Plascontracten en zeiknatte luiers voor kinderen

luier2

Foto (detail): Wikipedia / Magnus Manske

Voordat Hugo Borst in 2016 indringend de alarmbel voor bejaarden luidde zag ik meer dan 15 jaar geleden paranormaal al de schrijnende positie van de Nederlandse bejaarde. Met de column La Tercera Edad: De Sjoelbak van de Goelagarchipel en met Een kat kan 10 jongen groot brengen, maar 10 jongen niet één kat probeerde ik het Nederlandse bejaardenleed alvast onder de aandacht te brengen.

Jaren daarvoor had ik voor de eerste keer een poging ondernomen te remigreren naar Nederland. Aan den lijve had ik ondervonden hoe een kind, eenmaal ‘groot’, je kon behandelen. Als vader die voornamelijk alleen zijn kinderen had opgevoed schrok ik me kapot.

In die periode ontmoette ik per toeval een wat oudere dame in de trein en kwam in gesprek. Ze verklapte mij dat als ze een bezoek aan een van haar kinderen wilde brengen, ze een verzoek daartoe vele weken vooraf in vijfvoud met carbon ertussen moest indienen. Ik lachte de voor mij onbekende en aardige dame begripsvol toe, en knikte. Een betere metafoor voor de gemiddelde relatie tussen een Nederlandse (bejaarde) ouder en het eens eigenhandig opgevoede kind had ik niet kunnen bedenken. Afgrijzen kwam in me op over een gedrag dat in Latijnse landen vrijwel ondenkbaar is. In steden als Amsterdam en Utrecht nam ik paranormaal de scheefgroei waar die pas jaren later via het Borst-manifest meer platform zou krijgen.

Nederlandse kinderen, zo ervoer en zag ik, menen tot op hoge leeftijd een geboorterecht te hebben om altijd en overal, bij nacht en ontij bij ouders aan te kunnen kloppen zonder daar maar iets tegenover te hoeven en te willen stellen. Zorg dragen voor de ouder die hen direct en indirect gebaard heeft is er niet bij. Het Internationaal Strafhof in Den Haag zou kinderen van een dergelijke ego-signatuur die permanent een niet thuis geven moeten veroordelen tot de sociale galg en schandpaal wegens misdaden tegen de menselijkheid.

Als tot verworden Zuid-Amerikaan had ik jarenlang in den vreemde een heel ander beeld gevormd van relaties tussen bejaard geworden ouders en hun kinderen dan wat ik in Nederland ineens om me heen zag. Reden om jaren daarna, 2009, er een column aan te wijden. Hugo Borst deed in die tijd voornamelijk aan sportverslaggeving, en de moeder van staatssecretaris Martin Van Rijn liep waarschijnlijk nog vrij rond.

Sinds mijn persoonlijke ervaringen en latere column in 2009 tot aan Hugo Borst’ manifest, is er geen reet veranderd. Het Nederlandse bejaardenlandschap is door overheid en gewetenloze bonuszorgmanagers zelfs aanzienlijk verslechterd, gecriminaliseerd. Feit is dat de bonusmanager alleen kan floreren omdat kinderen hun ouders naar zorggetto´s brengen. De shit begint bij de ‘moraal van het gemak’ van de kinderen, daardoor schieten foute zorgmanagers als giftige paddestoelen uit de grond, en een overheid die er zijn zegen over geeft. Hoe anders is het leven van de bejaard geworden ouder in andere delen van de wereld, in Brazilië, de Nederlandse Antillen, De Dominicaanse Republiek, en dichter bij huis in grote delen van Spanje, Portugal en Italië.

Als ouders met hun kleine kinderen zouden zijn omgegaan zoals vele kinderen met hun ouders, zou politie, kinderbescherming en meer van dat soort incompetent tuig gelijk op de stoep staan. Telegraaf en AD zouden forse koppen leveren – Kindermisbruik, kind weken in de luiers – en de politie zou beide ouders in voorarrest zetten om hen vervolgens definitief in het gevang te houden.

De volgende vragen komen in me op:

– Waarom hebben wij ouders onze kinderen eigenlijk niet gewoon een plascontract voorgelegd toen ze nog klein waren?
– Waarom geen contract voor borstvoeding of het flesje met een frequentie van twee keer per week?
– Waarom niet een minimaal contractje voor incidentele aandacht, drie keer per jaar?
– Waarom niet een contractje voor één keer per twee jaar kinderspelletjes op het bospad of paardjerijden op de knie?
– Waarom hebben we onze pukkies niet gewoon 24 uur per dag uitbesteed aan een zorggebouw met vier keiharde muren waar drie anonieme uitzendzorgverleners de dienst moeten uitmaken?
– Waarom hebben we onze moppies destijds niet gewoon laten wegrotten in een luier en waarvan het elastiek van het plastic beschermbroekje schuurt aan baby´s bovenbeentjes?
– Waarom hebben we toen niet volstaan om de kindjes slechts om de twee weken te willen bezoeken in het stenen zorggetto met dubbele voorzetramen?

We, wij als ouders dus, zouden vooral in Nederland, dan heel wat meer tijd over hebben gehad voor ‘onszelf’, voor de vermeende speeltjes van ons leven  –  de baan, de nieuwe cadeauwinkel, het badmintonnen of squashen met gelijkgestemde vrienden, de avontuurtjes buiten het huwelijk, de vakanties of de broodnodige weekendbezoekjes aan Center Parcs die we betaalden met btw-gelden.

Als we onze kinderen hadden mishandeld zoals de kinderen ouders mishandelen zou de wereld te klein zijn. De eenmaal groot geworden kinderen zouden de spreekkamers van psychotherapeuten, psychiaters en New Age-coaches overvallen als een tsunami, om hun leed jaren en jaren en jaren uit te klagen. En bij dit soort ‘toegewijd’ volk moet je, om met de dame in de trein te spreken, in vijfvoud met carbon een verzoek indienen om eens een aardappel te eten.

Onbegrijpelijk dat kinderen voor zichzelf van een behoorlijke en zorgzame opvoeding uitgaan, dat eisen, en bij de minste financiële hapering van hun eigen leven de bejaarden in de zorgluiers smijten. Om met Youp van het Hek te spreken: ‘Waarom leggen we onze bejaarden eigenlijk niet op roosters? Net als de varkens. Dat de stront vanzelf wegspoelt.’

Vroeger was beslist niet alles beter zoals ook de toekomst niet in de volle breedte beter zal zijn dan het huidige heden. Maar voor bepaalde aspecten van de samenleving had men af en toe een beter antwoord, zoals dat ook voor onze ouders moet zijn geweest tot kennis en ervaring van hun (voor)vaderen. Dat neemt niet weg dat we door de voorruit van de tijd ons voort moeten bewegen naar een gewisse toekomst met beter resultaat, ook om te leren hoe ouderen in de samenleving waardig te kunnen bejegenen.

In De complexiteit van het alledaagse (Koot 1995) schreef organisatie antropoloog prof. W.C.J. Koot ‘De hegemonie van de Eerste Wereld is tanende en het is niet geheel ondenkbaar dat de periferie van vandaag het centrum van morgen is’ naar de Zweedse sociaal antropoloog Ulf Hannerz.

Multinationals, de mannen van veel profit, bestuderen via organisatie antropologen managementstructuren in Derde Wereldlanden om nieuw sociaal gereedschap in handen te krijgen waardoor een bedrijf beter geleid kan worden (lees: meer poen te kunnen genereren). Analoog aan deze methodologie is – An ecology of mind (Bateson 1972) – waarbij vakgebieden kruislings worden bestoven met (oude) kennis uit niet-verwante vakgebieden, een verdienste van Gregory Bateson, waardoor nieuwe inzichten en (sociale) structuren kunnen worden ontdekt. Het verleden behoeft dus niet altijd en overal old-fashioned te zijn.

De slakkentong, bezaaid met een groot aantal tandjes, kan de hardste schelpen afschrapen, zonder ooit af te breken. Bioloog prof. dr. John Videler ontdekte op welke manier dit slakken-principe toegepast kon worden op de boorkoppen van baggermachines, De fabrikanten wilden er niet aan. De tandjes van hun machines braken snel af waardoor bij duizenden nieuwe verkocht konden worden. Gustave Eiffel baseerde zijn Eiffeltoren op de interne structuur van de menselijke heup. De natuur met miljoenen jaren expertise heeft een schat aan vernuft, zoals ook oudere samenlevingen kunnen bogen op een sociale receptuur die vaak werkzaam is.

Ik ben bevooroordeeld en bevoordeeld. In Andalusië is het ondenkbaar dat een bejaarde met een luier om in zijn eigen urine ligt, dat kan alleen in het politiek correcte Nederland. De ouders worden verzorgd en vertroeteld, door zonen, dochters, neven of nichten of ingehuurd personeel, aan de hand genomen of in een karretje voortgeduwd om passief aan het leven deel te nemen, om in het centrum de opbouw te bekijken van de opnieuw afgestofte kerststal, naar een flamenco-optreden of Zambombafeestje te gaan. Aan de ogen van degenen die de karretjes duwen is niet te zien dat ze hun liefdesdaad vreselijk vinden. De mannen en vrouwen van la tercera edad (de bejaarden, letterlijk: de derde leeftijd) worden op straat gekust door vrienden en bekenden, ik bedoel maar.

Het zou wel een beetje jammer zijn als de dijken in Nederland voorgoed zouden breken. De Nachtwacht zou voor eeuwig in de donkerte verdwijnen, heel zonde, maar het bejaardenprobleem zou wel in een klap zijn opgelost. Leve de kinderen, kinderen die feitelijk geen kinderen van ouders waren, kinderen die nationaal en kamerbreed hun moeders en vaders in luiers lieten liggen.

Misschien is Andalusië en het Middellandse Zeegebied wel de periferie van Europa waar oude sociaalculturele structuren opnieuw kunnen worden bestudeerd.

 

ZEMBLA/VARA.NL
plaatste vandaag (22-11-2016) op Facebook opnieuw de bijzondere reportage (mei 2015):

Dokter mag ik dood
“Voor veel ouderen geldt: Liever sterven dan naar het verpleeghuis”

 

Update 22-11-2016