Tomás de Torquemada: Mijn vorige leven in Belgrado als zoon van een brute moeder

TorquemadaWapen Recuperado

Foto (detail): Wikipedia / Barsex

Wat er aan voorafging:
Tomás De Torquemada: Brute tederheid 

De onmenselijkheid en terreur van Tomás de Torquemada tijdens zijn bewind als eerste Spaanse Grootinquisiteur, opgetekend als ‘brute tederheid’, kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Geen onverwachte regen- of donderbui die er prat op kon gaan er de oorsprong van te zijn. Elke gebeurtenis van enige importantie, op micro- of macrokosmisch niveau, heeft een bron, meer dan eens een karmische (Cerminara 1970). Het heden is natuurwetmatig een positief of negatief gevolg van het verleden, zoals de toekomst weer een gevolg is van het heden: materieel, mentaal, spiritueel.

 

INLEIDING

Zonder de uitvinding van het wiel is de prehistorische auto van Fred en Wilma Flintstone, laat staan de vroegere Formule I-auto van Ayrton Senna of een protserige Breitling polshorloge van een bancaire Goldman Sachs maffioso, maar moeilijk voor te stellen. Zonder de Griekse wijsgeer Aristoteles zou de Spaans-Arabische denker Averroes niet de Verlichting hebben kunnen inleiden en als spirituele vader van Europa te boek kunnen hebben gestaan. Met de praktijken van Tomás de Torquemada, die wat gruwel betreft historisch kunnen wedijveren met de ‘zegeningen’ van de Duitse nationaalsocialisten, is het precies eender. Ook De Torquemada´s gedrag heeft een bron, is een gevolg van zijn handelen of niet-handelen in het verleden, in een of meerdere incarnaties.

De geschiedenis laat zich zien, zowel individueel als collectief, door karmische patronen die voor een belangrijk deel er aan ten grondslag liggen (Cerminara 1970). De Tweede Wereldoorlog vond voor een niet onbelangrijk deel zijn oorsprong in de Duitse beleving van het Verdrag van Versailles, dat als Dictaat van Versailles werd ervaren. En ook de keuze van Al Qaida voor de verwoesting van de megalomane Twin Towers op 9/11 kan niet los worden gezien van de ervaren Amerikaanse arrogantie en minachting voor alles wat niet tot het Amerikaanse gedachtegoed, ‘The American Dream’, behoorde. Ervaren arrogantie en minachting die ook buiten de islam decennialang in Zuid-Amerika werd gevoeld, zeker politiek.

Om de reïncarnatieve doopceel van De Torquemada te lichten, het karmische vertoog met al zijn tentakels, reizen we paranormaal af naar het oude Belgrado aan de Donau. Het decor van handeling is: ‘Het Kamertje’.

De paralellen tussen het leven van Grootinquisiteur De Torquemada in Spanje en de gebeurtenissen tijdens het vorige leven van de entiteit als zoon van een brute moeder in Belgrado, zijn zoals zal blijken, onmiskenbaar.

Belgrado – Spanje. Belangrijke paralellen en karmische verbanden tussen beide incarnaties zullen worden geduid of becommentarieerd door middel van ingelaste noten binnen de hoofdtekst, analoog aan deze noot.

 

HET KAMERTJE, I

Het eerste mediamieke beeld dat ik automatisch ontvang wanneer ik me afstem op de incarnatie, het vorige leven voorafgaand aan het leven van Grootinquisiteur Tomás De Torquemada, is een kamertje in het Belgrado in de 13e eeuw, dat het toneel is van fysieke en psychologische terreur en machiavellistische machinaties. Het psychologische drama The Homecoming van de Britse Nobelprijswinnaar voor literatuur, de dramaturg Harold Pinter (1930-2008), kon qua beklemming er model voor hebben gestaan.

Nog voordat we de feitelijke regressie houden, laat ik de entiteit, de eerdere incarnatie van De Torquemada – een Servisch jongetje, reeds in leeftijd van zes volle jaren – alvast aan het woord, als introductie in vogelvlucht voor wat komen gaat. In een mediamieke setting, een channeling, meldt de entiteit:

We leven in een klein behuizing in Belgrado, moeder en ik. De houten tafel staat precies midden in het Kamertje waar zich het dagelijkse leven afspeelt. We hebben het materieel ooit beter gehad, veel beter. Moeder die de armoede verafschuwt, spuugt daardoor dagelijks gift en gaat als een razende tekeer terwijl ze rondjes loopt om de tafel waaraan ik zit. Het is allemaal de schuld, zo heb ik begrepen, van een edelman met goede contacten aan het Servische hof, een markies, mijn stiefvader. Hij heeft haar kortgeleden gedumpt nadat moeder met een andere man was, iets met liefde en een bed.

Als moeder rondjes om de tafel loopt en achter mijn rug voorbijkomt, word ik angstig. Alsof haar woorden scherpe dolken zijn die in mijn rug worden gestoken. Ik voel me weerloos en word steenkoud. Alleen als moeder tijdens de rondegang tegenover me aanbeland, krijg ik een beetje lucht. De tafel staat dan tussen mij en haar, en voel ik me minder angstig. Het is afschuwelijk als ze daaropvolgend weer achter mijn rug passeert. Ze weet dat ik dat vreselijk vind en houdt daarom de pas telkens even in als ze achterlangs voorbij komt.

Voor haar ben ik de markies, mijn stiefvader, die haar uit zijn leven heeft verbannen. Alle wreedheid die ze voor hem koestert krijg ik over me heen. Mijn smalle rug zit vol met de grootste verwensingen die maar over iemand uitgestort kunnen worden. Waarom treft dit lot me, gaat er door me heen, waarom verdien ik dit, ik Stanislav, waarom doet moeder dit met me? Waarom hebben andere kinderen, zelf ken ik eigenlijk weinig kinderen, een veel betere moeder? Ik wil een zachte en tedere moeder, maar dat kan niet, omdat het gewoon niet zo is. Ik zal eens een keuze maken: proberen haar genegenheid te verwerven, of te bevechten als ik groter ben, me kunnen weren tegen de plotseling opkomende driften, nukken, en wreedheid van moeder.

 

DE PENDULEBEWEGING

De incarnatie van de jonge Stanislav waarbij psychische dolken in zijn rug worden gestoken en wreedheden over hem worden uitgestort, moet worden beschouwd als één van de ‘hoofdstukken’ uit een serie van zijn vorige levens die deel uitmaken van een pendulebeweging. De ziel binnen Stanislav, de voorloper van De Torquemada, is al vele eeuwen in de weer met het thema wreedheid versus tederheid, en macht versus onmacht: een rode draad door een serie van zijn incarnaties. De ene incarnatie kan doorslaan naar bijvoorbeeld ongebreidelde machtsuitoefening waardoor de entiteit in een van zijn opvolgende incarnaties volslagen machteloos is, machteloos in materiële of immateriële zin, of in lichamelijk of geestelijk zin.

Een slingerbeweging is niet eeuwig. Wanneer het mechanisme van een klok niet wordt geactiveerd door een gewicht of het opwinden van een veer, stopt de slinger uiteindelijk. Dan heeft de ziel de les geleerd en kan deze zich op andere gebieden verder ontwikkelen. Het voordeel van pijn als leermeester of van karmische ervaringen is dat de entiteit, na veel pendelbewegingen, meester wordt van ogenschijnlijk diametraal tegenovergestelde thema’s, zoals arm versus rijk, gezondheid versus ziekte, of macht versus impotentie. Nadat de entiteit meester is geworden over het dilemma, kan als hij dat wil, anderen als ervaringsdeskundige helpen die zich in dezelfde ontwikkelingsfase bevinden.

 

HET KAMERTJE, II

In een opvolgende mediamieke setting, een channeling, meldt De Torquemada die zich in de hoedanigheid van Stanislav laat zien:

Ik zit aan de tafel, moeder loopt weer achter mijn rug heen en weer. Ik kan niet anders, haar genegenheid krijg ik niet, ik wil geen slachtoffer meer zijn, ik wil vechten, ik zal tegen mijn eigen moeder vechten. Dat is wat ik wil doen. Ik zal als Stanislav me verweren, haar nu of straks met gelijke munt terugbetalen, al wordt het mijn dood, in ieder geval de dood van mijn gevoel, van de jongen die een tedere moeder zocht. Eens zal ik weten, zo gaat er door mijn kop, hoe haar te pakken, moeder ook te vernederen, de meest zwakke plekken te vinden.

Extrasensorisch filmbeeld en achtergrondscenario
Met de channeling wordt een eerste filmbeeld van de gebeurtenissen in het Kamertje zichtbaar.

Er heerst vandaag opnieuw een helse spanning in het Kamertje, moeder blijkt ook nu agressief een stalen ros te berijden en vernedert Stanislav op een afschuwelijk manier. Het is alsof alles in het Kamertje bevroren is, bevroren gesteente, de stoel waarop de jongen zit, de tafel, het tafelkleed, de kom, het bord. De jongen is emotioneel meer dood dan levend. Om te overleven blijkt hem slechts een gedachte te resten. Hij moet, hoe jong hij ook is, zijn moeder aanvallen, de enige manier om haar giftige acties te stoppen. Stanislav gaat ten aanval, en uit de diepten van zijn wezen put hij uit technieken die hij leerde in vroegere incarnaties, toen hem grote macht over anderen gegeven werd.

Stanislav richt zich op, recht zijn rug, en opent zijn mond. Ogenschijnlijk gedecideerd maar vol van gebundelde kracht opent hij hoe jong hij ook is, een spervuur op zijn moeder. Hij doet alsof hij de markies is, gaat in gedachten in zijn bruine laarzen staan, en wrijft haar dingen aan die de markies zou kunnen hebben gezegd. Ondanks zijn jeugdige leeftijd weet hij met enkele treffende woorden haar te intimideren. Moeder schrikt, wil hem zelfs te lijf gaan, maar houdt zich in, durft het niet aan.

Vanaf dat moment is Stanislav niet meer alleen slachtoffer. Een afschuwelijk gevecht tussen beiden zal zich in de loop der jaren ontpoppen, waarbij wederzijds de rol van slachtoffer en agressor zal worden afgewisseld, zowel innerlijk als uiterlijk als naar elkaar.

Belgrado – Spanje. De Torquemada´s sadomasochistische aard als Spaanse Grootinquisiteur had zijn oorsprong in zowel de ervaringen met zijn wrede moeder in Belgrado als in een ingeboren sadomasochistische predispositie als gevolg van eerdere vorige levens. De sadistische martelingen die hij als Grootinquisiteur verordonneerde – maar ook zijn masochisme verweven met persoonlijke pijngeilheid door het ontberen van genegenheid waar hij zo naarstig naar op zoek was – geven door analyse van zijn vorige levens meer inzicht in het waarom van zijn gruwelijke daden (zie: Tomás de Torquemada: Ternura bruta).

Om een meer gedetailleerd beeld te krijgen van de gebeurtenissen, de afleveringen in het Kamertje, nodig ik de geest van De Torquemada uit in regressie te gaan, om via een post mortem-regressie gedetailleerd terug te gaan naar de oorsprong van zijn wrede leven als De Torquemada. We sturen Stanislav naar het moment dat hij als kind voor het eerst het venijn van zijn moeder voelt nadat zij verbannen en verlaten is door zijn stiefvader, de markies.

Extrasensorisch filmbeeld en achtergrondscenario
Nog voordat Stanislav antwoord kan geven ontvang ik een filmbeeld op mijn extrasensorische beeldscherm: Een tenger jongentje in een chique salon omgeven door oosterse luxe.

Stanislav voelt zich ontspannen en is wat afwezig, een karaktertrek van zijn dromerig wezen, niet wetend welke grote veranderingen hem te wachten staan. Ergens in een van de gedeelten van de grote kamer, een erg luxe salon, heeft hij zich teruggetrokken van de wereld door neer te vlijen op een groot zacht kussen dat groter is dan hijzelf. Het decor kent oosterse invloeden, elegante stoffen en kleinere tapijten, kleurrijke en rijkversierde kleding, blinkende kannen, kommen en ook sieraden, met goud bestikte hoofdbedekkingen, fraaie mutsen in maten en soorten. Moeder verzamelt voor haar salon die op een museumkamer lijkt, moeder is koopziek. Als een prinsje in de voor hem immens grote ruimte is hij opgenomen in het boudoir van moeder dat door de markies, zijn stiefvader, is bekostigd.

M: Tomás de Torquemada, ga terug in de tijd en verplaats u gedetailleerd in het leven van de jonge Stanislav. Ik zal Stanislav tutoyeren, hem met ‘je’ aanspreken. Ga naar het moment dat Stanislav voor het eerst door zijn moeder wordt vernederd, geestelijk wordt mishandeld. Ik tel tot drie, en vertel bij drie welke impressies opkomen. Ervaar de omgeving, de temperatuur, de geur, het geluid of de stilte. Een, twee, drie…

M: Vertel wat je ervaart, wat je ziet, hoort of ruikt, en vooral wat je voelt.

Stanislav: Ik voel me afschuwelijk, angstig, het duizelt me. De markies maakt duidelijk dat we moeten opzouten, want dat is het. Moeder en de markies zijn in een gevecht, een woordenstrijd. Maar er is meer, ik voel een ondragelijke spanning die mij, moeder, de markies, ons, omgeeft. De spanning maakt me ijlhoofdig, alsof ik niet meer ‘ik’ ben, alsof iets of iemand uit een ver rijk buiten de aarde mij met vreemde giftige pijlen bestookt. Ik verlies mijn stiefvader die ik heimelijk steeds meer als vader ben gaan zien, maar verlies ook het zachte huis met alle kleedjes waar ik woon.

M: Voordat jullie moeten opzouten, kijk welke kleur de salon heeft, en zuig die kleur in je op, het is misschien de laatste keer dat het kan.

Stanislav: De salon is voornamelijk geel van kleur, goudgele kleuren eigenlijk, afgewisseld met soorten oranje. Het is prachtig.

M: Zuig de kleuren nú in je op, waardoor je je meer en meer Stanislav zal voelen.

M: Voel nu hoe het is om de salon, je goudgeel gekleurde leven daar, te moeten verlaten.

Stanislav: Het is verschrikkelijk. Ik ben koud als het winters water in de Donau. De goudgele warmte waarin ik me dagelijks kon wentelen, is vertrokken. Moeder die ik vanaf een groot kussen in de salon, mijn vaste plek, van afstand zag gebaren, zit me nu dagelijks op de huid. Ik woon van de ene op de andere dag in een piepklein appartement, en moeder behandelt me alsof ik de markies ben, haar vijand.

M: Voel hoe het is om door je moeder voor het eerst als vijand behandeld te worden, te worden geminacht, vernederd.

Stanislav: Moeder is opgestaan van de tafel waaraan ook ik zit, en begint er omheen te lopen. Ze gaat als een razende te keer, ze heeft schuim op de mond staan, scheldt en foetert tegen mij alsof ik de markies ben, haar grote ogen fonkelen. Ik weet me geen raad, het is alsof een gewicht van duizenden kilo´s op mijn schouders drukt, en alsof door haar woorden ook mijn hersens geplet worden, ik doodga. Maar heel vreemd, de pijn en het verdriet lijkt soms ook heel even over te gaan in een soort aangenaam gevoel, ik weet niet waarom of waardoor, maar ik wil geen pijn en verdriet.

M: Stanislav, ik neem je imaginair mee naar de oever van de Donau. Samen zitten we aan de Donau. Het is een beetje mistig, maar je ziet vaag de overkant van de rivier. Stel je voor dat in de mist aan de overkant van de Donau je jezelf kunt zien zitten aan de tafel thuis. Ook zie je dat je moeder om de tafel heen loopt, en je hoort haar praten. Vertel wat je ziet en hoort.

Stanislav: Ja, ik zie mezelf en hoor moeder. Maar het is nu anders. Ik zie en voel dat moeder eigenlijk een monoloog houdt, dat ze in eerste instantie niet tegen mij praat, maar afwisselend tegen zichzelf en tegen de markies. Nu ik dit zie ben ik minder bang en de druk op mijn hoofd en schouders wordt er minder door.

M: Kijk ook meer gedetailleerd naar jezelf. Is de aard van de jongen die je aan de overkant van de Donau aan de tafel ziet hetzelfde als voorheen?

Stanislav: Ja, ik denk dat er een verschil is.

M: Wat is het verschil?

Stanislav: Ik zie dat de jongen begrijpt dat moeder tijdens haar monologen hem verwisselt met de markies. Maar de jongen die met de markies wordt verwisseld, gaat zich daardoor ook gedragen alsof hij de markies is.

M: Aha, ga verder.

Stanislav: Doordat de jongen zich als de markies gaat gedragen, gaat moeder hem nog meer als de markies zien.

M: Voor moeder was de jongen, hoe jong hij ook was, een zondebok, een gelegenheid hem ziekelijk met de markies te kunnen identificeren. Beiden hebben jullie elkaar gevoed in het familiedrama.

Stanislav: Ja, zo is het.

M: We laten de Donau verder stromen, en gaan terug naar het Kamertje met de houten tafel. Ik tel tot drie, en je zit weer aan de tafel. Voel of er iets veranderd is in je beleving van de werkelijkheid en werelds perspectief. Een, twee, drie…

Stanislav: Ik kan de druk nog goed voelen in hoofd en schouders, maar het is anders. Ik ervaar moeder op dit moment meer als moeder en minder bedreigend, maar haar uitbarstingen blijven vulkanisch en blijven mij beangstigen.

Duizenden regressieverslagen over vorige levens wijzen uit dat de oorsprong van een kwaal of storing uiteindelijk te traceren is, als men maar ver genoeg zoekt, in de ervaringen van de persoon zelf. Ook Stanislav blijkt, zelfs als jongentje, zowel bewust als onbewust reacties te ontlokken bij zijn Servische moeder, wat overigens zijn moeder niet vrijpleit.

Een man ervaart tijdens een regressie naar een vorig leven beul te zijn geweest die in het geheim zelf werd vermoord. Hij begrijpt in eerste instantie niet waarom. Hij heeft als beul slechts zijn werk, de plicht, gedaan. De regressie laat het waarom van de moord zien. De beul blijkt tijdens zijn werkzame leven meer dan zijn plicht te hebben gedaan. Zonder enig medegevoel, zonder enig mededogen, heeft hij veroordeelden gedood. De beul had geen onvertogen woord gebezigd. Echter, de uitdrukking van onverschilligheid op zijn gezicht sprak boekdelen, en werd door enkele medeburgers niet in dank afgenomen. Deze onverschilligheid, hoog scorend in het spectrum van kwaad, werd hem fataal, waardoor hij door stadsgenoten werd vermoord.

Tijdens een regressie die ik bij een jongedame uitvoerde, bleek dat ze in een vorig leven was vermoord door haar vader. Met hem tijdens het vorige leven, had ze een langdurend en ernstig conflict gehad. Deze had haar eens een klap gegeven. Ze had niet teruggeslagen, maar met haar ogen hem tot in zijn diepste wezen vernederd, veracht, gedegradeerd, als wezen tot nul gereduceerd. De man was buiten zinnen geraakt, en had haar gewurgd waardoor ze de ogen definitief had moeten sluiten. Geen enkele man of vrouw mag een ander van het leven beroven. Echter, de dochter had met haar ogen al vaker ‘gezondigd’, gedurende vele incarnaties, net zolang totdat de onvoorzichtige voorzienigheid haar een halt toe riep. Niet de schuld voor, maar de oorsprong van de moord, was in het innerlijk van de entiteit te lokaliseren geweest.

Tijdens een regressie naar haar huidige leven ervaart een adolescente dat ze een tijdens haar vroege kindertijd een emotioneel conflict heeft met haar moeder. Haar moeder bestraft haar omdat ze met de regelmaat van de klok als een volwassene koketteert met haar vader. Ze is tijdens de voorvallen weliswaar nog een kind. Echter, als kind adopteert ze de listen van een slimme volwassene, als een courtisane uit een ander leven. Haar vader vindt het wel grappig. De moeder die intuïtief de valse energie van haar dochter aanvoelt, is er niet van gediend en bestraft haar met een standje. Het standje is het kind, nu adolescent, nooit vergeten, heeft diepe indruk op haar gemaakt, is een restimulatie, herbeleving, uit een van haar vorige levens.

 

HET KAMERTJE, III

Opnieuw is het Kamertje als bij een twee- of drieakter van Harold Pinter, het toneel van handeling.

Extrasensorisch filmbeeld en achtergrondscenario
Voordat Stanislav opnieuw antwoord gaat geven ontvang ik opnieuw een filmbeeld op mijn extrasensorische beeldscherm: Een jongen met opgetrokken schouders en in vechthouding.

Stanislav is in het beeld dat ik als medium waarneem, enige jaren ouder. Moeder heeft met de regelmaat van de klok op hem ingebeukt, heeft haar met agressie gelardeerde frustratie wekelijks, zo niet dagelijks, op hem gespuid. Stanislav is voor haar een dankbaar object: de imaginaire vijand, de markies. Het kind Stanislav, masochist, maar tevens sadist in aanleg, leent zich voor de slachtofferrol. Diep van binnen ‘wonen’ onbewust sadomasochistische herinneringen, roerselen, die stammen uit weer andere vorig levens, vóór zijn leven als Stanislav in Belgrado.

Daardoor laat hij zich als kind ook gebruiken, misbruiken eigenlijk, hij kan bijna niet anders, hij weet niet anders, als ware hij nog steeds een schichtige onderdaan van een vrouwelijke Farao in een ver verleden, een Atlantische galeislaaf met de dood voor ogen, of een gedweeë ambtenaar aan het hof tijdens een incarnatie binnen een Chinese dynastie. De jonge Stanislav die van zijn moeder steeds meer de rol van de markies heeft toebedeeld gekregen, en die ook heeft aangenomen, probeert met de meer weerbare en dominante kant van zijn karakter, zijn voortreffelijk werkend verstand stammend uit een dominante incarnatie als heerser, zich te verdedigen. De escalerende gevolgen liegen er niet om. De tederheid waar hij op zoek naar is, is ver te zoeken, en hoe diametraal en paradoxaal het ook mag zijn, voelt hij in de sluimerende diepte steeds weer dat vreemde genot, erotische opwinding in zijn hoofd (Bolz 2001), wanneer moeder hem door dominante gedrag laat lijden.

Belgrado – Spanje. Het leven van de sadomasochist De Torquemada is voor een belangrijk deel te herleiden tot ervaringen tijdens zijn vorig leven in Belgrado. Tijdens de eerdere mediamieke setting met De Torquemada, een spirituele channeling, beschreven in ‘Tomás de Torquemada: Ternura bruta’, lezen we:

“Als De Torquemada in zijn binnenste kijkt weet hij dat er een tijd moet zijn geweest dat hij op zoek was naar iets dat voor liefde door zou moeten gaan, maar dat immense pijn zijn deel was. Met mokerslagen moet zijn zoektocht naar het beste uit het universum zijn vermorzeld. Vrijwel dagelijks, jaar in jaar uit, bij de aanblik van de verworpenen der aarde, mannen en vrouwen die hij zelf heeft veroordeeld en bestraft, raakt hij in tweestrijd, niet wetende aan welke stille en onzichtbare gevoelens voorrang te moeten geven: pijn, verdriet of genot als vormen van gesublimeerde en gesubstitueerde wraak. De Torquemada kan er een keuze uit maken, gevangen als hij zit in zijn eigen psychopathisch web. Het gevolg is dat hij als een pathologische gedragsgestoorde in herhaling blijft vallen en tot aan zijn dood pijn, verdriet en genot beurtelings omarmt. De veroordelingen en het schrikbarende leed dat hij aanricht is hoe vreemd het mag lijken, als zalf op innerlijke wonden.”

M: Stanislav, verplaats je zo dadelijk opnieuw in de tijd. Je bent op tel drie enkele jaren ouder, en je bevindt je opnieuw in de nabijheid van moeder. Een, twee, drie… vertel wat je ziet, hoort of voelt.

Stanislav: Ik voel pijn, heb een stijve rug en nek, en zit op een harde stoel aan de tafel. Moeder staat tegenover mij aan de andere kant van de tafel, enigszins links van mij.

M: Wat is er gebeurd, waardoor heb je een stijve rug en nek?

Stanislav: Ik ben verdrietig, voel me vreselijk. Ik wil dood en wil ook dat moeder dood is, maar ik wil niet dood en ik wil ook niet dat moeder dood is. Ik wil en moet me weren tegen moeder, anders maakt ze mij dood met haar giftige pijlen. Ze maakt alles kapot in mij. Ik heb gisteren gezegd dat ik mijn stiefvader, de markies, begrijp, dat ik begrijp dat hij een ander leven wil. Op die manier, met kleine opmerkingen, probeer ik de aanvallen van moeder naar mij tegen te houden. Maar het lukt niet, moeder wordt steeds agressiever, gemener.

M: Waarvan heb je een stijve rug en nek?

Stanislav: Ik moet op mijn hoede zijn, ik kijk steeds wat moeder doet, hoe haar ogen staan. En vooral, wanneer ze al wandelend achter mij komt te staan als ik aan de tafel zit. Ik ben bang dat ze me een keer dood maakt. Haar haat tegen mij is gruwelijk, terwijl ik haar niet haat. Ik denk dat ik daarom een stijve rug en nek heb. Ik voel me als een stenen beeld op de stoel aan de tafel.

M: Stanislav, laat het gevoel om een stenen beeld te zijn maar toe, laat het zelfs sterker worden. Voel steeds duidelijker hoe het zou zijn een stenen beeld te zijn.

Stanislav: Ja, het is koud, ik voel me eenzaam, kan me niet bewegen, en ben afhankelijk van weer en wind. Het is alsof ik opgesloten zit in een stenen beeld dat buiten staat. Alsof ik in door iets of iemand voor straf gevangen ben gezet in een stenen beeld. Ik voel me een gevangene, het is alsof ik geen adem krijg. Ademnood, het is precies zoals ik me voel als moeder tegen me tekeer gaat.

Levende mensen van vlees en bloed werden in werkelijkheid natuurlijk nooit opgesloten in stenen beelden. Echter, door bepaalde magische rituelen in vroegere tijden, zoals incantaties, we zouden het nu brainwash noemen, ervoeren overledenen zoals we uit regressies weten, dat hun geest voor kortere of langere tijd opgesloten zat in voorwerpen of gebouwen (fixatie), soms ook in dieren (totemisme) of in mensen (obsessies). Bijgevolg kunnen naast mensen zoals onder meer bij Haïtiaanse zombies (Davis 1985) ook voorwerpen of huizen ‘behekst’ zijn, waardoor magisch geladen voorwerpen angstvallig worden gemeden en niemand in een zogeheten behekst huis of kasteel wil wonen.

Vergelijkbaar wat het gevoel van opsluiting betreft, is de ervaring van overleden zielen van bijvoorbeeld strenggelovige katholieken of protestanten. Na langdurig theologisch gebrainwasht te zijn en door vermeend eigen zondebesef kon men niet meer uit de ingebeelde hel komen. Daardoor ‘moest’ soms honderden (aardse) jaren worden gewacht – de eigen gecreëerde gevangenis – alvorens weer op aarde te kunnen incarneren of verder te reizen naar universeel licht als kosmische vakantiebestemming. Hernieuwd inzicht van de overledene of de helpende hand van een verlichte geest, verbraken soms pas na eeuwen het slot van de gevangenispoort die de hel scheidde van eigen innerlijk leven en gezond bewustzijn. Door het afleggen van eigen rigide denkbeelden kon de ziel van de overledene eindelijk worden bevrijd: de deur van de hel bleek trouwens al eeuwen niet eens op slot te zijn!

Parasitaire gedachtenbeelden (Ten Dam 2013), obsessies, pseudo-obsessies en andere negatieve aanhechtingen kunnen ons lang hinderen de eigen weg naar persoonlijke ontplooiing te vinden, binnen één leven en binnen de totale reis in de eeuwige tijd.

M: Door de aanvallen van moeder wordt een stenen beeld in je, een ervaring uit een vorig leven vóór Stanislav, opnieuw tot leven gebracht. Stel je voor dat je het beeld zou kunnen laten verkruimelen of verbrokkelen. Het beeld staat tenslotte al tijden buiten in weer en wind. Een flinke schop ertegen kan het laatste zetje zijn om het beeld aan gruzelementen te krijgen, en jezelf te bevrijden.

Stel je voor dat je weer in het stenen beeld zit, het beeld dat zich ergens buiten in weer en wind bevindt. Je gaat op een slimme en geheel eigen manier je bevrijden van het gevangenzitten in het beeld.

Stanislav: Ik voel het, ik voel het goed, het beeld is net zo stijf als mijn eigen lichaam. Ja, ik wil er uit, in gedachten laat ik het bliksemen als soms aan de Donau en kleine steentjes hagelen die op het beeld neerkomen. Door de bliksem en het regenen van kleine steentjes trilt het beeld kapot, en valt in duizenden stukjes uit elkaar die nu als een bergje op de grond liggen.

M: Heel goed.

Stanislav: Ik stap uit de resten van wat het beeld was, en loop de heuvel af waarop het beeld stond. Ik kan nu beter ademen, en de spanning in rug en nek lijkt verdwenen.

M: De magie uit vroeger tijden is gebroken. We parkeren dat leven zonder er nu verder op in te gaan, en richten onze aandacht weer op je leven als Stanislav.

M: Je bent opnieuw in het Kamertje, gezeten op de stoel, de enige zichtbare stoel in het Kamertje. Voel opnieuw dat moeder het op je gemunt heeft en je pijn wil doen.

Stanislav: Ik heb vreselijke pijn, aan mijn hart, hoofd, mijn buik, maar mag niet huilen van moeder en van mezelf. Ik kan niet meer eten, zelfs niet van het weinige dat we hebben. Ik heb geen honger, al dagen, weken, maanden niet. Ik ben sterk vermagerd, en moeder valt me er op aan. Ze zegt dat ik erg op mijn vader lijk die ik niet ken, een magere nietsnut, een lelijke man waarmee ze op een nacht tijdens dronkenschap mij gemaakt heeft. Hij heette Damir. Als moeder boos en gemeen is, noemt ze mij Damir, of zegt: ‘je bent precies als Damir’. Soms ben ik voor haar Damir, soms de markies, maar nooit Stanislav. Ik heb een moeder die geen moeder is. Moeder behandelt mij als een schurftige zwerfhond, een verschoppeling, ik moet van haar hard worden, niets meer voelen.

Moeder in haar pathologische haat en boosheid voedt haar zoontje onbewust op tot een gevoelloos monster. Eens zullen de bittere karmische vruchten worden geplukt, in het leven van Stanislav en moeder, of in opvolgende incarnaties, eeuwen later misschien, als Grootinquisiteur De Torquemada en Isabel la Católica, de Spaanse koningin van Castilië en León.

De geschiedenis leert ons hoe jonge mensen, vaak al tijdens de kindertijd, het beste gehard kunnen worden, misdadig van gevoel worden ontdaan.

Tijdens de snoeiharde opleiding van de gevreesde SS, de Duitse Schutzstaffel, moest elke rekruut zelf een hond opvoeden en africhten. Om het laatste restje gevoel van de rekruut te doden, het zogenaamde harden, moest bij het afsluiten van zijn opleiding tot SS-officier de eigen hond worden doodgeschoten. Een zeer ‘effectieve’ manier om van mensen pathologische monsters te maken.

Historisch van meer recentere datum zijn de trainingen, eigenlijk het africhten, van jonge tot zéér jonge kindsoldaten door rebellen- en regeringslegers. Brandhaarden te over: Rwanda, Congo, Soedan, Somalië, Oeganda, maar ook in het Zuid-Amerikaanse Colombia. Kinderen die stelselmatig werden en worden getraind en emotioneel gehard om hun eigen familieleden en andere dorpsbewoners te vermoorden om vervolgens met een afgesneden hoofd een spelletje voetbal te kunnen spelen. Onthoofdingen, amputaties, verkrachtingen en het levend verbranden van mensen, droegen bij aan het krijgen van vermeend eelt op de ziel.

Heel recent zijn uiteraard de methodische misvormingen in opvoeding en ontwikkeling die IS/ISIS bewerkstelligde bij jihadgangers en hun kinderen. Na een zware training waarbij het gevoel ondergeschikt werd gemaakt aan politiek-religieuze indoctrinatie, werd het onthoofden met een jihad-mes een fluitje van een cent.

M: Stanislav, zo dadelijk spoelen we de film opnieuw door, en komen we terecht bij een van de meest vreselijke episodes die je meemaakt met moeder.

 

HET KAMERTJE, IV

Ook ditmaal is het Kamertje het toneel van handeling van het vorige leven van Tomás de Torquemada die we als Stanislav kennen.

Extrasensorisch filmbeeld en achtergrondscenario
Voordat Stanislav opnieuw antwoordt ontvang ik een verklarend filmbeeld op mijn extrasensorische beeldscherm: De jongen krijgt eten dat via een trechter in zijn keel wordt geperst.

Stanislav is nog steeds op zoek naar de warmte van moeder, een vrijwel uitzichtloze zoektocht, zo schijnt. Om zich te wapenen tegen de aanvallen van moeder bereikt hij echter het tegenovergestelde. Moeder ervaart de psychologische verdedigingsstrategie van de intelligente Stanislav steeds meer als intimiderend, waardoor woede en agressie in haar tot een kookpunt komen. Beiden worden daardoor veroordeeld tot een intermenselijke oorlog die grote gevolgen zal hebben. De gevolgen zullen zich niet beperken tot het leven in Belgrado, maar over leven en dood heen worden getild, en zoals zal blijken, uitwaaieren naar de gezamenlijke incarnatie, naar een beider leven in het Spanje van de 15e eeuw.

M: Stanislav, we spoelen de levensfilm nu door. Bij drie bevindt je je in de meest vreselijke episode die je met moeder meemaakte. Een, twee, drie…

Stanislav: Ik ben in hevig gevecht met moeder, een vreselijke woordenstrijd, zoals bijna elke dag. Een gevecht dat zich in mijn en haar hoofd afspeelt, of eigenlijk in het gevoel, in mijn buik in ieder geval. Daarom kan ik ook niet eten. Mijn gedachten hebben besloten geen honger meer te hebben, zelfs een afkeer van eten te hebben. Op die manier zal ik moeder straffen, voor alle pijn en leed. Ook al wordt ik elke dag magerder door niet te eten, hongerstaking is mijn wapen. Ik weet dat moeder het niet wil als ik niet gehoorzaam door haar eten te weigeren.

M: Aha, ja.

Stanislav: Ik zit aan tafel, maar niet zoals gewoonlijk aan de korte zijde van de tafel die in de lengterichting van het Kamertje staat waardoor de kleine raam zich achter mij bevindt. Tijdens eten moet ik altijd aan de lange zijde van de tafel plaatsnemen, de raam is dan links van mij. Ik weet niet waarom dat moet, moeder wil dat zo. Moeder deelt nooit de maaltijd met mij, zij staat ergens koud in het Kamertje en ziet toe dat ik eet. Ik ben voor haar een voorwerp, zo lijkt, een object, een bastaard die door de speling van het lot uit vlees, bloed en botten bestaat. Wat vreselijk om te leven, wat vreselijk hier te leven, wat vreselijk dat moeder mijn moeder is.

M: Aha, accepteert moeder je weigering?

Stanislav: Het is vreselijk vandaag, als ik opnieuw weiger haar eten te eten, gaat moeder echt in de aanval. Moeder gaat achter me staan, trekt mijn hals en hoofd naar achteren als een dier dat geslacht wordt door de keel door te snijden, duwt met geweld een trechter in mijn keel en perst het eten dat op mijn bord lag door de trechter. Ik zal en moet eten van haar. Ik stik bijna, mijn hele bovenlichaam komt in opstand, ik moet kokhalzen en overgeven. Moeder stopt het braaksel opnieuw in de trechter, ik moet eten, ik moet, ik moet, ik moet eten van haar. Er zit ook bloed in het braaksel. Mijn keel doet verschrikkelijk zeer. Ik wil niet eten, en ik zál niet eten.

M: Aha, lukt het je de strijd te winnen?

Stanislav: Moeder beslist dat ik zál eten, moeder stopt opnieuw braaksel met bloed door de trechter en knijpt dan mijn neus dicht: ik moet daardoor slikken, ik kan niet anders. De smerige brei komt daardoor in mijn maag, maar opnieuw moet ik kokhalzen en braken. Moeder is niet zo intelligent als ik ben, maar wel slim, ze duwt nu kleine hoeveelheden kinderbraaksel via de trechter door mijn strot, en geeft me dan een tijdje rust, om op adem te komen. Het is een ongelijke strijd tussen moeder en mij, het lot of de voorzienigheid die het zo heeft gewild. Ik heb de hersenen, moeder de macht. Ik kan haar pijnigen met intelligentie, moeder kan mij straffen, fysiek, en door me te laten voelen dat ik niemand ben.

M: Ga verder.

Stanislav: Zodra ik weer op adem kom, komt opnieuw de trechter in mijn zere keel en voedt moeder mij opnieuw met braaksel en bloed. Ik ben een gevangene, een slaaf, ik haat deze vrouw, een moeder, die ik zou willen liefhebben. Door haar strategie van kleine beetjes braaksel en voedsel in te brengen raakt mijn maag stilaan gewend aan enig voedsel. Moeder heeft daarmee het wapen waarmee ik haar bestrijd, de hongerstaking, afgenomen.

Belgrado – Spanje. De trechter was een machtsmiddel van moeder die hem verplichtte te eten en hem tevens het spreken te beletten. Moeder was bevreesd voor de woorden van haar bastaardzoon. De Torquemada had een emotionele blokkade in zijn keelgebied, dat bij spanning, stress en vooral bij angst, dicht ging zitten. Als gevolg had hij een zachte stem. Opmerkelijk, fluisterende mannen als Bin Laden even niet meegerekend, voor een tiran van zijn kaliber. De trechter in Belgrado moet worden gezien als een van de hoofdoorzaken van de keelblokkade van De Torquemada in Spanje. De trechter en eten werden, meer specifiek het keelgebied, symbolen voor macht en onmacht. In ‘Tomás de Torquemada: Ternura bruta’ lezen we:

“Dichterbij komen dan een meter of vijf, zes van beklaagde is hem niet toegestaan, anders gezegd, is voor hem een leven lang fysiek vrijwel onmogelijk. Dit omdat zijn keel, door een voor hem onbekende oorzaak, nog meer gaat dichtzitten dan voor hem gebruikelijk. De Torquemada blijkt in het keelgebied, vooral op de stembanden, een emotionele blokkade te hebben die zoals we zien, uit vorige levens stamt. Hoe dichter hij in de directe nabijheid van een verdachte komt, hoe meer zijn keel zich sluit waardoor het spreken ernstig wordt bemoeilijkt.

M: Stanislav, sta je toe dat moeder het wapen van je heeft afgenomen?

Stanislav: Nee!

M: Hoe heb je moeder belet het wapen van je af te nemen?

Stanislav: Het wapen van de hongerstaking heb ik vervangen door de gave te weten hoe ik moeder met woorden kan bevechten!

Extrasensorisch filmbeeld en achtergrondscenario
Opnieuw voordat Stanislav antwoordt geeft ontvang ik een filmbeeld op mijn extrasensorische beeldscherm: Een adolescent die zijn moeder met intelligentie probeert te vermorzelen.

M: Ga nu naar een moment waarbij je je nieuwe wapen gebruikt, en vertel waar je je bevindt en hoe je je voelt.

Stanislav: Ik ben in het Kamertje, en steun voorovergebogen op de rugleuning van de stoel bij de tafel, en kijk moeder observerend aan, recht in de ogen. Ik bevind me aan de korte kant van de tafel tegenover de zijde waar ik al jaren zit. Het is de zijde die alleen aan moeder is voorbehouden en haar stoel die de meeste tijd in haar slaapkamer staat. Moeder is getergd dat ik haar dwingende protocol doorkruis, maar heeft lichamelijk niet meer de kracht mij te weerhouden een verboden plaats in te nemen, haar sancties aan mij op te leggen.

Terwijl ik moeder doordringend aankijk richt ik enkele goed gekozen zinnen tot haar, in de hoop haar in de ziel treffen. Eenmaal de verboden plaats aan de tafel ingenomen te hebben, schiet ik met scherp, en op geringschattende toon maak ik duidelijk dat een man meer zoekt dan een anatomisch gevormd lichaam, dat zoals blijkt, snel kan verwelken, dat een man een vrouw wenst die betrouwbaar is en niet slechts op een luxe belust is, dat een man een vrouw wenst met voldoende hersenen, dat de markies gelijk had zich van haar af te keren, dat hij, Stanislav, precies hetzelfde gedaan zou hebben.

Moeder is woedend als ik woorden van deze strekking opnieuw, maar nu met grotere overtuiging dan als kind enige jaren geleden, uitspreek. Moeder voelt dat ik het meen, dat het misschien wel waar is wat ik zeg. Moeder kan mij lichamelijk en zeker verstandelijk niet meer aan. De trechter behoort tot het verleden. Uit eigen beweging eet ik nu kleine porties, tenslotte heb ik een nieuw wapen om de agressie en wreedheid van moeder – het per se weigeren mij als een zoon te accepteren – te weerstaan. Het nieuwe wapen, mijn scherpe verstand en woordkeus, werkt uitstekend. Alleen, ook moeder heeft een nieuw wapen ontdekt waarmee ze mij probeert te bestrijden.

M: Aha, duidelijk Stanislav. We spoelen verder naar een moment waarbij moeder haar nieuwe wapen inzet. Een, twee, drie…

 

HET KAMERTJE, V

Stanislav: Wij, moeder en ik, bevinden ons ook nu in het Kamertje, en ik zit aan tafel te schrijven. Moeder komt plots achter me staan, buigt zich over mij heen om te kijken wat ik schrijf, en drukt haar bovenlichaam tegen me aan.

Ik voel haar borsten tegen me aan!

Het is een vreemde en ook angstige gewaarwording voor mij, het zijn niet de borsten van moeder als moeder, maar van moeder als vrouw. Alsof moeder mij heimelijk probeert te verleiden of voor zich te winnen. Het is erotisch, van haar en misschien ook voor mij. Maar ik ben een zoon en zoek sinds mijn kindheid een moeder, een moeder die er nooit was en nooit is.

M: Vertel verder.

Stanislav: Het is mij opgevallen dat moeder de laatste weken minder agressief was. Ik begreep de geleidelijke verandering niet, brak er mijn hoofd over en vroeg me af of moeder ziek was.

M: Hoe reageer je op de heimelijk aanraking van moeder?

Stanislav: Wat zal ik zeggen, ik laat haar niet merken wat ik voel. Maar ik ben wel licht opgewonden, een vrouw die voor de eerste keer mij als man benadert, en tegelijkertijd schrijf ik aan de tafel versteend van schrik onbewogen verder, alsof er niets gebeurd is. Misschien omdat ik niet reageer maakt moeder zich onmerkbaar langzaam los van mijn lichaam, alsof de aanraking niet heeft plaatsgevonden.

De aanraking was indrukwekkend, innerlijk oorverdovend zonder geluid, lichamelijk grotesk, ware het niet dat de verkeerde persoon, moeder, de vrouw was die me als man erotisch aanraakte.

M: We spoelen je levensfilm door tot aan een voor jou erotisch confronterend moment met moeder.

Stanislav: Moeder kust me! Althans, probeert me te kussen, plotseling en volslagen onverwacht. Ik loop langs de tafel naar de deur om het Kamertje te verlaten, en moeder volgt mij ongemerkt. Zonder dat ik er op ben voorbereid kust ze mij onhandig, half op mijn rechter wang half op de mond. Ik vind het afschuwelijk ondanks dat ik een man ben die graag een vrouw zou willen begeren. Ik weiger te drinken uit de erotische kelk die moeder me opnieuw aanbiedt. Ik vertrouw moeder en haar listen niet, en zelfbehoud is sterker dan de seksuele man in mij.

Ik weer moeder instinctmatig af met mijn handen, stevig, het is bijna een lichamelijk gevecht. Haar beide armen pak ik bij de polsen beet en slinger haar met een duw van me af. Moeder wordt woedend, haar gezicht trekt wit weg, ze is opnieuw afgewezen, zoals de markies haar vroeger afwees, en haar machtsspelletje met mij is mislukt.

M: Stanislav, ik neem je imaginair opnieuw mee naar de oever van de Donau. Aan de overkant van de rivier zie je in de optrekkende mist het tafereel opdoemen van moeder die in het voorbijgaan in het Kamertje je plotseling kust. Kijk waarom moeder dat doet. Vertel wat je ziet en wat je voelt en innerlijk weet.

Stanislav: Doordat hij niet reageert op moeders mislukte kus, valt haar oorspronkelijk plannetje in duigen. Het plan was hem in haar netten te strikken, met seksuele avances afhankelijk te maken, en hem vervolgens als een eunuch af te wijzen en te vernederen.

M: Het is duidelijk Stanislav. Van de Donau gaan we weer terug naar de realiteit in het Kamertje. Zo dadelijk op tel drie, spoel ik de levensfilm verder de toekomst in. De spanningen tussen jou en je moeder zijn opgelopen, ze wijst je als een eunuch af en vernedert je.

Extrasensorisch filmbeeld en achtergrondscenario
Ook deze keer voordat Stanislav antwoordt ontvang ik een filmbeeld op mijn extrasensorische beeldscherm: De volwassen Stanislav staat voor de geopende deur van het Kamertje die toegang geeft tot de buitenwereld waar moeder geen invloed op heeft.

M: Op tel drie ben je ouder en zijn de spanningen met moeder hoog opgelopen. Een, twee, drie… vertel.

Stanislav: Al maanden heeft moeder haar nieuwe wapen gebruikt om mijn mentale aanvallen op haar te beantwoorden. Moeder kent mijn lichaam tot in detail, en maakt misbruik van de grote onzekerheid die ik heb over mijn lichaam, mijn smalle schouders, dunne benen, en mijn niet al te grote en bleke voortplantingsorganen.

M: Aha.

Stanislav: Met en zonder woorden laat ze me al maanden voelen dat ik geen echte man ben, dat ik altijd een onvolwassen kind zal blijven, gelijk een eunuch zonder testikels, dat ik niet potent ben en geschapen voor de geslachtsdaad. Moeder kleineert me, vernedert me, en al waar ik naar opzoek ben, een beminnende moeder, verdwijnt definitief in de afgrond. Voor moeder ben ik beurtelings de markies, mijn biologische vader Damir de nietsnut, een bastaard, een kind met kleine testikels, een eunuch, maar nooit haar zoon Stanislav.

M: Aha, ik begrijp het, ga verder Stanislav.

Stanislav: Ik sta tegen het muurtje dat toegang geeft tot de kleine ruimte in onze woning waar eten wordt bereidt. Moeder komt op me af en in een opwelling drukt ze haar mond agressief op die van mij, wetend dat ik het afkeurend verschrikkelijk vind, nog afschuwelijker dan een trechter in mijn keel. Ik schrik opnieuw van een kussende vrouw die mijn moeder is, en sla haar met kracht van me af.

Belgrado – Spanje. Moeders wapen, misbruik van seksualiteit, dat de functie heeft om zoon Stanislav in zijn eer te krenken en zijn ego te vermoorden, zal enkele eeuwen later zowel ‘doorwerking’ hebben (Ten Dam 2013) als karmische gevolgen (Cerminara 1970). Moeder en zoon in Belgrado ontmoeten elkaar opnieuw in de 15e eeuw, maar dan als koningin Isabel la Católica en Grootinquisiteur Tomás de Torquemada. Het Kamertje wordt de biechtstoel waar de dialogen worden gehouden. Om verschillende redenen doen beiden seksualiteit in de ban, en vinden elkaar in de oprichting van de Spaanse inquisitie.

Seksualiteit zo heeft de jongen in Belgrado ervaren, geeft lust en pijn, en kan een mens vergiftigen. In de Spaanse incarnatie als De Torquemada zal seksualiteit dan ook te vuur en te zwaard bestreden worden. Isabel la Católica, die een leven lang zal worstelen met seksueel ambivalente gevoelens, latent sadomasochisme, zal hem daarbij helpen. Wie anders dan Isabel, de vrouw die eeuwen geleden zijn moeder was in Belgrado, kan hem het beste begrijpen. Tenslotte heeft haar ziel nog iets goed te maken naar De Torquemada die nog steeds de hevig gewonde jongen uit Belgrado in zich draagt.

Opnieuw is moeder afgewezen, ze pakt een mes en komt op me af. Met een stok weer ik de aanval van het mes af, en kijk haar doordringend aan. Dan loop ik naar de deur om haar voorgoed de rug toe te keren. Moeder weet dat het de laatste keer is dat ze me ziet, en verliest het bewustzijn. Ook ik weet dat ik moeder nooit meer zal terugzien, en met onzichtbare tranen in de ogen versnel ik mijn pas.

M: Stanislav, ik spoel de film nu door naar het einde van je leven.

Stanislav: Ik lig op een bed van oud stro in een klein kamertje, niet meer dan een hok. Bloed komt uit mijn mond en ik moet hevig overgeven. Mijn maag en vooral mijn slokdarm is kapot en brandt als vuur. Mijn lichaam is uitgeteerd door een ziekte. Al lang kan ik niet meer eten, ben zeer vermagerd. Ik ben 37 jaar oud en het einde is nabij. Moeder heb ik nooit meer gezien, ook niet meer willen zien. Een korte tijd heb ik bij de markies, mijn vroeger stiefvader, gewoond, maar het ging niet goed. Hij heeft wel door een geleerde me kennis laten bijbrengen, waardoor ik meer van de wereld en mensen ben gaan begrijpen. Een vrouw is nooit in mijn leven geweest, zelfs geen oosterse prostitué. De enige halve en hele kus kwam van moeder, maar was een afschuwelijke ervaring.

M: Stanislav, wat is de laatste gedachte voordat je sterft?

Stanislav: Als het kan wil ik het de wereld dubbel en dwars betaald zetten.

M: Ik tel tot drie, en dan blaas je de laatste adem uit, een, twee, drie…

Stanislav: Ja, dit is het einde, met de snelheid van het licht verdwijn ik in de donkerte op weg naar onbekende bestemming.

M: Stanislav, goede reis.

M: Tomás de Torquemada, dit was het vorige leven van Stanislav, de incarnatie die voorafging aan het leven van u als beruchte en gevreesde Grootinquisiteur van Spanje, als de Dominicaan die ook de gepassioneerde biechtvader was van Isabel la Católica, de koningin van Spanje die in een van haar vorige incarnaties uw brute moeder in Belgrado was.

 

Zie ook:
Isabel la Católica: Seksuele bekentenissen van een Spaanse koningin
Isabel la Católica: Mijn vorige leven als promiscue non

 

_______

NOTEN EN AANBEVOLEN LITERATUUR

Arroyo S. (2015). Astrology, Karma & Transformation: The Inner Dimensions of the Birth Chart (2nd Revised edition). Sebastopol CA: CRCS Publications.

Atkinson M. (1997). Blue Velvet. London: BFI Publishing

Bolz A. (2001). Sex im Gehirn. Neurophysiologische Prozesse in der Sexualität. Südergellersen: Bruno Martin.

Cerminara G. (1970). Many Mansions: The Edgar Cayce story on Reincarnation. New York: Slone.

Dam H. ten. (2013). Catharsis, Integratie en Transformatie. Ommen: Tasso.

Davis W. (1985). The Serpent and the Rainbow. New York: Simon & Schuster. (1997 edition retitled: The Serpent and the Rainbow: A Harvard Scientist’s Astonishing Journey into the Secret Societies of Haitian Voodoo, Zombis, and Magic.)

Foucault M. (2017). Geschiedenis van de seksualiteit. Amsterdam: Boom

Freud, S. (2017). Drie verhandelingen over de theorie van de seksualiteit. Nijmegen: Vantilt

Freud S. (2008). Een jeugdherinnering van Leonardo da Vinci. In: Freud S. Werken. Amsterdam: Boom.

Freud S. (1923). Psychoanalyse’ und ‘Libidotheorie. Frankfurt am Main: S. Fischer.

Lucas WB. Regression Therapy: The Handbook for Professionals. Two Volumes. [bevat indicaties voor obsessies]. Crest Park, CA: Deep Forest Press.

Philips A. (1998). A Defense of Masochism. New York: St. Martin’s Press

Sacher-Masoch L. von. (2000). Venus in Furs. London: Penguin Classics

Vergote A. (2002). Sublimatie. Een uitweg uit Freuds impasse. Amsterdam: SUN

Verstraaten MJG. (2010). Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen. Genetica van een innerlijke & uiterlijke carrière. Nederland / Nederlandse Antillen: Destinations NV – Intuïtieve Intelligence.

Verstraaten MJG. (2017). Isabel la Católica: Seksuele bekentenissen van een Spaanse koningin. Mediumistic Journalism. https://bit.ly/2NMY1Mn

Verstraaten MJG. (2017). Isabel la Católica: Mijn vorige leven als promiscue non. Mediumistic Journalism. https://bit.ly/2AhJ7u1

Weiss BL. (1988). Many Lives, Many Masters. New York: Simon Schuster.

Woolger RJ. (1988). Other Lives, Other Selfs: A Jungian psychotherapist discovers past lives. New York: Bantam Books.

Woolger RJ. (2011). Healing your Past Lives. Louisville, CO: Sounds True Inc.

 

 

Update 04-06-2019