Antoni Gaudí: De ‘schizofrene’ passie van een Spaans genie

Vele torens Gaudi

Foto (detail): Wikipedia / Nesnad

DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – REENCARNACION 7

Moet de mens schizofreen zijn, voor zover de term nog bruikbaar is, om de hemel met de aarde te kunnen verbinden? Moet kunstenaar, wetenschapper of religieus bevlogene schizofreen zijn om aan God gelijk te komen? Waar kwamen de innerlijke beelden en stemmen vandaan, visuele en auditieve hallucinaties, die gezien en gehoord werden door grootheden als de als schizofreen geclassificeerde Franz Kafka, Paul Valery, Samuel Beckett, Alain Robbe-Grillet, Giorgio de Chirico en Salvador Dali? (Sass 1994). En wat te denken van de vermeende schizofrene bronnen van visionairen als Pablo Picasso, Walt Disney, Steve Jobs en Bill Gates? Meer dan eens moet schizofreen, auditieve of visuele hallucinaties, worden vervangen door paranormaal of mediamiek. De heiligen Bernadette Soubirous uit Lourdes, Lucia dos Santos uit Fatima en Theresia van Ávila kunnen er post mortem over meepraten. En welk geheim dat aan Antoni Gaudí`s ‘schizofrene’ passie en genie ten grondslag lag nam hij mee in zijn graf?

 

INTRO
In het artikel ‘Antoni Gaudí: bringing heaven to earth’ in The Guardian, vraagt de Britse kunstcriticus Jonathan Jones, die in het verleden Gaudí´s architectonisch pronkstuk Casa Batlló in Barcelona binnenwandelde, zich af:

“But where do the dreamlike freedom and grave hedonism of this house come from?”

Om even later te vervolgen met:

“For me, there is something incomparably mysterious about entering a building that is the self-expression of a passionate mind.”

De eerste vraag van Jones kan niet beantwoord worden door te verwijzen naar Gaudí´s jeugd. Zijn vader Francesc Gaudí i Serra, een eenvoudige kopersmid, kan maar moeilijk als voorbeeld hebben gediend voor de torenhoge architectonisch prestaties van zoon Antoni. Ook het landschap van camarca Baix Camp onder de rook van het Spaanse Tarragona aan de Costa Dourada kan niet worden gezien als oorsprong van de geniale en emotionele vormentaal van Gaudí: geen ranke minaret of klokkentoren in velden of wegen te bekennen. Er moeten dus andere onbekend gebleven factoren aan zijn architectonische intenties en vormentaal hebben bijgedragen. Bronnen, talenten, neigingen en emoties die, zo neem ik als medium en paragnost in ogenschouw, blijkbaar werden ingeboren ten tijde van zijn incarnatie in Spanje, en die tot zijn oeuvre hebben geleid. Casa Batlló bijvoorbeeld, een Arabisch taartje met torentje uit de Islam, zou zelfs voor een niet-paragnost, zomaar uit een oosterse incarnatie kunnen zijn weggelopen, ware het niet dat het bouwwerk zich in Spanje bevindt.

Het tweede aangehaalde citaat van Jones incorporeert door zijn verwondering ook een vraag, en oppert: “Hoe kan het zijn dat het betreden van een gebouw van Gaudí ongekend mysterieus is, welhaast mystiek?”

In twee artikelen ga ik hierop antwoord proberen te geven.

Nadat de afgelopen jaren ik de reïncarnatieve doopceel lichtte van de overleden Formule 1-coureur Ayrton Senna, de Flamenco-danseres en zangeres Lola Flores en de koningin van Spanje Isabel la Católica, stelde ik, klaar als ik was voor een nieuwe ontdekkingstocht, de vraag aan de heren van het hemelgewelf wie aan de beurt was om reïncarnatief te onderzoeken.

Zelf gingen mijn gedachten een moment uit naar cineast Luis Buñuel, de man die de hypocriete wegen van de Rooms-Katholieke Kerk en de bourgeoisie hardgrondig had verafschuwd en waar ik grote verwantschap mee voelde. Edoch, amper nadat ik de vraag had gesteld, viel Antoni Gaudí zonder pardon bij me binnen. Gaudí, de uiterst vrome en religieus bewogen architect, waar in mijn dagbewustzijn ik nog weinig van wist, werd aangediend. Mijn geesten blijken vaker een completer overzicht te hebben in ruimte en tijd dan ikzelf kan generen. Nog voordat ik tijd had me af te stellen op zijn leven in Spanje, nestelden onmiddellijk impressies van een van zijn vorige levens op mijn paranormale beeldscherm, een van de beelden betrof:

Een arme en religieus bewogen straatjongen, een zwerver in Istanboel die heel zijn korte leven lang aan visuele hallucinaties leed.

De informatie over en de exploratie van zijn vorige leven dat de grondslag is voor zijn leven als Gaudí de Spaanse architect, parkeerde ik tijdelijk.

Hoe kon een man als Gaudí nationaal en internationaal uitgroeien tot een voor vele duizenden tot de verbeelding sprekende architect, zo vroeg ik me af. Welke factoren zorgden bij zijn leven reeds voor torenhoge admiraties?

STOFJES EN HORMONEN

Een microscopisch klein stofje, een materieel hormoon of een immateriële vonk in het gedachtengoed van een mens, kan zowel lichaam als geest beroeren en de mens of de wereld van aanzien doen veranderen. Het groeihormoon somatotropine dat door de hypofyse wordt aangemaakt, qua maatvoering een stofje van niks, creëert bij microscopisch kleine overproductie een gigantisch lange basketbalspeler die met slechts één pink de bal in het hoge netje kan deponeren. Boeddha, Christus, Mohammed, Confucius waren minder toebedeeld met lichamelijk gigantisme dan Amerikaanse basketbalspelers.

Echter, vermeende vertegenwoordigers van de godheid of wijsgerige systemen op aarde kregen door een ander stofje van ogenschijnlijk niks, een minuscule maar krachtige innerlijke vonk van elektromagnetische aard zoals – een gedachte, een emotie, een stellingname – de wereld historisch aan hun voeten als ware het een klassiek of contemporain kunstwerk met eeuwigheidswaarde. Zoals bekend is, veroverde op basis van individuele impulsen, spirituele stofjes, Da Vinci´s Mona Lisa, Picasso´s Guernica, of Mondriaans Victorie Boogie Woogie, de wereld.

Materiele stofjes en immateriële beginselen – Big Bang voor en na de knal incorporeerde deze beide factoren – zijn accumulatoren dat spiritueel brood in ruimte en tijd tot in de verste uithoeken van het universum kan doen rijzen. De ‘primitieve’ mensen van ver voor de jaartelling die op de gedachte kwamen een wiel te baren konden niet bevroeden dat de menselijke ontwikkeling er eeuwig mee gediend zou zijn: de vonk had consequenties.

Ook Gaudí had van moederdeeg gegeten dat was gebouwd met spirituele gist van onbekende herkomst. Zijn gist, een immaterieel stofje als persoonlijke accumulator, moet gezocht en gevonden worden in periodes ver voor zijn geboorte. Gaudí´s hele leven, als mens en als religieus bewogen architect, is zeker wat zijn religieuze bewogenheid en passie betreft, het reïncarnatief gevolg van en gekleurd door zijn vorige leven in Istanboel, het vroegere Constantinopel.

DE PANTALON

Om Gaudí als architect beter te leren kennen besluit ik in trance te gaan. Op het moment dat de trance een aanvang neemt en ik me afstem op Gaudí en zijn leven, laat met hulp van mijn geesten het volgende kernbeeld over Gaudí´s Spaanse incarnatie zich zien.

Het beeld betreft: De vouw in zijn broek.

Het beeld van de vouw in zijn broek is daarmee een belangrijke sleutel in het beter leren kennen van de meervoudige persoonlijkheid van Gaudí. In het extrasensorische kernbeeld buigt Gaudi zijn hoofd naar beneden. Het is een doordeweekse dag, het is laat in de ochtend maar nog geen 12 uur als hij de bouwwerkzaamheden gadeslaat. Op een van zijn bouwplaatsen blijkt die dag wat vaalwit bouwstof op een van de pijpen van zijn donkere pantalon te zijn terecht gekomen. Door onoplettendheid is het hem ontgaan dat de gestreken vouw in zijn broek de afgelopen dagen voor een groot deel is verdwenen. Het momentum zal een keerpunt blijken te zijn in zijn verdere ontwikkeling als mens en als bouwheer. In gedachten zoals zo vaak, praat hij onhoorbaar met zichzelf, en in een opkomende tweestrijd vraagt hij zich af:

Om het bouwstof op zijn pantalon eraf te kloppen, dan wel persoonlijke eer, glorie en uitmonstering voor de rest van zijn leven als niet meer ter zake te zullen gaan beschouwen.

Het relatief recente verleden in hem, opvoeding en scholing, zegt het stof te moeten verwijderen van zijn elegante pantalon – architecten in het Barcelona van die dagen behoren goed gekleed te gaan. Een andere stem gebied hem hoofdzaken van bijzaken fundamenteel te scheiden. Deze innerlijke stem, een religieuze roeping zoals hij het ervaart, blijkt krachtiger en eigener te zijn dan de stem van de elegante man in hem.

In symbolische zin wil hij echter dichter bij het volk gaan staan, en met een van de acht zaligheden uit de Bergrede wil hij in Bijbelse voetsporen lopen: ‘Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen’, komt in hem op.

Gaudí wordt innerlijk geraakt als Mozes ervoer bij het zien van een vuurvlam te midden van een braamstruik, en zal voortaan de vouw in zijn broek laten voor wat het is. Het besluit, een bekering van de in feite mediamieke en paranormale Gaudí, zal grote consequenties hebben, ook architectonisch. Het concept en de uiteindelijke vorm van de Sagrada Família, de sacrale basiliek in Barcelona, zal er volledig door worden bepaald.

Als gevolg van de ‘pantalon van de waarheid’ zal Gaudí later dan ook verklaren: ‘Schoonheid is de schittering van de waarheid, en omdat kunst schoonheid is, is er zonder waarheid geen kunst’.

In de diepte was Gaudí een leven lang een jongen van de straat, die op latere leeftijd zelfs volledig terugkeerde naar de staat van zwerver zoals in een vorig leven hij gewoon was te zijn. Zijn diepste gevoelens, zijn leed én zijn passie, de bodem van zijn ziel, de onbewuste herinneringen aan zijn bestaan in Istanboel, kon hij niet meer loochenen. Gaudí stierf dan ook als zwerver.

In de recensie uit De Morgen over het meesterwerk Gaudí. De biografie (vert. van: Gaudí. The Biography), van biograaf en internationaal kunstcriticus Gijs van Hensbergen, lezen we:

Maar toen een sjofel geklede man (“Hij zag eruit als een dronken zwerver”, zei de trambestuurder later) op 7 juni 1926 in gepeins verzonken de drukke straat overstak, raakte de tram hem zo hard dat hij met zijn hoofd op de rails sloeg en opzij viel. Nauwelijks vaart minderend, vervolgde de tram daarop zijn weg. De arme man bloedde hevig en twee toesnellende omstanders wenkten verschillende taxi’s om het slachtoffer naar een ziekenhuis te brengen. Niemand wilde de zonderling vervoeren. In de zakken van het versleten jasje, de onderbroek werd bijeengehouden door veiligheidsspelden, vonden ze slechts wat noten en rozijnen. Geen aanwijzing, geen papieren, niets wees erop dat het de beroemde architect Antonio [sic] Gaudí was die hier bezig was dood te gaan.

(…) Toen het nieuws van Gaudí’s erbarmelijke situatie eenmaal bekend raakte, schaamde Barcelona zich diep. Hij werd onmiddellijk op een kamer alleen gelegd en de gangen van het ziekenhuis vulden zich met bewonderaars, hoogwaardigheidsbekleders en vrienden. Gaudí sloeg het aanbod af om te worden overgeplaatst naar een luxueuze privé-kliniek, hij wilde sterven te midden van het volk.

VORM EN INHOUD

Na Gaudí´s roeping, die ik benoemde als het momentum van de vouw in zijn broek, heeft zijn leven en werk een metamorfose ondergaan. Vooraleerst is de architectonische vorm volledig ondergeschikt geworden aan de inhoud, de religieuze inhoud. De vorm, het kunnen vormgeven, een van de krachtigste talenten in Gaudí´s architecturale gereedschapstas staat als aandachtsrichting niet langer meer op de eerste plaats. Zijn religieuze bewogenheid, missioneringsdrang, prevaleert, waarna Gaudí de meest adequate vorm kiest die de lading dekt. Door deze volgorde van werken en de passie om de christelijke boodschap zo krachtig mogelijk vorm te geven, krijgt hoe paradoxaal het ook lijkt, de vorm een nog krachtigere, zelfs dwingende gestalte. De vorm dekt volledig de lading en is niet meer slechts een esthetisch speeltje.

Na Gaudí´s roeping is ook zijn levenswandel aan veranderingen onderhevig geworden. Na verloop van tijd is een meer introverte manier van zijn, zijn deel geworden. Lang kan hij in gedachten verdiept staan kijken naar de vorderingen op de bouw die maar langzaam gaan. Het besef dringt al vlug tot hem door dat alles wat hij wil realiseren zich niet in één mensenleven zal kunnen voltrekken. De eeuwigheid is een thema wat op stille dagen hem bezighoud. Lang voordat Gaudí zal sterven is hij periodiek van de wereld verdwenen, alsof hij al starende uit zijn lichaam treedt en een kijkje neemt in een van de hemelen waar, zoals hij zich dat voorstelt, God resideert.

STENEN GRAMMATICA
Binnen een pantheïstische zienswijze kan zoals we weten, de immanente godheid zich overal bevinden: aan de onderkant van de kinderglijbaan in een wildwaterzwembad of op de laagste trede in de betonnen kelder van een parkeergarage. In klassieke religies en levensbeschouwelijke systemen daarentegen wordt de godheid of de moraliteit historisch altijd gezocht en gevonden in het hogere: obelisken, minaretten, domtorens, kathedralen en kerkspitsen schreeuwen dat al eeuwen van de daken.

Naast Egyptische obelisken is ook het hoge bos aan heilige torens van Gaudí´s Sagrada Família daarop geen uitzondering. Ook het Allah-bos aan minaretten in Istanboel in en om de wijk Sultanahmet, dat zes minaretten herbergt van de majestueuze Blauwe Sultan Ahmetmoskee, en vier minaretten van de cultuurhistorisch belangrijke Hagia Sophia, wezen tijdens Gaudí´s Turkse incarnatie allen hoog naar de hemel.

De spirituele stofjes, de motiverende elektromagnetische vonken voor Gaudí´s architectonisch oeuvre vonden specifiek hun oorsprong in het vorige leven waar hij diep geraakt werd door de vele torens die hem dagelijks als bevriende goden omringden. Gaudí´s werk als architect, als extrasensorische bouwheer, was een middel waardoor hij woordeloos met zichzelf en de wereld kon praten, en waardoor emotionele herinneringen aan zijn Turks leven automatisch omhoog kwamen zonder er bewustzijn over te hebben. Deze ‘dialogen’ waren een voortzetting van gedachten en innerlijke gesprekken die de entiteit gedurende de vorige incarnatie voerde, en waar hij als Spaans architect wijsgerig op voortborduurde. De op christelijke leest geschoeide dialogen concretiseerde Gaudí als een nonverbale taal in steen, zoals ook Egyptenaren, Assyriërs en de eerste middeleeuwse vrijmetselaars al een grammaticale taal in steen kenden en toepasten bij de bouw van piramiden, ziggoerats, kathedralen (Fulcanelli, 1926, 1929) en andere sacrale bouwwerken.

SCHIZOFRENE HEILIGEN

Voor studenten aan universitaire opleidingen in de Kunsten, de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten Amsterdam, de Jan van Eyck academie Maastricht of het Hoger Instituut in Antwerpen was het een eer als de professor een eerstejaarsstudent in zijn boekje als schizofreen had aangemerkt. Soms lukte het een van de studenten het boekje met geheime aantekeningen tijdens de middagpauze heimelijk in te zien. Schizofrenie en een hoge mate aan artistieke bagage werden als synoniem beschouwd. De benaming schizofrenie, behoort sinds de Maastrichtse lente, geïnduceerd en geïntroduceerd door Jim van Os, hoogleraar en hoofd Departement Psychiatrie en Psychologie van Maastricht Universiteit Medisch Centrum, gelukkig tot het verleden.

In mijn studie Case of Ricardo B.: Study on Extrasensory Voice Hearing / Auditory Hallucination, toon ik aan dat vermeende schizofrenie in veel gevallen berust op scheefgegroeide paranormale vermogens, verstoorde extrasensorische informatieopbouw of gebrekkige mediamieke communicatie: het ‘spreken’ met overledenen. Ricardo die een groot deel van zijn leven leed aan een tsunami aan stemmen in zijn hoofd en daardoor een vrachtwagen vol aan pillen slikte, zonder resultaat overigens, bevrijdde ik binnen enkele maanden van de stemmen die hem kwelden: Ricardo was paranormaal.

De als heiligen aangemerkte Bernadette Soubirous uit Lourdes, Lucia dos Santos uit Fatima en mystica Theresia van Ávila hadden allen visuele en/of auditieve ‘hallucinaties’, waren in oude terminologie, schizofreen. Daarin verschilden zij niet van visionaire grote geleerden, filosofen, schilders, musici of politieke en bestuurlijke geniën. Zij downloadden allen de hemel naar de aarde, gebruikmakend van paranormale gaven: het derde oog, het zesde zintuig, of de gave om in vorige levens te kunnen kijken.

Gaudí was één van hen, zo laat ik hem weten, een uiterst paranormale man.

In het opvolgend artikel zien we de entiteit die we als Gaudí kennen terug in Istanboel, in de incarnatie waardoor Gaudí, Gaudí kon worden. Het artikel krijgt de titel:

Antoni Gaudí: Mijn vorige leven in Istanboel als straatjongen die leed aan hallucinaties

 

 

______________

Noten & Literatuur

 

Arroyo S. (2015). Astrology, Karma & Transformation: The Inner Dimensions of the Birth Chart (2nd Revised edition). Sebastopol CA: CRCS Publications.

Candra CM. (1999). Tolk van de Transformatie (dialogen met de geest van Ayrton Senna). Correio da Bahia. Salvador da Bahia, Brasil https://bit.ly/2GKrzHK

Cerminara G. (1970). Many Mansions: The Edgar Cayce story on Reincarnation. New York: Slone.

Dubois G. (2005). Fulcanelli and the Alchemical Revival: The Man Behind the Mystery of the Cathedrals. New York (maybe): Simon & Schuster

Fiore E. (1995). The Unquiet Dead: A Psychologist Treats Spirit Possession. New York City, NY: Random House.

Fulcanelli (1926). Master Alchemist: Le Mystere des Cathedrales. Esoteric Intrepretation of the Hermetic Symbols of The Great Work (Translated by Mary Sworder, 1971). Suffolk: Neville Spearman

Fulcanelli (1929). Master Alchemist: The Dwellings of the philosophers. (Translated by Lionel Perrin and Brigitte Donvez, 1999). Boulder CO: Archive Press & Communication

Hensbergen G van. (2002). Gaudí: A Biography. New York City: HarperCollins

Hensbergen G van. (2018). The Sagrada Familia: Gaudí´s Heaven on Earth. London: Bloomsburry Publishing

Jones J. (2007). Antoni Gaudí: bringing heaven to earth. The Guardian. Consultado el 6 de marzo de 2018 de https://bit.ly/2H1TlTC

Jones J. (2008). Is the Sagrada Familia being banalised in the name of tourism? The Guardian. Consultado el 6 de marzo de 2018 de https://bit.ly/2EpXP0J

Jones J. (2013). Why Gaudí’s birthday deserves its Google doodle celebration. The Guardian. Consultado el 6 de marzo de 2018 de https://bit.ly/2GCEYpx

Logan L. (2013). God’s Architect: Antoni Gaudi’s glorious vision (en inglés). CBS News. Consultado el 7 de abril de 2018 de https://cbsn.ws/2uMYPwu

Os, J van. (2009). ‘Salience syndrome’ replaces ‘schizophrenia’ in DSM-V and ICD-11: psychiatry’s evidence-based entry into the 21st century? Acta Psychiatrica Scandinavica, 120, 363-372.

Os J van, Kenis G, Rutten BP. (2010). The environment and schizophrenia. Nature. 2010;468(7321):203-212

Salsbach AR. (2010). De training… een adembenemende en passionele ervaring (van een waarnemend gezaghebber en international REIKI master). Voorwoord bij het boek dat dialogen bevat met de overleden Ayrton Senna. Curaçao

San Augustin (1998). The City of God against the Pagans. (Translation by R. W. Dyson). New York: Cambridge University Press

Sass LA. (1994). Madness and Modernism: Insanity in the Light of Modern Art, Literature, and Thought. Cambridge: Harvard University Press

Szasz T. (1988). Schizophrenia: The Sacred Symbol of Psychiatry. SUP

TenDam H.(2013). Catharsis, Integratie en Transformatie. Ommen: Tasso

Verstraaten MJG. (2010.) Ayrton Senna: Mijn vorige leven als Tibetaanse monnik (hoofdstuk 4, in): Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen. Genetica van een innerlijke & uiterlijke carrière. Nederland / Curaçao, Nederlandse Antillen: Destinations NV – Intuïtieve Intelligentie. ISBN 978-90-812836-5-6

Verstraaten MJG. (2016). Lola Flores – Een geest klopte bij me aan. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 4 november 2017, via http://bit.ly/2yjnSaW

Verstraaten MJG. (2016). Lola Flores: Mijn vorige leven als Franse balletmeester. Mediumistic Journalism. Geraadpleegd op 4 november 2017, via http://bit.ly/2hGZXrB

Weiss BL. (1988). Many Lives, Many Masters. New York: Simon Schuster.

Woolger RJ. (1988). Other Lives, Other Selfs: A Jungian psychotherapist discovers past lives. New York: Bantam Books.

Woolger RJ. (1993). Regression Therapy: A Handbook for Professionals, (2 volumes). Crest Park, CA: Deep Forest Press.

 

___________________________________________________________
Relevante artikelen die deel uitmaken van de serie
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – REENCARNACION

Antoni Gaudí: De ‘schizofrene’ passie van een Spaans genie
Isabel la Católica: Mijn vorige leven als promiscue non

Isabel la Católica: De seksuele bekentenissen van een Spaanse koningin
Lola Flores – Mijn vorige leven als Franse balletmeester
Lola Flores – Een geest klopte bij me aan
PC King – De hoofdse dienaren van de kalief
Ayrton Senna: Mijn vorige leven als Tibetaanse monnik
Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen

Mediumistic Journalism, paranormale onderzoeksjournalistiek, bevat tevens de series

DOCUMENTO ARTE MAFIA – MEDICO
DOCUMENTO ARTE MAFIA – JUSTICIA
DOCUMENTO ARTE MAFIA – QUIMICO
DOCUMENTO ARTE MAFIA – DESPOTISMO

DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – CURA
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – PASADO & FUTURO
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – REENCARNACION
DOCUMENTO ARTE PARANORMAL – ARTE POR ARTE

 

 

Update 10-06-2018

__________________________________________________________________________________

© MARTIEN VERSTRAATEN
Psychic & mediumistic healer. Past life regression therapist.
Into practice since 1985 (Holland, Curaçao, Brazil, Spain).

Mediumistic journalist. Author.

Formerly professor of visual arts
HAN University of Applied Sciences,
Department of Visual Arts, Nijmegen, Holland.

Formerly professor of visual arts & metaphysical methodology
NHL University of Applied Science
Formerly Faculty of Education of the Leeuwarden Polytechnic,
Department of Visual Arts, Groningen/Leeuwarden, Holland.

Formerly governor of art and culture
Member of the board for Cultural Advice of the County of Groningen
Groningen, Holland
Member of the general board of the Groninger Museum
Groningen, Holland

_______________________________________________


DESTINATIONS
– Laboratory for Intuitive Intelligence
Spain – Holland – Curaçao – Brazil
CONSULTORIO PARANORMAL ANDALUCÍA
Jerez de la Frontera, Cádiz, Spain

www.martienverstraaten.com
information@martienverstraaten.com