Case of Kor G. & Jody O.: Study on Eczema / Atopic Dermatitis

Foto (detail): Wikipedia / Chamaeleon

DOCUMENTO ARTE CURA PARANORMAL
Mediumistic Studies on Eczema / Atopic Dermatitis, 1987-2013

 

De benaming constitutioneel eczeem is arbitrair, de diagnose, op basis van een samenraapsel van criteria, niet valide, een verlegenheidsdiagnose.

De oorzaken van huidaandoeningen die als constitutioneel eczeem worden gediagnosticeerd, zijn inwendig van oorsprong, en terug te voeren tot het disfunctioneren van uitscheidingsorganen en eliminatiesystemen waardoor het lichaam toxische stoffen niet kan afvoeren. De aanmaak van toxische stoffen is het gevolg van storingen in emotionele, mentale en spirituele lagen van de persoon.

De verstoorde processen zijn te herleiden tot belastende ervaringen van persoonlijke aard die regressief longitudinaal te traceren zijn in: een of meerdere vorige levens van de entiteit, in de prenatale periode als foetus, in het meer recente leven van kind of volwassene. Het stellen van een diagnose bij elke afzonderlijke patiënt is maatwerk. Outside the box-denken door ouders, arts, dermatoloog of genezend medium, is van cruciaal belang. De behandeling behoort eveneens maatwerk te zijn, afgestemd op oorsprong en aard van de individuele patiënt met een huidaandoening. De aandoening die op basis van multi-interpretabele criteria constitutioneel eczeem wordt genoemd, kan vele malen beter behandeld worden dan de conventionele geneeskunst geacht wordt te doen.

Draagt u de als wetenschap geclassificeerde ‘wetenschap’ een warm hart toe, lijdt uw kind aan een ernstige vorm van constitutioneel eczeem, kersverse open wonden die u dagelijks aankijken, slaapt u prettig bij de gedachte dat de handjes van uw kind ’s nachts moeten worden omwikkeld en vastgebonden, bent u in voor lichte tot zware hormoonzalven die ‘bij juist gebruik’ geen bijwerkingen hebben, die de huid niet lijken te beschadigen als gebroken witte verkeersstrepen na een kettingbotsing op de A12, lijkt het u ook wel wat om enige tientallen jaren te moeten wachten totdat uw kind vanzelf over de aandoening heen groeit?

Is uw antwoord op de meeste vragen een volmondig ‘ja’? Bezoek dan nimmer een paranormaal genezer die de oorzaak van de kwaal diagnosticeert als restimulaties van trauma’s uit vorige levens. Laat dan ook niet toe dat op basis van zijn mediamiek verkregen informatie de paranormaal genezer geen enkel medicijn, kruid of zalfje hoeft aan te bieden. Vergeet voor het gemak ook dat incidenteel slechts een glaasje cola wordt aangeboden zodat voor het kind met eczeem het consult ook een beetje leuk is, en dat naast handoplegging slechts een paranormaal ‘gesprek zonder woorden’ wordt gevoerd met de innerlijke systemen van de patiënt, mede waardoor zoals bij Kor G. & Jody O., de kwaal voor 25 jaar werd uitgebannen.

Respect is er uiteraard voor elke reguliere en niet-reguliere ‘geneesheer of dame’ die de aandoening reduceert of elimineert en het lijden van patiënt verlicht. Spijtig dat (medische) wetenschappers nog zo vaak naar believen onwetenschappelijk te werk gaan.

 

Inhoudsopgave

Voorwoord
Inhoudsopgave

1 Introductie
1.1 Genetica

2 Wetenschap versus ‘wetenschap’

3 Constitutioneel eczeem (atopic dermatitis)
3.1 Het medisch model van constitutioneel eczeem
3.2 Edgar Cayce’s perspectief op eczeem en andere huidziekten

4. De paranormale genezing: overleden artsen, dode therapeuten en Afro-Braziliaanse orixás
4.1. Filipijnse faith healers
4.2. Medium George Chapman & dr. William Lang
4.3. Medium Zé Arigó & dr. Fritz
4.4. Afro-Braziliaanse orixás

5 Medium Martien Verstraaten, overleden artsen & orixá Omolu
5.1 Mediamieke informatieopbouw en innovatieve behandelingsprotocollen
5.2 Orixá Omolu, godheid van de pokken en huidziekten

6 Casus Kor G.
6.1 Het kind, de diagnose
6.2 De behandeling
6.3 Een gelukkige moeder, een gelukkig jongetje
6.4 Kor G. – Periode 1989-2013

7 Casus Jody O.
7.1 Het kind, de diagnose
7.2 De behandeling
7.3 Een gelukkige moeder, een gelukkig meisje
7.4 Jody O. – Periode 1987-2013

8 Samenvatting en conclusies
8.1 Wie geneest heeft gelijk

Literatuur

 

1 Introductie
The American Academy of Dematology (AAD) sponsort voor patiëntjes van atopic dermatitis, constitutioneel eczeem, al 20 jaar Camp Discovery.

Onder begeleiding van dermatologen en verpleegkundigen wordt op instigatie van de AAD ‘s zomers jaarlijks Camp Discovery georganiseerd voor patiëntjes (8 – 16 jaar) met vergelijkbare huidaandoeningen. Door de zomerkampen, (in 2013 gehouden) in Minnesota, Washington, Texas, Pennsylvania en Connecticut, wordt middels vissen, spelevaren, zwemmen, waterskiën, kunsten en ambachten automatisch aandacht gegeven aan het psychosociale aspect van patiëntjes met chronische huidaandoeningen.

Camp Discovery meldt op de frontpagina van haar site:

Fun, friendship, and independence are on the top of everyone’s agenda and everyone shares in the discovery of what it’s like to be included.

Op haar beurt verklaart The American Academy of Dematology:

The emotional support gained by participating in a support group, camp, or conference created for people living with a skin disease can significantly improve the quality of life for someone who has atopic dermatitis.

Daarmee wordt nog eens extra het belang aangegeven van de psychosociale component. Na het zomerkamp blijken de patiëntjes duidelijk waarneembaar zich stukken beter te voelen, en hun huidjes ook.

Met de psychosociale component, een onstoffelijke element, bevinden we ons op het terrein van de psychosomatische geneeskunde, met ICD-10-geclassificeerde aandoeningen binnen bijvoorbeeld de psychiatrie, psychologie, neurologie, chirurgie, dermatologie of psychoneuro-immunologie. Stoornissen van psychosomatische aard zijn, zoals bij vele (ogenschijnlijk) niet-psychosomatische aandoeningen, per definitie spiritueel-energetisch van origine. De psychosociale factor bij atopic dermatitis, als repercussies in de vorm van emotionele en sociale isolatie, moet niet alleen worden gezien als een gevolg van de ziekte. Het psychosociale ‘decor’ wordt door het kind (de entiteit) ook ervaren als bron en oorzaak van constitutioneel eczeem in het heden. Dit vanwege de grote verwantschap met het eczeem-gerelateerde ‘strijdtoneel’ van zijn vorige leven(s) waar de fysieke en psychosociale ‘infectiehaard’ voor zijn deelpersoonlijkheid te lokaliseren is.

Het is spijtig dat de Amerikaanse ‘dermatologische geleerden’ slechts in hoofdzaak weet hebben van het psychosociale ingrediënt als ‘zalf’ voor het gemoed en de reeds beschadigde huid, en niet als een te beschouwen grootheid, als een van de hoofdoorzaken, bij de diagnose constitutioneel eczeem. De psychische factor wordt door dermatologen niet gezien als een van de hoofdoorzaken bij constitutioneel eczeem, maar slechts als factor die de aandoening ‘kan’ verergeren of nadelig beïnvloeden. De huid zo moet ik stellen, is in dit verband de uitgerolde perkamentrol, het majestueuze vel papier, waarop organen, het endocrien stelsel en andere systemen een boekje open doen, waarop de innerlijke geschiedenis van de patiënt, gerelateerd aan heden, verleden en reïncarnatief verleden, staat beschreven.

Dat wat ‘wetenschap’ wordt genoemd, Thomas Kuhns magnum opus The Structure of Scientific Revolutions (Kuhn 1962) ten spijt, gaat vaak nog niet veel verder dan dat wat slechts wil worden begrepen en nagejaagd.

De AAD is daarop geen uitzondering. Enerzijds worden Chinese kruiden die corticosteroïden bevatten in alle toonaarden ontraden. Dit omdat, zo lezen we op hun website, levertoxiciteit, nierinsufficiëntie, zelfs niertransplantaties (toe maar, red.) en hartziektes er het gevolg van zouden kunnen zijn. En anderzijds zijn de Amerikaanse dermatologen, zoals ook hun Europese collega’s enorme voorstanders, welhaast prijsvechters, van dezelfde corticosteroïden (hormoonzalven) die enorme bijwerkingen kunnen hebben, en schrikken als arts er niet voor terug om het afslaan van behandelingen met corticosteroïden af te doen als steroid-phobia. Bij de Chinese kruidenmengsels kon volgens de AAD het gebruik van corticosteroïden leiden tot een zéér dunne huid, zo werd gemeld. Terwijl volgens dezelfde AAD de huid van de zieke bij gebruik van corticosteroïden ineens, mits voorgeschreven en aangewend door dermatologen, niet of nooit dun werd.

Als we de ‘poëzie’ van de AAD voor waar aannemen moeten we geloven dat Chinese vogels, of vogels uit welk land dan ook, kunnen komen aanvliegen met gemakkelijk verkoopbare troep. En dat dermatologen precies weten hoe constitutioneel eczeem uit te bannen. Maar het sprookje is anders, het nieuwste wetenschappelijk paradigma in dit verband, de dermatologische leuze aan beide zijden van de Atlantische Oceaan is onomwonden:

Gebruik je verstand wel als je (Chinese of andere) kruiden zou willen aanwenden, en gebruik je verstand niet als je je overgeeft aan de eerste de beste corticosteroïden-dermatoloog.

Tenslotte lijken, Ivan Illich indachtig, alleen de geïnstitutionaliseerde medische wetenschappers ‘langlopende octrooien en patenten’ te hebben op het gebied van ‘gezondheid en welzijn’. (Illich 1977)

Het subjectieve gebruik maken van kennis en data is dus de nieuwe wetenschap. Wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn zou zich omdraaien in zijn graf.

 

1.1 Genetica
Voor veel dermatologen en andere specialisten is anno 2013 de paranormale geneeskunst en het genezen aan vorige levens door reïncarnatietherapie nog steeds een anomalie binnen het klassiek medisch paradigma. Het is het gebruikelijke adagium: ‘dat wat we niet kennen bestaat niet’, of zoals George Walker Bush het zou zeggen: You are with us, or you are against us. En daar moet de patiënt het mee doen.

Het is mijn ervaring dat de psychosociale context waarbinnen de aandoening van het kind ‘gedijt’ een belangrijk grootheid is voor het kunnen stellen van een juiste diagnose en voor het concept van adviezen en aan te bevelen behandelingen.

Psychosomatische machinaties bij constitutioneel eczeem, met ankers – zowel in dit leven als in vorige levens – worden daarbij in gang gezet. Deze machinaties ‘gedijen voortreffelijk’ op een bedje van specifiek genetisch materiaal van het ouderpaar van de patiënt: het ouderpaar van hun – bewuste of onbewuste – incarnatieve ‘keuze’.

In gewone mensentaal betekent dit, dat een entiteit die wil incarneren, alleen maar geboren kan worden bij een ouderpaar dat specifieke genen heeft: genen die bij de geest en ervaringen van hem of haar (het zielbeginsel) zullen passen. Daardoor ‘bouwt’ de entiteit, laten we hem, de incarnerende entiteit, Alexandra noemen, positief of negatief verder op zijn geschiedenis van vóór de nieuwe incarnatie. Voor een entiteit waarvoor een perfect functionerend lichaam in de nieuwe incarnatie gewenst is om zijn innerlijke doelen te realiseren, het breken van Olympische zwemrecords, is het genetisch materiaal van bijvoorbeeld Stephen Hawking of van Luciano Pavarotti waarschijnlijk niet erg geschikt. Alleen door specifiek genetisch materiaal dat bij de geest van het zich materialiserende lichaam van de entiteit past, kan deze pas zwemster Alexandra worden. De indalende entiteit (het kind) ‘past’ zo goed bij het ‘gekozen’ ouderpaar, omdat ouder en ‘kind’ meestal al met elkaar verwant waren in een vorig leven: geestelijk en/of fysiek.

Het kind met constitutioneel eczeem en zijn bijbehorende ouders zijn, zoals we al zagen, geestelijk en dus genetisch aan elkaar verwant, kenden elkaar al in een vorig leven waarbij het thema ‘emoties en/of huid’, direct of indirect onderdeel van een levenslijn was. Alexandra zal in een vorige incarnatie naar alle waarschijnlijkheid dan ook geen enkele band hebben gehad met Hawking of Pavarotti.

De ‘hoofdelijk aansprakelijke’ voor alle lusten en lasten zo is mijn ervaring, dus ook in relatie tot constitutioneel eczeem, is en blijft de betreffende persoon/entiteit. De ingrediënten voor het zorgvuldig reduceren of elimineren van ernstige huidaandoeningen zijn dan ook altijd te vinden binnen de patiënt en binnen zijn spiritueel decor aan ervaringen, uiteraard ook bij baby, kind en adolescent.

De trigger voor het aanzwengelen van constitutioneel eczeem, maar ook van astma, hooikoorts en bronchitis (atopische aandoeningen), kunnen retrograde in volgorde, gevonden worden in ervaringen binnen het psychosomatische decor van:

1. Het huidige leven,
2. De prenatale periode, en al verder remigrerend naar decors van
3. Een of meerdere vorige levens.

In het verloop van deze studie zal ik aan de hand van praktijkvoorbeelden inzichtelijk maken op welke manier de oorsprong van atopic dermatitis, bij (de entiteit van) het kind met eczeem, te herleiden is naar ervaringen tijdens een of meerdere van de 3 genoemde ‘levensdecors’ die als broedplaatsen dienden.

The greatest enemy of knowlegde is not ignorence, it is the illusion of knowledge.
Stephen Hawking

 

2 Wetenschap versus ‘wetenschap’
In het door het Britse Chanel 4 in 2007 uitgezonden The Great Global Warming Swindle werd door wetenschappers meer dan forse kritiek geuit op de beweringen en uitkomsten van het zwaar gemanipuleerde klimaatonderzoek dat werd getoond in de documentaire An Inconvenient Truth. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de VN, verantwoordelijk voor het gemanipuleerd ‘wetenschappelijk’ onderzoek, kreeg het zwaar te verduren. In mijn column Climategate in de Himalaya maakte ik hierover reeds uitgebreid gewag.

De onder VN-vlag opererende wetenschappers van IPCC hanteerden geen van allen de CUDOS-norm van de Amerikaanse socioloog Robert K. Merton. Deze zogeheten ‘Mertonian norms of science’, werden in 1942 in The Normative Structure of Science voor het eerst geformuleerd (Merton 1973).

CUDOS staat sinds 2000 voor ‘Communalism’ (gemeenschappelijkheid), ‘Universalism’ (universalisme), ‘Desinterestedness’ (belangeloosheid), ‘Originality’ (originaliteit), en (orginized) ‘Skepticism’ (georganiseerd sceptisch vermogen). Filosoof en socioloog Jürgen Habermas, die met The Theory of Communicative Action (Habermas 1984) veel denkers inspireerde, stelde voor om Honesty toe te voegen aan de ‘Mertonian norms of science’ om tot CUDOSH te komen.

Verschillende wetenschappers, nationaal en internationaal, handelden ondanks Mertons en Habermas’ inspanningen lichtvaardig als het om moraliteit ging, ‘de ethiek van de wetenschap’. We kennen inmiddels de Diederick Stapel-norm en methode.

Ethiek, in de meest brede zin van het woord en zonder een dief van onze geest te willen zijn, is een van de belangrijkste pijlers voor wetenschapsbeoefening. De waarheid dienen houdt in de attitude te hebben of te koesteren om zo nodig oude paden te verlaten en nieuwe durven en willen in te slaan, en oude paradigma’s te vervangen voor nieuwe.

Natuurkundige en wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn (1922-1997), een van de eerste wetenschapsfilosofen van de nieuwe tijd, gaf nieuw elan en body aan structuur en invulling van wetenschapsbeoefening. ‘Paradigma’s’, zo stelde hij, ‘sterven uit met hun verdedigers en nieuwe paradigma’s ontstaan met nieuwe generaties onderzoekers’ (Kuhn 1962).

Gregorius van Tours bijvoorbeeld, was naast Gallo-Romeinse bisschop ook wetenschapper: historicus en heliograaf. Tijdens zijn bewind hield men rond 585 op het concilie van Mâcon nog een debat over de vraag of de vrouw wel mens was, en of zij ook een ziel had. Samen met een handvol kerkgeleerden stemde Gregorius voor een ‘ja’, en met een nipte meerderheid werd besloten dat de vrouw mens was, zelfs een ziel had. Nou zijn bisschoppen niet altijd de beste wetenschappers. De wereld volgens hen, in weerwil van Darwin, is in 7 dagen geschapen, en dan nog wel zonder condooms, toch een prestatie van formaat. Duidelijk is wel dat in de eeuwen na het concilie van Maçon er een paradigmaverschuiving nodig was voordat bijvoorbeeld de suffragettes van de 20ste eeuw uit de Britse startblokken konden komen.

Volgens Kuhn doorloopt de wetenschap als discipline verschillende fasen van ontwikkeling, en hij onderkent daarbij:

1. Pre-paradigma. Geen consensus, fase gekenmerkt door onvolledige en onverenigbare theorieën.
2. Normal science. Dominante paradigma’s, anomalieën, crisis ontstaat.
3. Revolutionary science. Nieuw onderzoek, nieuwe paradigma’s worden gevestigd.

Kuhn, die een dialectisch denken niet ontzegd kon worden, werd weer bekritiseerd door Karl Popper, en deze door Imre Lakatos, waardoor de Popper-Kuhn-Lakatosdiscussie werd geboren. En zo zou via kruisbestuiving de wetenschap zich ook moeten gedragen.

Ik schreef het al zo zóú de wetenschap zich moeten gedragen’, want te veel en te vaak berijden wetenschappers maar al te graag onwetenschappelijke stokpaardjes. Zoals elk mens een product van zijn epoque is, beschouwd ook ‘de moderne wetenschapper oude stijl’, zichzelf nog te vaak als übermensch. Dat wat in hun perceptie niet kan bestaan, bestaat niet. Of dat nou het revolutionaire gedachtegoed van Copernicus, Kepler en Galilei betrof, het goddelijk geachte Higgsdeeltje, de snaartheorie, of het paranormaal en reïncarnatief beteugelen van constitutioneel eczeem. Ook paranormale kennis en fenomenen zijn als elke wetenschap onderhevig aan wetten. Paragnost Gijsbert van der Zeeuw (1912-1981) was binnen het Nederlands taalgebied de eerste die met boeken als Wonderen of Wetten (Van der Zeeuw 1980) een formidabele aanzet maakte met het in kaart brengen van de wetten van de paranormale waarneming.

Op een meer gebruikelijke, theoretische manier, kan ik de meeste (medische) wetenschappers wellicht niet inzichtelijk maken, ik heb die behoefte ook niet, hoe constitutioneel eczeem te behandelen op basis van diagnoses gestoeld op paranormale en reïncarnatieve informatieopbouw. Paranormale praktijk en theorie zou welhaast zeker als abracadabra overkomen. De eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat ook ik menige medicus ben tegengekomen die de paranormale diagnose en behandeling met open vizier tegemoet trad, en in voorkomende gevallen zich zelfs door mij als paranormaal genezer liet behandelen, met resultaat overigens. Er is dus duidelijk hoop, en dat stemt zeker tot tevredenheid.

De feiten van de casussen van Kor G. en Jody O., hier gepresenteerd als een beknopte studie, spreken voor zich. Voor sceptici met de behoefte aan een klassiek verklaringsmodel voor gemelde genezingen zal het nog een hele dobber worden om er toevals-chocolade van te kunnen maken. Feit is dat de beide kinderen, zoals in deze studie zal blijken, na de serie behandelingen in 1989, verlost waren van atopic dermatitis. Er zal nog heel wat water door de Bosporus of de Amazone moeten stromen alvorens parapsychologie en dat wat ‘paranormale fenomenen’ wordt genoemd een integraal onderdeel vormen met dat wat nu ‘wetenschap’ heet.

 

3 Constitutioneel eczeem (atopic dermatitis)
Constitutioneel eczeem is een van de huidaandoeningen waar wereldwijd veel onderzoek naar is gedaan. Desondanks tast men, bezien vanuit een medisch model, nog steeds in het duister. Als paragnostisch medium heeft het me altijd verbaasd hoe betrekkelijk weinig inzicht de gemiddelde westerse dermatoloog heeft, die ondanks een berg aan kennis waar menigeen jaloers op zou zijn, geen weet heeft van de onderliggende factoren bij atopic dermatitis, waarbij gekristalliseerde vergiften via de huid zich een weg banen naar de oppervlakte. Pappen, nathouden en smeren als symptoom management is vaak het advies van huisarts en dermatoloog. Dit om het orgaan huid tevreden te stellen, mild te stemmen, alsook de onwetende witte doktersjas en de geldbuidel van de farmaceutische industrie.

Een gediplomeerde loodgieter die de naden van een lekkende badkamerkraan slechts met papieren plakband af dicht en niet het kraanrubber vervangt of de wartel inspecteert, zouden we gelijk het huis uit bonjouren. Artsen kunnen uiteraard niet alles weten, maar de betweterigheid, arrogantie en vaak (kind)onvriendelijke benadering ingeval van (constitutioneel) eczeem (een ziekte waaraan volgens mijn moeder je niet doodging maar ook niet van genas) spreken voor zich. De paragrafen in deze studie vallend onder ‘patiëntenverklaringen’, de reeds in 1989 opgetekende bevindingen van de ouders van zowel Kor G. als van Jody O., geven een goed beeld van toon en teneur bij de gestelde diagnoses en ingeschat ziekteverloop.

 

3.1 Het medisch model van constitutioneel eczeem
‘De precieze oorzaak van constitutioneel eczeem is onbekend’, zo bericht de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie. Met veel veronderstellingen wordt aangegeven dat het eczeem ontstaat door een samengaan van verschillende factoren. De erfelijke kant komt in beeld, een gestoorde barrièrefunctie van de huid wordt gemeld, allergische en niet-allergische factoren zijn van invloed terwijl de rol van de allergische factor ook weer als ‘niet duidelijk’ wordt gekenschetst.

Inhalatieallergenen, zoals huisstofmijt, stuifmeel, grassen, honden en katten worden in allergische zin als boosdoeners overwogen, ‘en na onderzoek weer als niet-valide verklaring terzijde gelegd’. Voedingsstoffen, zoals koemelk, kippeneiwit, vis of de bekende pinda worden in allergische zin als boosdoeners overwogen, ‘en na onderzoek eveneens als niet-valide verklaring terzijde gelegd’. Wereldwijd wordt door verenigingen voor dermatologie op basis van wetenschappelijk onderzoek gegist naar de oorzaak. Allergologisch onderzoek bij mensen met constitutioneel eczeem staat zoals gemeld, dus niet (meer) ter discussie. Qua verklaringsmodellen van atopic dermatitis, en ook voor de behandelingen met hormoonzalven, blijft het vooralsnog pappen en nathouden.

Het toekomstbeeld dat deskundigen schetsen van een kind met constitutioneel eczeem is niet erg florissant. Op basis van uitspraken als ‘de precieze oorzaak van constitutioneel eczeem is onbekend’ en ‘van een deel van de jonge kinderen met eczeem krijgt astma. Welke kinderen dat zullen zijn is niet te voorspellen …’, kan het voor de patiëntjes vriezen en dooien met de huid, en lijkt het verloop op een tombola waarbij ‘pech en geluk’ de wetenschappelijke grootheden zijn voor prognoses via de klassieke geneeskunst.

 

3.2 Edgar Cayce’s perspectief op eczeem en andere huidziekten
Edgar Cayce (Hopkinsville 1877 – Virginia Beach, 1945), bekend als een van de grootste mediums aller tijden. In de database van de Edgar Cayce’s Association for Research and Enlightenment (A.R.E.) in Virginia Beach VA, USA, de organisatie die zijn nalatenschap bestiert, bevinden zich de verslagen van meer dan 14 000 in trance gegeven readings over 10 000 verschillende onderwerpen. Meer dan tweederde van de readings bestaat uit de zogeheten medische readings, allen stenografisch opgenomen en geregistreerd, die informatie geven over vrijwel alle aan ziekten en storingen van lichaam en geest.

Edgar Cayce geeft zijn visie ook op huidgerelateerde aandoeningen in de door de A.R.E zorgvuldig opgeslagen en gekoesterde readings. De readings over huidaandoeningen betreffen psoriasis (reading nummer 289-1 en 2455-2), sclerodermie (1968-3, 2514-1 en 726-1), vitiligo (464-2, 779-25, 779-25, 3338-1 en 3338-1), maar ook over het doorgaans minder belastende acne (968-3). De oorzaak van de diverse huidaandoeningen verschillen caleidoscopisch gezien uiteraard per type aandoening, maar nog meer aan variatie en enorme verschijningsvorm per uniek individu/entiteit.

Bij huidziekten zoals eczeem en psoriasis duidt Cayce als oorzaak op, ‘het dunner worden van de wand van de darm’, die daardoor onverteerd voedsel doorlaat. Daardoor kunnen ontstane vergiften (gefermenteerde voedseldeeltjes) zich een weg banen naar de huid. De rode draad van oorzaken bij huidgerelateerde aandoeningen is dan ook vaak poor elimination and intestinal toxicity. In de aan huidziekten gerelateerde readings meldt Cayce eveneens als belangrijk gegeven het persisteren van een combinatie aan verschillende oorzaken, en wel in een en/en- of en/of-setting. Zoals het onderzoek van het crashen van een verkeersvliegtuig vrijwel altijd laat zien dat de oorzaak van het neerstorten te vinden is in een opeenstapeling van defecten en/of menselijke factoren.

De hoofdoorzaken, wel of niet in combinatie met elkaar, worden volgens Cayce’s perspectief op eczeem en andere huidziekten gevonden in onder andere:

1. De verstoring van het zuiverend vermogen van het lichaam.

2. De verstoring van de bloedsomloop met betrekking tot een of meerdere eliminatiesystemen en/of uitscheidingsorganen, lever, darmen, nieren, longen, waardoor deze onvoldoende hun werk kunnen doen.

3. De verstoorde werking van de lever als fabriek die honderden chemicaliën afscheidt en uitscheidt.

4. Verdunning van de darmwand als gevolg van onder andere druk op bepaalde spinale zenuwen, veroorzaakt door problemen van de wervelkolom (de wervels).

5. De verstoring van afvoer van opgebouwde vergiften door de povere werking van de darm. Vooral de karteldarm (colon) wordt in dit verband door Cayce genoemd.

6. De verstoorde werking van het endocrien stelsel, waardoor het klierstelsel onvoldoende gereinigd en gezuiverd wordt. Hulptroepen voor de in het bloed aanwezige krachten zijn daardoor afwezig. Als gevolg vindt er te weinig activiteit plaats in de bloedsomloop van de huid (doorbloeding) en andere weefsels.

7. Onvoldoende werking immuunsysteem en lymfatisch circulatie van de huid.

8. Het disfunctioneren van cerebrospinale centra waardoor de coördinatie tussen de oppervlakkige en diepe bloedsomloop wordt gestoord.

9. Het gebruik van bepaalde voeding die de werking van de bloedsomloop en de eliminatiesystemen remt of blokkeert.

 

Bij de behandeling van huidziekten is ontgiften het centrale thema. Cayce stelt dat het lichaam vier primaire routes heeft voor het elimineren van vergiften uit het lichaam: de dikke darm, nieren, longen en huid. Cayce beschrijft uiteraard een aantal oorzaken voor het ontstaan van de vergiften in het lichaam. Bepaalde voeding als een van de oorzaken wordt in zijn readings meerdere malen gemeld, maar ook onvoldoende coördinatie tussen verschillende systemen, de bloedsomloop, het endocriene stelsel, en eerder ontstane letsels aan de wervelkolom. Voor meer uitvoerige informatie met betrekking tot concepten en behandelingen conform de readings van Edgar Cayce, zie http://www.edgarcayce.org/

Edgar Cayce kennende, die ook wel de vader van de holistische geneeskunst werd genoemd, zijn vrijwel alle storingen te herleiden tot de geest (van de betreffende persoon/entiteit). Een structureel verband tussen huidaandoeningen en specifieke ervaringen in de vorige levens van de entiteit, heb ik vooralsnog bij Cayce’s readings over de huid niet aangetroffen. In de readings van Edgar Cayce over (de verschillende vormen van) karma (Cerminara 1983) heb ik wel de relatie kunnen aantreffen tussen ziekte en vorige levens. Dit specifieke verband in relatie tot huidaandoeningen heb ik zelf wel meerdere malen aangetroffen (dood door verbranding van de huid in vorige levens als oorzaak voor psoriasis tijdens emoties en stress), en werden voor mij daardoor uitgangspunt bij de behandeling van, vooral ‘eczeemkinderen’, lijders aan constitutioneel eczeem.

 

4 De paranormale genezing: overleden artsen, dode therapeuten en Afro-Braziliaanse orixás
Puttend uit het dagbewustzijn van mijn huidig leven, mijn huidige incarnatie, bezit ik sec weinig kennis over de vele fysieke en niet-fysieke storingen en aandoeningen die via cliënten in beeld worden gebracht. Ik ben geen medicus, en spijtig genoeg krijg ik ook aanzienlijk minder betaald voor mijn werk. Daarentegen werd en word ik in mijn werk langs paranormale en mediamieke weg bijgestaan door een team van overleden artsen en specialisten, geleidegeesten genaamd, die voor hun dood actief waren in disciplines als dermatologie, gynaecologie, endocrinologie, chirurgie, psychiatrie, farmacologie, voedingsleer of toegepast entertainment.

Deze laatste aandachtsrichting, entertainment, als magisch gesproken of gezongen incantaties, is van belang om bij de zieke door relativering de druk van de ketel te kunnen halen. Ontspanning van lichaam en geest heeft zoals bij verliefdheid, een geweldige invloed op lichaam en geest, de chemische fabriek werkt dan op volle toeren, de vlinders verdringen de vleermuizen in ons. Een avondje cabaretier Youp van het Hek of salsaparty is voor bepaalde aandoeningen heilzamer dan een apotheek aan hormoonzalven of de gedachte aan een roestvrij stalen chirurgische messenset.

Bij incantaties ontdoet de geest zich van kramp, de coördinatie tussen de verschillende lichaamssystemen verloopt daardoor effectiever, en het lichaam ontdoet zich bijgevolg gemakkelijker van storende vergiften. Daarmee wordt de aandoening nog niet in de volle breedte verholpen, maar wordt, Edgar Cayce indachtig, een krachtige basis en voedingsbodem gelegd voor een meer effectieve behandeling en herstel. Naast handoplegging waren incantaties in de vorm van commando’s ook de enige methodiek die ik gebruikte bij de behandeling van secondary amenorrhoea (afwezigheid van menstruele periodes gedurende minimaal 3 maanden). De duur van de afwezigheid van de menstruele cyclus bij de patiënten voordat ze door mij behandeld werden varieerde van 6 tot 12 maanden. De commando’s die ik symbolisch aan de baarmoeder gaf was om binnen 6, 10 of 12 uur, afhankelijk van het type patiënt, de cyclus te herstellen. Alle ‘toegesproken’ baarmoeders gaven gehoor aan het verzoek, het bevel, en menstrueerden allen binnen de vooraf voorgestelde tijd. Een dame menstrueerde zelfs binnen enkele minuten, nog tijdens het consult. Zie ook: Case of Mr. and Mrs. Past Lives: Study on Relationships.

Ik, wij paranormaal genezers, kunnen dus gebruikmaken van de kennis van een compleet academisch ziekenhuis aan overleden specialisten. En zonder gevaar te lopen op de operatietafel ‘innerlijk’ te verbranden door een steekvlam in de buikholte als gevolg van verkeerd aangesloten zuurstofslangen (Academisch Ziekenhuis Maastricht, 2007), of van een te laat aangemelde Rota-virus besmetting op de prille couveuseafdeling (Diakonessenhuis Utrecht, 2011).

 

4.1 Filipijnse faith healers
Het via overleden artsen stellen van mediamieke diagnoses en het uitvoeren van mediamiek gestuurde ‘operaties’ is niet nieuw. In de Filipijnen verrichten faith healers, zoals bij velen bekend mag zijn, al decennialang ‘operaties’. Daarbij worden de ons bekende wetten van de fysica ogenschijnlijk ‘met voeten getreden’, als met blote handen het lichaam van de patiënt wordt binnengedrongen, en weefsel of ander materiaal wordt verwijderd.

Dr. Jan van Hemert, Ph.D. neurologie en neurofysiologie (Rotterdam, 1939), bestudeerde het werk van de met succes ‘opererende’ Alex L. Orbito, het internationaal vermaard Filipijnse medium. Prof. dr. van Hemert, was als trainer van artsen en coassistenten verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is oprichter van Teaching Tree University in Egypte.

Op basis van wetenschappelijk onderzoek publiceerde prof. Van Hemert het rapport Scientific Report Spiritual Healing of Rev. Alex Orbito (Van Hemert 2004).

Van Hemert bestudeerde de gegevens van 124 patiënten, medische gevallen, waarbij de officieel gestelde diagnoses werden ingedeeld in 10 categorieën. De diagnose tumor bijvoorbeeld, vertegenwoordigd in groep I, werd in 48 gevallen gesteld, een 38,7% binnen de totale studiegroep.

Om de effectiviteit van de behandeling te kunnen bepalen, vergeleek Van Hemert de resultaten van de conventionele geneeskunde en de uiteindelijke prognose per patiënt gemaakt door de officiële geneeskunde met de resultaten van de behandelingen van Rev. Alex Orbito, uiteraard met betrekking tot dezelfde patiënten. De volledige medische dossiers van de 124 gevallen, die zowel voor als na de behandelingen van Rev. Alex Orbito waren bijgehouden, werden voor het onderzoek ter beschikking gesteld.

Van Hemert vergeleek de door de conventionele geneeskunde gestelde prognoses over levensverwachting/levensduur van patiënten met terminale kanker met de werkelijk ontstane levensduur van hen die door Rev. Alex Orbito behandeld waren. De overlevingskans van terminale patiënten binnen een van de groepen met een bepaald type kanker was statistisch gezien 0%. Dit op basis van prognoses daarvoor opgesteld binnen de conventionele geneeskunde. De patiënten uit de betreffende groepen die door Rev. Alex Orbito waren behandeld, bleken, zo lezen we in het rapport, 5 jaar na behandeling nog te leven en volledig genezen te zijn.

Zie ook de documentaire van antropoloog Jean-Dominique Michel: Les guerisseurs de la foi, chirurgie psychique aux Philippines

Van Hemert verdiepte zich ook in de theoretische geneeskunde op basis van de kwantumtheorie, en publiceerde daarover Retrospectieve studie over de effectiviteit van brandwondbehandeling met distance healing (Van Hemert, s.d.) In deze beknopte studie, is een van Van Hemerts premissen:

Dat genezing waarschijnlijk op atomair of zelfs onbewust subatomair niveau plaatsvindt.

Het is overigens mijn ervaring als medium dat ‘genezing op atomair en subatomair niveau’ feitelijk verstaan moet worden als genezing van de geest of de Geest, met een uitwerking op atomair niveau. De atomaire structuur richt/voegt zich naar de gegeven commando’s afgegeven door de geest van de afzender, meestal de paranormaal genezer, soms van de patiënt. Het genezen op atomair niveau is ‘technisch’ gezien vrijwel identiek aan de paranormale dematerialisatieprocessen die ik in 1984 en 1985 in Groningen entameerde. Zie: Psychic performance of dematerializing the clouds, spiritualizing the material.

In paragraaf 2. Wetenschap versus ‘wetenschap’, memoreerde ik als standaard voor betrouwbare wetenschapsbeoefening reeds de CUDOS-norm van socioloog Robert K. Merton, en liet ik eveneens wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn en socioloog Jürgen Habermas aan het woord. Ook Van Hemert heeft als onderzoeker een open geest als het op wetenschapsbeoefening aan komt. Daardoor verklaart hij niet vooraf, zoals in de Middeleeuwen, dat de aarde per definitie plat is als een aardappelchip of arabesk als een getordeerde wokkel. Dat sommige zogeheten wetenschappers in feite ‘onwetenschappelijk’ te werk gaan wordt ook door hem onderschreven. In de reeds genoemde studie over brandwondbehandeling verklaart van Hemert overduidelijk:

Indien verklaringsmethoden zich van te voren vastleggen op bepaalde grondbeginselen (zoals in ieder wetenschappelijk systeem) met uitsluiting van andere verklaringsmodaliteiten, dan zullen een aantal verschijnselen en waarnemingen nooit verklaard kunnen worden uit de simpele vaststelling, dat deze waarnemingen vooraf door dat bewuste wetenschappelijke systeem uitgesloten zijn.

Echter het ontkennen van een waarneming, die niet past of uitgesloten is in een wetenschappelijk systeem is onwetenschappelijk gedrag en remt door uitsluiting zo de ontwikkeling van de wetenschap in het algemeen. (Hemert s.d.).

 

4.2 Medium George Chapman & dr. William Lang
Dr. William Lang (1852-1937), een overleden oogchirurg ‘opereerde’ vele patiënten via het in trance verkerende Engels medium George William Chapman (1921-2006), een voormalige brandweerman (Chapman 1986). Dr. Lang was tijdens zijn leven verbonden aan het London’s Middlesex Hospital, later bekend als Moorfield Eye Hospital, van 1880 tot 1914. In tegenstelling tot de Filipijnse operaties waarbij weefsels pijnloos uit het lichaam werden genomen en er bloed vloeide, ‘opereerde’ de tandem Lang/Chapman op wat in esoterische kringen het etherisch dubbel wordt genoemd, een energetische kopie van het fysieke lichaam.

De nog levende dochter en kleindochter van de overleden dr. Lang, Lyndon Lang en Susan Fairtlough, bezochten Chapman meerdere malen. Toen ze hun overleden respectievelijke vader en opa ‘spraken’ via het medium Chapman, waren beide verbaasd over de exacte kopie die ze aantroffen. Stem en lichamelijke motoriek van hun in Chapman gemanifesteerde vader en opa, waren identiek aan de dierbare zoals ze hem gekend hadden. De significante details die ze over hun persoonlijke leven van hem te horen kregen kon niemand anders dan de gemanifesteerde vader/opa Lang weten. De nog levende dochter van dr. Lang, Lyndon Lang, schonk aan Chapman als dank voor zijn mediumschap het bed van dr. Lang, en vermaakte hem uiteindelijk een belangrijk deel van haar nalatenschap (The Telegraph, 2006).

De tandem Chapman/Lang behandelden gedurende 60 jaar vele aandoeningen bij vele zieken, bij handwerkslieden tot aan ministers. Onder zijn patiënten bevonden zich onder andere Lady Barbirolli, de acteurs Laurence Harvey and Stanley Holloway, de schrijvers Barbara Cartland en Roald Dahl, de verbannen koning en koningin van Roemenië, tot aan de vrouw van kaakchirurg Sidney Gerald Miron. Naar aanleiding van de wonderbaarlijke genezing van zijn vrouw schreef Miron het boek The Return of Dr. Lang (Miron 1973). Hierin beschreef hij een serie opmerkelijke casussen welke betrekking hadden op cataract, glaucoom, artritis, nieraandoeningen, hersentumoren, hartproblemen en kanker.

 

4.3 Medium Zé Arigó & dr. Fritz
Elk land, elk continent, heeft met inachtneming van de culturele nuance zijn eigen genezers. Medisch Nederland, geboren uit calvinistische piskijkers, bestaat voor het overgrote deel uit medici die de letter van de wet hebben uitgevonden en een vol orgasme krijgen bij de aanblik van een steriel reageerbuisje. Analyse, astrologisch analoog aan Virgo, waardoor met de ogen dicht het verschil kan worden waargenomen tussen een molecuul groene zeep van supermarkt Aldi of de Lidl. Soms is deze benaderingswijze excellent, heb ik nu geelzucht of juist roodvonk. Soms werkt die benaderingswijze fnuikend als medici al scrabbelend keer op keer de plank mis slaan. De analyse past ook wel bij de aard van een land vol regenten dat onder Multatuli bulkladingen vol kruiden stal uit de Gordel van Smaragd om de saaie Hollandse kookpot nieuw leven in te blazen.

De met hun handen uitgevoerde bloederige dematerialisaties van Filipijnse faith healers zijn daarentegen weer ingebed binnen het overwegend katholiek cultuurgoed van de Filipijnen. Jezus en een heel elftal aan heiligen zijn daar de baas. En conform de Bijbel horen daar wonderen bij, hoe bloederiger, hoe beter. Alsof de begeleidende geesten vanuit het hiernamaals ook precies weten welke vorm van behandelen ze binnen een bepaalde cultuur het beste kunnen (laten) gebruiken. Zonneklaar is dat de aan elkaar gekoppelde mediums en hun assisterende overleden artsen ooit al banden met elkaar hadden, in vorige levens of in het tussenbestaan. Dus al voordat men met elkaar ‘samenwerkten’ in landen als de Filipijnen, Engeland of Brazilië.

De Braziliaan Zé Arigó (José Pedro de Freitas, Congonhas do Campo MG, 1922-1971) werkte ook met zijn handen. Het rooms-katholieke Brazilië kon vanuit de geestenwereld blijkbaar het best bediend worden met weer een ander soort spectaculaire genezingen. Geen calvinistische reageerbuisjes en ook geen blote handen die in het lichaam verdwenen. Met een roestig en niet gesteriliseerd zakmes voerde Arigó bij honderdduizenden patiënten een ‘operatie’ uit in enkele minuten. Bij staaroperaties stak hij het lemmet in de oogkas, bewoog het mes op en neer, nam een schaar ter hand, en… de patiënt bleef rustig zitten. Tumoren en gezwellen werden opengesneden als gewillige kastanjes. Op basis van astrale interventies zoals de principes van het (de)materialisatie-proces werd geen enkele pijn gevoeld, terwijl het mes toch in het oog ‘verdween’ en de schaar zijn werk deed. De operaties werden geleid door de overleden Duitse militaire chirurg dr. Fritz (Adolph Frederick Yerperssoven, Dantzig, 1874-1914).

Dr. Fritz was bij leven een Duitse kapitein en chirurg in het leger. Nadat hij eenmaal gedesincarneerd was, liet hij als geest decennialang succesvolle psychische ‘operaties’ uitvoeren via Braziliaanse mediums die hij incorporeerde. Het tovermiddel om zijn mediums vrijwillig in zijn genezende ban te brengen was een krachtige wil en een serie motieven om menselijk leed te willen verzachten. Met die wil bracht hij ijzersterke motieven in stelling die over de grens van leven en dood heen reikten en zich voorbij ruimte en tijd konden realiseren.

Na zijn dood incorporeerde dr. Fritz als eerste de fenomenale genezer annex gemeenteambtenaar Zé Arigó, vervolgens de gynaecoloog Edson Cavalcante Queiroz, de gebroeders Oscar en Edivaldo Wilde uit Bahia, en uiteindelijk incorporerend tot op heden, de Braziliaanse elektrotechnische ingenieur Rubens Farias Júnior uit São Paulo, die in Rio de Janeiro zijn praktijk heeft. Alle mediums raakten in de ban van dr. Fritz en behandelden vervolgens succesvol honderdduizenden patiënten. De wekelijks behandelde patiëntenaantallen van alleen al Zé Arigó was in zijn tijd groter dan het aantal patiënten van drie academische ziekenhuizen bij elkaar.

Natuurlijk behandelde Zé Arigó, pardon dr. Fritz, pardon, beiden, ook huidziekten als eczeem.

Bij de Braziliaan J. Domingues, voormalig directeur van het Pacaembu Stadion, een bekende voetbalarena in de metropool São Paulo, werd een vorm van eczeem geconstateerd. De huidaandoening die zich kwaadaardig ontwikkelde had zich geconcentreerd op het rechterbeen. Alle beroemde dermatologen van São Paulo hadden zich al over hem gebogen. Er zat niets anders op, het been moest geamputeerd worden, het huidgangreen was in een ver gevorderd stadium. Ook Domingues moest, ongeduldig en ongelovig als hij was, in een lange rij op zijn beurt wachten. Arigó kwam langs, keek hem aan, en vroeg ‘hoe is het met je been?’ Arigó die via dr. Fritz ook recepten kreeg gedicteerd schreef op een stukje papier de namen van een aantal, zoals gebruikelijk, zeer onconventionele medicijnen. De farmacologische preparaten werden jarenlang door de plaatselijke apotheker samengesteld. En met de medicijnen voor het been verdween het huidgangreen, welke aandoening gemakshalve maar eczeem werd genoemd.

Zie ook: Oude historische opnames waarbij Zé Arigó in het midden van de vorige eeuw aan het werk, aan het ‘opereren’ is: Filmateca Allen Kardec “ARIGÓ”

De Amerikaanse medicus en parapsychologische onderzoeker Henry K. (Andrija) Puharich, M.D. was een van de eerste wetenschappers die zich door Arigó liet opereren. Met Arigó’s zakmes werd een lipoom (goedaardig gezwel) in Puharich’s rechterarm, zonder verdoving of narcose, pijnloos verwijderd (Fuller 1974). Naast Zé Arigó onderzocht Puharich eveneens de mediums Uri Geller en Peter Hurkos, de Amerikaanse Nederlander.

Zie ook: Oogoperaties uitgevoerd onder door dr. H.K. Puharich gecontroleerde omstandigheden: Arigo, the Brazilian healer

Zie eveneens: De geest van dr. Fritz opereert via het medium Rubens Farias Júnior. Op het einde van de film maakt Rubens een gat in de rug van de patiënt ter grootte van een perzik, vervolgens brengt hij een schaar naar binnen en voert een operatie uit aan de ruggengraat van de patiënt, MISTERIO – Cirurgia cerebral sem Anestecia (Dr Fritz) 1997 (opnamebeelden van verschillende operaties waaronder een hersenoperatie. Alle ingrepen uitgevoerd zonder enige verdoving of narcose).

 

4.4 Afro-Braziliaanse orixás
Orixás zijn Afro-Braziliaanse geesteswezens. Op totemistisch niveau vergelijkbaar met Hollandse patroonheiligen of beschermengelen, welke laatste vanaf de middeleeuwen als schutspatroon een gelijkgestemde groep of gilde beschermden (Verger 1957, 1981).

De heilige Cecilia stond garant voor een muzikale invloed op musici en instrumentmakers, en het uithangbord bij de hoefsmid liet zien dat deze onder invloed van de heilige Martinus het klappen van de zweep wel of niet meester was. Orixás zijn als Afrikaanse of Afro-Amerikaanse geesteswezens de bezielers en de spirituele accu van het individu waartoe deze qua energie van nature behoort. Dit energetische basispatroon vinden we globaal ook terug in de astrologie als elementaire en planetaire grondtoon waar iemand onder geclassificeerd kan worden. Van de verschillende orixás die in karakterologische wisselwerking met een persoon staan, is altijd één orixá dominant in zijn of haar manifestatie, de zogeheten Dono de Cabeça, de baas van je hoofd, een persoonlijke geleidegeest, waardoor de hoofdtoon in karakter en gedrag wordt gezet.

Van de 600 Afrikaanse orixás zijn er na de slaventransporten naar de nieuwe wereld in Brazilië effectief nog zo’n 16 over. Het waren de betere, zullen we maar zeggen, die overbleven, ofschoon het natuurlijke selectieproces voortvloeide uit andere grootheden. Het is als met supermarkten, de grotere hebben de kleinere verdrongen. Gelukkig is er nog voor elk wat wils.

Binnen de Afro-Braziliaanse cultuur heeft elke persoon een of meerdere orixás ter beschikking. Zoals honden of katten tot een bepaald ras kunnen worden ingedeeld, is dat bij mensen energetisch gezien hetzelfde. Tijdens het dansen kan ik aan de bewegingen van degene die danst, vanuit een Braziliaanse bril bekeken, al vaak zien tot welke orixá de persoon behoort. Vanuit een astrologische bril bekeken werkt het eender, de danser met bijvoorbeeld de Zon of ascendant in Tweeling is veel beweeglijker dan de meer specifieke Stieren of Steenbokken.

Orixás fluisteren, precies zoals dat bij de katholieke beschermheiligen het geval is, de gelovigen het een en ander in het oor, het doe wel of doe maar niet. Personen die wat meer intuïtief begaafd zijn, zoals mediums en paragnosten, ‘horen’ meer, en kunnen gemakkelijker adviezen geven.

Een van de meer bekende orixás waar een genezende werking van uitgaat is Osanha, de orixá die alles weet over medicinale en andere planten, en hoe die te gebruiken. Jongens en meisjes met een voorliefde en latente kennis voor geneeskruiden kunnen gelukkig nog aan haar worden gewijd. Elke Braziliaanse genezer die met planten en kruiden werkt ‘heeft’ Osanha, wordt door haar geïncorporeerd.

Orixá Oxum bijvoorbeeld, geeft informatie over de liefde en vrouwenzaken, specifiek bij kinderloosheid. Mediums die Oxum ‘dragen’ worden dan ook menigmaal geraadpleegd wanneer gezinsuitbreiding niet zo wil vlotten.

Orixá Omolu, bekend als de orixá van de pokken en de huid, de orixá voor de armen, is in verband met huidziekten de belangrijkste en ook de krachtigste orixá. Een must voor een medium die constitutioneel eczeem en andere huidaandoeningen wil beteugelen en uitroeien. In Brazilië gaan eczeem patiënten met een smalle beurs naar Omolu, de orixá voor de armen.

 

5 Medium Martien Verstraaten, overleden artsen & orixá Omolu

Als C., een bevriende jongedame uit de salsa, mij in een meer persoonlijke Facebook-chat meldt kortgeleden op de afdeling intensive care van een Marokkaans ziekenhuis gelegen te hebben wegens een ‘gediagnosticeerde’ virale voedselvergiftiging/ingewandsstoornis, en ik via een van mijn overleden specialisten na enige tijd begrijp, ingefluisterd krijg, dat de betreffende dame zich het beste ogenblikkelijk onder behandeling van een gynaecoloog zou moeten stellen, dan is het wellicht slim daar gehoor aan te geven.

Zodra ze de kans had gezien het vliegtuig naar Nederland te nemen was ze afgereisd en werd bij aankomst opgenomen in een van de grotere ziekenhuizen van haar stad. De behandelend specialist had, zo begreep ik, de diagnose van de specialist in Marokko klakkeloos overgenomen: ‘virale voedselvergiftiging’. Op aandringen van mij/mijn specialisten, en doordat ze vertrouwen had in mijn zienswijze, had ze om een uitgebreid gynaecologisch onderzoek verzocht, een soort second opinion.

Als de waarheid in het geding is blijven de paranormale machinerieën, mijn informatiebronnen, mij net zo lang kwellen totdat de waarheid boven water komt. Daarna komt er pas weer rust in mij.

De staf van het Marokkaanse ziekenhuis, alsook de specialisten van het Nederlandse ziekenhuis mochten wat de diagnose ‘virale voedselvergiftiging’ betrof nog eeuwig blijven doorslapen. Mijn informatiebronnen wierpen een ander licht op de gestelde diagnose, en hadden de Marokkaanse geadviseerd zich met spoed onder specialistische behandeling te stellen, bij een wakkere specialist wel te verstaan, en niet bij de polikliniek voor interne geneeskunde, maar bij gynaecologie. Dit omdat de oorzaak van de hevige pijnen gynaecologisch van aard waren. Patiënt verklaarde in Marokko en in Nederland zelfs (!) gynaecologisch onderzocht te zijn.

Ze kreeg van mijn informatiebronnen het advies om degene die het gynaecologisch onderzoek had uitgevoerd zo mogelijk in een pitrieten mandje te vondeling te leggen zodat deze op kosten van de gemeenschap verder kon slapen tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.

Het resultaat van een hernieuwd onderzoek was, zo vernam ik enkele weken later, dat de specialist een groot aantal cystes op/aan haar inwendige geslachtsorganen had geconstateerd. De diagnose over de oorzaak van haar pijnen werd desgevraagd, weliswaar met enige tegenzin van de behandelend specialist, bijgesteld. De specialist maakte zich er met een jantje-van-leiden van af door te zeggen dat de cystes inderdaad wel de oorzaak van de pijnen bleken te zijn geweest, maar dat de gemelde virale voedselvergiftiging ook wel ‘wat’ had meegespeeld.

Mijn medische informatiebronnen, de overleden specialisten, dachten met betrekking tot de gekunstelde diagnose achteraf, een verlegenheidsdiagnose, er het zijne van. Blijkbaar komen medici voornamelijk in het geweer zodra een medium (Jomanda in de zaak Millecam) hopeloos de fout in gaat, en zich (terecht) moet verantwoorden. Daarentegen wordt de berg aan niet onderzochte medische missers door reguliere artsen veroorzaakt, jaarlijks groter.

De moeder van de Marokkaanse die het verhaal over de mediamieke diagnose hoorde, was zowel met stomheid geslagen als blij verrast toen ze vernam dat de juiste diagnoses door een vreemdeling per Facebook-chat gesteld had kunnen worden, waardoor haar dochter had kunnen genezen.

 

5.1 Mediamieke informatieopbouw en innovatieve behandelingsprotocollen
Mijn begeleidende specialisten ‘in astrale vergadering bijeen’, informeren mij, nadat ik patiënt of cliënt gezien heb, vrijwel onmiddellijk en veelal in een flits:

1. Wat de hoofdoorzaak van de klacht is.
2. Wat de aanleiding van de storing is.
3. Tot welke gedefinieerde ziektebeelden de klacht te herleiden is.
4. De hiërarchische component in comorbiditeit, de rangorde van de ziektebeelden.

5. Over de te geven adviezen.
6. Over aan te bevelen doorverwijzingen.
7. De didactische vorm voor benadering van de patiënt of cliënt.
8. Over aan de klacht gerelateerde aanbevolen behandelingen.

9. De te verwachten tijdsduur voor een geheel of gedeeltelijk herstel.

Het binnenkrijgen van informatie over de 9 genoemde punten verloopt bij mij traploos en vindt plaats in een oogwenk. De waarneming is enigszins te vergelijken met de impressie die iemand krijgt bij het doorbladeren van een fotoalbum van een onbekende. Bliksemsnel, in luttele seconden, tekent zich een beeld af van de persoon of familie. Bij mij is het niet anders. Het enige verschil is dat, materieel gezien, ik in een niet stoffelijk fotoalbum blader. De plaatjes, ingeval van ziekte, worden mij aangereikt, zoals ik reeds memoreerde, door overleden artsen, specialisten, paramedici of paranormale genezers.

De te volgen procedure met overledenen is doodeenvoudig, zij hebben de kennis, ik het open oor, en een kind met of zonder eczeem kan simpelweg de was doen. Een van mijn leermeesters en latere collega, Jaap Eising (1930-2009) uit Groningen, ‘zag’ op het lichaam van de patiënt de acupunctuurpunten altijd verschijnen als lampjes die deden oplichten, als kleine lampjes op een kerstboom. Hij wist daardoor precies waar de punten voor Shiatsu zich bevonden, zonder daar ooit een opleiding voor genoten te hebben. De ‘echte’ acupuncturisten prikten vanuit boekenwijsheid weliswaar op de ogenschijnlijk juiste, maar in werkelijkheid op de verkeerde plaats. Bij ziekte konden namelijk de positie van de acupunctuurpunten danig verschoven zijn. Het oplichten van de mediamiek gestuurde ‘kerstboomlichtjes’ wezen via zijn overleden helpers hem exact de juiste plaats aan voor interventie.

Er zijn dus vele wegen die naar Rome leiden. Naast de geijkte medische modellen en protocollen is er een kleurrijke waaier aan alternatief geachte modellen en methodieken voor het stellen van diagnoses en behandelingen. Het medische model doet soms niet onder voor het meer alternatieve model, maar blundert vrijwel even zo vaak als het alternatieve model. Men kan dus in beide systemen een dubieus oor aangenaaid krijgen. Als consument van het product ‘Zorg’ is het verstandig om altijd gevoel en verstand te gebruiken, en vooral, kijken naar behaalde resultaten van de ‘dokter’ met of zonder aesculaap. Vergelijkbaar met onderzoek naar garages die bewezen hebben het beste APK-keuringen te hebben uitgevoerd.

Van de vele alternatieve modellen, van biologisch-dynamisch koekhappen tot familieopstellingen op de woonboot, is de mediamieke gestuurde informatieopbouw en daaruit voortvloeiende behandelprotocollen er slechts een van, gelukkig.

Een van mijn studenten beeldende vakken, die zoals de meeste van de studenten bekend was met mijn mediamieke gaven, verzocht mij eens tijdens mijn rondgang in een praktijkcollege modeltekenen of ik aan de hand van haar tekening, een houtskoolschets, een analyse van haar persoon kon, wilde maken. Aangezien zij achter het tekenbord stond en ik er voor, zag ik de tekening uiteraard ondersteboven. Het zogenaamde picturale, realistische of anatomische gehalte van haar tekening, dat ik amper kon waarnemen, kon dus niet de insteek zijn om tot een deugdelijk analyse van de studente te komen.

Ik keek dus niet als docent naar haar tekening, maar werd, als bij het kijken door de oogharen, geleid door de vage houtskoolstreepjes die als macaroni op mijn netvlies vielen, welhaast een abstract beeld van streepjes. Deze streepjes leken te gaan trillen, alsof ik even in trance raakte. Op de trillingen van de streepjes kreeg ik informatie over de studente. Ik zag en hoorde wat mij uit de bovenwereld werd verteld. Er zat een duidelijk psychiatrisch aspect aan de verkregen informatie, en de oorzaak van haar worsteling. Na enkele seconden kwam ik terug van weggeweest, overigens onzichtbaar voor de studenten, en informeerde haar, mijn geleidegeesten dus, over de tot stand gekomen analyse. Een en ander nam slechts enkele seconden in beslag. Mijn betoog van slechts enkele zinnen koos ik zodanig dat zij begreep wat ik bedoelde, en zonder dat ze teveel privacy moest opgeven in een collegezaal vol studenten. Met een mooie glimlach antwoordde ze: ‘Wat jij mij nu verteld daar heeft mijn psychiater twee jaar over gedaan’. Ik dacht bij mezelf, ‘jeetje zorgverzekeraar, jeetje psychiater, jaren naarstig zoeken, jaren therapie, de diagnose vlak voor de neus voor degene die wil zien’.

Ik doe dus wat mijn geesten mij influisteren, en tot nu toe kan ik me er altijd in vinden. De adviezen passen niet alleen bij patiënt of cliënt, ze passen ook altijd bij mijn zienswijze als paragnost. Mijn geesten kennen mij blijkbaar goed, het is bij/met hen aangenaam vertoeven.

Met een busje vol overleden artsen en therapeuten, van allerlei pluimage en gezindte, en een aanhangwagentje tjokvol therapeutisch gereedschap, ontvang ik cliënten die soms ook patiënt zijn. Zo ook ontving ik Kor G. en Jody O.

 

5.2 Orixá Omolu, godheid van de pokken en huidziekten
De kwelgeesten die verantwoordelijk waren geweest voor Nederlandse patiënten zoals Kor G en Jody O. (constitutioneel eczeem) en Roos T. en Mila B. (secondary amenorrhoea) werden in Brazilië waargenomen door een priesterlijk medium tijdens een avonddienst in een kerkgebouwtje nabij het stadje Vilas do Atlântico in de deelstaat Bahia. Het medium was een priester die gelieerd was aan een plaatselijk vorm van het Braziliaanse Espiritismo, de nationaal wijdverbreide religie op basis van spiritualisme.

Pedagoog Allan Kardec, Hyppolyte L.D. Rivail, Lyon 1804-1868, die in wetenschappelijk kringen in Europa hoog aanzien genoot, bracht in de 19e eeuw vanuit Frankrijk het spiritisme naar Brazilië. Met boeken als Het Boek der Geesten (Kardec 1857), Het Boek der Mediums (1861), en Genesis volgens het Spiritisme (1868) ontketende Kardec een religieuze revolutie in Brazilië waardoor het meer klassiek opererende rooms-katholicisme in Brazilië er een broertje bij kreeg, en daarmee een geduchte concurrent.

Genezing, niet alleen van atopic dermatitis eczeem of secondary amenorrhoea, is in spiritueel Brazilië een zaak van de werking van de (eigen) geest, van (bezettende) geesten/entiteiten (overledenen) en van onbelichaamde geesteswezens (orixás en caboclos). Zowel het verklaringsmodel bij ziekten: de diagnose en het behandelen van de ziekte, is een aangelegenheid van de geest en van geesten. Het Braziliaans spiritualisme, ook wel met Kardecisme aangeduid, alsook de animistische religies als de candomblé en umbanda met een pantheon aan genezende orixás, werken met interventies van en vanuit de geestenwereld.

In 1999, tijdens de pauze van een spiritistische dienst in het reeds genoemde kerkgebouwtje vertelt het priesterlijk medium aan mijn tolk, een bevriende Engelssprekende dierenarts, wat ze als medium zag toen ik, witte paranormale Hollander, haar spiritistisch kerkje binnenkwam. In een stoet ‘liepen’ achter mij aan, zo had ze gezien, verschillende geesten die ik ooit had uitgedreven bij zieken die nu waren genezen. Heel concreet beschreef ze daarbij tot in detail onder andere patiënten met eczeem die ik geholpen had. Een van de patiënten die ze had waargenomen, een bejaarde Utrechtse dame die ik in een Nederlandse kliniek voor dermatologie op verzoek had behandeld aan een open been, werd minutieus beschreven, evenals haar decor, het behandelbed waarop ze destijds had gelegen. In het spiritistische model waren patiënten als Kor G. en Jody O. door mijn behandelingen bevrijd van storende geesten die hen en soms ook hun familie hadden bestookt.

Het model van genezing van Afro-Braziliaanse orixás binnen bijvoorbeeld de candomblé is vergelijkbaar. Bij het Braziliaans Kardecisme is het Jezus voor en na, zoals ook bij de Filipijnse faith healers. Bij het genezingsmodel door orixás, de geesteswezens binnen een bezetenheidsreligie als de candomblé, wordt eveneens teruggegrepen naar ‘bezetting‘ als bij het Kardecisme. Een belangrijk verschil daarbij is de bron van het kwaad, de oorzaak van de ziekte. Het Kardecisme kent weliswaar geen duivels: we zijn allen op weg naar God zo annonceert men, maar kent wel geesten die tot kwaad doen neigen en die men duivelen zou kunnen noemen. Wanneer je de leer niet volgt, kan het dus fout gaan. Onder de vlag van het Kardecisme hebben overigens enkele zeer beroemde zieners en mediums hun werk verricht. Niet alleen Zé Arigó behoorde tot het Kardecisme, maar ook de Braziliaanse psychograaf Chico Xavier, een geweldenaar die in trance via automatisch schrift meer dan 400 spirituele boeken kreeg gedicteerd, en schreef.

Orixá Omolu ‘ontmoette’ ik voor het eerst, bewust, in de Braziliaanse gemeente Lauro de Freitas, nabij Salvador. De oorsprong van alle type orixás wordt geschat op meer dan 5000 jaar, en werd in het thuisland Afrika altijd geassocieerd met de afstamming van families, en aanbeden door de afstammelingen van dezelfde clan. Volgens de Frans-Braziliaanse antropoloog Pierre Verger (1902-1996) zijn orixás vergoddelijkte Afrikaanse voorouders. Een hypothese die reeds door William R. Bascom (1912-1981) in 1938 werd aangehangen, en die ik als medium kan onderschrijven. Pierre Vergeer dicht bijvoorbeeld Ogum, de orixá van ijzer en oorlog, de positie toe van een vroegere grote oorlogskoning of leider van een smidsegilde, en orixá Omolu, de pokkendokter, als een gevreesde tovenaar (Verger 1957, 1981). Deze orixás, die natuurkrachten (op een bovennatuurlijk manier) kunnen manipuleren, onderhouden een onafscheidelijke band met mensen.

De neerdalende kracht van de gemiddelde orixá in een mens kan immens groot zijn. Tijdens een feest op een van de Caribische eilanden was ik getuige van het in trance raken van een frêle meisje van 18 à 19. Ze was Cubaans, en ik zag dat ze vertrouwd was met tranceprocessen uit de Cubaanse santaria. Terwijl een orixá in haar neerdaalde stapelde ze handmatig 2 grote barkrukken op elkaar. Deze waren vervaardigd van hardhout en dienovereenkomstig loodzwaar. Op de beat van de muziek en zonder met de ogen te knipperen knielde ze voor de toren van op elkaar gestapelde krukken. Ze opende haar mond, beet als een dier in een van de poten, en tilde met haar tanden de loodzware stellage ver boven haar hoofd de lucht in. Ook Omolu is voor geen kleintje vervaard.

Orixá Omolu manifesteerde zich in de terreiro, de tempel/terrein, in Lauro de Freitas door, zoals gebruikelijk is binnen de candomblé, ‘bezit te nemen’, het incorporeren, van de Braziliaanse priester/medium, een pai de santo. Omolu verschijnt altijd in een mantel van stro waar ook zijn hoofd mee bedekt is. Daarmee verbergt hij symbolisch zijn door de pokken aangedane huid. Een van zijn namen is dan ook de pokkendokter. De kracht van de incorporerende orixá wordt als zeer gevaarlijk ervaren. Daarom worden de mediums met een wit laken afgeschermd van de omstanders (Willemier Westra 1987: 272).

Omolu wordt ervaren als een niet gemakkelijk heerschap, een krachtige persoonlijkheid. Als hij op zijn teentjes wordt getrapt is het moeilijk kersen eten met hem.Een geesteswezen dat kan straffen en genezen, een orixá die zonder pardon huidziektes uitbant. Kwalificaties die ik in mijn karakter, als subpersoonlijkheden binnen het totaal der delen, wel herken. In het bijzonder als het rechtsprincipe van de burger in het geding is. Als tweede orixá draag ik in groot contrast met ‘oom’ Omolu de feminiene Oxum, de orixá voor het charmeoffensief om tijdens de dans de ander te kunnen betoveren.

Huidziektes en deformaties van de huid hebben mij altijd gebiologeerd, al vanaf de tijd dat ik op het naaktstrand van Groningen vertoefde en menigmaal littekens op de huid van de strandgasten zag. Daarbij had ik altijd het gevoel dat ik littekens op de huid kon genezen, met mijn oog als laserstraal kon behandelen. Toen ik Omolu voor het eerst ontmoette tijdens een candomblé-dienst in Lauro de Freitas schrok ik mij kapot en vluchtte de tempel uit, bang als ik was om acuut tegen de vlakte te gaan en in een voor mij onbekende trance terecht te komen.

Tijdens een bezoek aan de candomblé-tempel, Ilé Axé Etomin Ewa, gelegen in Brongo de Pau Miudo, een voorstad van Salvador da Bahia consulteerde ik Regilton, de jonge maar voluptueuze pai de santo. Deze constateerde dat orixá Oxum en orixá Omolu mijn belangrijkste orixás waren. Daarbij was Omolu, de Dono de Cabeça, de heer van het hoofd, de hoogste baas. Nou daar voelde ik me toen mooi vet mee, niet dus. Nog meer gedonder aan mijn paranormale hoofd. Mijn kracht om eczeem uit te kunnen bannen werd door Regilton wel in 3 minuten, en voor eeuwig en altijd verklaard. Ik ‘droeg’ blijkbaar al jaren Omolu en Oxum zonder van hun namen ooit gehoord te hebben. Wat Omolu betreft hebben Kor G. en Jody B. het geweten, na een serie behandelingen was het over en uit met het krabben. De ‘geest’ van constitutioneel eczeem werd met het model van de paranormale genezing met wortel en tak uitgeroeid. En orixá Oxum bleek ik al jaren te hebben ingezet om commanderende incantaties, bezweringen, uit te spreken voor baarmoeders en hun baasjes die niet wilden of konden menstrueren (zie: Case of Rose T. & Mila B.: Study on Secondary Amenorrhoea).

Er waren en zijn dus vele wegen om een licht te werpen op constitutioneel eczeem, en vele wegen om de stoornis te behandelen. Dé juiste behandeling bestaat niet, de juiste geneesheer bestaat ook niet. Het is afhankelijk van het innerlijk en uiterlijk cultuurgoed van de patiënt, gemanifesteerd in dit leven en in vorige levens, zoals bij elke ziekte het geval is. Het is ook afhankelijk van de energetische dynamiek tussen patiënt en hulpverlening. Het 7e huis in de horoscoop van de patiënt, het huis van de relaties (ook de medische), geeft middels de significatoren aan bij welke arts of therapeut de meeste (gezondheids)winst kan worden gehaald.

Spijtig genoeg niet altijd, maar wel vaak, vindt de patiënt koersend op het astrale kompas de weg naar arts of therapeut die het beste bij hem past. Maar zoals bekend, er zijn ook nog heel wat gecertificeerde alternatieve therapeuten of kerfstokneurologen actief, of dermatologen die beter bankier hadden kunnen worden. In dit leven had ik slechts een zwemdiploma gehaald, en zelfs dat was zoekgeraakt. Bij de veldwachter had ik evenwel met de hakken over de sloot het theoretisch examen verkeersveiligheid gehaald, waardoor ik een rijbewijs kreeg aangereikt.

 

6 Casus Kor G.
Kor G. kwam samen met zijn bezorgde moeder op consult. Mijn aanpak en behandeling was ergens in de provincie gerecommandeerd geworden door een andere moeder, een moeder met ook een kind met constitutioneel eczeem. Ik begreep dat het gesprek over mijn aanpak op de speelplaats van een schooltje had plaatsgevonden. Deze moeder had het weer van een bevriend echtpaar die met hun kindje met eczeem ook een tijdje bij mij hadden gelopen, en het succesverhaal van het genezen hadden doorverteld.

Ik was klaar voor het consult, gereed me te buigen over de aandoening constitutioneel eczeem. Mijn dokterstas, een paranormale, was rijk gevuld met gereedschap, en wat kennis betrof stond ik niet alleen. Een hele bende aan overleden specialisten stond te trappelen mij te kunnen assisteren. Specialisten die de techniek van het influisteren reeds eerder hadden beproefd en gescherpt tijdens seances zoals gebruikelijk bij Filipijnse faith healers, Braziliaanse zakmeschirurgen, bij overleden Engelse oogchirurgen en bij nog onbekende Braziliaanse orixás zoals Omolu die eczeem voorgoed konden uitbannen. In een apart vak van de dokterstas bevond zich het gereedschap dat meer rechtstreeks tot mij te herleiden was: didactische en creatieve vermogens. Dit gereedschap had ik jarenlang kunnen aanscherpen als docent, beeldend kunstenaar en kunstbestuurder.

Ik nam kennis van het verhaal dat de moeder van Kor mij over de huidziekte van haar kind, een jongetje, vertelde, en over het drama dat het gezin was overkomen.

Kor G. was in het voorjaar van 1989 een 5-jarig jongetje waar het ‘beest’ van constitutionele eczeem in had huisgehouden. Het lichaam was van top tot teen aangedaan met een afschuwelijke vorm van eczeem, als een corpus dat te lang in de goedkope frituurolie had gelegen. De aanblik liet zien dat de huid van het manneke tot bloedens toe was aangedaan, en gelijkenis vertoonde met een kraterrijk maanlandschap op de vurige planeet Mars. De astrologische Mars in Kors horoscoop maakte toevalligerwijs ook een aantal stevige aspecten, zo zag ik jaren later. De deels vuurrode open wonden waren diep, als actieve en inactieve kraters in vulkanische gebied.

Het deed pijn aan mijn hart te moeten zien hoe het kind leed, onnodig, zo meende ik te weten, en mobiliseerde zoals gebruikelijk, kracht en inzicht om de helpende hand te bieden. Een kind waarvan de handen ’s nachts tegen het krabben moesten worden ingesnoerd of vastgebonden, een kind dat door een leger van reguliere en niet-reguliere ‘behandelaars’ het plezier in het leven door verboden en geboden was ontnomen. Waarbij en gedeeltelijk ook waardoor, het immuunsysteem vrijwel plat lag, de werkzaamheid gedaald was tot ver beneden NAP.

Een kind dat op kinderfeestjes en in de klas moest worden gediscrimineerd door het te moeten onthouden van het glaasje prik, de gekleurde lolly, en alle andere bekendstaande gezonde en ongezonde lekkernijen waar het leven zo rijk aan is. Psychosociale gevolgen dus en een uiterst beperkte kwaliteit van (kind)leven.

Deze geboden en verboden, verordonneerd op last van een half leger aan geïnstitutionaliseerde dermatologen, huisartsen met farma-buttons op de revers, kristalkijkende iriscopisten met grauwe staar, gecertificeerde natuurartsen op sojabasis, en homeopathische wichelroedelopers met ziekenfonds lorgnet, hadden het kind ‘wetenschappelijk’ nog ongelukkiger gemaakt dan het in zijn nieuwe incarnatie al was. Allen hadden, conform de binnen hun vakgebied voorgeschreven papieren protocollen, ‘correct en wetenschappelijk verantwoord’ gehandeld. Niemand die zijn (echte) verstand had gebruikt. Het echte verstand (gebruiken), zoals oosterse volken ons leren, zit in de buik, of zoals men wil in het hart, maar niet in het hoofd. Het leven van het kind leek te zijn voorbestemd om in het gunstigste geval nog slechts een vingerhoedje ongekookte biologisch-dynamische bruine bonen per dag te mogen eten.

Resultaat:van de diverse geneeskunsten was: kind in de war, moeder in de war, en zoals ik paranormaal ook waarnam, het hele en halve gezinsleven in de war, verstoord.

Leve de afgebakende terreinen van de reguliere geneeskunst, en leve de richtlijnen voor de geïnstitutionaliseerde alternatieve genezers, die beiden vaak niet verder mogen en willen kijken dan hun benauwde vakgebied toelaat. Leve ook de littekengevende hormoonzalven voor de buidel van de farmaceutische multinationals, die bij ‘juist gebruik’ geen kwaad kunnen.

Het is of ik adepten van Wageningen Universiteit hoor oreren, die met veel geld van multinational BASF de bijzondere leerstoel Reproductie- en ontwikkelingstoxicologie, zeg maar Pesticiden-leerstoel, hebben gefinancierd voor buitengewoon hoogleraar prof. dr. ir. Bennard van Ravenzwaay. Bennard van Ravenzwaay is, hoe kan het ook anders, tevens hoofd Experimentele toxicologie en ecologie bij multinational BASF. Alles kan, alles is holisme tegenwoordig, zelfs bestuurlijk nepotisme, om de zogeheten wetenschap naar de pijpen van het grote geld te laten dansen. PAN Europe, Pesticide Action Network, memoreert een studie uit 2000 van Van Ravenzwaay, waarvan hij als coauteur stelde dat het schimmelbestrijdingsmiddel vinclozolin van BASF veilig was in een lage dosis. Vinclozolin werd in de EU in 2006 verboden, dit wegens risico op verminderde vruchtbaarheid bij vrouwen. Van de reeds gememoreerde Metonian norms of science heeft de top van Wageningen nog nooit gehoord.

Bruine biologisch-dynamische bonen is niet mijn ding, maar van hormoonzalven enerzijds en de ‘producten’ van de experimentele toxicologie anderzijds, broertjes en zusjes binnen de chemische bedrijfstak, wordt ik evenmin intens gelukkig. De huid van patiënten met eczeem gaat er beslist niet van stralen.

 

6.1 Het kind, de diagnose
Ik keek Kor aan, en het diagnostisch plaatje van oorzaak en gevolg en de te volgen route voor behandeling werd mij gegeven binnen één nanoseconde, en ik dacht:

O, zit dat zo …

Dat was een snelle diagnose, nu de uitvoering nog. Want als je als Michelangelo weet hoe fresco’s voor de Sixtijnse Kapel in natte kalk geschilderde moeten worden, ben je er nog niet. Je moet boven op de steigers met het gezicht naar het plafond nog lang op je rug liggen om al schilderend de klus te klaren. Ook de geniale duizendpoot Leonardo da Vinci, toch niet de eerste de beste, moest na het maken van enkele schetsen nog wat tijd nemen om de Mona Lisa te schilderen.

In één oogopslag, in een flits, werd de wortel van Kors probleem, de ‘hoofdstam’ voor de diagnose, me gegund te zien. Met alle vertakkingen die er op waren geënt en er een gevolg van waren geweest. In een flits werd het bouwwerk dat tot de ziekte had geleid mij in vrijwel al zijn aspecten getoond, ‘verteld’. Blijkbaar had het hele panopticum aan overleden artsen, therapeuten en Omolu als orixá, allen zonder naambordje op de witte jassen, al tijden stand-by gezeten om mij over Kor te kunnen informeren.

Tijd is een relatief begrip, en één oogopslag van een aspirant geliefde kan evenveel informatie geven als het complete archief van Azerbeidzjan. Een grote hoeveelheid informatie kan zich namelijk samenbundelen in een luttel moment, zoals enorme hoeveelheden tekst kunnen worden gecomprimeerd op een minuscule drager om digitaal verzonden te kunnen worden.

De oorzaak van Kors constitutioneel eczeem, zo werd me ingegeven, was te vinden in een van zijn vorige levens. De term ‘vorige levens’ werd in het Nederland van de negentiger jaren nog maar mondjesmaat gebruikt, en al helemaal niet in verband met ziekten. Reden voor mij destijds om cliënt of patiënt niet nodeloos te laten schrikken.

Bij Kor waren de polen ik en jij, en de polen veel en weinig, ooit met elkaar in conflict, in onbalans geraakt. In een van zijn vorige levens was Kor een vechtersbaas geweest, die bij het minste of geringste op de vuist was gegaan. Een patroon dat zich destijds constant had herhaald. In de chemische huishouding van de persoon die hij toen was, kwamen al te vaak boosheid en woede ophoog als hij emotioneel werd aangevallen. In een reflex, alsof het een chemische reactie was die buiten hem omging, sloeg hij er dan op los. Daarna had hij enorme spijt, omdat dan de meer zachte kant een beroep op hem deed. De woede-uitbarstingen waren uiteindelijk uit de hand gelopen, met grote gevolgen, zowel voor het slachtoffer als voor hemzelf. Diep van binnen was hij daardoor bang geworden voor alles wat met agressie te maken had.

Het consult dat ik kleine Kor gaf was geen regressie naar vorige levens. De informatie over zijn vorig leven die ik van mijn helpers kreeg was meer dan voldoende om de hoofdoorzaak van Kors kwaal te begrijpen. Kors ziel, zijn binnenste, durfde zich niet goed meer te uiten. Hij ‘wist’ dat daar ellende van kon komen. Reden voor hem om emoties in al zijn vormen, zoals (gezonde) agressie of fiere felheid, voor zich te houden, in te slikken. Daarin werd hij als manneke gesteund door zijn grote moeder die hij, een kind eigen, als voorbeeld had genomen. Een bijkomend probleem was dat moeder op haar manier min of meer hetzelfde dacht over begrippen als agressie en assertiviteit. Reden voor mij de moeder ook te willen behandelen. De jonge aap Kor, zou dan de oudere aap, moeder, met positief gevolg kunnen na-apen ten dienste van het genezingsproces.

Kors krachtige energieën, van het type felheid en agressie, op zich onschuldig, konden zowel emotioneel als lichamelijk niet uitstromen. Schuld en schrik hadden de natuurlijk aard verdrongen om met gezonde agressie om te kunnen gaan en zich zodoende staande te kunnen houden.

Op stoffelijk niveau werd door de verstoorde uitloop van energie deze omgezet in vergiften die het lichaam van Kor op verschillende plaatsen opsloeg. Emoties materialiseerden zich en kristalliseerden tot vergiften. Doordat de geest van Kor, gewend als hij was, zich zoveel mogelijk koest wilde houden, konden de opgebouwde vergiften steeds moeilijker worden geëlimineerd door de organen en worden afgevoerd door het uitscheidingsstelsel. De huid, als roze biljartlaken van het gemoed, was vrijwel het enige orgaan dat de gifstoffen nog enigszins kwijt kon, en deed dat waardoor Kor ging lijden aan dat wat constitutioneel eczeem wordt genoemd. Het hebben van constitutioneel eczeem is paragnostisch gezien feitelijk geen ziekte, maar een complex van symptomen die wijzen op een inwendige storing waarbij organen en systemen voor eliminatie en afscheiding zijn betrokken. Als de gifstoffen niet voldoende door Kors huid uitgescheden hadden kunnen worden, waren er zeker nog een aantal aandoeningen bijgekomen, zoals astma. Het constitutionele eczeem, paradoxaal gezegd, was zijn redding geweest’.

Met de komst van Kors constitutioneel eczeem werd ook de komst verwelkomd van gediplomeerde en ongediplomeerde gezondheidsmaniakken die met adviezen er qua verstoring nog een schepje bovenop deden.

Kor werd een levende hormoonzalf mummie die van lieverlee ook nog eens op dieet kwam te staan, waar vrijwel niets meer was toegestaan waardoor hij verder werd uitgekleed. Vooral pret en plezier moest uit het dieet verdwijnen, zo kon ik zien. Dan zou het zeker wel ‘goed’ gaan met de ziel van een kind dat zich onbewust toch al bezwaard voelde.

 

6.2 De behandeling

Net dat scheutje Para voor de huid

Kor lag rustig op de ‘riante’ behandeltafel, een op de vloer gelegen eenvoudig behandelmatrasje dat was overtrokken met een zacht plaid in Afrikaanse namaakstijl. Ik staarde naar Kors met eczeem aangedane lichaam dat op het Afrikaanse behandelmatrasje lag. In het jongetje Kor woonde een grote man die met de ene voet het gaspedaal bediende en met de andere voet krachtig remde, zo werd me getoond. Tegelijkertijd werd me gezegd dat Kor moest leren dat de elementen veel en weinig eenheden waren waaruit het leven, bij hem, uit kon bestaan.

Gelijktijdig zag ik dat men na de geboorte had nagelaten, om Kor eens flink te laten schreeuwen, een levensschreeuw, die de longen wat beter hadden kunnen openmaken waardoor bepaalde stoffen, opgebouwde vergiften, sneller hadden kunnen worden afgevoerd.

Zonder ooit aan het toen modieuze rebirthing, een therapie, gedaan te hebben, pakte ik Kor beet bij zijn beide enkels en trok hem in een ruk omhoog waarbij hij bengelde als een flinke mensvis aan een stoere hengel. Kors longen gingen opnieuw open, een bepaalde schrikschreeuw was te horen. Met mijn handen aan zijn enkels liet ik Kor voelen dat hij volkomen veilig was en dat flinke acties in het leven niet tot de ondergang van het mensdom behoefde te leiden.

Na de eerste schrik kreeg Kor steeds meer vertrouwen in het spelletje. Al zwaaiend met Kor aan de haak toverde ik gevoelens voor hem die in zijn binnenste opgesloten waren geweest. Het spelletje waarbij er flinke kriebels in de onderbuik kwamen leek nog het meest op het schommelen in de speeltuin als de schommel van heel hoog ineens naar beneden zakte, zoals ik dat altijd bij mijn eigen kinderen had gedaan. Naast schrik voelde Kor ook nieuw avontuur en kreeg er schik in. Al doserend liet ik hem de grenzen van ‘veel’ zien zoals me dat voor hem werden ingegeven.

Vervolgens liet ik de mensvis Kor rustig als een vliegtuig dalen en landen op het behandelmatrasje. Als een vader ad interim boog ik over hem heen, maakte hem rustig en fluisterde: soms is er veel, en soms is er weinig, en herhaalde dat als tijdens een hypnotische sessie. Kor werd rustig als marmotje tijdens de winterslaap. Ik keek hem aan en hij keek mij aan, hij begreep het, zo zag ik. Ik leerde hem zo stil te zijn als een indiaan en krachtig als een schreeuwende sumoworstelaar.

Het spelletje herhaalde ik in de loop van de opvolgende sessies meerdere keren, totdat het gevoel stevig in hem verankerd was. Na de eerste met de hengel zwaaiende acties vervolgde ik de sessie met verdere elektromagnetische interventies, magnetische passes.

Via het behandelen van lichaam en geest van Kor door magnetische passes ontving ik van mijn helpers verdere informatie. Magnetisch passes hebben zowel een diagnostisch als een behandelende functie. Ik kan zien en horen met mijn handen. Mijn overleden medisch specialisten en andere werkeloze armoedzaaiers lieten mij zien, voelen, proeven, hoe beroerd Kors kwaliteit van leven was.

Ik laste een zogenaamde stop in tijdens de behandeling, en nam Kor mee naar de keuken. Ik opende de koelkast en vroeg hem ‘wil je een groot glas cola?’ Kors eerste reactie was schrik en ongeloof. Cola, dat lekkere ding, zou zeker een boel ellende geven. ‘Dat mag niet’, stootte Kor uit. ‘Maar ik ben een tovenaar’ wierp ik hem toe, ‘en als je mama het nou goedvindt, wil je dan wel cola?’ Moeder had vertrouwen in mij, maar meldde dat Kor er zeker een reactie op zou krijgen. ‘Dat weet ik, dat moet ook, Kors afweersysteem moet langzaam weer worden opgebouwd. Je mag mij ten alle tijden bellen als je het niet vertrouwd’, zo vertelde ik haar.

Kor kreeg zijn cola, huismerk nota bene, eenvoudiger kon al niet, een volle beker, en als ik aan zijn dankbare ogen van toen terugdenk, kan ik mijn tranen nog immer moeilijk bedwingen. De tranen waren en zijn, tranen van dankbaarheid voor degenen, de overleden artsen en therapeuten van toen, die mij geholpen hebben Kor te helpen.

Recentelijk (2013) ontdekte ik in 12 medische readings van Edgar Cayce dat Coca-Cola (de siroop aangelengd zonder koolzuurhoudend water) werd geadviseerd, zelfs bij baby’s. Dit als middel voor het weer op gang helpen van een gestoorde afvoer van vergiften. In de betreffende readings wijst Cayce daarbij op het zuiveren van onder andere de lever, nieren en blaas, en het verbetering van circulatieprocessen en dynamiek tussen nieren en lever. In totaal werd de siroop van Coca-Cola als hulpmiddel in 62 readings genoemd. In reading 540-11 en 3109-1 liet Cayce respectievelijk optekenen:

[…] if desirable drink Coca-Cola – a little Coca-Cola; this will act almost in the same way and manner in purifying or clearing the ducts through the kidneys, and thus reduce the general forces and influences there. […]

[…] Here we find that Coca-Cola will be good, even for this baby. This will act to purify the circulation between the kidneys and the liver. Preferably use this in plain water, however, NOT carbonated or charged water. […]

Reeds in 1903 werd (de minuscule hoeveelheid) cocaïne verwijderd uit de receptuur voor de Coca-Colasiroop (Encyclopeadia Britanica). Edgar Cayce’s readings 540-11 en 3109-1 werden vele jaren later gegeven. Cocaïne kan en heeft dus geen enkele rol gespeeld in de werkzaamheid zoals door Cayce werd voorgesteld. Andere stoffen binnen de formule moeten verantwoordelijk worden geacht voor het beter op gang brengen van ontgiftingssystemen zoals de nieren.

Met de cola maakte ik een begin om de levenslust van Kor terug te halen van weggeweest, en met het opnieuw leven inblazen, reanimeren, van zijn immuunsysteem. Na elke behandeling gaf ik Kors moeder advies hem gedoseerd opnieuw ‘iets verkeerds’ te laten eten, rode kool, een gebakje, een te grote lolly. In feite een homeopathisch principe, de paradoxale grondregel in Samuel Hahnemanns geneeskundige doctrine: similia similibus curentur, het gelijke wordt met het gelijkende genezen. Daardoor kreeg Kors huid weliswaar (tijdelijk) enige aanvallen te verduren, maar kon het langzaam weer bij kennis komende immuunsysteem steeds meer ‘hem’ de helpende hand bieden.

De adviezen betroffen om in eerste instantie vooral smakelijke voedingsmiddelen aan te bieden en uit te proberen. Voedingsmiddelen die hij voorheen lekker had gevonden, maar tijden niet had mogen gebruiken waardoor hij zich uitgestoten had gevoeld op feestdagen of kinderfeestjes. Het herstellen van plezier en vertrouwen in het leven, en daarmee in hemzelf, was mijn eerste aandachtsrichting. Sociale isolatie, stigmatiseren, discriminatie, ‘het gemeden worden als de pest’, werd in de Middeleeuwen al fnuikender gevonden dan een huid vol bulten en builen.

Tijdens de paranormale behandelingen gaf ik commando’s af aan het lichaam van Kor, ik sprak commando’s in. Dit om de regie over de verschillende organen en systemen van Kors lichaam tijdelijk te willen adopteren. Daardoor handelend als een coördinerende instantie die tijdelijk regulerend optrad voor organen en systemen totdat het lichaam het weer helemaal zelf aankon. Ik hielp Kors organen en systemen tijdelijk bij het ontgiften van het lichaam, omdat hun onmachtig geraakt besturingssysteem te lang geen update meer had gehad.

Door de gestuurde commando’s werd tijdelijk een elektromagnetisch element ingebracht. Dit element stuurde chemisch processen time released aan, waardoor het ontgiften stukje bij beetje werd bewerkstelligd.

De uitgesproken commando’s hielden automatisch op te bestaan zodra het lichaam eigenmachtig was de functies over te nemen. De commando’s stierven daarbij af als afbreekbaar chirurgisch garen na een operatie.

Orixá Omolu, de krachtige Braziliaanse pokkendokter, mijn latere Dono de Cabeça, zal zeker over mijn schouders hebben meegekeken en zeker zijn genezende energie hebben aangewend toen Kor in 1989 op het Afrikaanse matrasje lag.

 

6.3 Een gelukkige moeder, een gelukkig jongetje
Enige tijd na het beëindigen van de behandelsessies voor Kor zegde ik Nederland vaarwel en vertrok voor de eerste maal naar de Nederlandse Antillen met als standplaats Curaçao. Van de moeder van Kor G., mevrouw G., ontving ik het volgende verslag:

[…] Mijn zoon (Kor G.) kwam op 3½ jarige leeftijd van top tot teen onder eczeem te zitten.

Eerst heb ik een homeopathische geneeswijze geprobeerd. Daarna werd de toestand zo ernstig, (de huid lag gedeeltelijk open) dat ik toch voor een behandelingsmethode in het ziekenhuis heb gekozen. De kindonvriendelijke behandeling en het gebruik van vooral de hormoonzalven, die voor het latere leven nadelige gevolgen hebben en alleen tijdelijk verlichting geven (dus geen genezing), heeft mij doen besluiten om naar een magnetiseur te gaan.

Ik koos daarvoor iemand die aangesloten was bij een organisatie (De NFPN Organisatie van Paranormale Genezers). Mijn hoop ging na 6 behandelingen verloren. Daarna heb ik acupressuur en strenge diëten geprobeerd, wat ook geen resultaat gaf.

Op aandringen van mevrouw O. ben ik uiteindelijk naar Martien gegaan. Uitgaande van niets (ik had immers al een paranormaal genezer geprobeerd) kwamen mijn zoontje Kor en ik de eerste keer bij Martien. Het allereerste wat heel treffend was in Martiens behandeling, was, dat hij alle tijd voor je heeft en zo ontzettend leuk met kinderen om kan gaan. Ik ben zelf in het lager onderwijs werkzaam geweest en ik denk, dat zijn manier van het behandelen van kinderen mij daarom zo aansprak.

Na de eerste behandeling werd Kors eczeem iets erger, maar na een aantal keren werd het steeds beter. Tegelijkertijd behandelde Martien mij ook, omdat hij vond, dat ik het hele gebeuren rondom Kors eczeem als lood met me meedroeg en na een aantal behandelingen ging het steeds lichter wegen. Martien heeft de kwaal in een wijde context geplaatst en het resultaat was dat Kor een gave mooie huid terug kreeg.

Ik heb alles rondom Martiens geneeswijze zo positief ervaren, dat het moeilijk valt te verwoorden, maar binnenin mij juicht er iets, waardoor Kor en ik ons zeer prettig voelen. Tot slot wil ik nog benadrukken dat je bij Martiens behandeling nimmer het gevoel hebt een nummer te zijn, zoals hier in Nederland bij zovele andere geneeswijzen en dat hij paranormaal kan genezen daarvan ben ik heilig overtuigd.

In een persoonlik noot meldde de moeder van Kor G. verder:

[…] De laatste keer voor de zomervakantie, dat ik bij je ben geweest met Kor zei jij, dat het laatste restje eczeem verder zou verdwijnen zonder nog een behandeling te doen. Ik kon dat toen nauwelijks geloven. Toch is het zo gegaan. Ik kan nu dagelijks genieten van een gave huid.

[…] Nu rondom het Sinterklaasgebeuren komt het onder de kin iets terug. Maar de beklemmende druk rondom het gegeven van Kors eczeem is door jou weggenomen. Ik ben je daar oneindig dankbaar voor. Misschien hoeft dat niet, omdat het “gewoon” in jouw vermogen ligt. Maar dan nog kan ik eindeloos dromen over het geluk, dat jij een poosje op ons levenspad mocht gaan. Aan al de gesprekken met jou kan ik urenlang terugdenken en ik kan er zoveel positiefs uit putten dat ik het een wonder vind. Martien, ik wens je veel geluk en succes op je levensweg en hoop ooit nog eens iets van je te horen. Martien, je hebt mij zo iets moois gegeven, waar ik heel lang verder mee kan leven. Ik blijf je daar altijd dankbaar voor en overdenk vaak het door jou uitgestippelde spoor.

P.S. (Mijn zoontje) Kor is een heel vrolijk, levenslustige jongen geworden.

18 november 1989
Mevrouw G., leerkracht basisonderwijs

 

6.4 Kor G. – Periode 1989-2013
Kor G., het 5-jarig jongetje dat in 1989 door artsen gediagnosticeerd werd als lijdende aan een ernstige vorm van constitutioneel eczeem, was bij mijn ontmoeting met hem in 2013 een mooie en grote man geworden. Zijn moeder, een gepassioneerde pedagoge binnen het reguliere onderwijs, was evenals als vroeger, nog steeds een attente moeder die zich niet met een medisch kluitje in het riet liet sturen.

Ik herkende de kleine Kor in de grote Kor onmiddellijk bij binnenkomst, zijn mimiek, de stand van zijn voeten, zijn energie. Kor was inmiddels ook groot in de manier waarop hij in het leven stond, gestudeerd, een vette baan, dynamisch, en … levenslustig.

Maar ondanks het hartelijke contact kende Kor me niet meer. En het constitutioneel eczeem, had hij dat gehad? Nee dus, of ja, want zijn moeder had hem dat verteld, en hij had de verslagen uit 1989 inmiddels gelezen. Maar constitutioneel eczeem, en dan ook nog in een vreselijke mate, nee daar was hem niets van bekend. Zover als zijn herinnering ging, zo vertelde hij mij, had hij nooit problemen met zijn huid gehad. Ik lachte in mijn paranormaal vuistje, hij had dus nooit enige terugval gehad. Omolu, en de hele bende aan overleden helpers hadden dus hun werk inclusief nazorg uitstekend gedaan.

De evaluatie die ik wilde maken over Kor en de lotgevallen van zijn huid tussen 1989 en 2013, viel kort uit, vrijwel overbodig zoals bleek. Ik vroeg Kor naar zijn eetgewoonten, welke voedingsmiddelen hij niet kon verdragen. Kor kon alles eten, er waren geen restricties. Van drop hield hij niet, en er was een tijd geweest (6 jaar) dat hij geen vis lustte, het vond stinken. En of hij wel eens jeuk had, zo vroeg ik. Nee, daar had hij geen last van. Met mijn vragen leek het of hij bepaalde kwalen ‘moest’ hebben, maar hij had ze niet. Ook vroeg ik Kor hoe hij, zijn huid, reageerde tijdens stressgerelateerde of emotionele situaties, op rijexamen, afstuderen of in vergelijkbare gevallen. Hij herinnerde zich dat inderdaad tijdens stressvolle situaties de buigzijde van zijn elleboog wel eens een beetje rood was geweest. Ik was verheugd dat te horen, zorgen als ik me maakte dat de Kor van toen bij wijze van spreken wellicht nooit bestaan had, en zijn moeder en ik een wonderlijke gedroomd hadden gehad. Tijdens het evaluatiegesprek was me wel opgevallen dat statistisch gezien Kor zich vaker dan gebruikelijk krabde.

Dat Kor als kind wel degelijk aan constitutioneel eczeem had geleden bleek nog eens duidelijk tijdens een gesprek op 30 mei 2013 met mevrouw G. Enkele maanden na het evaluatiegesprek informeerde zij mij namelijk dat ze zich had herinnerd dat in de kindertijd van Kor een bijzonder voorval had plaatsgevonden. Op een leeftijd van om en nabij 10 jaar was Kor door een toeval opgesloten geweest in een ruimte met paarden. Zijn huid had een dergelijke opsluiting niet prettig gevonden, en de gevolgen op zijn huid waren ook onmiskenbaar zichtbaar geweest. De aanwezigheid van paardenhaar zou de boosdoener kunnen zijn geweest, maar in het verlengde van de kern van de gestelde diagnose in 1989 – zijn vorige leven als man die niet graag gehinderd werd – lijkt paragnostisch gezien de opsluiting, namelijk het aan banden leggen van de innerlijke ruimte door de uiterlijke ruimte (claustrofobie), de voornaamste boosdoener te zijn geweest.

Samenvattend kan ik het volgende concluderen:

1. Vanaf de laatste behandeling in september 1989 tot aan het evaluatiegesprek op 15 maart 2013, heeft de huidaandoening die constitutioneel eczeem genoemd wordt, met uitzondering van de ‘affaire paardenstal’, zich bij Kor G. geen enkele keer meer gemanifesteerd.

2. Kor G. is dermatologisch gezien een man geworden met een normale huid. Statistisch is van belang nog te vermelden dat Kors kinderogen traanden toen hij zich eens begaf in een kleine ruimte waar een paard werd geschoren, en eenmaal als 15-jarige in lichte mate toen hij in het voorjaar fietste langs velden met pollen in de lucht. Voor de verdere rest, jaar in jaar uit, kon hij zich overal begeven en vertoeven zonder enige klachten. Dit in tegenstelling tot de periode van vóór de behandelingen in 1989 toen moeder G., zoals ze mij vertelde, bijna fobisch werd door het in extreme mate moeten schoonmaken en schoonhouden van haar huis, van kleding, beddengoed en wat dies meer zij, van stof en aanverwanten die het constitutionele eczeem hadden kunnen triggeren.

3. Kor G. kan vanaf de behandelingen in september 1989, alle voedingsmiddelen tot zich nemen, alle type kroketten bereid met koemelk, kippeneiwit, pinda, noten of gemalen neushoorntussenschot, zonder daarvan nadelige gevolgen voor de huid te moeten ervaren en zonder een dozijn dermatologen te hebben moeten raadplegen.

4. Kor G. heeft gedurende een kwart eeuw een supergave huid.


Vele wegen leiden naar Rome, maar niet alle wegen leiden tot een gave huid.

 

7 Casus Jody O.
Jody O. kwam samen met haar bezorgde moeder en vader op consult. Ook de ouders van Jody O. waren door een familie met een kind met institutioneel eczeem geïnformeerd geworden over een tot dusver succesvolle behandelmethode die ik voorstond. Op een of andere manier waren ook zij op mijn pad gekomen, en ondanks paranormale kennis, was het hoe me ontgaan.

Ook bij Jody O. stond ik klaar mij over te geven aan de mediamieke informatie die me op het spoor moest brengen de oorzaken van het bij Jody door artsen geconstateerde constitutioneel eczeem te kunnen traceren. Ook bij de ontmoeting van Jody en haar ouders deed zich een voor mij bekend fenomeen voor dat ik jaren later ook op Curaçao en Brazilië zou ervaren. Op het moment dat ik de deur van mijn huis opendeed om patiënt of cliënt binnen te laten, in dit geval Jody O. en haar ouders, zag ik paranormaal niets, me steeds weer verbazend dat ik 15 minuten later in een nanoseconde de paranormale doopceel van de betrokkene zou lichten.

Vader en moeder O. deden verhaal. Het verhaal over de gevolgde weg het eczeem te willen beteugelen klonk mij bekend in de oren. De gang naar de huisarts, dermatoloog, het ziekenhuis, de kindonvriendelijkheid. Het vervolgens consulteren van geflipte alternatieve genezers met wonderkorrels in verschillende karmische pastelkleuren, het houden van zoutwaterbaden onder of misschien wel juist boven de horizon, of misschien wel het bidden tot de heilige Eczema van Padua.

In 1987 was Jody O. een 3-jarig meisje. Haar lichaam, op vele plekken aangedaan door constitutioneel eczeem vertoonde een aanblik van een bloedende aquarel, maar dan woest geschilderd op een kinderhuid, waarbij hopen klodders vermiljoen- en cadmiumrood waren gemorst.

Als je ziek bent, ben je de zak, dat weet ik uit eigen ervaring. Voor mezelf weet ik zelden tot nooit hoe te handelen, ik zoek mijn hulp dan maar in de ‘medische’ rubriek van een kappersblaadje, maar helpen doet het nooit, evenmin als mijn bezoeken aan de dermatoloog. Bij de aanblijk van een patiënt die lijdt worden, in tegenstelling tot mijzelf, er krachtige machinaties in gang gezet om te willen en te kunnen helpen. Bij Jody O. was het niet anders. Een klein kindje die naast eczeem nog een bult aan medicijnen over zich heen kreeg die, in ieder geval bij haar, de ellende alleen nog maar groter maakten. De conventionele geneeskunst is of kan zijn, een ‘prachtig’ instrument.

Op basis van evidence based medicine (EBM) – geneeskunde op basis van bewijs – een weliswaar beperkte receptuur voor wetenschap, zeker wanneer de invulling van het begrip bewijs selectief wordt aangewend, sterven we niet meer zo snel aan hondsdolheid of aan enige andere vreselijke aandoeningen. Louis Pasteur staat niet voor niets op de top tien van wetenschappers aller tijden.

Dat menige arts die evidence based medicine tot een persoonlijke religie heeft verheven en qua ‘bewijs’ er zelf met de pet naar gooit. weten moeders van kinderen met constitutioneel eczeem maar al te goed. Vraag maar eens aan de gemiddelde dermatoloog welke verklaring hij heeft over de 100% genezing van een kind nadat het door een paranormaal genezer behandeld is. Honderd tegen één dat EVD dan ineens niet meer van toepassing is, en de arts die nog in sinterklaas gelooft met zijn uit het hoofd geleerd placebo-verhaaltje aan komt zetten.

Prof. dr. Y.M. (Yvo) Smulders, hoogleraar Interne Geneeskunde VU medisch centrum, Amsterdam, temde het evidencebeest vakkundig en met argumenten omkleed (Smulders et al 2010). Want epidemiologisch bewijs is zoals hij wetenschappelijk aantoonde: veelal afwezig, vaak ‘onjuist, zelden direct vertaalbaar naar de patiënt, en niet doorslaggevend voor de goede zorg. De slechts 12 minuten durende videopresentatie Het evidencebeest (Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2012) is van een Plutonische kracht.

Jody O. was er vet mee, met het ‘bewezen’ constitutionele eczeem moest ze het doen, ze zou er wel overheen groeien volgens de behandelde artsen. Je moet toch wel van de dermatologische pot gerukt zijn om op basis van onwetendheid en onkunde een dergelijk toekomstperspectief aan te bieden.

Het enige wat ik kon doen was de mediamieke machine in te schakelen om te horen waar de dermatologische schoen wrong

 

7.1 Het kind, de diagnose
Ik keek naar Jody, maar gelijktijdig ‘werd ik gedwongen te kijken naar de moeder en de vader van Jody. Daar lag blijkbaar, weliswaar op een indirecte manier, de oorzaak van het bij Jody gediagnosticeerd constitutioneel eczeem. In een oogwenk, tijdens een nanoseconde, korter kon bijna niet zijn, kreeg ik de informatie, en dacht weer eens:

O, zit dat zo …

Vanuit didactisch perspectief bezien is altijd van belang op welke manier en wanneer de verkregen informatie zo goed mogelijk te vertalen voor de betrokkenen.

Tijdens de zwangerschap had er een gebeurtenis plaatsgevonden die voor de moeder van groot belang was geweest. De moeder was op enig moment geschrokken, had angst gehad. Deze angst had het ongeboren kind gevoeld, en was voor haar een restimulatie van een verlatingsangst in een vorig leven.

Tijdens het eerste consult kon de moeder zich dit feit niet meer herinneren, echter bij aanvang van het 2e consult kwam zij hierop terug, en kon vertellen dat de herinnering aan schrik of angst tijdens een moment van haar zwangerschap was boven komen drijven. Tijdens haar verklaring was waar te nemen dat een flinke lading op het voorval had gelegen, wellicht zelfs nog lag. Tijdens de zwangerschap was er een moment geweest dat haar (toenmalige) echtgenoot veel later leek thuis te komen dan verwacht. Daardoor was er bij haar grote schrik ontstaan, en het gevoel door haar man wel eens verlaten te kunnen worden of anderszins dat hij zou kunnen wegvallen in het gezin.

Deze angst, in de vorm van een krachtige verlatingsangst, nestelde zich in het ongeborene kind. Gelukkig worden niet alle emoties van moeders ongecensureerd vertaald naar het ongeboren kind, of door het kind als zodanig ervaren. Vele aspecten, wetten eigenlijk, spelen conform de inzichten van de moderne reïncarnatietherapie daarbij mee. Bij Jody O. was de verlatingsangst een restimulatie van het verlaten worden tijdens een periode in een vorig leven, het verlaten worden, waarbij ze destijds de dood vond.

Jody had het onbestemde gevoel verlaten te worden niet voldoende kwijt gekund. Tegen wie had ze wat moeten zeggen? Als kind wist ze amper ‘wat’ ze voelde, wel ‘dat’ ze wat voelde waar kinderwoorden tekort schoten. Voor ouders vaak ook moeilijk te weten waarom een kind huilt of aan moeders rokken hangt.

In 1987 benoemde ik het begrip vorige levens nog niet. Zoals ik al schreef, was dit in Nederland nog een vrij onbekende grootheid om bij diagnoses te betrekken. Wel legde ik voor Jody’s moeder het verband uit tussen de gebeurtenis tijdens de prenatale periode en het hebben van constitutioneel eczeem van haar kind.

Over de kracht van haar schrikervaring (van moeder O.), was consensus. Overeenstemming over een diagnose is niet altijd noodzakelijk, maar energetisch gezien wel erg positief voor het verdere verloop bij een behandeling.

De verlatingsangst, de angst voor verlaten worden, heeft als basis angst, en is dus familie van alle andere angsten, waarvan sommige wel en andere niet, samenklonteren en zich aansluiten bij de reeks bestaande angst. Indien een kind al een angst ontwikkeld heeft, kunnen nieuwe angsten zich sneller ontwikkelen. Het kind dat noodgedwongen al lid is geworden van de familie van constitutioneel eczeem zonder grenzen en zonder toekomst zal naast het hebben van angst om verlaten te worden gemakkelijk wakker in zijn bedje kunnen liggen bij het horen van elk geluid in en om haar kamertje. Een verstoord slaapritme, zal uiteindelijk het kind meer dan nerveus maken.

Jody O. was in 1987 een kind met een nerveuze inslag. De nervositeit was een gevolg van haar aard als voedingsbodem, een zeer gevoelig kind/entiteit, waarop gerestimuleerd een verlatingangst welig had kunnen bloeien. De energetische machinerie van het kind en de handel voor de omwentelingssnelheid, stond metaforisch gesproken in de hoogste versnelling en draaide hoge toeren. Een toerental waardoor het mechanisme van niemand in slaap zou kunnen vallen.

Zoals ik vaak heb geconstateerd bij verschillende vormen van eczeem, zijn het emotionele dialogen van het ik, ook bij baby en kind, die bij onvoldoende uitstroom, vergiften accumuleren in het lichaam. De huid weet er alles van, ook Jody wist er alles van, alleen had ze nog te weinig woorden om haar lijden te kunnen benoemen.

Tegenover de hormoonzalven stonden mijn paranormale handen. Elke keer maakte ik bij wijze van spreken weer een schietgebedje, maar dan zonder gebed omdat ik niet religieus maar wel spiritueel ben, om mijn helpers te mobiliseren de kwaal uit te roeien of op zijn minst fors te reduceren. Vreemd is wel dat mijn handen ineens niet paranormaal zijn als ik zou tafeltennissen of badmintonnen, ik win dan namelijk zelden.

Ook Jody wilde ik proberen te verlossen van een leven vol mummiezalf en vuilwitte zwachtels. Ik startte het eerste consult en behandeling.

 

7.2 De behandeling
De paranormale behandeling werd opgestart, en ik maakte bij Jody O. een serie passes. Zowel het receptieve deel van mijn handen, het ontvangen van beelden over oorzaak, gevolg en behandelingsstrategie, alsmede het inbrengende deel van mijn handen, het verzenden van elektromagnetische golven die genezing bewerkstelligen, werden daarbij geactiveerd.

Mijn geesten, de artsen en overleden therapeuten, werken niet alleen op het moment dat ik een patiënt behandel, maar ook de dagen en weken nadat ik de persoon behandel heb. Met het starten van de eerste sessie wordt er een verbinding gemaakt tussen de patiënt en mijn helpers. Ik vermoed dat daarbij één van de specialisten het voortouw neemt en beschouwd mag worden als een verbindingsofficier die 24 uur per dag en 7 dagen per week beschikbaar de patiënt onder zijn hoede neemt. Het verklaart ook waarom de ingezette paranormale genezing in veel gevallen zo snel doorwerkt, ook als ik zelf niet aanwezig ben.

Ook Jody werd door deze strategie gelijk aan het communicatieve infuus gelegd. Mijn specialisten konden ook na mijn eerste behandeling hun genezende invloed bij Jody aanwenden.

Voor het welzijn van Jody was het van belang dat rust en vertrouwen weer in haar zouden kunnen neerdalen. Een kind met onbestemde angsten en een vrijwel permanent verstoorde nachtrust is een voedingsbodem voor storende entiteiten in een setting van astraal parasitisme. Storende entiteiten, zogenaamde plaag- of kwelgeesten manifesteren zich bij een patiënt, zowel bij het kind als de volwassene, in de vorm van belastende gedachten die de persoon uit de slaap halen en houden. Voeg daarbij nog de aanvallen van nachtelijke jeuk, die aanvalsgewijs zich ritmisch op eenzelfde manier manifesteren als de door plaaggeesten aangebrachte dwanggedachten. Ook bij nachtelijke jeuk bij constitutioneel eczeem komen plaaggeesten in beeld. Het dient daarvoor aanbeveling om kinderen met eczeem voor het slapen gaan toe te spreken, gerust te stellen als een hypnotiseur ad interim, een veilige omgeving te creëren.

De elektromagnetische krachten werden bij Jody als rustgevende impulsen voor het gevoel op haar overgebracht. Non-verbale suggestieve commando’s, die gelijkenis hebben met de werking op het kind door het vertellen van een kinderverhaaltje voor het slapen gaan. Maar dan met onhoorbare woorden, of als het innerlijk zingen zonder geluid van een wiegeliedje. Tien tegen één dat Jody de komende tijd rustig zou slapen. Ook mijn eigen kinderen had ik altijd met verhaaltjes en kinderliedjes naar het rijk van Klaas Vaak gedirigeerd. Dan zou Jody er toch ook aan moeten geloven.

Binnen het verzamelbegrip constitutioneel eczeem nam Jody’s aandoening, in termen van oorzaak en gevolg, een specifieke plaats in, en moest een op het lijf geschreven aanpak worden voorgestaan. De bijzondere aanpak moest worden afgestemd op de specifieke oorzaak van de kwaal, een mate van verlatingsangst, en afgestemd worden op de aard, het karakter, van de drager van de kwaal, op Jody.

De conventionele geneeskunde stopt alle op constitutioneel eczeem lijkende aandoeningen in dezelfde genummerde kaartenbak. De kans op genezing wordt daardoor al met de helft gereduceerd, en is het al 0-5 in het voordeel van de scorende eczeem-kwelgeesten.

Prof. dr. René Bernards is moleculair oncoloog bij het Nederlands Kanker Instituut en deeltijdhoogleraar moleculaire carcinogenese aan de Universiteit Utrecht. In 2013 werd hem door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen een oeuvreprijs toegekend. Dit voor zijn baanbrekende onderzoek naar kanker. Bernards toonde op basis van DNA-onderzoek aan dat iedere kankerpatiënt en zelfs iedere tumor uniek is. Zich dus onderscheid van de/een ander(e). De medische wetenschap zal de behandelingen en geneesmiddelen volgens Bernards:

Moeten afstemmen op de individuele verschillen van de patiënt, van “one-size-fits-all” naar therapie op maat.

Zie zijn bijdrage in de Groene Amterdammer: Kanker straks niet meer dodelijk

‘Elke patiënt krijgt daardoor in de toekomst een op maat gemaakt medicijn voor de variant van de ziekte die hij of zij heeft, zo verklaarde prof. Bernards recentelijk in De Wereld Draait Door.

Eindelijk dan een doorbraak in het coûte que coûte inside the box-denken van een groot deel van de huidige generatie artsen.

Gregory Bateson (1904-1980), bioloog, antropoloog, sociaal wetenschapper, linguïst en cyberneticus, liet met Steps to an Ecology of Mind (Bateson 1972) in de vorige eeuw al zien dat oplossingen voor vraagstellingen in een bepaald vakgebied konden worden gevonden in totaal andere vakgebieden. Met de naar hem genoemde Bateson strategy kon men als een klassieke Griekse wetenschapper weer gelijktijdig bioloog, astronoom of wiskundige zijn.

Een rasechte outside the box-denker dus.

Het 24-karaats gouden outside the box-denken vinden we ook terug bij onze zuiderburen. Sinds 1995 is Cellule Personnes Disparues (Cel Vermiste Personen) een speciale afdeling van de Belgische federale politie, die zich bezighoudt met vermissingen van vooral kinderen. De eerste van de drie basisregels voor onderzoek, de gouden stelregel voor succes is:

Routinematig denken is uit den boze.

Ook Jody moest niet routinematig worden bezien en behandeld. Jody’s oorzaak van dat wat constitutioneel eczeem werd genoemd was, zoals bij vele andere kinderen met eczeem, uniek en reïncarnatief gezien een verhaal apart. Bij Jody bleken innerlijke rust en vertrouwen het hoogst scorende koppel te zijn als duo-ingrediënt met een chronisch tekort. Door het aspect vertrouwen was een zekere omzichtigheid geboden tijdens de behandeling. Het destijds kwetsbare plantje Jody kon het beste zo eenvoudig mogelijk worden benaderd. Rust en vertrouwen als aan te bieden medicijn, waren daarbij de belangrijkste ingrediënten. Ingrediënten die na een serie behandelingen die ze zelf, zo zag ik, na enige tijd zou kunnen genereren, waardoor genezing een grote kans maakte. Het plantje Jody moest energetisch in goede aarde gepoot worden, om verder wortel kunnen schieten. Daaraan zou worden gewerkt.

Tijdens de eerste behandeling kreeg ik de indruk dat ik en mijn helpers voldoende toegang hadden tot Jody. Na een serie onhoorbare gesprekken met haar en haar geest te hebben gevoerd, en na een serie magnetische passen, beëindigde ik de eerste sessie. Heb vertrouwen, zo had ik haar bij herhaling onhoorbaar ingefluisterd. Jody kon aan de hand van vader en moeder naar huis.

Jody kwam na een week voor het 2e consult. Tijdens dit consult zoals ik al schreef, vertelde moeder O. mij dat ze zich de dag tijdens de zwangerschap had herinnerd waarbij in de avonduren ze grote schrik had gehad. Ook kon ze mij vertellen dat Jody voor het eerst sinds lange tijd ’s nachts gewoon had kunnen doorslapen. Na deze mededeling wist ik dat mijn helpers, en dus ook ik, het werk goed hadden gedaan. Het begin was gemaakt, het zou wel heel gek moeten gaan als dit niet goed zou komen.

Jody was rustiger geworden, dat was te zien en dat was te voelen toen ik haar opnieuw behandelde. Al tijdens de eerste sessie had ik haar, weliswaar zonder officieel verzoek, geadopteerd als een soort spirituele vader. Daardoor kreeg ze een anker voor vertrouwen dat een en ander goed zou komen, althans zo hoopte ik. Tijdens de opvolgende behandelingen bracht ik dat gevoel bij herhaling in haar, een gevoel waarbij of waarop je goed kon slapen.

De slaap, waarbinnen de grootste apotheek logeert, is de beste dokter van het heelal en omstreken. Door de slaap kwam rust voor het lichaam voor het van oorsprong flexibele meisje met een veelheid aan gedachten en gevoelens, een soort paranormaaltje. Door de rust kon het lichaam zich steeds meer van kramp ontdoen waardoor de afvoer van giftstoffen zoetjesaan weer op snelheid kon komen. De huid herstelde zich, na elke behandeling zag het beeldscherm van haar gemoed er beter uit. Jody’s huid, eens een bloedende aquarel met gemorste klodders vermiljoen- en cadmiumrood, kreeg steeds meer de aanblijk van een maagdelijk ivoorwit tafellaken voor in de zomertuin.

Jody raakte tijdens de behandelingen in een kindertrance, die zich lieten zien als een ontspannende kinderslaap. Slaap is altijd een trance, ook bij volwassene. Tijdens de slaap worden we meegenomen naar een rijk ver buiten het mineralen-, planten-, dieren-, of mensenrijk, alwaar we op kracht kunnen komen voor de gebeurtenissen van de volgende dag. Tijdens de slaap wordt op verzoek of op instigatie van onze geleidegeesten, van voorvaderen tot moederlijke orixás, de grote apotheek die in ons lichaam logeert, aangesproken. Dit om de tegoeden binnen ons erfdeel, de ijzersterke producten van onze biochemische, elektromagnetische en psychische fabriek, weer aan te vullen waardoor we regenereren en nieuwe kracht verzamelen.

Tijdens de behandelingen probeerde ik niet alleen rust uit te spreken over de angst om verlaten te worden in dit leven, maar ook de werkelijk boosdoener die er onder verscholen lag, de verlatingsangst die zich in een van haar vorige levens tot wanhoop had gebracht. Deze angst had weer zijn wortels in haar aard als entiteit in het betreffende leven. Verlaten worden kan vaak een nare ervaring zijn, maar de entiteit van toen wilde nabijheid afdwingen, en weigerde om verlaten te worden, waarbij het ego vrij sterk voorop had gestaan. Het was in relatie tot anderen die haar na stonden, vaak buigen of barsten geweest.

Met de opvolgende behandelingen keerde de rust steeds meer terug in de kinderziel. Het vertrouwen in de mensheid, dus in haarzelf, dat een deuk had gekregen herstelde zich, het lichaam liet de kramp los, de giften konden perfect worden afgevoerd, en de huid verscheen ten tonele zoals ze altijd al had moeten zijn. Er was geen dieet nodig geweest, noch een bedevaart, noch coca cola.

De genezing was het werk geweest van een fancy club aan overleden specialisten en Braziliaanse orixás, welke laatste zoals gemeld, ik toen nog niet kende.

 

7.3 Een gelukkige moeder, een gelukkig meisje
Enige tijd na het beëindigen van de behandelsessies voor Jody zegde ik Nederland vaarwel en vertrok voor de eerste maal naar de Nederlandse Antillen met als standplaats Curaçao. Van de moeder van Jody O., mevrouw O., ontving ik het volgende verslag:

[…] Nadat Jody 6 weken oud was, kreeg ze opeens overal rode plekken op haar lichaam die open gingen en gingen ontsteken: eczeem (constitutioneel eczeem); het ergste op haar hoofd, gezicht, armplooien en knieholtes.

Na twee jaar met haar van dokter, ziekenhuis, homeopaat naar homeopaat te zijn gelopen waarbij ze diverse zalven, korrels, zoutwaterbaden etc. heeft moeten uitproberen, kwam ik via een vriendin aan het adres van Martien Verstraaten.

De eerste keer dat we een afspraak hadden is mijn man meegegaan; iemand die absoluut niet gelooft in paranormale gaven, iriscopie, magnetisme etc. Toch moest hij erkennen dat het op zijn minst vreemd was dat ons kind, dat al die jaren ’s avonds en ’s nachts elk uur wakker werd van de jeuk en de pijn (door open, bloedende eczeemplekken), nu na dit eerste bezoek zomaar ’s nachts doorsliep. Een bezoek overigens dat we als heel prettig en zorgvuldig ervaren hebben, daarbij versteld staande van de dingen die Martien over ons “wist” zonder ooit daarvoor ontmoet te hebben of van ons te hebben gehoord.

Bij het tweede bezoek aan Martien merkten we dat ons overdrukke, nerveuze kind in slaap viel zodra Martien haar behandelde. Na een aantal consulten genas het eczeem zienderogen zonder dat daarbij gebruik werd gemaakt van zalven, medicijnen en dergelijke. Zelfs werd haar lichaam niet aangeraakt tijdens de behandeling. Wat er precies gebeurde liet hij mij ervaren toen hij zich concentreerde op mijn rug. Van een afstand van +/- 30 cm voelde ik de warmte die van zijn handen afstraalde.

Ik kan het niet begrijpen noch verklaren hoe het mogelijk is dat een kind waarvan doctoren en specialisten zeiden dat ze maar over deze afschuwelijke en pijnlijke periode heen moest groeien (een kwestie van tientallen jaren) nu door de magnetische kracht van Martien binnen een half jaar van haar probleem af was. We kunnen er alleen maar van genieten en hem daar dankbaar voor zijn.

In een persoonlijke noot meldt mevrouw O.

[…] Ik wil je nog hartelijk bedanken voor wat je voor Jody en ons gezin hebt gedaan. Ik ben ervan overtuigd dat zonder jou dit kind nog veel last van haar eczeem zou hebben en daarom zet ik graag de hele gang van zaken eens op papier.

19 november 1989
Mevrouw O., directiesecretaresse (inmiddels mevrouw V. geheten)

 

7.4 Jody O. – Periode 1987-2013
In een hernieuwd contact met mevrouw O. (V.) in 2013, begreep ik dat Jody sinds de laatste behandeling in 1989, gedurende 25 jaar vrij was geweest van constitutioneel eczeem. Vrijwel identiek aan de casus Kor G. heeft ook Jody O., zo verman ik, geen herinnering meer aan de tijd dat het ‘beest’ constitutioneel eczeem in haar huishield. Jody weet van die periode vrijwel niets meer, gelukkig maar. Jody’s moeder schrijft:

[…] Hierbij een verslag over de periode 1987-2013. Door de positieve gevolgen van de behandelingen kan ik er kort over zijn. Martien, na de heftige eczeemperiode met open bloedende eczeemplekken in de tijd dat Jody door jou werd behandeld, is het heel goed met haar gegaan. Op een enkel incident na was Jody en haar huid zoals ik dat in de jaren 80 had gekend,  genezen.

Slechts eenmaal roerde haar huid zich nog even op een krachtige manier, nadat van nabij een dierbaar familielid op jonge leeftijd overleed. Tijdens de rouwperiode had ze enige tijd wat last van eczeem in arm-  en knieholtes, maar dat verdween toen ze zich weer beter in haar vel voelde en het geluk had ervaren met een leuke relatie en bovenal met de geboorte van haar zoon.

Wel heeft ze vanaf de pubertijd een gevoelige gezichtshuid gehouden en kan dus niet tegen allerlei make-up. Maar dat is onvergelijkbaar met het constitutionele eczeem waaraan ze leed tijdens de vroege kindertijd.

Jody heeft zich gelukkig als elk ander kind kunnen ontwikkelen en werd niet meer gestoord door huiddrama’s en slapeloze nachten die ze ooit meemaakte. Als moeder kan ik daar alleen maar gelukkig om zijn.

2 november 2013
Mevrouw O., voormalig directiesecretaresse (inmiddels mevrouw V. geheten)

 

8 Samenvatting en conclusie
De feiten van de casussen van Kor G. en Jody O., hier gepresenteerd als een beknopte studie, spreken naar ik mag aannemen voor zich. De aandoening die op basis van multi-interpretabele criteria officieel constitutioneel eczeem wordt genoemd, kan vele malen beter behandeld worden dan de conventionele geneeskunst geacht wordt te doen.

1. De benaming constitutioneel eczeem is arbitrair. De diagnose, op basis van een samenraapsel van criteria, is niet valide, een verlegenheidsdiagnose.

2. De oorzaken van huidaandoeningen die als constitutioneel eczeem worden gediagnosticeerd, zijn inwendig van oorsprong.

3. Deze zijn terug te voeren tot het disfunctioneren van uitscheidingsorganen en eliminatiesystemen waardoor het lichaam toxische stoffen niet of onvoldoende kan afvoeren.

4. De aanmaak van toxische stoffen is het gevolg van storingen in emotionele, mentale en spirituele lagen van de persoon.

5. De verstoorde processen zijn te herleiden tot belastende ervaringen van persoonlijke aard in één of meer van de volgende ‘decors’: in het actuele leven als kind, in de prenatale periode als foetus, in een of meerdere vorige levens als (levende) entiteit.

6. Het stellen van een diagnose bij elke afzonderlijke patiënt is maatwerk. Outside the box-denken (gebruik van intuïtie, voor zover mogelijk) door ouders, arts en dermatoloog, is van cruciaal belang.

7. De behandeling behoort eveneens maatwerk te zijn, afgestemd op oorsprong en aard van de individuele patiënt met een huidaandoening.

Sceptische artsen en kritische wetenschappers die van genezingen bij patiënten van het type Kor G. en Jody O. toevals-chocolade willen maken, prijzen zichzelf conform de CUDOS-norm en op basis van hun eigen EBM buiten de werkelijkheid, en dus buiten de markt. Het zal ex-patiënten van constitutioneel eczeem dan ook worst wezen welke soort chocolade dan ook aan paranormale genezing wordt toebedacht.

Een gemiste kans voor de conventionele geneeskunst en voor de zorgverzekeraars, dat wel. Maar nog meer een gemiste kans voor kinderen met eczeem die voor de buidel van de farmaceutische industrie als corticosteroïd-mummie verkleed door het leven moeten gaan. De verantwoordelijken in dezen zouden zich eens achter de oren moeten krabben.

 

8.1 Wie geneest heeft gelijk
Prof. dr. Y.M. (Yvo) Smulders, hoogleraar Interne Geneeskunde VU medisch centrum, Amsterdam temde, zoals ik in paragraaf 7 over Jody O. reeds vermeldde, al in 2010 het evidencebeest. Zowel overheden, artsen als zorgverzekeraars lopen zoals we weten, sinds jaar en dag weg met epidemiologisch onderzoek dat gebaseerd is op evidence based medicine.

De mantra daar is geen enkel bewijs voor, daar is geen enkel bewijs voor galmde in elke dokterskamer, klonk aan elk ziekenhuisbed, kwam rochelend uit de kelen van Mol-en (medical opinion leaders). ‘Feiten mevrouw, feiten meneer, en zó werken wij niet’, werd er gescandeerd! De complementaire artsen en sterrenkijkers stonden met de mond vol tanden. Ook de patiënt kon niet bewijzen waarom hij alleen op dinsdagavond pijn in buik had of in de onderrug, er wel of niet iets tussen zijn oren zat, zijn urinewegen gebaat waren met een slokje coca of zijn maagportier beter sloot bij laurierdrop of een dubbele dropveter, zoals de arts niet kon bewijzen dat hij van zijn vrouw hield, of nog erger, van de verpleegster die ’s nachts om hem heen zoemde.

Godfather David Sackett heeft aan evidence based medicine nooit de interpretatie gegeven zoals die nu in de maatschappij opgeld doet. ‘Zijn geesteskindje wordt nu misbruikt door overheden, verzekeraars en door ons allemaal’ laat Yvo Smulders ons weten.

Met zijn onderzoek ontmythologiseert Smulders de validiteit van evidence based medicine, haalt het instrument van toetsing radicaal van de gouden troon, maakt wetenschappelijk gehakt van het epidemiologisch bewijs, en prikt gebruikmakend van de uitkomsten van Engelse onderzoeken de ‘bewijzen’ een voor een op een Britse cocktailprikker. Arrogante artsen mogen spitsroeden lopen.

Moet epidemiologisch bewijs de norm zij voor ons geneeskundig handelen, zo vroeg hij zich bijvoorbeeld af. Zijn conclusies zijn verpletterend voor de diverse beroepsgroepen, en liegen er niet om:

1. Epidemiologische bewijs, ‘evidence’, wordt heel ernstig overgewaardeerd
2. Er zijn andere, even belangrijke, bronnen van bewijs dan epidemiologie
3. … en dat is maar goed ook

Op de vraag of epidemiologisch bewijs de norm voor geneeskundig handelen moet zijn, antwoord hij helder:

Nee, want epidemiologisch bewijs is:
Veelal afwezig
Vaak ‘onjuist’
Zelden direct vertaalbaar naar patiënt
Niet doorslaggevend voor goede zorg

Evidence based medicine is zelden vertaalbaar naar de patiënt. De wetenschappelijk effectief gebleken therapieën zijn alleen van toepassing op de ‘gemiddelde trialpatiënt’. In het beste scenario is ongeveer 40% van patiënten met een bepaalde klacht te vergelijken met de patiënten uit de positieve studies. In het slechtste scenario is dit percentage maar 0,001%.

Smulders’ conclusie luidt in dit verband:

1/3 van de therapieën is onderzocht
1/2 van de therapieën is waar
Op minder dan 10% van de patiëntenpopulatie zijn de wetenschappelijke resultaten toepasbaar
De dokter kent hooguit 50% van het bewijs

Als deze feiten worden meegenomen blijkt dat maar 1 op de 120 patiënten met EBM behandeld wordt.

Evidence based medicine is niet doorslaggevend voor goede gezondheidszorg. Wanneer ziekenhuizen die het heel goed doen, worden vergeleken met ziekenhuizen die het gewoon goed doen, dan blijkt dat in termen van het gebruik van evidence based medicine, het hanteren van richtlijnen en het aanhouden van protocollen, het allemaal lood om oud ijzer te zijn. De kwaliteitsverschillen zitten helemaal niet in het EBM-volume maar juist in de hele zachte zaken, zoals de kwaliteitsverbeteringscultuur, goede organisatie en betrokken mensen.

Slechts 4% van de medische fouten is volgens Smulders te wijten aan een tekort in medische kennis. Naast het domein van de diagnostiek en het tekortschieten om klinisch te kunnen redeneren zijn miscommunicatie, en desinteresse /gebrek aan commitment een van de belangrijkste oorzaken bij medische fouten.

De ouders van Kor G. en Jody O., zo lazen we in hun verklaringen uit 1989, hadden al veel ervaring met het commitment in de ‘betere’ ziekenhuizen: de kindonvriendelijkheid. En om goede zorg ging het bij Kor en Jody. Mijn geesten, dode therapeuten, tot inkeer gekomen overleden farmaceuten en ikzelf hadden de wil en de intentie die zorg te willen bieden. Daarvoor waren methodieken nodig die, zeker in 1987, door vrijwel niemand serieus werd genomen. Maar daar hadden Kor O., mevrouw G., Jody O. en mevrouw O. geen enkele boodschap aan, hun kinderen genazen zienderogen, en wie geneest heeft gelijk.

We moeten natuurlijk ook niet vergeten dat nadat Kor G. en Jody O. door overleden geesten waren behandeld, hun ouders geen afnemers meer waren van latex-emmers vol hormoonzalf en kilometerslang mummielint, de farmacie had er geen kind meer aan.

Begrijpelijk dat de farmaceutische industrie zweert bij EBM, en dan vooral bij het bewijs dat op hun eigen pillentafel in elkaar is geknutseld door goedbetaalde ‘geëngageerde’ wetenschappers. De door de farmaceutische industrie gesponsorde onderzoeken vertonen door hun bias (vertekening/onzuiverheid), zo laat prof. Smulders ons zien, uiteraard grote verschillen met de niet gesponsorde onderzoeken die uiteindelijk niet-gepubliceerd in een lade blijven liggen. Yvo Smulders maakt onderscheid in methodologische bias en ‘belangen-gerelateerde’/psychologische bias. De laatste vorm van bias in het bijzonder kan de uitkomsten uit studies een volstrekt ander beeld geven.

Het hele onderzoekstraject is kwetsbaar voor bias, vanaf de formulering van de onderzoeksvraag, selectie van deelnemers en selecties in onderzoeksmethodiek, uitkomstmaat, statistische analysemethoden tot rapportage van uitkomsten.

Vertekening van de ‘epidemiologische waarheid’ treedt ook op door publicatiebias: selectie tijdens peer review en publicatie in tijdschriften, veroorzaakt door een voorkeur van referenten en redacties voor prestigieuze auteurs en voor ‘positieve’ onderzoeksresultaten.

Zie: De rol van epidemiologisch onderzoek bij de individuele patiënt. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2010;154:A1910

Het standpunt van waarneming is mede bepalend voor dat wat wordt waargenomen, de uitkomst (Capra 2010; Verstraaten 2009, 2010). Dit geldt, zowel materieel als immaterieel, in de wetenschap, in de politiek of in de kunsten, zowel voor onderzoekers als voor juryleden bij ballotage of bij het toekennen van Hollywood Awards en Nobelprijzen. De farmaceutische industrie neemt, zoals het onderzoek van prof. Smulders nog eens bevestigd, een wel erg bijzonder standpunt van waarneming in dat a priori alleen het eigenbelang dient.

Voor omkoping, fraude en corruptie in de farmaceutische sector, het creëren van nieuwe ziektes ten behoeve van de omzet, lees: De ontboezemingen van Dr. John Virapen, klokkenluider en ex-directeur van de farmaceutische multinational Eli Lilly in Zweden. Zijn boek Side Effects Death – Confessions of a Pharma-Insider, in het Nederlands met als titel Bijwerkingen, waarvan sommige dodelijk kunnen zijn (Virapen 2009), laat zien waar crimineel gebruik van EBM toe kan leiden. Virapen laat iedereen weten: There is no money in health only in deseases. Zie hiervoor Virapen’s website: www.pharma-insider.com

De farmaceutische industrie en hun artsen ten spijt, maar Kor G. en Jody O. hadden de latex-emmers vol met hormoonzalf en het kilometerslange mummielint al ver achter zich gelaten.

De Griekse arts Hippocrates schreef in vergelijkbare bewoordingen:

Wie geneest heeft gelijk.
Het gaat om de genezing, niet om het hoe of door wie.
De geneesheer heeft maar één doel, namelijk genezen.
De mens staat centraal en niet de ziekte.
De patiënt bepaalt of hij wel of niet genezen is.

 

Literatuur

Bastide R. (1978). The African Religions of Brazil. Towords a Sociology of the Interpenetration of Civilizations. Baltimore: The John Hopkins University Press.

Bateson G. (1985). Steps to an Ecology of Mind. London: Jason Aronson.

Capra F. (2010). The Tao of Physics: An Exploration of the Parallels between Modern Physics and Eastern Mysticism. s.l: Shambhala.

Cerminara G. (1970). Many Mansions: The Edgar Cayce story on Reincarnation. New York: Slone.

Chapman G. (1986). Genezer in twee werelden. Deventer: Ankh-Hermes.

Dam H ten. (2001). Catharsis en integratie: Handboek regressie- en reïncarnatietherapie. Ommen: Tasso.

Habermas J. (1984). The Theory of Communicative Action (vol 1 & 2). Boston: Beacon Press.

Hemert J van. (2004). Scientific Report Spiritual Healing of Rev. Alex Orbito. In eigen beheer. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/15so6Dg

Hemert J van. (s.d.). Retrospectieve studie over de effectiviteit van brandwondbehandeling met distance healing. In eigen beheer. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/19d3Dtr

lllich I. (1975). Limits to medicine. Medical Nemesis: The expropriation of Health. Harmondsworth: Penquin.

Fuller J. (1974). Arigo: Surgeon of the rusty knife (afterword by Henry K. Puharich, M.D.). New York: Thomas Y. Crowell.

Kardec A. (1857). The Spirits’ Book. Federaçao Espírita Brasileira. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/12gX1Re

Kardec A. (1861). The Mediums’ Book. Federaçao Espírita Brasileira. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/14oBx81

Kardec A. (1868). The Genesis According to Spiritism. Federaçao Espírita Brasileira. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/11u1cgZ

Kuhn TS. (1962). The Structure of Scientific Revolutions. Chicago: University of Chicago Press.

Merton RK. (1973). The Normative Structure of Science (1942). In ‘The Sociology of Science: Theoretical and Empirical Investigations’, edited by Norman W. Storer. The University of Chicago Press. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/1c6D4Ct

Miron SG. (1973). The Return of Dr. Lang. Aylesbury: Lang.

Pires JH. (1998). Arigó: vida, mediunidade e martírio (4a. ed.). Capivari: EME. Als pdf geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/15smxVL

Rothwell PM. (2005). External validity of randomised controlled trials: “to whom do the results of this trial apply?” The Lancet, Jan 1-7;365(9453):82-93. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/1c6DdFO

Smulders YM, Levi MM, Stehouwer CDA, Kramer MHH, & Thijs A. (2010). De rol van epidemiologisch onderzoek bij de individuele patiënt. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 154:A1910. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/1c6CMeM

Smulders YM. (2012). Het evidencebeest. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Podium 11 januari 2012. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/11ELdJJ

Tenhaeff WHC. (1969). Magnetiseurs, somnambules en gebedsgenezers. Den Haag: Leopold.

The Telegraph. (2006). George Chapman. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/16o1AxA

Tricoci P, Allen JM, Kramer JM, Califf RM, & Smith SC Jr. (2009). Scientific evidence underlying the ACC/AHA clinical practice guidelines. JAMA – Journal of the American Medical Association, Feb 25;301(8):831-41. Geraadpleegd op 2 februari 2013 via http://bit.ly/11u2hpf

Verger PF. (1957). Notes sur le culte des Orisha et Vodoun, à Bahia, la Baie de tous les Saints au Brésil, et à l’ancienne côte des Esclaves. Dakar: IFAN.

Verger PF. (1981). Orixás deuses Iorubás na África e no novo mundo. Salvador: Corrupio.

Verstraaten MJG. (2009). Holy Inspiration, Religion and Spirituality in Modern Art – The Stedelijk Museum: On the Origen of Modern Art by Means of Past Life Memories. Mediumistic Journalism. Feb 25, 2009;4:03. http://bit.ly/10FZ0oa

Verstraaten MJG. (2010). Vlinders kunnen niet Dadelen en Dadels kunnen niet Vlinderen: Genetica van een innerlijke & uiterlijke carrière. Utrecht / Curaçao: Destinations – Intuitive Intelligence.

Verstraaten MJG. (2011). As Borboletas não podem Tamarar e as Tâmaras não podem Borboletear: Genética de uma carreira interna e externa. Países Baixos / Curaçao: Destinations – Laboratória de Inteligência Intuitiva.

Verstraaten MJG. (2012). Painterly séances in color and the Past Lives of Camilo Villaneuva. Camilo Villaneuva / Reviews, Argentina. Dec 12, 2012. http://bit.ly/18IdxQz

Virapen J. (2009). Side Effects: Death – Confessions of a Pharma-Insider. s.l.: Mazaruni.

Weiss BL. (1993). Through Time into Healing. New York: Simon and Schuster.

Willemier Westra AD. (1987). Axê, kracht om te leven. Amsterdam: Cedla.

Woolger R. (2006). Healing your Past Lives: Exploring the Many Lives of the Soul. s.l.: Sounds True.

Zeeuw G. van der. (1979). Helder weten. Deventer: Ankh Hermes.

Zeeuw G. van der. (1980). Helderziendheid in ruimte en tijd. Deventer: Ankh Hermes.

Zeeuw G. van der. (1980). Wonderen of Wetten. Deventer: Ankh Hermes.

 

_____________________________________________________________________________________

 

© MARTIEN VERSTRAATEN
Psychic & mediumistic healer. Past life regression therapist.
Into practice since 1985 (Holland, Curaçao, Brazil).

Mediumistic journalist. Author

Formerly professor of visual arts
HAN University of Applied Sciences,
Department of Visual Arts, Nijmegen, Holland.

Formerly professor of visual arts  & metaphysical methodology
Faculty of Education of the Leeuwarden Polytechnic,
Department of Visual Arts, Groningen/Leeuwarden, Holland.

_______________________________________________


DESTINATIONS
– Laboratory for Intuitive Intelligence
Holland – Curaçao – Brazil
www.martienverstraaten.com
information@martienverstraaten.com