan.

Feitelijk zijn commando’s energetische incantaties, bezweringen, astrologisch verwant aan de planeet Demeter, met hoorbaar of onhoorbaar uitgesproken boodschappen of instructies. De hoorbaar uitgesproken commanderende incantaties worden door de patiënt fysiek ‘gehoord’. Deze overbrenging van instructie verloopt via de klank en de intonaties die gehoord en gevoeld worden. De overdracht van onhoorbare commanderende incantaties verloopt via telepathische lijnen die mede door assisterende geesten wordt bewerkstelligd en door het zenuwstelsel worden geabsorbeerd. Het moge wat hocus pocus-achtig klinken, maar zo is het. De reeds aangehaalde casus geeft meer uitgebreid inzage in structuur en achtergrond van commanderende incantaties.

Door de commanderende incantaties via passes overgebracht veranderde ik tijdelijk Ricardo’s invalshoek om de wereld waar te kunnen nemen. Het dominerende vertoog, gedomineerd worden en domineren, kon daardoor meer naar de achtergrond verdwijnen en plaatsmaken voor aspecten als genieten en rondkijken of er wellicht nog mooie bloemblaadjes rondliepen waar hij eens een afspraakje mee zou kunnen maken.

De tijdelijke veranderingen zouden na enige tijd vanzelf oplossen als afbreekbaar chirurgisch garen na een ingreep, waarna Ricardo zoveel als mogelijk op eigen kracht zijn leven verder kon leiden.

 

5.3 Dialogen voor uitdrijving parasiterende entiteiten
Het kunnen uitdrijven, verwijderen van parasiterende elementen zoals aanhechtingen pseudo-obsessies, en vooral obsessors, is een vak apart. Ik had, om het eens populair te zeggen, er niet voor geleerd, in ieder geval niet in dit leven, evenals niet voor vrijwel alle technieken die ik gebruikte in het veld van de paranormale waarneming en paranormale genezing. Een vrijdagavondfilm over exorcisme had ik wel eens gezien waarbij priesters stereotiep met zwaaiende kruisen en een dikke bijbel in de hand wel of niet het onderspit delfden, zelf bezeten raakten tijdens uitdrijfsessies. Een beetje minder geëxalteerd kan overigens ook wel. Tijdens reïncarnatiesessies waarbij een obsessor wordt geconstateerd, wordt een gesprek met hem aangegaan, de oorsprong van de (soms karmische) obsessie geduid, en uiteindelijk hem/haar verzocht zijn ‘zielenheil’ elders, het ‘eigen’ huis, (op) te zoeken. Daarentegen kunnen sommige obsessors, zo ervaarde ik, hardnekkig te verwijderen entiteiten zijn, en hoogintelligent zijn als het er om gaat manieren te vinden te blijven zitten waar ze zitten.

Bij een meisje van rond de 14 jaar dat ik in een frequentie van een keer per 2 weken behandelde voor enige storingen, constateerde ik na verloop van tijd een obsessor. Na een aantal sessies liet ik haar de obsessor (de factor die via haar gevoel invloed op haar uitoefende), op een vel papier visualiserend tekenen. Een naar heerschap kwam al tekenend op papier, een persoon (een man) die ze overigens niet kende. Ik wist reeds bij voorbaat dat deze entiteit absoluut geen aanstalten wilde maken om desgevraagd naar elders te willen verkassen, maar haar zelfs zodanig zou beïnvloeden dat ze smoesjes zou verzinnen om niet naar de sessies te hoeven gaan. En zo geschiedde. De ene keer dat ze de sessie afmeldde bleek ze echt verkouden te zijn, een andere keer werd verkoudheid of een hoestje geveinsd en bleef ze thuis. Ik legde haar uitgebreid uit wat er gebeurde, dat de persoon van de tekening in haar, haar beïnvloedde. Ze herkende het patroon maar al te goed. Gestaag werden vorderingen gemaakt in het terugdringen van de storingen waarvoor haar ouders mijn hulp hadden ingeroepen. Na verloop van tijd echter, zo kwam mij voor, greep de obsessor naar zwaardere middelen. Door een samenloop van omstandigheden waarbij het meisje de katalysator was, werd op een dag het hele gezin uit elkaar gerukt. Daardoor werden de leden van het gezin, een karmisch lot naar mijn indruk, onafhankelijk van elkaar verspreid in alle windstreken van de aarde. Een verslag hierover te maken gaat in dit verband te ver.

Soms kunnen storingen niet verholpen worden, andere krachten, als bijvoorbeeld karmische, kunnen noodzakelijkerwijs de boventoon voeren, een functie hebben. De paranormale genezer kan bij vergelijkbare karmische ‘aandoeningen’ van dergelijke aard en omvang, slechts de begrijpende hand bieden, helpen het leed draaglijker te maken door fysieke of mentale pijn een plaats te geven, te duiden. Een reductie van de aandoening vindt daardoor dan ook immer plaats.

Ricardo’s parasiterende geesten daarentegen, als deel van de oorzaak schizofrenie, waren van gewicht maar niet onoverkomelijk, zo schatte ik in.

In termen van opvoeding en educatie was Ricardo een puike leerling. Snel van begrip, aanspreekbaar, en gulzig het geleerde in de praktijk te willen brengen. De symptomen van de aandoening die jarenlang onder de noemer schizofrenie waren gecategoriseerd, slonken zienderogen. De rust kwam terug in Ricardo, de stemmen met geëxalteerde boodschappen kregen steeds minder vat op hem. Doordat Ricardo per sessie meer en meer aanspreekbaar werd, kon per sessie zijn niveau stelselmatig worden opgekrikt. Na enige tijd bleek in de gesprekken met hem ik met een gezonde man van doen te hebben. Vanaf het begin had ik hem uitgelegd dat het fenomeen stemmen in hem zijn oorsprong had gevonden in zijn paranormale aard. Zonder hem met een teveel aan ballast op te zadelen gaf ik hem per sessie stukje bij beetje inzicht in de werking van paranormale fenomenen die, in een negatieve setting, tot paranoïde stemmengereutel kon verworden waar hij jarenlang last van had gehad.

Constructieve dialogen met de patiënt/cliënt doen een beroep op het kunnen begrijpen van de oorzaken van een aandoening, van bijvoorbeeld het afschuwelijke label schizofrenie. Het kunnen begrijpen geeft een mate van rust. En rust is nou net het ingrediënt waar obsessors en andere astrale etters niet van houden. Angst en onbegrip is de smeerolie waar obsessors op drijven. Zonder angst of overmatige spanning kan geen obsessor of andere entiteit zich via het zenuwstelsel nestelen in geest en gemoed van een levend wezen. Reden ook waarom verdwaalde entiteiten alles in het werk stellen om een van nature instabiel persoon de schrik op het lijf te jagen. Immers, de deur naar het zenuwstelsel staat daardoor wagenwijd open.

Ook in de gewone mensenwereld werkt dit principe. Zeg tegen Karel dat hij de laatste tijd erg wit in het gezicht is, en dat je collega’s dat ook reeds zagen, en zijn gezicht trekt tien tegen een onmiddellijk wit weg.

Door rust en het opheffen van angstfactoren komt het zenuwstelsel in beter vaarwater te verkeren en krijgt de aura een betere uistraling. In gewone mensentaal, de persoon zit beter in zijn vel. Astrale factoren van negatieve aard krijgen geen kans meer, het spirituele immuunsysteem, voor zover dat bestaat, beschermd de persoon tegen onzin in het kwadraat gebezigd door geflipte entiteiten, mits…

er op stoffelijke niveau geen sprake is van stimulerende, drogerende of hallucinerende stoffen, en zeker niet bij personen die een enigszins instabiele aard kennen.

Door de magnetische passes die ik per sessie uitvoerde, de ingebrachte commando’s alsook door de inzichtelijke gesprekken knapte Ricardo volledig op. En op een dag meldde Ricardo dat de stemmen het hazenpad hadden gekozen, hij rustig kon slapen en dat de bezigheden die hij vroeger had gekend hem opnieuw toelachten.

Uit de catacomben van mijn paranormale weten liet ik Ricardo één stem behouden. Het moest niet te stil in zijn hoofd worden, daar dit in het kader van herstel contraproductief kon worden.

 

5.4 De wond gehecht, postoperatieve periode
De ‘schizofrene’ wond in Ricardo lag niet meer open, was vooralsnog dichtgetrokken, was voorzichtig met paranormaal garen dichtgenaaid. Het spreekt vanzelf dat men uiterst voorzichtig moet zijn met wonden die juist gehecht zijn en nog maar amper genezen. Hechten is één, de voortgang van een genezingsproces is twee.

Ricardo was genezen voor het moment. Ricardo was metaforisch gesproken, ontslagen van de afdeling Eerste Hulp van het Paranormale Ziekenhuis, maar niet meer dan dat. Op de fundamenten die door mij en mijn geestelijke begeleiders waren aangelegd zou een verder bouwwerk moeten herrijzen, zo mogelijk met gebruikmaking van de vaak genoemde 3 R’s: rust reinheid en regelmaat, maar dan in een hedendaags jasje van levensvatbare dynamiek.

Ricardo zag er goed uit. Geen aan APA gerelateerde DSM-diagnose had ik op zijn voorhoofd hoeven te plakken. Hem niet met een DSM-code naar de zorgverzekeraar behoeven te sturen. Geen medicijn was er aan te pas gekomen, ook geen wierookstokjes of bloesemtherapie waren er aan te pas gekomen. Zijn kwaliteit van leven was dusdanig verbeterd dat ik hem adviseerde om aan zijn psychiater te verzoeken de bestaande medicatie zo mogelijk voor een deel af te bouwen.

Blijkbaar mogen ook paragnosten en mediums niet alles zien of weten. Op een dag veranderde namelijk het toekomstperspectief van Ricardo, weliswaar door positieve ervaringen ingegeven, volledig.

Op een dag kwam de verontruste moeder van Ricardo hernieuwd op consult. Het ging heel goed met Ricardo, hun zoon was als herboren, angsten en stemmen hadden het veld geruimd. Dat was niet het probleem. Maar Ricardo was ‘helemaal’ genezen, zo vond hij. Ricardo wilde emigreren naar een ver land, de vleugels uitslaan, in den vreemde een universitaire studie beginnen, en of ik Ricardo wilde tegenhouden.

Storingen en ziektes zijn in principe te behandelen, normaal en paranormaal. Maar de wil van iemand is een andere zaak. Aan de wil als autonoom instrument van de ziel kan of mag niet worden getornd, althans in mijn visie. Iets anders is om zoon, dochter, goede vriend of cliënt een spiegel voor te houden, een bepaalde stap met argumenten omkleed geheel af te raden. Alleen bij extreme magische praktijken, rituelen die het daglicht niet kunnen verdragen, wordt de wil wel eens aan banden gelegd. Zombies werden daarbij door Haïtiaanse Bokors van weleer, de bedienaars van de Loa ‘behandeld’, waarbij op stoffelijk vlak het van de kogelvis afkomstige tetrodotoxine en het plantaardige datura de belangrijkste bestanddelen waren. (Davis 1985).

Ik kon Ricardo’s moeder dan ook alleen maar toezeggen dat ik mijn uiterste best zou doen haar zoon op andere gedachten proberen te brengen, de beste spiegel voor te houden die ik had, maar ook niet meer dan dat.

Ricardo was niet te verwurmen. De behandeling van zijn op zich zeer forse storing was me relatief gemakkelijk af gegaan. Mijn astrale helpers hadden me gediend met alle kennis die ze hadden. Mijn woorden hem nu op andere gedachten te brengen bleken ontoereikend te zijn. Alsof mijn helpers niet thuis bleken te zijn, alsof het gebied van de wil en de ziel niet het hunne was, althans zo ervoer ik het.

Ricardo was beter, zo vond hij, en wilde zijn vleugels, op zich begrijpelijk, eindelijk weer uitslaan. Een universitaire studie had hij altijd al willen volgen. Ook het schilderen van een doemscenario bleek niet te werken. Hij maakte een keuze en nam de risico’s die hij beslist niet overzag.

Wat mij restte was hem door te verwijzen naar een gerenommeerd medium in de buitenlandse stad waar hij zich wilde inschrijven aan de universiteit. In de weken die restten nam ik contact op met het medium, maakte een verslag van mijn bevindingen, en introduceerde Ricardo. Ricardo was welkom, een afspraak voor een serie consulten werd gemaakt.

 

5.5 Het buitenland
Ricardo had ik als een goed gerepareerd pakketje afgeleverd. De stemmen hadden het hazenpad gekozen, de rust in hem was weergekeerd, en Ricardo kon vooruit. Een eerste bericht wat ik van hem ontving was nog uiterst positief, het leven was voor hem opengegaan. Het volgende uitgebreide verslag, een recommandatie annex adoratie ontving ik van Ricardo. Hierbij de belangrijkste aandachtsrichtingen uit het lange verslag.

 

GENEZING
Mijn naam is Ricardo B. en ik ben [hier vermeldt Ricardo uitgebreid leeftijd, sociale en geografische context, studie en psychiatrische voorgeschiedenis]

Ricardo vervolgt zijn verslag met:

(…) [De] Beschrijving van de stemmen: kritiek, leugens, pijnlijk de realiteit voor ogen brengen, agressief, inspelen op je gevoel en dan bedriegen, de figuren spelen God na en brengen je tot waanideeën, wanbegrip, wangedrag en waarnemingsstoornissen. De gedachte komt steeds in me op: God straft mij.

(…) Je wilt wat zeggen maar de stemmen komen uit je mond en ze zeggen dingen die verkeerd klinken zodat je je schuldig voelt over wat je gezegd hebt net alsof je wat tegen M. zegt maar het was het tegenovergestelde van wat je bedoelt en je straft jezelf ervoor. Aanvallen van meerdere stemmen die geven je waarnemingsstoornissen op het werk, in de kamer, wanneer je alleen bent, tussen vrienden, in gezelschap. Het is zo dat de woorden heel diep in je doordringen en je verbeelding brengt je angstvallige beelden en ongelukken voor het oog.

(…) Behandeling op (Ambulante Psychiatrische Zorg, binnen een GGD). Ik wordt gevraagd hoe het gaat met de stemmen op het werk, met mijn leven, met mijn liefdeleven, mijn gevoel. Ik word advies gegeven mijn medicijn te drinken en daar de ziekte mijn leven belemmerd te proberen om zoveel mogelijk een normaal leven te leiden daar de ziekte mij bepaalde gewoontes onmogelijk maakt. Ik ondervind hevige stoornis in denken en spraak. Ik voel mij niet begrepen, wat mij hevig teleurstelt. De belangrijke informatie die ik geef wordt genegeerd [vet toegevoegd, mv].

(…..) De medicatie hielp mij maar half want ik ondervind nog steeds stoornissen.

(…) Ik heb nog hoop te genezen, en met die hoop kom ik [via recommandatie van een andere cliënt met auditieve hallucinatie, een nicht van Ricardo, welke door mij volledig vrij kon worden gemaakt van stemmen, mv] bij Martien voor behandeling. Ik nam 7 behandelingen bij Martien. Ze duren 1½ uur gesprek en 20 minuten handoplegging. Hij vroeg: ‘Wat kom je bij me doen?’ Ik zei: ‘ik kom om bij je te genezen’. Ik vertelde wat er in mijn leven gebeurt is over de stemmen die mij constant kwellen.

Hij zei: ‘Zal ik je vertellen wat die stemmen zijn? Dat zijn geesten die in je komen door de gaten in je aura. Het zijn geesten die op kwaad belust zijn en die het prettig vinden wanneer het slecht met je gaat. Ze verkleden zich als iemand die je vertrouwen heeft en daardoor bedriegen ze je. En ze zijn erg slim. Je vertelde me net over wat je, met de docenten die kwaad tegen je hebben gedaan [waarvan Ricardo altijd meende dat ze hem jaar in jaar uit (in de geest) lastig vielen], wilt doen’. ‘Ja’, zei ik, ‘ik vernietig ze’. ‘Wat je ervaart is dat de vernietigende kracht die je op hen richt op jezelf terugkomt. Dus naarmate je van de haat loslaat zal je herstellen van die invloed die je kwelt’.

Ik heb dit advies toegepast en het resultaat is zoals hij voorspeld heeft. Ik kreeg minder last van de geesten.

(…) De ervaring van de weken daarna is typisch. Ik kreeg vroeger psychotische aanvallen en dat zijn psychiatrische toestanden waarbij meerdere geesten mij bekritiseren, bedriegen, en pijnlijke beelden uit het verleden mij voor ogen brengen.

(…) Na enige weken behandeling beginnen de goede geesten mij te beïnvloeden. Ze komen in mij en hebben de overmacht. Ze praten tegen mij en ze behandelen mij als een mens met waarde en zelfgevoel. In de weken erna komen de goede geesten mij tegemoet en nadat ik verbaasd was en dacht dat ze mij weer wilden bedriegen, begon ik ook naar hen toe te bewegen. Ik weet niet hoe ik deze ervaring anders moet uitleggen, dan dat het God is die aanwezig is in die goede geesten. In verdere gesprekken vertelt Martien mij dat ik mediamieke aanleg heb. Martien zegt ‘Je bent helderhorend’. (….) De stemmen die je hoorde komen uit storingen in de helderhorendheid.

(…) Het kontakt met Martien, zijn begrippen van het paranormale en zijn kundigheden, die hebben mij genezen.

Zo heeft Martien mij laten ontdekken wat voor persoon ik ben en ik ben Martien zo dankbaar. Ik ben door God [God als een belangrijk referentiekader van Ricardo en door familiare achtergrond] gezegend en bij hem gebracht.

29 mei 1993
Ricardo B. [bijzonder sympathieke jongeman van beroep, mv]

 

Ook een tweede bericht had nog glans.

Tot mijn ontsteltenis, tot mijn verdriet, tot mijn leedwezen, ik had hem doorgestuurd naar een gerenommeerd medium, werd ik op een dag door hem (Ricardo) gebeld waarbij hij, zoals het mij voorkwam, zich in een forse psychose bevond. Onsamenhangend taalgebruik, agressief, niet tot een normaal gesprek in staat zijnde. Alsof ik met een verslaafde aan harddrugs van doen had. Een gesprek was niet mogelijk, Ricardo was ver heen, het fundament dat ik gelegd had, lag aan duigen.

Ik nam telefonisch contact op met het medium in de betreffende stad die hem behandelde/had behandeld. Uit de verkregen informatie werd ik niet veel wijs. Het grote stadsleven had hem, door zijn moeder en mij voorzien, geen goed gedaan. Hij zou in verkeerde kringen hebben vertoefd zo begreep ik uit het telefoongesprek, hij had wellicht verkeerde boeken gelezen waardoor hij op hol was geslagen. Vage en onduidelijke berichtgeving. Uit de verkregen informatie maakte ik op dat het gerenommeerde medium mijn inziens duidelijk steken had laten vallen, onvoldoende vat op hem had gehad.

De periode buitenland was, zoals verwacht, een drama geworden. Uiteindelijk moest Ricardo ver van huis zich tijdelijk laten opnemen in een psychiatrische kliniek. Ongetwijfeld stonden de APA/DSM-psychiaters weer voor hem klaar. Het etiket ‘schizofrenie’ zou zeker weer uit de lade worden gehaald, evenals medicijnen die de ‘onbalans’ in zijn hoofd zouden hebben moeten herstellen.

Tot mijn spijt hoorde in nooit meer iets van Ricardo, in geen tientallen jaren. Mijn leven en werk stuurde mij ook in andere windrichtingen en naar andere werelddelen.

Ricardo was niet schizofreen, nooit geweest, Ricardo was in de kern een paranormale man, een man waar slechts een goedwerkende gebruiksaanwijzing bij geleverd diende te worden, en die op zijn tijd een goede onderhoudsbeurt nodig had: beetje olie verversen en wat doorsmeren.

De storingen in Ricardo waren, zoals ik had ervaren, te behandelen geweest. Voor de keuzes van zijn wil en ziel, de autonome factor, bestond geen medicijn. Alleen de confrontatie met het leven, pijn en leergeld, kon daar verandering in brengen.


6 Samenvatting en conclusies
Wijlen mevrouw Fien van der Putten uit Gemert, het meest krachtige genezende medium dat Nederland ooit kende, vatte de paranormale genezing eens als volgt samen:

Onze genezing werkt heel anders als die van de doktoren. Wij genezen door gebed en vertrouwen in de natuur.

De factor ‘gebed’ – Fien van der Putten was wat de vorm betrof, een gebedsgenezer – kan buiten een religieuze context uiteraard ook op andere manieren worden geïnterpreteerd. Gebed is tenslotte ook de innerlijke dialoog met de natuur en de bovennatuur.

In een veelluik aan essays in aanbouw breng ik de geduldige lezer in contact met verschillende aspecten van de mediamieke informatieopbouw welke ten grondslag liggen aan de paranormale genezing, zoals ik die in meer dan 35 jaar heb gebezigd. De essays bevatten een serie verklaringen van cliënten en hun familie waaruit blijkt dat na 25 jaar de patiënten nog immer klachtenvrij bleken te zijn. De eerste 4 essays betreffen:

Case of Kor G. & Jody O.: Study on Eczema / Atopic Dermatitis
Case of Rose T. & Mila B.: Study on Secondary Amenorrhoea
Case of Ricardo B.: Study on Extra Sensory Voice Hearing / Auditory Hallucination
Case of Mr. & Mrs. Past-Life: Study on Relationships (in voorbereiding)

Tijdens een consult bij een Franse arts voor een psychosomatische aandoening bij mijn toenmalige partner, vroeg hij terwijl hij kennis nam van haar medische voorgeschiedenis of zijn collega’s in Pays-Bas wellicht nooit van psychologie, van psychosomatiek hadden gehoord. De eerste artsen, nog voordat het medische circus de wereld economisch en sociaal-cultureel zou domineren, waren namelijk de stamoudsten of priesters van de clan die werden gerekruteerd uit de papa’s en mama’s van de stam die het beste hun kinderen bleken te hebben kunnen genezen. Mannen en vrouwen met wat meer verstand dan menige psychiater.

De eerste geneesheer was een papa of mama van het type Fien van der Putten, Jaap Eising, Edgar Cayce of Zé Arigó. Het contingent APA-psychiaters met hun DSM is gebleken een verderfelijke machine te zijn die niet ten doel heeft een gezonde bijdrage te leveren aan het welzijn en de genezing van patiënten. Met de CCHR ben ik van oordeel dat: de FDA, de farmaceutische industrie en de psychiatrische gemeenschap een monsterverbond hebben gesloten. De wetenschappelijk geachte DSM blinkt uit in een niet-wetenschappelijk benadering. Niet één door stemgedrag van de APA-psychiaters geclassificeerde aandoening in de DSM kan wetenschappelijk worden aangetoond. Nimmer kon een biopsie worden uitgevoerd om een zielsziekte aan te tonen. Zowel Thomas Szasz als Ivan Illich draaien zich om in hun graf bij het ‘lezen’ van DSM5, een handboek dat deels een fascistoïde – de corporatieve staat, het indirect knechten van personen – inslag heeft.

Prof. Pim van Os schreef het reeds met zoveel woorden: Schizofrenie bestaat niet. Ricardo was niet schizofreen, dat mag na dit essay wel duidelijk zijn geworden. Met relatief eenvoudige middelen, paranormale middelen zijn voor mij relatief normaal, konden stemmen tot staan worden gebracht.

Probleem is dat er honderdduizenden Ricardo’s in de wereld lijden, ten onrechte aan ‘schizofrenie’ lijden, van het economisch bevriende China tot aan strafkamp Krasnojarsk van vriend Poetin in het oosten van Siberië waar Pussy Riot werd opgeborgen, als slaaf van de plaatselijke DSM-psychiater tot en met de gevangene van de psychiatrische DSM-kliniek die ‘het beste’ met de patiënt, én, met zijn of haar eigen economische en sociale belangen voor heeft. De Ricardo’s lijden niet alleen aan stemmenhoren, de Ricardo’s lijden ook aan foute psychiaters en hun instellingen die zonder patiënten nergens zouden zijn en zeker psychotherapeutische hulp nodig zouden hebben.

In mijn eentje kan ik de wereld niet veranderen, heb ook niet die intentie. Elk paranormaal beetje baat, het genezen van het kind met atopic dermatitis, de vrouw met secondary amenorrhoea, of de man met auditory hallucination, en als het moet het genezen van de psychiater behept met het vrijwel onuitroeibare APA/DSM-syndroom.

 

6.1 Wie geneest heeft gelijk
Ir. Angel R. Salsbach, persoonlijke vriend en voormalig voorzitter Raad van Toezicht Universiteit Nederlandse Antillen (UNA) vroeg mij in een filosofisch onderonsje eens: ‘wie gaf de eerste professor zijn bul?’

De retorische vraag had ook kunnen zijn: ‘wie gaf de eerste arts zijn Big-register?’ Was dit wellicht de KNMG uit de oudheid die haar residentie had in de grotten van het Franse Lascaux of het Spaanse Nerja, alwaar jagers bijeen kwamen om hun tekeningen in de wand te kerven en wonden te laten verzorgen?

In paragraaf 3.4. ‘Grenzen van medisch professionele autonomie’ van het KNMG Manifest Medische professionaliteit (2007) van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) bakent de maatschappij de ruimte voor ‘vrijheid in gebondenheid’ af met een ‘professionele standaard’ waarbinnen de arts met inachtneming van een kermis aan toeters en bellen mag afwijken van de geïnstitutionaliseerde protocolletjes.

‘De ruimte als individuele arts om zelf te beslissen is niet ongeclausuleerd. De ruimte wordt bepaald door de voor hem geldende ‘professionele standaard’. Daarbij wordt gebruik gemaakt van gedragsregels, standaarden, richtlijnen en protocollen. De professionaliteit van de arts brengt met zich meen dat hij zo veel mogelijk evidence-based handelt, volgens de laatste stand der wetenschap.’

(…) ‘Maar professionaliteit is ook het vermogen van de arts om, gebaseerd op deskundigheid, voorbij de standaardisatie adequaat te reageren op het unieke van een situatie (Jeurissen 2006). Artsen hebben de plicht om zo nodig te beslissen of afgeweken moet worden van de standaard. Als de arts van de standaard afwijkt zal hij zich daarover moeten kunnen verantwoorden, gebaseerd op zorginhoudelijke deskundigheid en – argumentatie. Medisch professionele autonomie is in die zin dan ook ‘vrijheid in gebondenheid’ en maakt deel uit van de professionele verantwoordelijkheid.’ (KNMG 2007).

‘Evidence based handelen’, lezen we in de eerste alinea, zoals nu door KNMG en zijn artsen nog wordt voorgestaan, kan na prof. Smulders’ onderzoek, volledig op de schop. Met zijn onderzoek ontmythologiseert Smulders de validiteit van evidence based medicine, haalt het instrument van toetsing radicaal van de gouden troon, maakt wetenschappelijk gehakt van het epidemiologisch bewijs, en prikt gebruikmakend van de uitkomsten van Engelse onderzoeken de ‘bewijzen’ een voor een op een Britse cocktailprikker. Arrogante artsen mogen spitsroeden lopen.
Moet epidemiologisch bewijs de norm zij voor ons geneeskundig handelen, zo vroeg hij zich bijvoorbeeld af. Zijn conclusies zijn verpletterend voor de diverse beroepsgroepen, en liegen er niet om:

1. Epidemiologische bewijs, ‘evidence’, wordt heel ernstig overgewaardeerd
2. Er zijn andere, even belangrijke, bronnen van bewijs dan epidemiologie
3. … en dat is maar goed ook

Op de vraag of epidemiologisch bewijs de norm voor geneeskundig handelen moet zijn, antwoord hij helder:

Nee, want epidemiologisch bewijs is:
Veelal afwezig
Vaak ‘onjuist’
Zelden direct vertaalbaar naar patiënt

Maar om een cultuuromslag bij KNMG en zijn artsen te bewerkstelligen is minstens een generatie nodig. En als ik spreek vanuit de ervaringen in de kamer van de reïncarnatietherapeut, zou ik zelfs zeggen: ‘daar zijn meerdere incarnaties voor nodig.’ Gelet op de uitkomsten van het wetenschappelijk onderzoek van prof. Smulders, lopen ze bij de KNMG, voor zover ze al bij de tijd zouden zijn geweest, hopeloos achter. Maar coryfeeën die voorlopen als Louis Pasteur, of historisch dichter bij huis de Nederlandse Amerikaan Willem Kolff (2011-2009) die de hart-longmachine uitvond, zijn veruit in de minderheid. Wat zonde, de geneeskunst is zo’n prachtig vakgebied waar vele disciplines, van kunst tot filosofie, bij betrokken zijn.

Zoals in Nederland de KNMG hopeloos achterloopt, loopt de APA overzee, niet alleen achter, maar zelfs vóór, wat betreft het schaden van de belangen van de patiënt. En dat zowel met en zonder evidence based medicine (EBM). De schijn van evidence based medicine wordt bij DSM gewekt, en is zoals we zagen slechts gebaseerd op de stemverklaring van een handvol foute psychiaters.

Na een lijdensweg langs psychiaters en andere ‘specialisten’ kon Ricardo B. langs paranormale weg in de basis bevrijd worden van parasiterende entiteiten, de stemfenomenen. Ook de patiënten uit de andere gepubliceerde casussen kozen voor behandeling uiteindelijk voor een andere weg dan die gekoppeld is aan evidence base medicine, een papieren tijger, of voor een misplaatst evidendence based medicine zoals bij de DSM, een tijger waarvan alle tanden uit de bek waren gevallen.

De Griekse arts Hippocrates schreef in vergelijkbare bewoordingen:

Wie geneest heeft gelijk.
Het gaat om de genezing, niet om het hoe of door wie.
De geneesheer heeft maar één doel, namelijk genezen.
De mens staat centraal en niet de ziekte.
De patiënt bepaalt of hij wel of niet genezen is.

 

Literatuur

Dam H. ten. (2013). Catharsis en integratie: Handboek regressie- en reïncarnatietherapie. Ommen: Tasso

Davis W. (1985). The Serpent and the Rainbow. New York: Simon & Schuster. (1997 edition retitled: The Serpent and the Rainbow: A Harvard Scientist’s Astonishing Journey into the Secret Societies of Haitian Voodoo, Zombis, and Magic.)

Cerminara G. (1970). Many Mansions: The Edgar Cayce story on Reincarnation. New York: Slone.

Cosgrove L, Krimsky S, Vijayaraghavan M, Schneider L. (2006). Financial Ties between DSM-IV Panel Members and the Pharmaceutical Industry in Psychotherapy and Psychosomatics. Geraadpleegd op 5 april 2015 via http://bit.ly/1ckYHqh

Cosgrove L, Krimsky S. (2012). A Comparison of DSM-IV and DSM5 Panel Members’ Financial Associations with Industry: A Pernicious Problem Persists. DOI: 10.1371/journal.pmed.1001190. Geraadpleegd op 5 april 2015 via via http://bit.ly/1H0fP1i

lllich I. (1975). Limits to medicine. Medical Nemesis: The expropriation of Health. Harmondsworth: Penquin.

KNMG. (2007). Medische professionaliteit: KNMG Manifest. Knmg.artsennet. Geraadpleegd op 28 augustus 2013 via http://bit.ly/2zXGElp

McMillin D. Case Studies in Schizophrenia Virginia Beach VA: A.R.E. Press.

McMillin D. The Treatment of Schizophrenia: A Holistic Approach is a scholarly work written in APA (American Psychological Association) style. Virginia Beach VA: A.R.E. Press.

Nuechterlein K.H. et al. (1994). The vulnerability/stress model of schizophrenic relapse: a longitudinal study. Acta Psychiatrica Scandinavica, 1994, 89 (supplement 382), 58-64. Geraadpleegd op 5 april 2015 via http://bit.ly/1Rc0z4h

Os J. van. (2014). De DSM-5 voorbij! Persoonlijke diagnostiek in een nieuwe ggz. Leusden: Diagnosis.

Redactie NRC. (2008). Hard oordeel over affaire bij Defensie, NRC Handelsblad. Geraadpleegd op 5 april 2015 via http://bit.ly/1EfhVDw

Rosenhan D. (1973). On being sane in insane places. Science (Reprinted from Science by permission of the publisher and author. Copyright 1973 by the American Association for the Advancement of Science). Geraadpleegd op 5 april 2015 via http://bit.ly/1sIs8FM

Sass L.A. (1994). Madness and Modernism: Insanity in the Light of Modern Art, Literature, and Thought. Cambrigde: Harvard University Press.

Smulders YM, Levi MM, Stehouwer CDA, Kramer MHH, & Thijs A. (2010). De rol van epidemiologisch onderzoek bij de individuele patiënt. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 154:A1910. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/2zaNG9d

Smulders YM. (2012). Het evidencebeest. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Podium 11 januari 2012. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via  http://bit.ly/1k3d4Bo

Stephen, H.J. (z.j.) Winti. In eigen beheer. Geraadpleegd op 5 april 2015 via http://bit.ly/1F5c22h

Stephen H.J. (1982). Winti, Afro-Surinaamse religie en magische rituelen in Suriname en Nederland.
Amsterdam: Karnak

Stephen H.J. (1983). De macht van Fodu Winti. Amsterdam: Karnak

Szasz T. ( 2001). The Therapeutic State: The Tyranny of Pharmacracy. The Independent Review V (4): 485–521. ISSN 1086-1653. Retrieved 20 January 2012. Geraadpleegd op 5 april 2015 via http://bit.ly/190ci3D

Sullum J. (2000). Curing the Therapeutic State: Thomas Szasz interviewed by Jacob Sullum. Reason Magazine. Geraadpleegd op 5 april 205 via http://bit.ly/1ADXFef

Virapen J. (2009). Side Effects: Death – Confessions of a Pharma-Insider. s.l.: Mazaruni

Whitaker R. (2002). Mad In America: Bad Science, Bad Medicine, and The Enduring Mistreatment of the Mentally Ill. Cambridge: Perseus

Zeeuw G. van der. (1979). Wanen of geesten: Gestoord of bezeten? Psychiatrische patiënten paragnostisch bezien. Deventer: Ankh-Hermes.

ZUBIN J, SPRING B (1977). Vulnerability – A new view of schizophrenia. Journal of Abnormal Psychology, 86(2), 103-126. Geraadpleegd op 5 april 2015 via http://bit.ly/2xJfTR1

 

________________________________________________
Relevante artikelen die deel uitmaken van de serie
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – CURA

De paranormale ‘intelligentsia’ van Gemert: God zit in Brabant zelfs tussen vermolmde vloerplanken
HAP Hippocrates – Vijfsterren huisarts Nico van Hasselt
Case of Ricardo B.: Study on Extrasensory Voice Hearing / Auditory Hallucination
Valentijn in Brazilië – de liefde uit een vorig leven
Dutch medium Fien van der Putten – The Faith Healer van Gemert
Case of Rose T. & Mila B.: Study on Secondary Amenorrhoea
Het hart van Snowden en het hoofd van Obama
Case of Kor G. & Jody O.: Study on Eczema / Atopic Dermatitis

Mediumistic Journalism, paranormale onderzoeksjournalistiek, bevat tevens de series

DOCUMENTO ARTE MAFIA – MEDICO
DOCUMENTO ARTE MAFIA – JUSTICIA
DOCUMENTO ARTE MAFIA – QUIMICO
DOCUMENTO ARTE MAFIA – DESPOTISMO

DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – CURA
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – PASADO & FUTURO
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – REENCARNACION
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – ARTE POR ARTE

 

TOEGEVOEGD 18-12-2016

TROUW 8/11/15
Stop met het voorschrijven van pillen

“ESSAY De Deense hoogleraar geneeskunde Peter Gøtzsche bepleit een dubbele revolutie in medicijnenland. Patiënten dienen (bijna) altijd af te zien van pillen. En producenten horen niet meer hun eigen middelen te testen. Laat dat maar over aan onafhankelijke onderzoekers.

Van medicijnen kun je beter worden, maar de kans is niet denkbeeldig dat je eraan doodgaat. Dat gebeurt zelfs op grote schaal; de pillenindustrie heeft meer doden op haar geweten dan de maffia. De Europese Commissie schat dat jaarlijks 200.000 burgers van EU-lidstaten overlijden aan bijwerkingen; in de VS sterven ieder jaar 100.000 mensen aan geneesmiddelen die op een correcte manier zijn toegediend, en eenzelfde aantal door verkeerd gebruik (een te hoge dosis, of omdat ze contra-indicaties hebben).”

.

TOEGEVOEGD 18-12-2016

TROUW 18/12/16
‘Psycho-pillen doen meer kwaad dan goed’

Dick Bijl, arts, epidemioloog en sinds 2005 hoofdredacteur van het vakblad Geneesmiddelenbulletin, schreef bij de Nederlandse vertaling van Peter Gøtzsche’s boek ‘Dodelijke psychiatrie en stelselmatige ontkenning’ een inleiding over psychofarmaca in Nederland.

Dat vrijwel alle Amerikaanse (APA-)psychiaters ‘gehuwd’ zijn met een of meer delinquente bestuurders van de farmaceutische industrie is algemeen bekend (conflicts of interest). Dat een niet onaanzienlijk contingent aan Nederlandse psychiaters (en huisartsen) meer dan warme gevoelens heeft voor de criminele pillendraaiers van de geest, was voorspelbaar en traceerbaar.

Epidemioloog Bijl ontkracht op een indrukwekkende manier de vermeende werking van de meeste psychofarma, en brengt een scala aan bijwerkingen in beeld die er niet om liegen, van suicide tot en met doodslag.

 

Update 07-01-2018

__________________________________________________________________________________

© MARTIEN VERSTRAATEN
Psychic & mediumistic healer. Past life regression therapist.
Into practice since 1985 (Holland, Curaçao, Brazil, Spain).

Mediumistic journalist. Author.

Formerly professor of visual arts
HAN University of Applied Sciences,
Department of Visual Arts, Nijmegen, Holland.

Formerly professor of visual arts & metaphysical methodology
NHL University of Applied Science
Formerly Faculty of Education of the Leeuwarden Polytechnic,
Department of Visual Arts, Groningen/Leeuwarden, Holland.

Formerly governor of art and culture
Member of the board for Cultural Advice of the County of Groningen
Groningen, Holland
Member of the general board of the Groninger Museum
Groningen, Holland

_______________________________________________


DESTINATIONS
– Laboratory for Intuitive Intelligence
Spain – Holland – Curaçao – Brazil
CONSULTORIO PARANORMAL ANDALUCÍA
Jerez de la Frontera, Cádiz, Spain

www.martienverstraaten.com
information@martienverstraaten.com