Luisa: de dochter van Buñuel die hij nooit had

LuoisaBunuel

 

Ingeval je in Spanje woont en je naam Martien Verstraaten is, ontkom je niet aan cineast Luis Buñuel (1900-1983), surrealist par excellence, die zich een leven lang weerde tegen de dubbele seksuele moraal van hypocriet katholicisme en van de bourgeoisie. Al in 2014 prijkte zijn foto samen met een stoet aan andere Spaanse entiteiten op het affiche dat mijn eerste lezing in Spanje begeleidde: Isabel la Católica, Pablo Picasso, Herman Cortez, Ignacio de Loyola en Santa Theresia van Ávila.

Naast de Spaanse koningin Isabel la Católica klopten ook Lola Flores, Antoni Gaudí en Grootinquisiteur Tomás de Torquemada op mijn deur waarna ik hun vorige levens in kaart bracht en publiceerde. De ‘aanvragen’ voor paranormale regressies naar vorige levens van de heilige Theresia van Ávila, Pablo Picasso en de Spaans-Arabische filosoof Averroes, de vader van Europa, staan in de wacht. De uitvoering ervan staat op stapel, de een na de ander. Channeling en vervolgens een regressie met een entiteit, een overledene, vergt tijd en concentratie, de vertaling naar het Spaans, een aangenaam karwij, evenzeer.

Luis Buñuel krijgt een voorkeursbehandeling, vooralsnog geen regressie naar een vorig leven, maar een doek van hout, een paneel. Een paneel, in de zin van een schilderij? Ja, een geschilderde hommage uitgevoerd met penselen voorzien van ‘originele’ Chinese namaakharen made in de 21e-eeuw, en de penetrante geur van terpentijnolie waar echte kunstschilders een vet orgasme van krijgen.

Opnieuw schilderen na 33 jaar. Na behoudens witkwast voor muur of plafond geen penseel meer te hebben aangeraakt, kan dat? We wisten het niet, we vreesden het ergste.

De aanleiding was tweeërlei. Na 33 jaar zijn in ieder geval in Spanje, alle kwasten om te verven op een enkele na, voor huisschilder tot en met vermeende kunstschilder, vervaardigd van Chinese namaakharen, zo plastic als maar plastic kan zijn en spekglad als de vroegere jurken van medium Jomanda. Slechts één, een niet artificiële kwast, een pracht echte-haren-exemplaar, ontwaarde ik bij toeval in een winkel, en riep: mijn. Zoals hier in Jerez de la Frontera ik ook de enige zachte bezem met echte haren, luipaardharen, slechts eenmaal tegenkwam en onmiddellijk kocht. Geen grotere hekel dan een witmarmeren vloer te moeten aanvegen met een elektrostatisch geladen bezem waaraan alles tot aan het hangertje toe van plastic is, zoals de gewichtsloze kleerhangertjes van C&A Holland of Spanje waar wegens ontbreken van de zwaartekracht de kleding altijd vanaf sodemietert als je er naar kijkt, laat staan de prut maar even aanraakt.

De forse kwast met idem dito dildo-steel, gekocht voor een appel en een ei, was van het type waar mijn vroegere maîtresse in België, een performance-kunstenares die zowel experimenteel- als Japans butoh-theater was toegedaan, menigmaal steelse blikken van seksuele oorsprong op zou hebben geworpen. De kwast belandde op mijn werktafel, rechtop staand met de pluim omhoog in een vanillegeel keramiek melkkannetje van de zondagsmarkt. Na enige tijd werd de hoofdkwast vergezeld door een serie penselen met elegant lange steel uit weer een andere winkel, weliswaar van nagemaakt varkenshaar, echter allen uitgevoerd met een naadloze metalen bus in prachtig blozend renaissancerood. Ik viel voor de kleur zoals ik voor de lipstick van een dansend salsaparadepaardje kan vallen.

De druppel die, na 33 jaar van enkel het geschreven woord te bezigen, me deden besluiten panelen te timmeren en te prepareren en een verftubewinkel op te zoeken, was het probleem dat ik kreeg met tranende ogen. Een lichte griep, ik had lange tijd tijdens een aanrechtreparatie met de volle borst op de ijskoude marmeren vloer gelegen, werd een neusverkoudheid die sinusitis werd en vervolgens Vertigo, (draai)duizeligheid. Het virus sloeg om zich heen, ik kon het licht van de laptop niet meer verdragen, zelf tv-kijken een tijd onmogelijk. Vele maanden door duizeligheid niet in staat boodschappen te doen, laat staan te dansen, aan sociaal verkeer deel te nemen, slechts lopen op krukken en een winkelwagentje als houvast. Meer dan eens met de bureaustoel rollend van werkkamer naar toilet. Pillen waar ik een hekel aan heb brachten samen met het natuurlijk vermogen van het lichaam tot herstel, uitkomst. Tot die tijd weinig laptop-schrijven en tv-films of documentaires bekijken.

De houthandel werd opgezocht voor materiaal. Twee grote panelen uiteindelijk getimmerd en geprepareerd. De handel in kunstenaarsbenodigheden bleek te zijn veranderd, zowel in Spanje als met telefonisch Nederland, weinig kennis met veel marktgerichte blabla. Zelf prepareren deden allen oude van dagen, zo was het credo van de verkopers die het liefst geprepareerd hardboard, type en model ‘punniken met verf’, wilden slijten. Zelfs Royal Talens in Nederland blonk in den beginne uit in niet betrouwbare service. Ook vloeibaar hout ten dienste voor spijkergaatjes en geleverd door meneer Pattex van Heinkel was minder dan van nul en generlei waarde. Hoofd Heinkel Spanje, geconfronteerd met hun falende producten, bleef gratis potten en tuben sturen, schrik als ze hadden voor een gedocumenteerd artikel van mijn hand met een rits aan foto´s, waarbij ik voor eeuwig en langer de vloer aanveegde met de multinational die tot op heden volledig inferieure producten niet uit de handel haalde.

Ik zou Luis Buñuel eren, hoe dan ook, dat stond vast. De panelen had ik professioneel betimmerd, konden de eeuwigheid doorstaan als iemand in een vlaag van wereldverstandsverbijstering daar behoefte aan mocht hebben. Suggestief beeldmateriaal voor het paneel Luisa: La hija de Luis Buñuel que nunca tuvo had ik jaarlijks zo van de straat kunnen plukken tijdens de bewierookte Semana Santa, wanneer kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, bisschoppen en flagellanten met hoge en puntige Ku Klux Klan-achtige hoofddeksels onder de raam van mijn appartement paradeerden aan de lommerrijke Calle Santo Domingo.

Het opnieuw de schilderskwast ter hand nemen was en is een bijzondere ervaring. Er is veel veranderd in mij in 33 jaar tijd. Mijn kijk op de wereld, mijn beeldende kijk, in ieder geval picturaal, is veranderd, en… is wellicht nog perfektionistischer geworden, of op zijn minst technisch gelijk aan het landschappelijk schilderij De zomer is groot daterend uit 1975, het feitelijk laatste grote schilderij. De beeldtaal uit de Renaissance fascineert me, is tot leven gekomen tijdens mijn mediamieke ontmoetingen en regressies met Isabel la Católica (1451-1504), zowel met haar als koningin van Spanje als tijdens haar vorige leven als promiscue non, een abdis in Frankrijk.

Het was geen gemakkelijk opgave die ik me stelde, maar de drive om Buñuel te eren door in metaforische zin een niet geboren dochter te ‘portretteren’ in renaissancistisch perspectief, hij had alleen twee zonen, was meer dan sterk genoeg. Luisa zou incarneren, maar dan op een paneel, schilderkunstig, uit de hand van een paragnostisch medium met Antilliaanse, Braziliaanse, Spaanse en Nederlandse sporen.

En de schilder die schrijver werd, schilderde voort.

De schrijvende schilder houdt u op de hoogte van de vorderingen, tot en met de presentatie annex conferentie in Spanje, wellicht dit voorjaar. Tijdens de presentatie van het paneel zal (de geest van) Buñuel via mij als paragnostisch medium vragen beantwoorden van de bezoekers aan tentoonstelling en conferentie.

 

Update 11-01-2019