St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein: De Sovjet-Russische schildklierpsychiaters

1199px-Russian_psychiatrists_1907

Foto (detail): Wikipedia / Public Domain

DOCUMENTO ARTE MAFIA – MEDICO 5

 

Als je in de Sovjet-Unie, laten we zeggen onder Nikita Chroesjtsjov of Leonid Brezjnev, niet in de pas liep, dissidente opvattingen had, werd de bestraffende psychiater van stal gehaald. Geen Solzjenitsyn of Pasternak die je dan nog uit de Goelag Archipel of uit een ‘psikhouchka’, een psychiatrisch ziekenhuis, kon houden. Medisch werd zonder pardon het IJzeren Gordijn dichtgetrokken nog voordat de avond goed en wel gevallen was. Oneigenlijk gebruik, misbruik dus, van medische kennis en dossiers. Een strategie die niet alleen in de voormalige Sovjet-Unie toepassing vond. Ook het St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein bleek op medisch gebied teveel Sovjet-Russische protocollen doorgenomen te hebben. Ingeval je namelijk medicatie niet kon of wilde innemen werd je uitdrukkelijk gemaand, zelfs schriftelijk (!), de psychiater op te zoeken.

De betreffende internist-endocrinoloog met blijkbaar voorliefde voor Sovjet-Russische ideologie, I. (Iris) M.M.J. Wakelkamp, ten goede en ten kwade stalinistisch vast in de eigen leer, week niet af van eerder ingenomen standpunten. Daarmee verschilde zij niet van de doorsnee internist of endocrinoloog die geen levende patiënten maar dode en vaak achterhaalde laboratoriumuitslagen behandelde die meer dan eens de wetenschappelijke toets niet konden doorstaan. De patiënt als papieren laboratoriumwaarde, als getalsmatig nummer.

Als vermeende lijder aan een te trage schildklier, hypothyreoïdie, heb ik een leven lang een contingent aan huisartsen, internisten en endocrinologen de revue zien passeren, in binnen- en buitenland. Het gros van de bezochte artsen en specialisten, een hoge uitzondering gelukkig daargelaten, bleken epidemiologisch gezien meer dan een beroerd vuiltje in het oog te hebben, een balk, ziende blind te zijn, behalve dan voor laboratoriumuitslagen die op het geduldige scherm van de computer in beeld kwamen.

Of de patiënt een voor hem of haar te hoge dosering levothyroxine (euthyrox of thyrax) kreeg voorgeschreven, uiteraard op basis van vermeende ‘laboratoriumwaarden’, en daardoor zieker werd dan ziek, waardoor deze van het dak zou willen springen dan wel een irritante overbuurvrouw een kopje kleiner zou willen maken, ontgingen de dames en heren medici volkomen.

In het hebben van beroerde ervaringen met artsen en specialisten die getrouwd waren met laboratoriumwaarden-op-het-beeldscherm, stond ik niet alleen. Hele volksstammen hypothyreoïdie-patiënten waren mij voorgegaan in het klakkeloos moeten aanhoren van foute specialisten die hen hadden willen volproppen met hoge dosissen van het synthetisch vervaardigde levothyroxine. Daardoor jarenlang op basis van papieren waarden waren ingesteld, jarenlang als een wrak op de bank hadden vertoefd, niet meer in staat met redelijke kwaliteit aan het dagelijkse leven deel te kunnen nemen.

Big Pharma had zijn werk goed gedaan, het ‘huwelijk’ van de plutocratische oliemagnaat John D. Rockefeller (1839-1937) met de monopolistische staalgigant Andrew Carnegie (1835-1919) baarde het Flexner Report, de basis en gestroomlijnde leidraad van het hedendaags ‘geneeskundig’ handelen: symptoombestrijding met gebruik van gepatenteerde synthetisch vervaardigde ‘geneesmiddelen’ uit de fabrieken van de petrochemische industrie, en geen andere, zeker geen narrative medicine-benadering waarvan de praktiserende artsen volledig werden uitgeroeid.

Onder wurgbeding, de afdeling endocrinologie van het St. Antonius Ziekenhuishuis had het blijkbaar niet van een vreemde, ‘sponsorde’ (lees: kocht) Rockefeller met bakken vol dollars medische scholen, ziekenhuizen, colleges (100 miljoen) en lijfde deze allen in bij de Rockefeller Foundation (Standard Oil). De sinds 1847 tot op heden politiek foute American Medical Association (AMA) confirmeerde zich aan het controversiële rapport van meeloper Abraham Flexner, een niet-medicus, die, zoals we mogen aannemen, zich als een Judas met eer en money liet betalen.

De geest van Rockefeller en Carnegie konden daardoor bij het St. Antonius Ziekenhuis en vrijwel alle andere Europese medische centra aan deze kant van de Atlantische oceaan uit de fles komen. Dit omdat Rockefellers Standard Oil (nu Exxon) al voor de Tweede Wereldoorlog in een tweede economisch huwelijk trad, en wel met IG Farben (die Zyklon B patenteerde waarmee de gaskamers in WO II werden bediend) en zijn companen Bayer, Hoechst en BASF.

Het Flexner Report van de Rockefeller en Carnegie Foundation kreeg daardoor ook in Europa vaste voet aan de grond. Europa onderging hetzelfde lot als Amerika, ook in Europa zouden als bij een heksenjacht de oorspronkelijke geneesheren worden gekeeld om de vergiften van Big Pharma aan de man te kunnen brengen. Paracelsus, Hahnemann, en duizenden natuurgenezers, eens trotse wegbereiders van de geneeskunst, zouden door chemo-criminelen en hun ‘gesponsorde’ gevolg te boek komen te staan als medische delinquenten. Het monopoliseren van de gezondheidszorg bracht de Oostenrijks-Amerikaans-Mexicaanse filosoof, theoloog en pedagoog Ivan Illich in 1976 al treffend onder de aandacht in Medical Nemesis (Ned. vert.: Grenzen aan de geneeskunde: het medisch bedrijf – een bedreiging voor de gezondheid?). Zie: Chemo BV: Kroniek van een aangekondigde onnatuurlijke dood.

Ook ik had lange tijd te kampen gehad met de gevolgen van een voor mij te hoge dosis levothyroxine, beroerd als ik was door een lawine aan klachten, waarbij onder andere extrasystole en andere hartritmestoringen me wekelijks parten speelden. Maar de artsen hadden zich ingegraven in hun loden loopgraven en mompelden in koor: ‘u bent perfect ingesteld, er is niets aan de hand’. In een lijst met de top 100 meest voorgeschreven, best verkopende medicijnen in Amerika in 2015, was Synthroid (levothyroxine) nummer één van de meest voorgeschreven medicatie, die $ 1,022,330,738 aan omzet opleverde.

Per toeval stuitte ik eind jaren negentig op de belangenvereniging HYPO maar niet HAPPY (HmnH) en de erbij aangesloten deskundigen, artsen en specialisten. En een ander toeval wilde dat legioenen schildklierpatiënten dezelfde ervaringen bleken te hebben met geborneerde huisartsen en endocrinologen van reguliere snit, die steeds in koor riepen: ‘U bent perfect ingesteld’ of ‘we moeten de dosis ophogen dan wel verdriedubbelen’. Dit terwijl een niet onaanzienlijk deel patiënten wereldwijd aan horror ten onder ging, wekelijks balanceerden op één houten stelt in de dakgoot, of zichzelf met een tweedehands lancet zouden willen bevrijden van schildklier-gerelateerde kommer en kwel.

Een ander slag medici bleek te bestaan. Een van hen, Drs. Robert Lintschoten (1927-2017), huisarts en natuurgeneeskundige, beet daarbij de spits af, waarbij naast een geheel andere benadering en epidemiologische bewijsvoering (Smulders, 2013) natuurlijk schildklierhormoon in beeld kwam. Het woord hypothyroïdie kende ik amper, kon het zelfs na drie jaar nog niet zonder haperen uitspreken. Echter de ervaringen van lotgenoten die door reguliere huisartsen en internisten genaaid waren bij het leven, spraken boekdelen. Een puike lijst circuleerde zelfs van artsen in den lande die een andere benadering voor schildklierlijden voorstonden, en die naast levothyroxine natuurlijk schildklierhormoon in enigerlei vorm (thyranon, thyreoïdum of armour thyroid) voorschreven.

Huisarts Havinga aan de Utrechtse Amsterdamsestraatweg, de goede ziel die per saldo niet verder kon en wilde kijken dan zijn beperkte schildklierneus lang was, bezocht ik minimaal tweemaal per week, ziek als ik was, evenals de Huisartsenpost of de spoedafdeling van het ziekenhuis in nachtelijke uren, totdat…

Ik besloot de dosering levothyroxine te halveren en het overgebleven restant aan de kwekkende eendjes in de nabijgelegen Vecht te voeren. In hetzelfde tijdsgewricht werd ik geattendeerd op Dr. Frederik P.L. van Loon, internist, epidemioloog en infectioloog, en in den lande bekend en vermaard als specialist voor moeilijk instelbare schildklierpatiënten. Nadat deze mijn bloed op 36 aspecten had laten onderzoeken, het kunnen er ook 48 of 73 zijn geweest, werd ik na enige weken ingesteld. De belangrijkste medicatie betrof een (matige) dosis levothyroxine aangevuld met natuurlijk schildklierhormoon, dat vóór Big Pharma voor meer dan 100 jaar het gangbare medicijn was, zelfs in de puriteinse Verenigde Staten (en Canada) tot op vandaag verkrijgbaar, en dat alle benodigde stoffen (T4, T3, T2, T1 en T0) bevatte die levothyroxine slechts ten dele (alleen T4) incorporeerde. Binnen twee weken kon ik fietsen, fluiten en flirten. Hoezo hartkloppingen, hoezo opvliegers als ware ik beland in de mannelijke variant van een menopauze? Niets meer van dat al.

Weken gingen voorbij, zelfs maanden voordat ik voor een wintergriepje me vervoegde aan het loket van de doktersassistente van huisarts Havinga. De doktersassistente, een lieve Limburgse schat vroeg wat er met mij aan de hand was, of ik soms ziek was, normaal kwam ik toch tweemaal per week, en ineens slechts eenmaal in twee maanden. Neen, ik was niet ziek, ik was gezond. En misschien al veel langer gezond als ik niet in handen was gevallen van bedillende huisartsen en foute endocrinologen die aantoonbaar hun vak niet verstonden. Als er al iemand ziek was, dan waren het de huisartsen en in hun kielzog endocriene bloedwaardespecialisten van Utrechtse ziekenhuizen die mij vol hadden gepropt met een overdosis levothyroxine waarvan de validiteit alleen op papier geloofwaardigheid had.

Geen huisarts die door mijn herwonnen gezondheid in de handen klapte, en eveneens geen criminele ziekenhuisendocrinoloog die in zijn steriele handjes klapte. Alleen euthyrox of thyrax was hun devies, slikken, en dan in grote hoeveelheden, niets anders. Dat de patiënt ziek werd maakte de dames en heren medici geen fucking reet uit. Jarenlang was ik daardoor het heertje, kon mijn werk doen, boeken schrijven, consulten, workshops en demonstraties geven in de Dominicaanse Republiek, Miami, en lezingen op de universiteit van de Nederlandse Antillen.

Na enige jaren nadat een periodieke controle op schildklierwaarden was gedaan constateerde de (nieuwe) huisarts dat de TSH-waarden schrikbarend hoog waren, op papier dan, zelfs niet meer te meten waren (>100 mU/I).

Er was naar mijn idee niets aan de hand, klachten had ik niet geregistreerd. De meting moest absoluut foutief zijn geweest, dan wel links of rechtsom een verkeerd beeld hebben gegenereerd, zo memoreerde ik.

Het laboratorium maakt geen fouten, vertelde de huisarts waar ik in die dagen nog goed mee was. De meting is onjuist beklemtoonde ik. Het is aan het gilde van witte jassen, ook als ze geen witte jas dragen, om voet bij stuk te houden. Wegens het vertrouwen dat ik toen nog in hem had ging ik akkoord met zijn suggestie eenmalig een second opinion aan te gaan bij een internist-endocrinoloog waar hij goede contacten mee scheen te onderhouden.

Internist-endocrinoloog Wakelkamp werd aanbevolen, uitverkoren, en ik fietste haar op een dag tegemoet. Ik werd onderzocht en getest op de hemel mag Joost weten, zoals een synacthentest om een primaire bijnierschorsinsufficiëntie uit te sluiten. Een van de testen, een bijzondere en langdurige test (fT4-bepaling via terugtitramethode) werd in haar opdracht uitgevoerd door het AMC in Amsterdam. De conclusies logen er niet om. Door gegenereerde antistoffen die mijn lichaam maakte bleek een deel van de jarenlang gemeten bloedwaarden onjuist, onbetrouwbaar, van nul en generlei waarde.

Exact zoals ik mijn huisarts eerder had verteld. Het gevolg was dat de discrepante T4-waarden die jarenlang als heilig waren bevonden vanaf dat moment niet meer mochten worden beschouwd als zijnde valide.

Wakelkamp had goed werk geleverd, ontegenzeggelijk, ere wie ere toekomt. Maar Iris bleek ook een stalinistische inborst te hebben. Vanaf dag één had ik haar verteld dat ik haar slechts bezocht voor een second opinion, en niet meer dan dat. En dat ik me uiteindelijk opnieuw onder behandeling zou stellen van Dr. van Loon, en daardoor naast levothyroxine opnieuw natuurlijk schildklierhormoon als medicatie zou nemen.

Het was tegen het zere vrouwenbeen, zo mogen we aannemen. Wakelkamp, in navolging van eerdere endocrinologen die mij doodziek maakten, ging tot het uiterste om ook een hoge dosering levothroxine in mijn lichaam te willen persen. Om dat te bewerkstelligen liet ze in het lab van het AMC uiterst kleine doseringen aanmaken (6,25 mcg) die normaliter niet in de apotheek verkrijgbaar waren, en met de intentie door te stomen tot 150 a 200 mcg, het niveau waarbij ik vast en zeker het St. Antonius Ziekenhuis met personeel en al eigenhandig zou hebben gesloopt en omgebouwd tot een van de bloederigste Belgische abattoirs, en terecht.

Proefondervindelijk had ik ervaren dat mijn lichaam tot dan toe geen hogere dosering verdroeg dan om en nabij de 50 mcg, maar in een beperkte ophoging tot een maximum van bijvoorbeeld 75 mcg wilde ik Wakelkamps initiatief een kansje geven, why not. Ik had in het verleden het ophogen onder medische begeleiding vele malen geprobeerd, zeer secuur en longitudinaal, de minieme ophogingen geturfd op de binnenkant van het deurtje van een kastje boven het aanrecht. Echter zonder succes, mijn lichaam weigerde doodeenvoudig een hoge dosis. Een bevriende verpleegster fronste de wenkbrauwen bij mijn verslag over de hopeloze fantasieën van de endocriene godin van het St. Antonius Ziekenhuis die alleen oog had voor haar speeltje.

Wakelkamps strategie had duidelijk gefaald, mijn lichaam zat rond de 50 mcg reeds aan zijn taks, rebelleerde. Lang voordat ik een dosering rond 60 mcg had bereikt kwamen opnieuw de bekende hartkloppingen en opvliegers, de slapeloze nachten als leed ik paradoxaal aan hyperthyreoïdie, het tegenovergestelde, een te snel werkende schildklier. Aan mijn lijf geen polonaise meer ten faveure van een arts die haar semiwetenschappelijke aannames in duigen zag vallen. Om met critica en voormalig Agis-internetarts Dr. Helma Coumou te spreken, schrijfster van Second opinion, wegwijzer voor patiënten (Coumou, 2005), ik kende mijn lichaam beter dan alle huisartsen en specialisten samen, en paste, weigerde verder de carrière van Wakelkamp op te leuken.

Wakelkamp als door een hormonale bij gestoken greep uiteindelijk naar oneigenlijke middelen, naar verboden methodieken, niet vies van stalinistische strategieën uit de tijd van vóór Nikita Chroetsjov. Wakelkamp wilde mij naar de psychiater dirigeren, how dare you, met het doel háár medicatie in mij te persen. De liefde was ineens over. Ik waardeerde en waardeer Wakelkamp om haar diepgravend onderzoek waardoor de onderste steen, de aanmaak van T4-antistoffen en discrepante bloeduitslagen, bovenkwam.

Daardoor ontkwam ze aan mijn toorn.

Onder andere omstandigheden zou ik op onnavolgbare wijze reeds eerder psychiatrisch wereldgehakt van haar hebben gemaakt, haar publicitair aan de hoogste boom hebben opgeknoopt, en het medisch tuchtcollege hebben ingeschakeld voor zover dat enig nut heeft in het land dat Nederland heet. Uiteindelijk heb ik gemeend, we leven inmiddels ook medisch in een MeToo-tijdperk, de Sovjet-Russische sectie van het St. Antonius Ziekenhuis met een extra sensorische lens te willen belichten.

Haar handelen in dezen getuigde van een grote mate van onbekwaamheid, van minachting en machtsmisbruik van en naar de patiënt. Een uiterst ongelukkige en karakterologisch gevaarlijke combinatie voor een arts in relatie tot een patiënt. Ingeval Wakelkamp in de Sovjet-Unie zou zijn geïncarneerd in plaats van in Nederland, zouden patiënten op basis van haar gedrag zomaar in dwangbuizen terecht hebben kunnen komen. Uiteraard alleen ingeval ze niet naar haar hormonale pijpen zouden hebben gedanst.

Nimmer was ik hartpatiënt geweest, nimmer had ik hart-gerelateerde klachten gehad. Als turnende topsporter in mijn jeugdjaren en vervolgens als gepassioneerde salsadanser tot op heden die vier keer per week de internationale piste van korte rokjes onveilig maakte, was op wat overtollig vet na er niets mis met de conditie van mijn hart. De eerste cardioloog waar ik naar verwezen werd, van het Diakonessenhuis, kon geen abnormaliteiten ontdekken. Om en nabij een jaar later nam een van de cardiologen in Mesos Medisch Centrum Overvecht waarbij ik een fietstest deed, de kracht in ogenschouw waarmee ik de pedalen ronddraaide, keek vervolgens op de staat naar mijn leeftijd, en vroeg, “heer Verstraaten, welke topsport doet u?”

Mijn gezond hart kwam slechts in het gedrang, zo bleek achteraf, als gevolg van de shit, de medicatie die werd voorgeschreven door het type huisartsen en endocrinologen van ziekenhuizen als het Utrechtse Diakonessenhuis en het St. Antonius Ziekenhuis.

Een speciaal geëntameerd onderzoek op enig moment naar de werking en kwaliteit van mijn hart toonde aan dat inclusief kleppen alsook de aan- en afvoerslangen geen indicatie gaven voor atherosclerose. Ik was vrij van enige kalkaanslag als bij een goedkope vaatwasser. De behandelende cardioloog die het onderzoek uitvoerde, Drs. R.M. (Rob) van Tooren, verklaarde desgevraagd tijdens een opvolgend consult dat de hevige storingen die mij al jaren ten deel waren gevallen een mogelijk gevolg waren van de relatief lage maar voor mij te hoge en/of te snel opgebouwde schildkliermedicatie die de sinusknoop en vooral de alternatieve delen van het prikkelgeleidingssysteem van het hart overbelastte/misleidde.

Gehoord mijn verslag van Van Toorens diagnose, lachte Iris Wakelkamp schamper zo kwam mij voor, lachte haar collega feitelijk vierkant uit en verwees zijn zienswijze naar het rijk der fabelen. Van Toorens diagnose, het mag zelfs hypothese genoemd worden, dekte niet die van Wakelkamp. De zienswijze van Wakelkamps collega die onder hetzelfde ziekenhuisdak zijn werk deed, was zomaar ineens irrelevant. Tenslotte ging het om het prestige van de behandelende specialist, nietwaar, en niet om de patiënt, Wakelkamp viel door de mand. Van Tooren was een reguliere geneesheer met gezond verstand, en die het ook gebruikte.

De aanleiding waardoor na vele jaren ik besloot de zaak Wakelkamp alsnog onder het voetlicht te brengen was gelegen in het lezen van het volledige (Nederlandse) patiëntendossier dat ik slechts met forceren in bezit had kunnen krijgen. Reden om een van mijn voormalige Utrechtse huisartsen die meer dan één scheve schaats had gereden, met succes aan te klagen bij Klachtencommissie Huisartsen Midden-Nederland en bij het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam, Noord-Holland en Utrecht. Na het lezen van het (volledige) dossier rezen mij de haren te berge bij de constatering hoe enige behandelende artsen in het verleden de zaak geflest hadden. (Zie: HAP Weerdsingel: ‘Bedrieglijke codes & minachtende H&M-rokjes’).

Als bijvangst tijdens het minutieus bestuderen van het polsdikke patiëntendossier (200+ pagina´s) kon ik mij tevens niet aan de indruk onttrekken dat internist-endocrinoloog Wakelkamp in de ogen van elk weldenkende patiënt oneigenlijk gebruik moest hebben gemaakt van op zich onjuiste informatie die in het dossier was terecht gekomen: de zaak van psychiater Herman Kyosen Kief: Boeddhist zonder Zen. Ingeval mijn veronderstelling juist zou zijn, zou ik juridisch gezien, de term misbruik spijtig genoeg niet hard hebben kunnen maken. Maar ook zonder die aanname zakte Wakelkamp als medicus volledig door haar hoeven.

Dat Iris Wakelkamp als behandelend specialist een patiënt met hulp van een zielenknijper medicatie door de strot wilde duwen, is medisch en moreel verwerpelijk, welhaast crimineel, en getuigt daarbij van het dominant gepsychologiseer van een amateur. Dit ondanks dat ze naderhand haar dubieuze intentie in een (geregistreerde) e-mail aan mij enigszins probeerde af te zwakken.

En verder, ik word met de dag een dagje ouder, en ik wil de Nederlandse schildklierpatiënt tijdig en voordat ik het aardse voor het eeuwige moet inwisselen, van relevante informatie voorzien bij het kiezen van een internist-endocrinoloog die het verdient.

De vermeende te lage doses medicatie heeft in 20 jaar geen enkel nadelig gevolg gehad. Aan hypothyreoïdie toegeschreven aandoeningen ken ik niet. Snel vermoeid ben ik nooit, het tegenovergestelde, heb geen haaruitval maar nog steeds een weelderige haardos, nooit obstipatie, geen zwaardere stem, geen stijve spieren of gezwollen oogleden, en buiten de periode dat ik naar aanleiding van de >100mU/I- waarde tijdelijk helemaal geen medicatie gebruikte, ook geen koude huid.

De enige handicap is periodiek overgewicht, maar dat persisteert al 50 jaar sinds ik op kamers ging wonen en mijn mond de Vlaamse patat ontdekte. Afvallen kostte me nooit veel moeite, 32,5 kilo, eenmaal 28 kilo, andermaal 10, 12, of 18 kilo ik kan het niet meer bijhouden, zowel in tijden zónder enige schildklieraandoening (tot het 55ste levensjaar) als met vermeende schildklieraandoening (vanaf 2001). Deze genetische predispositie voor overgewicht persisteerde ook bij mijn moeder die haar leven lang secuur gemonitord werd door huisartsen en specialisten en nimmer als hypothyreood te boek stond. Overgewicht manifesteerde zich tevens bij een van mijn kinderen en enkele kleinkinderen, met en zonder hypothyreood te zijn.

Opmerkelijk is de studie, een klinische les Hypothyreoïdie na stoppen met roken van F. Boukes (huisarts, wetenschappelijk schrijver), Tj. Wiersma (huisarts, senior wetenschappelijk medewerker), J.W.F. Elte (internist-endocrinoloog), gepubliceerd in Huisarts & Wetenschap, 2015;58(7):386-8. In hun conclusie schrijven de onderzoekers:

Roken verlaagt de kans op hypothyreoidie [sic] en vooral de eerste paar jaar na stoppen met roken is de kans op de ontwikkeling van deze ziekte belangrijk verhoogd, om daarna weer tot normale waarden te dalen. Het verantwoordelijke mechanisme is nog grotendeels onduidelijk, maar onderdrukking van de vorming van antistoffen tegen schildklierweefsel lijkt een rol te spelen. Bij mensen die onlangs zijn gestopt met roken en klachten hebben moet de huisarts dan ook alert zijn op deze ziekte en laagdrempelig schildklierfunctieonderzoek aanvragen.

Opmerkelijk in dit verband is dat na mijn terugkeer uit Brazilië in 2001 alwaar ik een nicotinevergiftiging opliep wegens het roken van meer dan 40 sigaretten per dag gedurende meerdere jaren, de vervangster of stagiaire van huisarts Havinga, Groenendaal, ‘ontdekte’ dat ik hypothyreood was of zou zijn. Geen huisarts Havinga waarbij een alarmbel afging, noch bij internist-endocrinoloog A.F. Muller van het Diakonessenhuis, noch bij opvolgende huisartsen of in latere jaren bij internist-endocrinoloog Wakelkamp van het St. Antonius Ziekenhuis. Geen van allen die enig verband legde of op zijn minst de mogelijkheid van een verband memoreerde. Dit terwijl de relatie schildklieraandoeningen en (stoppen met) roken reeds dateert van de vorige eeuw.

Dat ik in 2001 stopte met roken en nooit meer enige aandrang kende om opnieuw te willen roken, zou ik zeker niet willen terugdraaien. Ik voel me er kiplekker bij. Maar de opmerkelijke studie van het meisje Boukes en de jongens Wiersma en Elte in het licht van mijn voormalig rookgedrag toont aan dat bijgeschoolde kennis van het inteeltclubje van menige huisarts en specialist vaak niet erg veel verder reikt dan het lezen van Story en Privé, of het bijwonen van promotionele voordrachten op buitenlandse congressen, gewatteerde snoepreisjes, door de farmaceutische industrie van a tot z bekostigt.

Mijn ervaringen als medium hebben mij geleerd dat menige medicus vaak niet veel verder komt dan het oplepelen van oude kennis en het bewandelen van platgetreden paden. Zowel het artikel Case of Kor G. & Jody O.: Study on Eczema / Atopic Dermatitis als Case of Ricardo B.: Study on Extrasensory Voice Hearing / Auditory Hallucination geven daar informatie over.

Kor en Jody liepen jarenlang de poliklinieken van alle verenigde dermatologen van Nederland plat, zonder een spatje succes, terwijl met een andere informatieopbouw ze binnen enkele maanden vrij werden van klachten, en dat gedurende meer dan een kwart eeuw, zoals een ‘herhaligsconsult’ met hen en hun ouders na 25 jaar aantoonde. Ook Ricardo, de schizofreen die geen schizofrene was, genas binnen enkele maanden van stemmen. Kan ik dan meer dan een reguliere arts? Nee, maar mijn begeleidende geesten, vaak overleden geneesheren, wel. Daarbij meen ik een belangrijk wapen ter beschikking te hebben: het ontbreken van medische arrogantie.

Het is zonde en ook wel begrijpelijk dat ik mezelf niet kan behandelen. Reden om voldoende alert te blijven bij de beoordeling van degenen die mij behandelen.

Vaker heb ik me afgevraagd of ik buiten de papieren waarden wel aan hypothyreoïdie leed. Sinds enkele maanden heb ik de dosering van 50 mcg zelfs teruggebracht naar 25 mcg. Dit omdat de nieuwe TSH-waarden inmiddels zeer ruim binnen de (papieren) marges vallen, en dat op basis van een jarenlange dosering van 50 mcg aangevuld met natuurlijk schildklierhormoon (thyroid 60 mg).

Patienten zijn hierbij gewaarschuwd. Ingeval de patiënt dreigt een voorgestelde medicamenteuze lijn van Wakelkamp in de wind te slaan, wacht hem of haar een verbanning naar een ‘psikhouchka’ of Goelag archipel waar Sovjet-Russische psychiaters klaar staan een dwangbuis aan te leggen en medische duimschroeven aan te draaien.

Zonde, Wakelkamp had de kwaliteit in zich een goede arts te kunnen worden, maar ´t kan verkeren zei Bredero, het mocht niet zo zijn.

 

_________________________________________
Relevante artikelen die deel uitmaken van de serie
DOCUMENTO ARTE MAFIA – MEDICO

Frank Brus, moeten ‘peutermelk-artsen bij Danone-Nutricia’ ook gezonde vrouwenborsten amputeren?
St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein: De Sovjet-Russische schildklierpsychiaters
Herman Kyosen Kief: Boeddhist zonder Zen
HAP Weerdsingel: ‘Bedrieglijke codes & minachtende H&M-rokjes’
Patiëntendossier, stoned als een Jansen Steur garnaal
Schone handen en de steriele beerput van de Dood

Mediumistic Journalism, paranormale onderzoeksjournalistiek, bevat tevens de series

DOCUMENTO ARTE MAFIA – MEDICO
DOCUMENTO ARTE MAFIA – JUSTICIA
DOCUMENTO ARTE MAFIA – QUIMICO
DOCUMENTO ARTE MAFIA – DESPOTISMO

DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – CURA
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – PASADO & FUTURO
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – REENCARNACION
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – ARTE POR ARTE

_________________________________________________

 

TOEGEVOEGD 16-12-2017
The Guardian 16-12-2014

CIA torture: health professionals ‘may have committed war crimes’, report says

Waar een gebrek aan medische ethiek toe kan lijden weten we sinds Bush’ Enhanced interrogation techniques. Medici, artsen en psychologen, beijverden zich voor veel geld ($81 miljoen) om pijn bij gevangenen in Guantanamo Bay te verhogen dan wel medisch te maskeren tijdens uiterst grove vormen van martelingen zoals door rectal feeding. Het Britse The Guardian, niet de minste onder gezaghebbende kranten, alom bekend door haar onderzoeksjournalistiek, deed al in 2014 omstandig verslag over het Senate Intelligence Committee report on CIA torture. Physicians for Human Rights (PHR) riepen daardoor op om de volledige omvang van de deelname van medici aan CIA-foltering te onderzoeken.

Physicians for Human Rights (PHR) is a New York-based advocacy organization that uses science and medicine to prevent mass atrocities and severe human rights violations.

De scheidslijn tussen medisch gebruik en misbruik kan flinterdun zijn.

 

 

Update 02-01-2018

__________________________________________________________________________________

© MARTIEN VERSTRAATEN
Psychic & mediumistic healer. Past life regression therapist.
Into practice since 1985 (Holland, Curaçao, Brazil, Spain).

Mediumistic journalist. Author.

Formerly professor of visual arts
HAN University of Applied Sciences,
Department of Visual Arts, Nijmegen, Holland.

Formerly professor of visual arts & metaphysical methodology
NHL University of Applied Science
Formerly Faculty of Education of the Leeuwarden Polytechnic,
Department of Visual Arts, Groningen/Leeuwarden, Holland.

Formerly governor of art and culture
Member of the board for Cultural Advice of the County of Groningen
Groningen, Holland
Member of the general board of the Groninger Museum
Groningen, Holland

_______________________________________________


DESTINATIONS
– Laboratory for Intuitive Intelligence
Spain – Holland – Curaçao – Brazil
CONSULTORIO PARANORMAL ANDALUCÍA
Jerez de la Frontera, Cádiz, Spain

www.martienverstraaten.com
information@martienverstraaten.com